Logboek 2020

Op naar Venus

Hao
Hao

 

Woensdag, 1 juli 2020

 

 

 

 

Hao,

 

 

 

De kinderen schateren als ze me zien zitten terwijl Jacqueline mijn haren knipt. Ik laat de kinderen zien hoe je met je puntje van de tong je neus kan raken en laat mijn oren bewegen als Dombo de olifant. Veel gelach en menig tong die probeert de neus uit te likken. Niemand en ook niemand die de oren weten te bewegen. Aandacht genoeg en Jacqueline gaat een aantal koekjes halen om de meute kinderen af te leiden. Ik blijf alleen achter terwijl de schaar mijn wilde haren resoluut weet in te korten. Een geplukte kip met een haute coiffure blijft achter op de kade, de vlokken met wilde grijze haren lopen zich met de wind in de rug te pletter op de Azyu.

 

Met Jean-Marie driftig overleg wanneer het beste te vertrekken en hij laat zich naar de pas brengen vanwege de eventuele heftige zeeën die bij de uitgang kunnen ontstaan. Ik ben een beetje verbaasd over de gereserveerdheid van handelen om te vertrekken en zeker als ik hem zeg dat aanstaande dinsdag de wind toe kan nemen naar een 27 knopen. Ik zie hem aarzelen en begin aan mezelf te twijfelen of ik mijn normen niet te ver heb gelegd. We besluiten de beslissing voor vertrek. tot morgen uit te stellen.

 

Jacqueline gaat een cadeautje brengen bij Anaa en zij komt weer met een grote meloen die verdeeld wordt over de twee schepen. Zo gaan de cadeautjes en vriendelijkheid over en weer.

In de middag breng ik de verschillende waypoints in voor de tocht naar Tahiti. We zullen twee eilanden moet ontwijken en kunnen niet in een rechte lijn blijven varen zodat er een route ontstaat met verschillende koersen en een afstand van totaal 495 mijl om tot de ankerplek Venus te komen. Het voelt als wachten op vertrek en sta te popelen om de lijntjes eindelijk weer los te laten maar het verstand zegt dat er nog even een momentje gewacht moet worden.