Logboek 2018

De groene hel

Rubber bal
Rubber bal

Vrijdag, 2 juni 2018

 

Rio Dulce

 

Oscar komt met een vriendelijker aanbod om de Genua te repareren en geef toestemming om verder te gaan met de reparatie. Op www.windy.com controleer ik de wind voor de komende periode en zie dat deze flink Oost blijft staan zodat de Cayman eilanden of de eilanden voor de kust van Honduras moeilijk bereikbaar zijn. Afwachten en leuke dingen plannen.

 

Inlezen op de toeristische attracties, afwisselen met een paar reparaties en vraag Oscar voor een electrotechnisch monteur om de laadsterkte van de Balmar regelaar te controleren. Hij belt en zegt dat deze morgen komt.

 

De wandeling komt weer in beeld en lopen voorbereid met lange broek en blouse de bekende wandelpaden op. Bij herhaald bezoek ga je steeds meer zien en verwonder me over de verscheidenheid van de planten en bomen. De kosten noch moeite gespaard om een superdeluxe wandelpad aan te leggen en het wordt gepresenteerd als een voorbeeld om de flora van dit gebied te exposeren. In het bijgebouw met de verschillende tekeningen en foto’s ook de uitleg van de rubberproductie. Latex wordt hier door 11 mensen afgetapt en levert 250 ton van het witte goedje op. Latex was in begin van de negentiende eeuw vooral een product van de Brazileanen en deze verdienden er grote vermogens mee zodat de steden daar een ware Goldrush meemaakten.

 

In 1770 ontdekte de chemicus Priestly per ongeluk dat rubber potloodstrepen kon verwijderen. Rubber werd vanaf dat moment vooral in kleine stukjes verkocht als vlakgom en het materiaal werd rubber genoemd, naar het Engelstalige werkwoord voor wrijven (to rub).

Rubber wordt al heel lang verzameld en gebruikt in het natuurlijk verspreidingsgebied van rubber bevattende planten, zoals de Braziliaanse rubberboom. De Meso-Amerikaanse beschavingen wonnen de rubber meestal van de Castillea Elastica. Zij gebruikten rubberen ballen voor een balspel. Ook zijn precolumbiaanse rubberen ballen gevonden. Deze vondsten dateren van 1600 v.Chr. De Spaanse veroveraars waren zo verbaasd over de stuiterende rubberen ballen dat zij dachten dat deze waren behekst. De Maya’s maakten een tijdelijke rubberen schoen door hun voeten in een latexmengsel te dopen. Rubber werd daarnaast gebruikt voor constructie-doeleinden, zoals bindmateriaal om stenen en metalen werktuigen aan houten handvatten vast te maken.

 

Omdat het vulkaniseren nog niet was ontdekt gebruikten de oude Meso-Amerikanen organische middelen, waarbij ruwe latex werd gemengd met het sap van andere planten. Dit gaf vergelijkbare resultaten. In Brazilië werd rubber gebruikt voor het waterdicht maken van kleding. Het verhaal gaat dat toen de eerste Europeanen uit Brazilië met deze kleding terugkeerden in Portugal ze berecht werden op verdenking van tovenarij. De eerste rubber banden werden in  1791 gemaakt. In 1820 begon Hancock in Engeland producten van rubber te maken. In 1828 breidde hij uit naar Frankrijk, en in 1832 naar de Verenigde Staten In 1839 werd het vulkaniseren uitgevonden door Charles Goodyear en/of Hancock.

 

Toen het rubbergeld begon binnen te stromen, veranderde het verrotte dorpje Manaus in een stad van allure. De straten werden geplaveid en de open riolen verdwenen. De nieuwe rijken lieten paleisjes bouwen en hun was in Londen doen. Er kwam een kathedraal. Er kwam een elektrische tram met 16 kilometer rails uit Londen. Pronkstuk was een operagebouw met 1400 zitplaatsen waarvan men beweerde dat Sarah Bernard en Enrico Caruso er hadden opgetreden.

In 1876 had echter een Engelsman, H.A. Wickham, kans gezien om 70.000 zaden van de Hevea brasiliensisper schip het land uit te smokkelen, verstopt in balen bananenblad. Hij verkocht ze aan de Kew Gardens in Londen, waar met het Zuid-Amerikaanse zaad net zo lang werd geëxperimenteerd tot de plant gekweekt kon worden in plantages in Maleisië. Enkele zaailingen werden in 1877 gestuurd naar de Plantentuin in Buitenzorg, Nederlands-Indië. Binnen enkele decennia lukte het, om op plantages in Azië de rubberboom op te kweken. Niet alleen was de latex van deze plantages goedkoper, de kwaliteit was ook beter en de productie vond plaats in de koloniën van de gebruikende landen.

Voor de Braziliaanse rubber viel het doek vanaf 1910. Ontelbare seringuero's sleepten zich terug naar hun vaderland of kwijnden in het regenwoud weg. De rubberbaronnen zagen hun inkomsten tot nul dalen. Binnen enkele jaren was Manaus grotendeels verlaten en begon het oerwoud zich meester te maken van de stad. De Nederlandse schrijver Anthony van Kampen beschrijft in 1967 de stad in zijn boek "Het land dat God vergat" als een haveloze, desolate plaats waar alleen een vervallen opera, verkrotte herenhuizen en verroeste tramrails nog getuigen van de tijd, dat dit de rubberhoofdstad van de wereld was.

 

Of verhalen zoals onderstaand zijn voeding voor boeken

 

In het regenwoud rond Manaus voltrok zich tussen 1870 en 1915 een ware menselijke tragedie. Rubbertappers, of seringueros, hadden de taak om dagelijks een ronde te maken langs de rubberbomen in het regenwoud, en rubberbomen staan 100 tot 200 meter verspreid van elkaar, gescheiden door dicht kreupelhout. Hiervoor moesten zij een pad kappen en dagelijks opnieuw vrijmaken van plantengroei, en werden ze voortdurend blootgesteld aan slagregens, giftige dieren en planten en onwelgevallige indianen. Elke avond moest de gewonnen latex worden gerookt en er ballen van worden gekneed van circa 20 kg. De rubbertappers leefden en werkten in eenzaamheid, het enige menselijke contact bestond uit de rubberhandelaar die eens per week de rubberballen, pela's, kwam ophalen. De omstandigheden waren zó slecht dat een gemiddelde seringuero binnen een paar jaar stierf aan tropische ziekte, uithongering, beten, indianenpijltjes en giftige rook.

De rubberhandelaren wisten dit en wierven voor dit werk voornamelijk boeren uit het droogtegebied Ceara, die een wurgcontract tekenden waarin stond dat zij pas geld ontvingen als hun reiskosten en uitrusting waren terugbetaald. Vrijwel geen enkele van de tienduizenden mannen die het regenwoud betraden met de belofte op een fortuin, kwam er levend uit of met een afgeloste schuld. Ontvluchten uit "de groene hel" was onmogelijk. De handelaren controleerden de mondingen van de vele zijrivieren van de Amazone, er werden mensenjagers ingezet en de jungle was te uitgestrekt en te dichtbegroeid om te voet te ontsnappen.

Terwijl de limousines in Londen en Parijs op rubberbanden reden, in de fabrieken de rubberen aandrijfriemen duizenden machines deden draaien en de MacIntosh regenjas tot het straatbeeld behoorde, werd de grondstof hiervoor gewonnen onder een erbarmelijke vorm van slavernij.