Logboek 2018

Naast het Koninklijk huis

De laatste steiger van Jamaica?
De laatste steiger van Jamaica?

 

Zaterdag, 14 April 2018

 

 

Ocho Rios - Montego Bay

 

 

Het is bewolkt en heel rustig in de baai. De wekker trilt en piept ons uit bed om 6 uur en haal het anker op. Goed vast maar met de ankerlier is het verder geen probleem. Zeiltje omhoog en maar weer op stap. Het gaat langzaam en moet zelfs de motor even bij houden maar dan gaat de kar uit en ik zie de schuimkopjes al snel meerollen. De wind neemt toe tot 30 knoop en de Queen B voelt zich losgelaten in deze zee. Dartelend over de golven en in haar element overbrugt ze de afstand van 47 mijl in onverwacht tempo. Vlakbij de haven, of het afgesproken is, gaat de wind na de kaap liggen en moet de motor starten om naar de haven te varen. Een groot vrachtschip komt tegelijk met de Queen B bij de haveningang en vaart langzaam maar geeft gas bij, als deze ziet dat wij aan het inhalen zijn. Dan maar achterlangs en houd de rode tonnen aan stuurboordzijde krap aan. Het betonningssysteem is op het Amerikaanse continent anders dan in de rest van de wereld. Rood bij binnenvaren in plaats van groen. De vrachtvaarder denkt er net zo over als wij en zoekt nu ook de rode tonnen op. Een beetje extra vaart makend, stuurboordkoers houdend, varen we de haven binnen. Niemand reageert op de marifoonoproep en één van de jongens op de steiger bij de benzinepomp zegt dat we naast een houten Noors schip kunnen gaan liggen.

 

Een ankerboei op de boeg met lange lijn trek ik de spiegel van de Queen B naar de steiger en verlies ondertussen met een onhandige beweging mijn lierhandel, welke in het water valt. De jongen staat op de achterkant om de lijnen op te vangen en praat zo zachtjes dat ik hem totaal niet versta en omdat hij blijft wachten denk ik dat hij wacht op een fooi. Ik geef hem een briefje en zie hem verschrikt reageren maar hij neemt wel het extraatje aan. Enige tijd later staat het joch met een duiker op de kant en laat de lierhandel uit het water halen. Dat is nu eens service en wat een andere kijk krijg ik ineens op de dokjongens.

Er zijn nog een aantal jongens bezig met vissen op de steiger, gezellig chillen, een dikke man op een elektrische kar die achteloos op het dok manoeuvreert. Het gaat er gezellig aan toe maar veilig is het niet, teveel mensen die niets te zoeken hebben op een steiger.

Het Noorse schip heeft een speciale vlag en denk dat het schip in eigendom is van een lid van het koninklijk huis. Een Jamaicaanse man met vrouw beheren de boel en maak een praatje. Aardige mensen maar heb stiekem veel vragen die ik toch maar niet stel. Het schip is mooi, lomp zwaar, strak in de lak, alles pico bello en een wacht dag en nacht naast het schip. 24 uurs wacht uitgevoerd door een wachtjongen die zich te pletter verveeld.

De bijzondere belangstelling van het buurschip geeft een vreemd gevoel, dat we hier mogen blijven liggen geeft een complimentsgevoel en voel me meer dan beschermd.

Nu pas begrijp ik ook dat de havenmeester, die later kwam opdraven, zo zorgelijk kijkt, naar ons en naar het Koninklijke jacht. Uiteindelijk goed bevonden door de wacht en de beheerder blijven we naast de Havnbjorn. De Havnbjorn zal waarschijnlijk het schip zijn van de kroonprins Haakon van Noorwegen

 

In de lounge van de jachtclub drinken en eten we wat en laden via internet nog snel wat informatie van Guatemala.

 

De definitieve voorbereiding om het land van de watervallen te verlaten.