Logboek 2019

Plezier in die vreemde toeristen

 

Maandag, 18 februari 2019

 

Cucumber Beach Marina.

 

Het zwembad blijft leeg zodat het maandag gevoel al snel over de haven valt. De vuilnisophaaldienst, een vrachtwagen vol met afval waar de vuilnismannen op de lading staan om van hoop naar hoop te rijden. We willen foerageren en de stad verkennen. Vanochtend heb ik last gekregen van een pijnlijke voet maar denk de jicht nog te kunnen beteugelen door veel water te drinken. Ik maak me weer eens druk over de generator en heb het koelwater probleem nog steeds niet onder controle. Rond de middag stappen we in de taxi en laten ons naar de stad rijden. Een brede aangereden asfaltweg brengt ons de laagbouw stad in met veel kleine winkeltjes en het valt op hoe weinig verkeer er is. Er staan huisjes van 10 vierkante meter in de hoofdstraat met vervallen deuren en schots en scheef planken. Je kunt wel zeggen dat je in het centrum woont. We lopen naar de kathedraal en treffen er een kleine bakstenen kerk met een typische Engelse bouw. Op het moment van het bezoek blijkt er een begrafenis aan de gang te zijn en loop braaf met de pet in de hand een stukje de kerk in om getuige te zijn van de sobere inrichting. Absoluut geen kathedraal maar wel in de ogen van deze mensen. Alles is klein in Belize, alles in verhouding van het inwonertal en de portemonnee. Ik respecteer de afscheidsdienst en loop verder door de straat en sta stil bij een visser met een werpnet. Ik geef hem een paar munten en de man begint zich ineens helemaal uit te sloven voor de foto. Springt in het water tot borsthoogte en werpt zijn net. Hij heeft er plezier in dat die vreemde toerist hem wil fotograferen.

 

Bij een restaurant eten we een hapje wat prima smaakt maar erg lang duurt voordat het op tafel komt. Jacqueline krijgt de verkeerde schotel en begint toch al aan haar bord om nog niet langer te wachten. Dan komt de ober zich excuseren en krijgt Jacqueline haar bestelde schotel alsnog. Twee borden eten voor haar en een voor mij. Kerkhof met taxi

 

Bij de supermarkt halen we flink boodschappen en treffen een taxi bij de ingang die ons weer netjes weet af te zetten in de haven. Wat een leuke knusse onbeduidende plaats. Hoofdstad Belize City krijgt per jaar 700.000 Cruiseschip toeristen te verwerken en begrijp werkelijk niet hoe het deze iets weet te bieden. Ze zijn er wel heel gelukkig mee.

 

De Jicht begint snel te verergeren en loop nu te trekken met mijn pootje en ben blij dat ik het been in ruststand aan boord weet te leggen en weet nog snel een krantje te laden.