<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>

<rss version='2.0'>
 <channel>
  <title>queenb99.nl</title>
  <link>https://www.queenb99.nl/</link>
  <description>queenb99.nl</description>
  <lastBuildDate>Fri, 12 Jun 2026 20:30:43 GMT +0200</lastBuildDate>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Suriname&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3568</link>
   <description> 
 
 
Vrijdag, 12 juni 2026
 
 
Heusden
 
 
 
De dagelijkse bezigheden op de Vaporetto zijn eigenlijk niet eens zoveel anders dan op de Queen B. Er is altijd werk aan de winkel. Er gaat weer iets stuk, of iets vraagt onderhoud om erger te voorkomen. Ook de omgeving strooit met herinneringen. Een liedje als Een tuintje in mijn hart brengt me zomaar weer terug naar Suriname. En toevallig is het ook nog de verjaardag van Noel Paauw, de marina-eigenaar van Waterland in Suriname.
 
WhatsApp maakt de afstand klein. Op mijn felicitatie komt direct antwoord en voor je het weet appen we weer als vanouds op los. Waterland blijft een fantastische plek om vakantie te vieren. Vreemde talen hoef je er niet te kennen, want iedereen spreekt er gewoon Nederlands.
Sinds 2017 is Suriname veranderd van een land in politieke en financiële stilstand naar een land in overgang. De oude Bouterse-periode is afgesloten, de economie is door een diepe crisis gegaan, de munt en de prijzen hebben grote klappen gehad, en nu komt er een olie- en gasfase aan die het land rijker kan maken.
 
Ook de generator aan boord van de Vaporetto heeft kuren. Ik ben dus niet veel opgeschoten met mijn keuze voor een ander schip om minder te hoeven repareren. Ergens druppelt er lucht naar het filter en ik krijg de oorzaak niet gevonden, ondanks al het geknutsel. De keuze voor monteurs schiet ook niet op. Ze hebben het meestal veel te druk en het resultaat is vaak hetzelfde: dan maar even zelf doen.
 
Het elektrische toilet vertoont al weken kuren, maar met een nieuwe terugslagklep krijg ik deze weer aan de praat. Prompt begint de andere wc te zeuren. Maar inmiddels weet ik hoe het systeem in elkaar zit. Terugslagklep eruit, ontkalken, terugplaatsen en ook deze werkt weer.
 
De hijskraan voor het te water laten van de bijboot schreeuwt om smeermiddel. Door het schilderwerk van de vorige eigenaar zijn alle smeerpunten weg geschilderd. Dat betekent dus waarschijnlijk jarenlang geen onderhoud. De kraan kreunde en steunde door een ernstig tekort aan vet, maar er komt weer leven in. Ik denk, dat ik er nog net op tijd bij ben, om grotere reparaties te voorkomen.
 
Vreemd genoeg kwam ik in Maleisië nauwelijks aan zwemmen toe, ondanks het warme weer. Hier is het weer elke dag een skinny dip in het koude water. Een heerlijk fris en tintelend gevoel. De spieren spannen aan, soms een rillend gevoel en daarna een ontspannen en tevreden gevoel. Dat verklaart waarom zo’n koude duik na een drukke dag of na klussen aan boord bijna verslavend verfrissend kan voelen.
 
Al met al wordt de Vaporetto langzaam klaargemaakt voor vertrek. Op naar een nieuw rondje. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 12 Jun 2026 20:30:43 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Valwinden&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3567</link>
   <description> 
 
Zondag, 7 juni 2026
 
 
Heusden
 
 
De uitdaging van rivierzeilen zit in de combinatie van beperkte ruimte, stromend water, wisselende wind, beroepsvaart, bruggen en ondieptes. Je moet veel verder vooruitdenken dan op open water. Het is best interessant, maar het vraagt discipline: de motor stand-by, een goede voorbereiding, de stroom lezen en vooral niet te lang wachten met ingrijpen.
 
De wind dwarrelt vanuit alle hoeken over de slingerende Maas. Bomen, kribben en dijken zorgen voor onvoorspelbare windhoeken, windgaten en plotselinge valwinden. Vanochtend zeil ik met Dirk en Jim in de Cesium, een open zeilboot. Het is wat onrustig, want de windsterkte varieert van vier tot drieëntwintig knopen. Net als de verhalen die aan boord verteld worden, want ook die schieten alle kanten op.
 
Met een blikje cola in de hand en de grootschoot binnen handbereik laveren we tussen vrachtschepen, pleziervaart en af en toe een rubberboot door. Zo’n rubberboot lijkt vooral bedoeld om de bemanning nog wat extra schrik aan te jagen.
 
De regen van vanochtend wordt gestaag verdreven door steeds lichtere bewolking, waar af en toe een felle flits zonlicht uit knalt. Bij een graad of twintig en met de wind van achteren varen we terug de plas op. Nog een kop koffie op het terras, de sterke verhalen zijn verteld, en dan is het goed om weer huiswaarts te gaan.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 07 Jun 2026 17:52:47 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Denkend aan Holland.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3566</link>
   <description> 
 
Vrijdag, 5 juni 2026
 
 
Tilburg – Heusden
 
 
 
De achterlijn kreunt onder het gewicht van het schip. Ik voel de Vaporetto hellen en het water in de sluis blijft maar zakken. Dit ziet er niet goed uit. De losse, glijdende lijn blijkt klem te lopen op de achterbolder. Een angstige kreet: “De lijn zit vast!”, doet mij naar de besteklade lopen voor een mes, maar John staat al, met gevaar voor eigen handen, aan de lijn te sjorren. Hij krijgt hem los. De Vaporetto zakt met een diepe zucht terug in het bad en de sluisafwikkeling kan gewoon doorgaan.
 
Nederland is een vlak land, dus je verwacht geen grote hoogteverschillen. Toch blijkt Tilburg ongeveer tien meter boven NAP te liggen. Twee sluizen brengen ons vier meter omlaag en twee andere doen dat met wat minder verval.
De ochtend begon met wat geharrewar rond het strategisch plaatsen van auto’s, zodat we bij vertrek uit Tilburg en aankomst in Heusden niet afhankelijk zouden zijn van anderen. John en Jennifer hebben aangemonsterd voor de tocht der tochten en genieten zichtbaar van de fraaie omgeving, afgewisseld met bruggen en sluizen.
 
John blijkt over vaareigenschappen te beschikken en pikt het sturen snel op. De dames komen telkens in actie bij de sluizen en bij het aanleggen, zoals bij een plasmoment voor de hond. Dit is inderdaad een totaal andere beleving van varen dan zeilen op zee, maar ook erg leuk om te doen.
 
Er zitten veel ingrediënten in van Denkend aan Holland met André van Duin en Janny van der Heijden: langzaam varen, kijken, kletsen, verwonderen en Nederland vanaf het water voorbij laten schuiven. En dan aan het einde van de dag ook nog een hapje eten en een kaartje leggen. Een gezellige afsluiting van een rondje Noord-Brabant, uitgesmeerd over anderhalve maand.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 06 Jun 2026 14:00:46 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Digitale knuppel.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3565</link>
   <description> 
 
 
Donderdag, 4 juni 2026
 
 
Tilburg
 
 
 
Ik wrijf mijn ogen uit omdat er een vreemd vaartuig baantjes door de haven trekt. Ik dacht dat ik voor altijd gevrijwaard was van tuinonderhoud, maar nu kondigen de kanaal-tuinlui zich aan. Ze komen de waterplanten maaien en het langdradige wier verwijderen dat eruitziet als snot.
Het is een ingenieuze machine. Een soort schraper wordt over de bodem gedrukt, waarna een lopende band de vaste bestanddelen omhoog haalt en in de laadbak kiepert. Een hoop herrie, maar eindelijk vissers met resultaat, want de bak loopt gestaag vol.
 
Het aanpassen aan het tijdsverschil valt me moeilijk. Ik voel me moe, vooral in mijn benen, maar sleep me de dag door met familiale verplichtingen. Die zijn ook weer leuk, want het is goed om elkaar terug te zien. Ondertussen blijft de telefoon de hele dag rinkelen.
Ik schrijf “rinkelen” en bedenk me hoe snel een aandacht toon erodeert. Vroeger sloeg men misschien met een knuppel tegen een boom: het moment waarop je van een ander eist dat hij stopt met wat hij doet en naar jou luistert. Door de eeuwen heen is dat aandachtssignaal steeds veranderd: roepen, fluiten, vuur, rook, trommels, horens, kerkklokken. Signalen voor gevaar, verzamelen, rituelen, werk en gezag.
 
Aandacht is in wezen een verstoring van de gewone omgeving. Het doorbreekt het geluid van wind, vogels en ruisend water. Naarmate de mens zich verder over de wereld verspreidde, moesten signalen grotere afstanden overbruggen. De trom en de hoorn hielpen daarbij, maar vooral de kerkklok was een enorme stap. Zij trok niet één mens, maar een hele gemeenschap naar hetzelfde moment.
Later kwamen de stoomfluit, het fabriekssignaal en de spoorwegsignalisering. Daarmee verschoof de aandacht van dorpsgemeenschap en religie naar arbeid, kloktijd en machine. De mens werd niet alleen meer geroepen door de kerk of het dorp, maar ook door het ritme van productie en vervoer.
 
Met de telegraaf en de telefoon werd aandacht elektrisch. Het signaal kwam niet meer uit de directe omgeving, maar uit een draad, een toestel, een netwerk. De telefoonbel was daarbij nog overzichtelijk. Zij rinkelde af en toe, meestal met één duidelijke afzender en één duidelijke bedoeling: neem op, iemand zoekt contact.
 
De smartphone is daarin een keerpunt. Die vraagt niet af en toe om aandacht, maar voortdurend. Berichten, nieuws, banken, agenda’s, foto’s, weer, aandelen, apps, sociale media, navigatie, gezondheid, beveiliging en reclame: alles meldt zich, alles piept, trilt of licht op.
Daarmee verandert het aandachtspunt van één bel in een permanente wolk van prikkels.
 
De oude bel had meestal één duidelijke afzender. De digitale melding heeft er tientallen. Van een familielid tot het bericht dat een wereldleider met het verkeerde been uit bed is gestapt. En allemaal doen ze hetzelfde: ze tikken met hun digitale knuppel tegen je broekzak om de aandacht te trekken.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 05 Jun 2026 08:16:57 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Turkije de achtertuin van Brabant.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3564</link>
   <description> 
 
Woensdag, 3 juni 2026
 
 
Kuala Lumpur – Doha – Amsterdam
 
 
Aankomen op een bijna verlaten vliegveld geeft me onmiddellijk het gevoel dat ik iets heb gemist. Is de oorlog dan toch begonnen? Ben ik op de verkeerde plaats, op het verkeerde moment? Bij een hostess vraag ik wat er aan de hand is, maar ze verzekert me dat het op dit uur volkomen normaal is. Dat soort geruststellingen vertrouw ik meestal pas als ze niet gegeven worden, dus loop ik door naar de lounge en stel daar dezelfde vraag opnieuw. Het antwoord is hetzelfde.
 
Wanneer ik laat zien dat Iran een aanval heeft uitgevoerd op de luchthaven van Koeweit, begint de dame zich te verontschuldigen. Ze mag niets zeggen en wil vooral geen partij kiezen in het conflict. Daar had ik niet om gevraagd, maar haar omtrekkende beweging maakt het verhaal er niet geloofwaardiger op. Blijkbaar hoort zwijgen ook bij de veiligheidsprocedure.
 
Toch verschijnt even later de vertrekaankondiging op het bord en begeef ik me naar het vliegtuig. Onderweg lopen er wel wat meer mensen, maar lang niet de aantallen die ik van Doha gewend ben. Er broeit iets. Of misschien broeit het vooral in mijn hoofd. Ik ben zelfs opgelucht wanneer twee zwaar gesluierde dames met woest uitziende mannen met onverzorgde baarden in de businessclass stappen. Die zullen vast beter geïnformeerd zijn dan ik, houd ik mezelf voor. Als zij instappen, zal de kust wel veilig zijn. Nooit gedacht dat ik me nog eens met zoveel vertrouwen achter een menselijk schild zou verschuilen.
 
Het vliegtuig is bijna leeg. De stewardessen zijn allerhartelijkst en buitengewoon attent, waardoor ik me verrassend snel op mijn gemak voel. Angst is een wonderlijk ding: geef haar een glimlach, een glas water en wat extra beenruimte, en ze gaat al snel wat zachter praten.
Vanochtend brengt de shuttlebus me naar een heel ander soort vliegveld: Kuala Lumpur, druk, efficiënt en in beweging. De afhandelingsprocedures zijn in geen tijd afgerond. Voor de aardigheid zoek ik nog even op hoeveel gebouwen er in KL hoger zijn dan 100 meter. Alleen al in deze stad staan er ruim 240, terwijl heel Nederland er ongeveer 60 telt. Met zo’n vergelijking kun je de zelfverzekerde borstklopperij van de Nederlandse politiek bijna horen leeglopen. Wij weten het altijd zo goed. Bij ons is alles beter geregeld. Tot je in een stad komt waar de skyline laat zien dat de wereld niet heeft stilgestaan terwijl wij naar onze eigen navel keken.
 
De tweede vlucht zoekt de Saoedische kust op en maakt een ruime boog om Iran te vermijden. Pas wanneer het vliegtuig boven Turkije hangt, voel ik me weer een stuk geruster. Alsof Turkije ineens de achtertuin van Brabant is. Maar goed, veiligheid is soms niet meer dan een plek waar je even in wil geloven.
 
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 21:35:06 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Eten met luxe&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3563</link>
   <description> 
 
Dinsdag, 2 juni 2026
 
 
Kuala Lumpur
 
 
Ze hebben er wel wat van gemaakt in die modderpoel. Reusachtige bouwwerken, moderne architectuur met veel glitter en glans, en het op één na hoogste gebouw van de wereld. Alleen al in de gevel van de Petronas Twin Towers is een onvoorstelbare hoeveelheid roestvrij staal en glas verwerkt, samen ongeveer 600.000 ton. En dan heb ik het nog niet eens over de inrichting.
 
Met een nek als een kurkentrekker kijk ik uit het raam van de taxi naar de oneindig hoge gebouwen, die met hun glazen panelen liggen te flonkeren in de zon. En dan ben ik als Bosschenaar trots op het provinciehuis, maar dat is hier vergeleken bij Kuala Lumpur een bouwsel à la Madurodam.
 
De Chinese tempel staat aangeschreven als een bijzonderheid, maar ik vind het vooral een kitschpaleis. Aardig om te zien, maar het verveelt snel. Vreemd ook dat de mooie schilderingen worden onderbroken door stoelen met ventilatoren voor de altijd nietsdoende bewakers. Alsof je een luiaard probeert zijn ogen te laten openen. Alleen voor een uitgebreide gang naar het toilet komt hij nog van zijn stoel.
 
Met de Grab terug naar het centrum bezoek ik de Petronas Twin Towers, 451,9 meter hoog. De lift zoeft me naar boven, zodat ik kan neerkijken op de stad. Maar zelfs dit gebouw moet inmiddels ontzag tonen voor Merdeka 118, met zijn 678,9 meter en 118 verdiepingen.
 
In deze stad van glamour en glitter zou ik als stadsjongen best kunnen aarden. Er is van alles te beleven, misschien juist omdat Kuala Lumpur geen eeuwenoude stad is die gebukt gaat onder haar eigen verleden. 
Rond het midden van de negentiende eeuw was het nog een modderige tinmijnnederzetting. Daarna ging het snel. In 1957 werd Kuala Lumpur de hoofdstad van de onafhankelijke Federatie van Malaya en in 1963 van Malaysia, toen Malaya, Sabah, Sarawak en Singapore werden samengevoegd. Singapore vertrok in 1965 weer, maar het moderne Maleisië had zijn visitekaartje toen al afgegeven.
 
Door die samenstelling heeft het land nog iets bijzonders: het koningschap. In Maleisië wordt de koning normaal gesproken iedere vijf jaar gekozen. Het land heeft negen erfelijke Maleise vorsten, sultans of vergelijkbare heersers, uit negen deelstaten. Uit die negen wordt één gekozen tot nationale koning, de Yang di-Pertuan Agong. In de praktijk gaat dat volgens een rotatiesysteem, zodat elke vorstelijke familie of staat aan de beurt komt. 
 
De gekozen koning woont vervolgens in het nationale paleis, waar ik met de taxi langsrijd op weg naar de volgende bezienswaardigheid.
Om deze dag als een feestelijk uitstapje af te sluiten, verwen ik mezelf met een diner bij een Chinees restaurant in het Four Seasons Hotel, tussen de Ferrari’s, Patek Philippe’s, Chanel, Dior, Gucci, Bulgari en Louis Vuitton en dan noem ik er nog heel veel niet. 
Het eten smaakt er niet per sé beter van, maar het oog wil ook wat. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Tue, 02 Jun 2026 14:13:56 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Spijkerpoepen, gokhuizen en opium&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3562</link>
   <description> 
 
Maandag, 1 juni 2026
 
Pangkor Marina – Kuala Lumpur
 
 
Tientallen kilometers lange palmboomplantages maken de weg van Pangkor naar Kuala Lumpur eentonig. Het blijkt de verjaardag van de koning te zijn, koningsdag dus, en dat is aan het verkeer te merken. Ellenlange files met weekendgangers, waarschijnlijk net zoals in Nederland op weg naar wc-potten werpen, koekhappen, spijkerpoepen, zaklopen, kruiwagenrace en bierkrat stapelen, al ligt dat hier toch net even anders.
 
In Maleisië gaat het er een stuk stijlvoller aan toe: ceremonies, saluutschoten, onderscheidingen en militaire eerbewijzen. Voor de gewone mensen is het vooral een vrije dag, en dus een lang weekend. De hotels op Pangkor zijn volgeboekt en de parkeerplaatsen zijn te klein.
De taxichauffeur zucht wanneer we opnieuw in een file terechtkomen. De rit die normaal drieënhalf uur duurt, loopt met gemak twee uur uit. Uit het raam kijken, een boek lezen, de mail controleren maar ik word moe van het nietsdoen.
 
De skyline van Kuala Lumpur is indrukwekkend. Grote hoge torenflats rijzen op, maar ze staan opvallend ver van elkaar verspreid. Het lijkt soms meer op prestige dan op een stad waar werkelijk gebrek aan ruimte is.
 
In het hotel kan ik bijna direct aanschuiven voor het diner en werk ik mijn programma voor morgen uit. Daarbij komt de vraag op: wat betekent Kuala Lumpur eigenlijk?
Het antwoord past wonderlijk goed bij de stad. Het gebied waar nu Kuala Lumpur ligt, was ooit tropisch bos, moerasachtig terrein en rivierland. De plek lag bij de samenvloeiing van de Gombak en de Klang. Vandaar de naam: kuala betekent riviermonding of samenvloeiing, lumpur betekent modder.
 
Rond 1857 kwamen de tinzoekers. Kuala Lumpur begon als een nederzetting van vooral Chinese tinmijnwerkers. Tin was economisch belangrijk, maar de omstandigheden waren zwaar: malaria, overstromingen, modder, jungle en conflicten.
Tussen 1860 en 1880 groeide KL snel, maar het was bepaald geen nette stad. Eerder een rauwe mijnwerkersplaats met houten huizen, gokhuizen, opium, clans, bendes en voortdurend brandgevaar. De Chinese leider Yap Ah Loy speelde een grote rol in de wederopbouw en organisatie van de stad na branden en burgerlijke onrust.
In 1880 maakten de Britten Kuala Lumpur tot bestuurlijk centrum van Selangor. Daarmee kreeg de stad vaart: wegen, spoorlijnen, stenen gebouwen, politie, bestuur en handel. In 1896 werd KL het administratieve centrum van de Federated Malay States. Uit die periode stammen veel koloniale gebouwen rond Merdeka Square, waaronder het beroemde Sultan Abdul Samad Building.
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, van 1942 tot 1945, werd Kuala Lumpur bezet door Japan. Dat was een harde periode, vooral voor de Chinese bevolking, die zwaar werd vervolgd. Op 31 augustus 1957 werd bij Merdeka Stadium de onafhankelijkheid uitgeroepen. Kuala Lumpur werd het politieke hart van het nieuwe land. Toen Maleisië in 1963 werd gevormd uit Malaya, Sabah, Sarawak en aanvankelijk Singapore, bleef KL de belangrijkste hoofdstad.
In 1974 werd Kuala Lumpur losgemaakt van Selangor en kreeg het de status van federaal territorium. Selangor kreeg later Shah Alam als hoofdstad.
 
Vanaf de jaren tachtig en negentig veranderde KL in hoog tempo: snelwegen, winkelcentra, hotels, kantoren, buitenwijken en torens. Onder premier Mahathir werd modernisering een nationale ambitie. Met de Petronas Twin Towers kreeg Kuala Lumpur in 1998 zijn internationale symbool. De stad wilde laten zien: Maleisië is geen koloniaal achterland meer, maar een modern Aziatisch land.
Sinds 2000 is Kuala Lumpur een metropool vol contrasten. Putrajaya nam veel regeringsfuncties over, maar KL bleef het financiële, commerciële en culturele hart. De stad is een mengsel van Maleis, Chinees, Indiaas, islamitisch, koloniaal en hypermodern.
In één zin: Kuala Lumpur begon als een modderige tinmijnnederzetting en groeide in anderhalve eeuw uit tot het moderne symbool van Maleisië.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Mon, 01 Jun 2026 12:07:51 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Brand van het dek&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3561</link>
   <description> 
 
Zondag, 31 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
De nachten in Pangkor duren lang en Klaas Vaak ontmoet ik pas op de terugweg naar de ochtend. Krant lezen, koffie, traag in beweging komen. De stuurstand verder verstevigen met een extra mat, de kuipkistblijven liggen. Maar het klamme zweet drijft me langzaam richting airco.
Krant lezen, koffie, traag in beweging komen. 
 
De stuurstand verder verstevigen met een extra mat, de kuipkist uitruimen om iets te controleren, de was doen. En ondertussen gutst het water van het goddelijke lijf af.
Ik moet gaan zitten. Even niets doen. Suffen. Rusten. Me overgeven aan de alom aanwezige warmte. De waarschuwingen van gisteren blijken dus niet van gisteren te zijn.
 
Er loopt niemand meer over het terrein. Alleen het gebrom van de airco’s hangt om me heen. Ik ga in de kuip liggen, waar nog een beetje wind föhnt, en probeer een boek te lezen. De ogen vallen steeds dicht. Plots schrik ik wakker; een uur is verdwenen.
 
Met tegenzin sluit ik de waterslang aan om me in de kuip af te spoelen met koud water, maar zelfs dat valt tegen. Het koele water is nog altijd 32 graden. Het zout op de huid wordt tijdelijk vervangen. Ik haal de brand van het dek, koel de zonnepanelen af en zet de auto klaar voor een ritje door de heuvels.
 
Airco aan, blower voluit. Langzaam kom ik weer in de toestand die normaal heet.
Zo heb ik het nog niet meegemaakt. Ik ben altijd nogal trots geweest dat ik warmte wel kan hebben, maar dit is te veel. Zeker met het tekort aan slaap.
 
De laatste dag in Pangkor Marina. Ik ga bij mijn vaste plek nog een cola halen om de mannen gedag te zeggen. Morgen is de auto besteld voor een dag extra in Kuala Lumpur. En dan te bedenken dat de stad bekend staat vanwege de warmte. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 31 May 2026 12:28:01 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Verdacht stil.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3560</link>
   <description> 
 
Zaterdag, 30 mei 2026
 
Pangkor Island Marina
 
Er is geen officiële hittegolf, maar de combinatie van 34–37 graden, hoge luchtvochtigheid, weinig wind, felle zon en warme nachten maakt het lichamelijk veel zwaarder dan een droge 35 graden in Zuid-Europa. De warmte voelt alsof ze op je lichaam blijft liggen. Je koelt nauwelijks af.
Voor klussen aan boord is dit precies het weer waarin je ongemerkt over je grens gaat. Niet alleen drinken, maar ook zout of ORS nemen, pauzes in de airco houden en de zware klussen vóór elf uur of na vier uur doen, zijn dan geen luxe maar noodzaak.
 
 
Door de hitte, de recordvraag naar stroom en de groei van datacenters gebruikt Maleisië veel meer aardgas voor elektriciteit. In april steeg het stroomverbruik op het schiereiland fors. Gascentrales draaiden veel harder, terwijl kolencentrales iets minder werden ingezet.
De brandstof- en energievoorraad lijkt voorlopig zeker. De regering zegt dat de energievoorraden tot eind juli 2026 veiliggesteld zijn, ondanks internationale spanningen en verstoringen op de energiemarkt. Aan de pomp merk je hier minder paniek dan in Europa, mede door overheidsingrijpen en subsidies.
 
 
Dat zijn enkele aandachtspunten uit de krant van Sitiawan, en ze kloppen behoorlijk met mijn eigen beleving. Toch houd ik me, door mijn enthousiasme, niet aan de adviezen. Ongemerkt ben ik weer druk met van alles en als klap op de vuurpijl ga ik ook nog naar de golfbaan, waar het verdacht stil is.
Langzaam begin ik te geloven dat het tempo omlaag moet. Ik raak vermoeid. Het golfen gaat minder goed dan de vorige keer maar ik ben wel blij met twee keer par. op de andere holes lever ik het puntenaantal weer in.
 
Daarna bij een Chinees restaurant een berg eten. Ik bestel drie schaaltjes, maar er komt eten voor een weeshuis op mijn kleine tafeltje. Ik weet er geen raad mee, maar het smaakt me prima en daar weet ik dan weer wél raad mee. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 31 May 2026 11:38:26 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;International Union for Conservation of Nature&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3559</link>
   <description> 
 
Vrijdag, 29 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
Mijn nieuwe speeltje is geïnstalleerd: een op afstand bestuurbaar relais om de ankerlier draadloos te bedienen. Tot nu toe moest ik het zware werk door de ankerlier laten doen door met mijn voet op de schakelaar te drukken. Nu kan het met een lichte aai van mijn vinger over de knop van een sleutelhanger. Heb ik het echt nodig? Nee. Is het leuk? Zeker.
 
De beugel bij het kompas en het stuurwiel is bedoeld om je stevig vast te houden als het met wind en golven even tegenzit. Maar na jaren trouwe dienst is ook die beugel vleugellam geworden. De buizen zijn door metaalmoeheid gebroken en dus probeer ik, gewapend met mijn pas verworven vertrouwen in polyestertechniek, het probleem aan te pakken.
Met een injectiespuit zuig ik de vloeibare hars op en spuit die in de holtes tussen buis en behuizing. Dat werkt uitstekend, misschien zelfs iets te uitstekend, want even later komt de polyester in een geleidelijke brij onder de stuurkolom vandaan en vervuilt de kuipvloer. Met een stuk papier probeer ik de smurrie weg te vegen, maar morgen zal ik pas zien wat de echte schade is. Zo blijf je tenminste bezig.
 
Na de klussen stippel ik een autoroute uit. Even lekker in de airco, weg van boot, hars, gereedschap en eigen goede bedoelingen. De weg voert tientallen minuten lang van de ene palmolieplantage naar de andere. Het landschap is niet overdreven spannend, maar de wegen zijn opvallend goed en het rijden is ontspannen.
Dan zie ik ineens een grote fabriek waar vrachtwagens met palmvruchten naar binnen rijden. Op het bord bij de poort staat met grote woorden: Kilang Ekologi (ecologische fabriek). Hier wordt palmolie verwerkt tot groene brandstof.
 
Groene brandstof. Het klinkt geruststellend, bijna schoongewassen. Toch begint het dan juist te wringen.
Palmolie-biodiesel is groen zolang je alleen naar de uitlaat kijkt. Daar lijkt het verhaal netjes: de CO₂die vrijkomt, komt uit een plant die kort daarvoor CO₂ uit de lucht heeft opgenomen. Maar kijk je naar het landschap erachter, dan wordt het verhaal veel grijzer.
 
De IUCN, de International Union for Conservation of Nature, noemt oliepalmexpansie een belangrijke oorzaak van ontbossing en verlies aan biodiversiteit. Tegelijk nuanceert dezelfde organisatie het verhaal: palmolie is per hectare extreem productief. Ongeveer 35 procent van alle plantaardige olie in de wereld komt van minder dan 10 procent van het land dat voor oliegewassen wordt gebruikt. Vervang je palmolie door soja, koolzaad of zonnebloemolie, dan heb je voor dezelfde hoeveelheid olie veel meer grond nodig.
 
Daar zit precies de ongemakkelijke waarheid. Palmolie is niet eenvoudig goed of slecht. Het is efficiënt, goedkoop en bruikbaar. Maar waar regenwoud, veengrond en biodiversiteit verdwijnen voor plantages, wordt een ecologisch verlies geboekt dat je niet zomaar met een groen etiket op een dieseltank kunt wegpoetsen.
 
Ook in Nederland mengen we palmolie-biodiesel bij om brandstof groener te laten lijken. Ik las dat het om honderden miljoenen euro’s aan import gaat. Het goede nieuws is dat Europese regels deze brandstof geleidelijk willen uitfaseren. Maar dan komt meteen de volgende vraag: wat komt ervoor in de plaats? Frituurvet, slachtafval, koolzaadolie? Ook dat klinkt beter, maar ook daar zitten grenzen aan. Frituurvet is er niet onbeperkt. Slachtafval blijft slachtafval. En koolzaadolie vraagt weer landbouwgrond die ook voor voedsel gebruikt kan worden.
 
Zo vliegt mijn gedachtegang weer eens ouderwets uit de bocht. Van een draadloos relais voor de ankerlier naar wereldhandel in palmolie. Maar ik vind dit razend interessante onderwerpen. Vooral omdat duurzaamheid vaak wordt gepresenteerd als iets eenvoudigs: groen of fout, goed of slecht, activist of ontkenner. Terwijl de werkelijkheid meestal veel elastischer is.Soms zelfs zo modderig als polyesterhars onder een stuurkolom.
 
Aan de pomp ruikt het naar vooruitgang, maar in de plantage hangt nog de geur van verdwenen bos.
 
Bij het strand rust ik even uit en kijk naar een paar enthousiaste vissers. Ook hier wordt niets gevangen, maar dat lijkt niemand te deren. Misschien is dat wel de beste vorm van duurzaamheid: doorgaan met hopen, zonder de natuur helemaal naar je hand te willen zetten.
 
 
 
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 29 May 2026 13:10:52 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Daar komt niets van terecht.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3558</link>
   <description> 
 
Donderdag, 28 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
Gisteravond voelde ik me niet zo lekker en gaf de schuld maar aan de warmte en aan het feit dat ik de hele dag was blijven doorgaan. Gelukkig had ik een redelijke nachtrust en nam ik me voor om het vandaag vooral rustig aan te doen.
Daar komt natuurlijk niets van terecht.
 
Ik denk aan iets kleins te beginnen, maar dat loopt volledig uit de hand. Al snel is het weer twintig keer gaan zitten, opstaan, een stuk gereedschap halen, terugkomen en onderweg als een kip zonder kop nog drie andere klusjes tegenkomen. Van negen tot vier ben ik bezig: een nieuwe kraan in de keuken, de onderdelenruimte geordend, de gereedschapskast opgeruimd, de slangenkuil afgemaakt, tussendoor flitsbezoeken aan winkels voor de nodige knietjes, verloopstukken en wat al niet meer.
 
Eindelijk, om vier uur, geef ik mezelf vrij en rijd met de auto naar Sitiawan. Vlak voor de stad staat de enorme fabriek van YTY, waar naar verluidt 24 miljard paar medische handschoenen per jaar worden geproduceerd. Voor mij is dat een bijna onvoorstelbare hoeveelheid latex, plastic zakjes, kartonnen doosjes en transportbewegingen. Alles vierentwintig miljard keer. Wat een logistiek moet er achter die muren schuilgaan. Ik zou er maar al te graag eens binnenkijken, maar bedrijfsbezoeken worden vanwege de hygiëne niet gedaan.
 
Zo’n fabriek van die omvang is hier eerder een uitzondering. Het gewone straatbeeld wordt vooral bepaald door kleine werkplaatsen, winkeltjes, garages en eetgelegenheden. Om tegenwoordig een winkel te vinden heb je internet nodig, maar ook een auto, want de afstanden zijn in deze warmte nauwelijks te belopen.
Het lijkt de Maleisiërs ogenschijnlijk goed te gaan. Ik zie geen bedelaars, wel grote auto’s, drukke wegen, volle restaurants en overal bedrijvigheid. Het land oogt welvarend, of in elk geval volop in beweging.
 
Bij Boka Boka, aan het binnenmeer bij de haven, eet ik een gecremeerde kippenpoot met een beetje nasi. Het is niet veel bijzonders, al denken de locals daar duidelijk anders over, want het is er druk. Misschien is dat ook wel Maleisië: je denkt iets middelmatigs te eten, maar ondertussen zit je midden in een levend land dat zichzelf prima lijkt te vermaken. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Thu, 28 May 2026 12:58:42 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Natte broek&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3557</link>
   <description> 
 
 
Woensdag, 27 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
Er gaat zoveel aan je voorbij als je niet even de tijd neemt om de omgeving te bestuderen. De hitte laat het asfalt zinderen en zelfs de dieren zorgen ervoor dat ze uit de directe zon blijven. Met de buggy op de golfbaan blijf ik even onder het lommer van een boom staan en kijk.
Niet bewegen, en ineens zie je van alles bewegen. Verwilderde honden, leguanen, honderden apen die mij nauwlettend in de gaten houden. Zwarte vogels, zwarte reigers, kikkers in de vijvers en overal het gezoem van insecten. Het veld voelt kurkdroog aan en toch is alles groen. Niet verdord, niet verschroeid, maar vol leven.
 
De zandafgraving, die meestal oogt als een open wond in wat ooit wildernis was, wordt hier alweer volgezet met nieuwe aanplant. Over een paar jaar is waarschijnlijk niets meer te zien van de zandpaden waarover de vrachtwagens omhoog en omlaag slingerden om hun lading te halen.
 
Ik vraag me af hoe je deze warmte moet beschrijven. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat het heet is. Of warm. Het is meer dan dat. Het is een drukkende atmosfeer die op je gaat liggen. De temperatuur kruipt onder je huid en werkt langzaam in op je gestel.
 
Het zweet loopt in trage stroompjes langs rug en borst naar beneden en verzamelt zich uiteindelijk in mijn onderbroek. Mijn korte broek is volledig nat. Het water loopt vanuit mijn haar naar mijn nek en naar het puntje van mijn neus, waar zich telkens een nieuwe druppel vormt. Een externe lekneus. Mijn wenkbrauwen lijken twee keer zo dik door het vocht tussen de haartjes, mijn navel staat vol water en onder mijn armen ontstaat dat licht plakkende gevoel dat bij de tropen lijkt te horen.
 
En toch kan ik het hier goed uithouden. Zodra je in de schaduw van de buggy stapt, voelt het bijna koel. Zeker de ogenblikken met rijwind maken het dragelijk. Het golfen helpt me de hitte van de haven te overleven en ik krijg er steeds meer plezier in om even weg te zijn uit die bedompte ruimte.
 
Overigens heb ik een zeer vruchtbare ochtend achter de rug. De achterruimte uitgeladen, de laatste kraan geplaatst en daarmee is de boot weer waterdicht. Tussendoor de was gedaan, slangklemmen gecontroleerd, een dieselpompje geplaatst en de ruimte weer netjes ingeruimd.
 
Ook dat is zo’n fenomeen: netjes inladen. Je begint verstandig met de grote stukken, logisch gestuwd en in volgorde van mogelijk eerste gebruik. En dan blijven er altijd die kleine frutsels over. Zitstoeltjes van de kano, hoezen van de bijboot, luchtpomp, reserve attributen, hengels waar ik nooit iets mee doe en andere ondefinieerbare zaken waar je ineens geen raad meer mee weet. Die verdwijnen dan maar in kleine hoekjes en vakjes, waar je ze later natuurlijk nooit meer terugvindt.
 
Ik doe iets verkeerd. Ik denk dat ik voor 95 procent geordend ben, maar die laatste 5 procent maken alsnog de puinhoop.
 
Bij de Japanner met de transportband eet ik sushi en drink ik, in de stevige wind vanaf zee, mijn biertje. Ik merk aan mijn huid dat al het zweet weer is verdampt. Er komt een prettig gevoel over me heen, of komt dat door de alcohol? </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Wed, 27 May 2026 13:18:07 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;They like it hot.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3556</link>
   <description> 
 
 
Dinsdag, 26 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
De dagen beginnen op te schieten en ik kom erachter dat de doelen die ik mezelf had gesteld waarschijnlijk niet allemaal gehaald gaan worden. Het is meer werk dan gedacht. Toch merk ik dat ik er meer plezier in krijg dan de afgelopen weken. Misschien omdat er langzaam orde ontstaat in de chaos.
 
Vanochtend maar weer begonnen in de slangenkuil, die inmiddels behoorlijk op orde begint te komen. Dat voelt veiliger, zeker met het oog op toekomstige lekkages. De slangklemmen blijken verroest, ondanks hun vermeende rvs-uitvoering. Bij het losdraaien breken de schroeven waarmee het bandje wordt aangetrokken gewoon af. Dan maar rigoureus: alles vervangen en overbodige lengtes slang afkorten. Dat geeft rust. De kraan inlijmen en als extra zekerheid een mooie kitrand eromheen. Het ziet er bijna professioneel uit, en dat is op een boot al heel wat.
 
De tijd vliegt. De warmte merk ik nauwelijks meer en ondertussen vergeet ik te drinken en te eten, zodat rond half drie pas de eerste echte rustpauze komt. Dat is misschien niet helemaal volgens de tropenhandleiding, maar de slangen wonnen het vandaag van de dorst.
 
Na wat telefoontjes probeer ik de genuaval weer terug in de mast te brengen. En dat loopt niet lekker en deze klus kost meer dan een uur. Meteen haal ik een andere lijn uit de mast voor de wasmachine. Je moet de overwinning vieren zolang hij nog vers is.
Bij het avondeten schakelt de bediening de feestelijke verlichting aan. Een lamp explodeert, vergezeld van een steekvlam. Wat ze al niet doen om het gezellig te maken voor me.
 
Op de Engelstalige radio hoor ik dat er in Maleisië in elk geval tot eind juli 2026 geen brandstofproblemen worden verwacht. Een liter 95-benzine kost hier ongeveer negentig eurocent. De regering subsidieert de prijs, dempt daarmee de kosten van levensonderhoud en houdt de economie politiek en sociaal stabiel. De kern is simpel: brandstof is hier geen gewoon product. Goedkope benzine werkt door in bijna alles, vervoer, eten, bouwmateriaal, visserij, kleine handel, taxi’s, Grab, vrachtwagens en toerisme. Als de pompprijs plotseling stijgt, stijgt het hele prijsgevoel in het land mee. Daarom houdt de overheid 95 kunstmatig laag. Een sociale schokdemper. Misschien zouden ze daar in Den Haag ook eens over nadenken. En dan even niet het sociale gelul dat je hier alleen maar de kilometervreters mee subsidieert. Denk eens aan het grote gemiddelde en getallen.
 
Tegelijkertijd staat TikTok onder druk omdat er content zou circuleren die tegen de koning van Maleisië is gericht. Verbieden is natuurlijk altijd makkelijk, maar dan begint censuur wel erg dicht bij alle dag te staan.
 
Ook speelt nog de kwestie rond de niet geleverde raketten waarvoor Maleisië honderden miljoenen claimt. Het land laat zich niet graag afschepen, zeker niet als de rekening al betaald lijkt.
En dan zijn er nog waarschuwingen voor extra harde wind en veel regen. Het past bij het weerbeeld van de afgelopen dagen: extreme warmte, zware buien en dreigende luchten. Ze zeggen hier misschien: They like it hot, Nou ik Niet!
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Tue, 26 May 2026 11:50:04 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Met minder slang toch meer.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3555</link>
   <description> 
 
Maandag, 25 mei 2026
 
Pangkor Marina
 
Geen Pinkstergevoel in dit land. Ik zie geen enkele Duitser naar het strand trekken, geen files met imperials op het dak, geen campers vol hevig zwetende vakantiegangers en ook vandaag zijn er geen opstoppingen bij de meubelwinkels. Wat is dit voor een land? Normaal gesproken heb ik deze dagen altijd gezien als een lang weekend, al ontging de diepere betekenis me meestal. Hier wordt ineens duidelijk dat ik me in een overwegend islamitisch land bevind.
 
Vanochtend ben ik druk in de weer geweest met het slangenprobleem. Niet dat ik last heb van kronkelende slangen in de boot, maar wel van kronkelende waterslangen naar de verschillende apparaten. Soms vraag ik me af: hoe heb ik dit ooit zo kunnen aanleggen? Vaak was het een kwestie van de boel snel aan de gang krijgen, met de gedachte dat ik het later wel netjes zou leggen. Dat later kwam er natuurlijk nooit van, want het werkte prima. Toch ben ik blij dat er nu eindelijk een soort orde wordt geschapen.
 
Een paar keer loop ik naar buiten, de hitte in, om met polyester basismateriaal de inlaten van de kranen goed te bewerken. Alles moet mooi vlak zijn voordat ik de inlaat en de kraan definitief bevestig. Het is in het algemeen een klusdag onder dekking van de airco, die het nauwelijks kan bijbenen tegen het bombardement van warmte buiten. Toch ben ik blij met iedere graad temperatuurverlaging die door de boot wordt geblazen.
 
Tevreden en trots op mijn karwei: "met minder slang toch meer" zou een mooie quote kunnen zijn om de rest van de dag door te komen, maar hoor ook de golfbaan roepen. Ik voel het als een rustmoment: even aan niets anders denken dan aan dat stomme balletje en de vele hindernissen die je tegenkomt. Het gaat me steeds beter af, zeker nadat ik de driver uit de huurstokken haal die lijkt op de driver van Ike gisteren. Een Dunlop-driver. Ik voel de extra meters door de stok zingen.
 
Op de golfbaan beginnen ze me inmiddels te herkennen. Daar heb je die vreemde vent van gisteren weer. Maar het opent ook deuren. De portier snelt naar me toe om de deur open te houden, het meisje achter de receptie springt op en lijkt ogenschijnlijk blij me weer te zien. De man van de buggy’s vraagt me even te wachten, want hij heeft een goede kar voor me aan de lader staan. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als ik morgen of overmorgen weer kom. Roepen ze dan enthousiast: daar is hij weer? Of wordt het: daar heb je hem alweer?
 
Met de auto maak ik nog wat extra kilometers om de omgeving verder te verkennen. Steeds meer leuke en interessante plekken duiken op. Zelfs een Duitse bar met Duitse keuken. Dat wordt oppassen met bratwurst en een platgeslagen gepaneerde schnitzel. Want voor je het weet krijg ik hier alsnog een beetje Pinkstergevoel.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Mon, 25 May 2026 13:43:35 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Kuiten als Skippy-ballen&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3554</link>
   <description> 
 
Zondag, 24 mei 2026
 
 
Pangkor Marina.
 
Wakker schrikken van harde klappen van een val tegen de mast. De regen klettert op het dek. Dat wordt geen golf, dus ik gooi mijn programma direct om: de lijnen wassen in de wasmachines van de haven.
Vreemd genoeg voel ik enige weerstand om die machines te laden, de juiste zeep te kiezen en dan ook nog de vraag voorgeschoteld te krijgen welk programma ik wil gebruiken. Nou, simpel toch? Een kopje zeeppoeder erin, machine aan, startknop indrukken en vijfendertig minuten wachten. Soppen en nog eens soppen, tot alles weer fris als een roos uit de trommel komt.
 
Alleen denkt de wasmachine daar anders over. Ik haal de zoutloze lijnen eruit in een gordiaanse knoop. Hoe krijgt zo’n machine het voor elkaar om een keurige paalsteek te verwarren met een oud wijf, om vervolgens enthousiast aan een Turkse knoop te beginnen? Geduldig trek ik aan losse eindjes, haal lus na lus uit elkaar en probeer weer een duidelijke lijn in deze wanorde te krijgen. Wel mooi om te zien hoe schoon de lijnen zijn geworden. Tussen de bedrijven door krijg ik zelfs de kans om mezelf uitgebreid te douchen.
 
De donkere wolken trekken langzaam over, maar de zon blijft ver weg, verstopt achter een dik wolkendek. Toch blijkt dit juist ideaal weer om de golfexpeditie alsnog aan te gaan.
Wat word je hier ontspannen en gewoon ontvangen. Geen gedoe met kledingvoorschriften, tijden kunnen worden ingepast en als het zo uitkomt, loop je gewoon mee met de groep voor je. De baan is prachtig en staat bekend als een parcours waar ook professionele wedstrijden worden gespeeld. Keurig onderhouden fairways, strak maaiwerk, maar vooral de greens zijn een plezier om op te spelen. Je hoeft de bal nauwelijks een tik te geven; hij blijft vanzelf doorrollen naar het gaatje.
 
Ik speel mee met Ike, een Hindoestaanse man, en zijn wondermooie vrouw. Ze nodigen me hartelijk uit om met hen mee te lopen. Ike is een veel te zware man, met kuiten als skippyballen en de hangbuik van een overjarige beer, maar wat kan die vent golfen. Drie parren op een rij. Afslagen waar zelfs Wil Barten jaloers op zou worden. Zeer onder de indruk probeer ik mijn best te doen. Hoe dan ook: je trekt je op aan een beter niveau. Uiteindelijk kom ik met 34 punten van de baan. Dat smaakt naar meer. Ik neem me voor om deze week nog een keer te gaan.
 
 
Terug bij de Queen B bruis ik van de positieve energie en begin direct aan de afwerking van de gaten in de romp, om ze nog een extra laagje te geven. Daarna ruim ik losse spullen in de kajuit op. Bij de bar eet ik een eenvoudige nasi goreng en drink mijn dagelijkse biertje. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 24 May 2026 13:27:43 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Ambulance&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3553</link>
   <description> 
 
Zaterdag, 23 mei 2026
 
Pangkor Marina
 
 
Wat zijn de nachten toch mooi als je er niets van merkt. Deze keer heb ik eindelijk goed geslapen en schrik pas wakker van wat gerommel op de helling. Koffiezetten, een toast als ontbijt. Bij het openschuiven van het luik slaat de intense warmte van de haven meteen naar binnen. Luik dus maar weer dicht en een klus binnen zoeken.
 
Airco aan en vervolgens spring ik van het één op het ander. De nieuwe accu-waarschuwing van Victron blijkt niet te werken en na veel meten, kijken en nog eens proberen moet ik het opgeven: het apparaat is kapot. Dat bevestigt zelfs ChatGPT. Eindelijk eens iemand die het met me eens is.
 
Met de schuurmachine in mijn hand wil ik naar buiten om de rompreparatie vlak te schuren. Dan zie ik iemand tussen de boten door lopen die ineens langzaam naar de grond zakt en zelfs op de harde steentjes blijft liggen. Merkwaardig! Meteen alarmfase. Ik vraag hem of het goed gaat. Hij zegt van wel, maar ik vertrouw het niet en loop toch maar naar hem toe.
 
Gelukkig komt Joe van de haven er ook bij. We vragen hoe hij heet en waar hij vandaan komt. Allemaal goede antwoorden. Joe denkt dat het van de warmte komt en daar lijkt het in eerste instantie ook op. Geen pet, een dun mouwloos T-shirtje en een Amerikaans gewicht dat niet helpt in deze tropische oven. Jeff uit Californië wil het liefst blijven liggen en bijkomen.
Toch vertrouw ik het niet en maan Joe om een ambulance te bellen. Daarna begint het wachten. Meer dan een uur voordat de wagen met apparatuur er is. Ondertussen zie ik op de bloeddrukmeter waarden die niet geruststellen en denk ik aan hartfalen. Tien keer de boot op en af voor kussens, water en jam voor de suikers. Praktische dingen, maar ondertussen grijpt het me meer aan dan ik wil toegeven.
 
Ik ben blij als Jeff uiteindelijk naar het ziekenhuis kan, maar moet zelf ook even bijkomen van alle zorgen. Ik trek me terug in de koelere ruimte van de Queen B, neem een lichte lunch en ga daarna toch maar weer verder met het schuren van de romp. Alsof je met schuurpapier ook de spanning van je weg kunt schuren.
De warmte, beter gezegd: de hitte, is zelfs voor de autochtonen te veel. En als zij wijselijk in de schaduw blijven, is dat voor mij een duidelijk teken dat ik ook moet stoppen met werken. Ik neem de auto met airco om ontspannen een eindje te rijden, afreageren, genieten van de omgeving.
 
Bij de Damai Laut Golf and Country Club informeer ik naar de mogelijkheden. Geen probleem: ik kan starten wanneer het mij past. Dus reserveer ik voor morgen om negen uur. Daarna rijd ik met de auto over het terrein richting DoubleTree Hotel. Ontspannen kom ik aan op mijn vaste stek aan de waterkant en krijg dirct een biertje aangereikt, dit voelt ook als een warme plek maar dan in een andere context. Geen romp schuren, geen meters maken, geen alarmfase en hoop dat het morgen weer een gewone dag wordt.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 23 May 2026 13:11:59 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Champignon Broccoli soep&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3552</link>
   <description> 
 
Vrijdag, 22 mei 2026
 
 
Langkawi – Pangkor Marina
 
Een uur voor de afvaart sta ik al in de terminal van de veerboot. Zeker weten dat ik op tijd ben, want te laat komen zou me zomaar weer een hele dag kunnen kosten. De zee is vlak en toch wordt het een onrustige tocht. Tot twee keer toe haalt de veerboot de snelheid eruit en lijkt hij ergens op te wachten. Waarop, blijft onduidelijk. Ook nu zit ik weer opgesloten in een overvolle boot, in één grote ruimte waar ontsnappen geen optie is.
 
Ik ben blij als we aankomen in Kuala Perlis en drink een kop koffie bij Zus. Zus is een koffieketen die gloeiendhete koffie serveert in een papieren bekertje met een dekseltje erop. Het bekertje is niet vast te pakken en het dekseltje is er niet af te krijgen. Ik vermoed dat niemand van Zus ooit zelf heeft geprobeerd om deze koffie onder normale omstandigheden te drinken.
Dan volgt de overbodige vraag of je hem mee wilt nemen of ter plekke wilt gebruiken. Meenemen? Je kunt hem niet eens vasthouden. Bij een eerste poging om te drinken smelten de vullingen bijna uit mijn kiezen. Tijd nemen dus. Geduld als overlevingsstrategie.
 
Bij het hotel van enkele dagen geleden staat het gifgroene autootje keurig op me te wachten. Maar bij het wegrijden doet de transmissie wel erg vreemd. In Drive schakelen gaat nog goed, maar zodra ik gas geef, slaat de motor op hol en met een harde klap grijpt de overbrenging aan. Het wordt een rit vol onzekerheid, maar met horten en stoten kom ik vooruit.
Ook hier kennen ze files. Bij George schuif ik aan in een rij van zeker vijf kilometer. De airco lijkt het maar net bij te kunnen houden, maar in de auto is het tenminste nog dragelijk. 
 
In de buurt van Sitiawan haal ik boodschappen en pas bij het uitstappen voel ik hoe warm het buiten werkelijk is. Zinderend heet. Boven de autodaken trilt de lucht alsof de wereld zelf aan het verdampen is.
Terug in de haven, bij de Queen B, voelt het nog warmer. De nabijheid van de zee lijkt de hitte alleen maar dikker te maken. Gutsend van het zweet, dat zich overspannen een weg naar buiten zoekt door mijn poriën, loop ik in rustig Surinaams tempo de vijftig meter naar de opslag. Drijfnat haal ik de kranen en afsluiters op voor de verdere reparatie van de romp.
 
Nu moet ik beslissen: niets doen of toch nog een klus aanpakken. De klus wint. Zoals zo vaak. Ik stort me op de elektra en plaats de nieuwe accucontrolemeters. Het voordeel van zo’n klus is dat de tijd vliegt. Doeken op de grond om het zweet op te vangen, maar uiteindelijk ben ik toch blij dat het gedaan is.
 
De kwelling van het niet-gedane is een ruimte die je nooit verlaat.
Die zin blijft hangen. Niet alleen bij deze klus, maar ook in de dagelijkse overpeinzingen. Er zijn dingen die je uitstelt, maar die intussen wel met je meereizen. Onzichtbaar, maar zwaar genoeg om hun aanwezigheid te voelen.
 
’s Avonds is de eigenaar van de bar zichtbaar blij me weer te zien. Hij brengt direct een heerlijk bord Champignon-broccolisoep om uit te proberen. Een vloeibare opkikker die ik naast mijn biertje goed kan gebruiken.
 
De barsessie loopt uit op uitgebreid telefonisch contact met de thuiswereld. En zo eindigt de dag toch nog ergens tussen zweet, soep, bier en stemmen van ver weg.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 23 May 2026 03:11:24 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Emmer sinaasappelsap&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3551</link>
   <description> 
 
Donderdag,21 mei 2026
 
Rebal – Langkawi
 
 
 
Bukkend voor het lage loket kijk ik het halfdonker in, waar een dame apathisch kaartjes verkoopt voor de ferry. De arrogantie druipt ervan af. Het is razend druk, dus waarom zou je ook moeite doen om een kaartje te verkopen? De klanten komen toch wel.
 
Ik vraag om een ticket.
“Heb ik niet.”
“Heb ik niet?” vraag ik verbaasd.
“Nee.”
“En voor vanmiddag?”
“Heb ik ook niet.”
“Wanneer dan wel?”
“Morgen misschien.”
“Morgen misschien? Wanneer gaat de eerste boot dan?”
“Half acht.”
“Mag ik dan een kaartje voor half acht?”
“Moet ik even kijken,” krijg ik als antwoord.
Uiteindelijk loop ik toch nog bijna blij weg met kaartje nummer 609. Er zijn maar 700 plaatsen op de boot, dus ik mag niet klagen. Ik kom nog eens van geluk onder de trein, zullen we maar zeggen.
 
Met het kaartje stevig op zak ga ik meteen op zoek naar alternatieven, maar ook die blijken allemaal uitverkocht. Het lijkt wel alsof het eiland door aliens bezet gaat worden en iedereen in paniek probeert te vluchten.
 
Goede raad is duur, dus wandel ik maar de stad in, dwars door de zinderende warmte. Langzaam begin ik terug te verlangen naar de regen van gisteren. In de verte zie ik een hotel met een prachtige gevel: Eagle Hotel. Maar bij nader onderzoek blijkt het zo’n hotel te zijn dat je ook per uur kunt huren. Dat toch maar niet.
 
Uiteindelijk kom ik terecht bij het Seaview Hotel, voor dertig euro per nacht. Keurig, maar zeer islamitisch: geen alcohol, geen smaak en geen kraak. In het restaurant ligt een ober met zijn hoofd op tafel te slapen. Wanneer ik me meld als klant, lijkt hij eerder geïrriteerd dan verheugd. Ik vraag nog of ik iets kan eten. Dat blijkt te kunnen, maar hij blijft gewoon zitten.
 
Ik trek dit niet en zeg dat ik wel ergens anders ga eten. Hij haalt zijn schouders op alsof dit voor alle partijen de beste oplossing is.
Aan de overkant van de weg vind ik een restaurant waar het gelukkig heel anders gaat. Een dame met hoofddoek komt bij me aan tafel zitten om het menu te bespreken. Ze adviseert wat vandaag het beste is en ineens voel ik me weer helemaal gelukkig. Een emmer sinaasappelsap en een prima maaltijd maken de dag weer even plezierig. Zo kan het dus ook.
 
Vanochtend René nog even goedendag gezegd met een kop koffie. Ik zie hem in de stress om alles op tijd af te krijgen. Ook hij vertrekt vandaag, na het bezoek van de makelaar. Erg commercieel is hij niet, want hij heeft het vooral over de mooie dame die zijn boot heeft getaxeerd. Toch valt de getaxeerde prijs in dollars niet tegen. Alleen jammer dat de dollar zo laag staat.
 
Veel geschreven, maar uiteindelijk weinig gedaan vandaag. Nu lig ik een beetje lam op bed, wachtend tot de dag voorbij is. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 22 May 2026 12:48:47 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Nare berichten&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3550</link>
   <description> 
 
Woensdag, 20 mei 2026
 
Rebak
 
 
Ik zit vooral in de weg. René is druk met tientallen lastminuteklussen voor de verkoop en moet tussendoor ook nog koffie verstrekken. Gelukkig heeft hij twee kleine klusjes in de aanbieding die ik graag doe. De lekkende rompafsluiter bij de wastafel maak ik tijdelijk dicht met een rubber lapje en een slangklem. Meteen geef ik hem advies hoe hij de afsluiter later kan vervangen zonder dat de boot daarvoor uit het water hoeft.
 
Ook de kitrand langs het aanrecht heeft zijn beste tijd gehad. De keuken is er beter mee af als de oude kit gewoon wordt verwijderd. Schrapen, schuren, een beetje olie erop en het ziet er meteen een stuk verzorgder uit. Tegen elf uur druk ik mijn snor en maak een uitgebreide wandeling door de haven. Daarna lunch ik in de centrale ruimte van het resort en vlucht vervolgens naar mijn kamer, want opnieuw trekt er noodweer over.
 
Opvallend in het nieuws is de ruzie met Noorwegen. Dat land heeft de exportvergunning ingetrokken voor een Naval Strike Missile-systeem voor marineschepen, terwijl Maleisië zegt alles al betaald te hebben. Er wordt nu tweehonderd miljoen schadevergoeding geëist en de zaak wordt onacceptabel genoemd, schadelijk ook voor het vertrouwen in Europese defensieleveranciers. Ik vraag me af of de achterliggende reden niet is dat wij Europeanen zelf veel te weinig defensiemateriaal hebben en ons inmiddels bedreigd voelen.
 
Iets verder in de berichtgeving staat de aankondiging van de Raja van Perlis. Hij droomt ervan om van zijn provincie een soort Dubai te maken: een handels- en logistieke poort voor de ASEAN-landen, het samenwerkingsverband van Zuidoost-Azië dat je misschien het best kunt omschrijven als een soort EU-light.
 
Later in de middag maak ik opnieuw een wandeling, maar door de hevige regenval zijn de onverharde paden nauwelijks begaanbaar. Dan maar weer een rondje door de haven. Uiteindelijk ga ik op het strand zitten, waar verschillende nare berichten uit Nederland binnenkomen. Ik realiseer me dat ik er rekening mee moet houden om eerder naar huis te gaan.
 
Op het strand buitelt en stoeit ondertussen een familie otters door het zand. Ze trekken veel bekijks en de bar loopt er spontaan voor leeg. Het is prachtig om te zien: kleine, speelse lijven die zich niets aantrekken van onze zorgen, plannen en verkoopklussen.
 
Later zorgen Emma en Daniel van de Lola B, die we nog kennen van de Indonesiëreis, voor extra gezelligheid. We praten bij over mensen, boten en belevenissen. Zoals dat gaat in havens: iedereen is ergens onderweg, maar de verhalen blijven vaak nog lang hangen. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Thu, 21 May 2026 05:11:03 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Keurig wachten&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3549</link>
   <description> 
 
Dinsdag, 19 mei 2026
 
Kuala Perlis – Rebak.
 
Eindelijk een goede nacht. Bij het wakker worden grijp ik direct naar mijn telefoon om te horen hoe het de Blue Spirit is vergaan. René blijkt rond vijf uur ’s ochtends voor de ingang van het eiland te zijn aangekomen, maar moet tot negen uur wachten voordat hij naar binnen kan. Vannacht onweer, windstoten van meer dan dertig knopen en intense regenval. Opvallend stoïcijns neemt hij alle ongemakken voor lief. Hij klaagt eigenlijk alleen dat er van slapen de laatste achtenveertig uur weinig terecht is gekomen.
 
Ik ga naar de ontbijtzaal, waar het ontbijt nogal schamel is. Alles lijkt bovendien verknald met honing en andere zoetigheden. Zelfs in de koffie proef ik de overheersende chloorsmaak van het water, zodat ik het bij een halve kop houd. Daarna regel ik de parkeerplaats voor de huurauto en loop naar de ferryterminal. Daar blijkt de eerste boot naar Langkawi pas om twee uur te vertrekken. Dat wordt wachten.
 
Ik maak een ommetje door de stad en sla mijn tijd stuk met een koele cola bij de KFC-kipcorner, waar de kip verrassend goed smaakt. Daar kunnen de meeste Indonesische en Maleisische restaurants nog wat van leren.
Wachten duurt lang. De vertrekhal voor de boot naar Langkawi vult zich langzaam, maar om twee uur is er nog altijd geen ferry. De wind neemt toe en het begint te regenen, begeleid door enkele donderslagen. Eindelijk, rond drie uur, komt de boot langszij en mogen we aan boord. Een tiental gevangenen met handboeien krijgt voorrang. Het is een afschrikwekkend gezicht. Ik neem mij ter plekke voor om voortaan zelfs bij een leeg zebrapad keurig te wachten tot het licht op groen springt.
 
Ook nu wacht de boot eerst op beter weer. De regen klettert op het aluminium dek, de lucht trekt dicht en het zicht verdwijnt. Zolang we nog aan de kade liggen kan er weinig gebeuren, maar inmiddels ben ik het wachten helemaal zat. Net op het moment dat ik wil opstaan om van boord te gaan, wordt de loopplank weggehaald en vertrekt de ferry.
 
Eerst langzaam, uit veiligheidsoverwegingen, want door het raampje zie ik nog een andere boot voorbijschuiven. Na die passage gaat het los. Vol gas door de soep van regen en wolken. Water spat langs de ramen, een vergeten stootwil zwiept als een soort ruwe ruitenwisser tegen het glas, en het geluid lijkt op dat van een straalmotor. Ik heb vaak genoeg gelezen over gezonken veerboten met veel slachtoffers in Azië en kijk onwillekeurig rond naar een mogelijke ontsnappingsroute. Die is er niet. Als hier iets gebeurt, is het einde oefening.
 
Rond kwart voor vijf stap ik in een totaal ander Maleisië aan wal. Welvaart, mooie gebouwen, schone straten en druk verkeer. Hoe kan zo’n verschil bestaan binnen hetzelfde land? Langkawi is een toeristisch eiland en bovendien dutyfree, en dat trekt investeringen aan. Langkawi verkoopt beleving. Kuala Perlis verkoopt vooral functie: grensplaats met Thailand, doorvoerhaven en werkplaats aan zee.
 
In de stromende regen neem ik op Langkawi een taxi naar de ferry voor Rebak. Wat een mooi eiland is dit. Jachthavens, bossen, onderhouden werkplaatsen en winkels; het is een feest om hier te zijn. Daarna stappen we opnieuw in een kleinere veerboot. Door de inmiddels opgebouwde zee krijgt ook deze boot flink wat te verduren. Er verschijnen een paar angstige gezichten, maar het leed is gelukkig snel geleden.
 
In het resort tref ik René weer, nadat ik mij heb geïnstalleerd in een prachtige, luxe hotelkamer met uitzicht op zee. Wat een plek. Dit smaakt naar meer. En zo is de dag, na alle regen, vertraging en ferryfantasieën over het einde der tijden, toch nog goed gekomen.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Wed, 20 May 2026 04:13:18 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Lijn in de schroef&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3548</link>
   <description> 
 
Maandag, 18 mei 2026
 
Pangkor Marina – Perlis
 
 
Voor elk probleem heeft Rush een oplossing. Als Chef de Bureau van de jachthaven is zij door de jaren heen uitgegroeid tot een echte duizendpoot. Vraag je om een huurauto, dan staat er binnen een kwartier een wagen klaar en kan ik, bij wijze van spreken, meteen vertrekken richting Perlis.
 
Het wordt een rit van vier uur over verschillende tolwegen en ik ben blij dat ik van tevoren nog even vraag hoe dat hier werkt. Kan ik gewoon contant betalen bij een loket, of heb ik een speciale kaart nodig? Dat laatste dus. Er bestaat een tolkaart die, naar ik begrijp, alleen bij Petronas-tankstations te koop is.
De wegen zijn goed, het verkeer valt mee en de omgeving is bijzonder: eindeloze palmbomen, rijstvelden en bij George Town ineens veel industrie.
Net voorbij de files van George Town pingt plots WhatsApp. René is zonder motor. Ik kan het bericht niet goed lezen tijdens het rijden, dus zoek ik eerst een parkeerplaats om rustig te kijken wat er aan de hand is. 
 
In de nacht is zijn motor plots stilgevallen door een lijn in de schroef. De oversteek was met vier knopen tegenwind en stroom tegen toch al geen feest voor de voortgang, en nu probeert hij terug te zeilen naar een ankerplek om daar in rust de lijn uit de schroef te snijden.
De Wet van Murphy doet er nog een schep bovenop: hij krijgt ook nog een paar onweersbuien met flinke regen over zich heen. Gelukkig kan ik hem wat moed inspreken. Na een uurtje hoor ik dat de klus is geklaard en dat hij weer onderweg is naar Rebak. De verwachte aankomsttijd is nu morgenochtend acht uur.
 
Ik rijd verder naar mijn geplande slaapplek voor de ferry van morgen. En daar kom ik weer in een totaal andere wereld terecht. Het prachtige hotel waar ik arriveer, is verworden tot een rammelend geheel. Door jarenlange verwaarlozing lijkt het bijna niet meer te repareren. De huizen in de omgeving zijn vaak half vervallen, maar voor de deur staat dan wel een grote, glimmende auto. In de restaurants liggen gescheurde plastic zeiltjes als tafellaken op wankele tafels.
Tientallen keurig geklede dames met hoofddoekjes helpen je vriendelijk en beleefd, maar ondertussen vraag ik me af hoe mensen zo kunnen wennen aan een omgeving die langzaam uit elkaar valt. 
 
In het hotel trillen de ramen mee tijdens de oproep tot gebed. Ik ben weer eens in een andere wereld beland. Onwillekeurig vergelijk ik het met Indonesië. Het verschil lijkt te zijn dat de mensen daar vaak weinig hebben, terwijl hier van alles is, maar het onderhoud, de zorg en de liefde voor de omgeving lijken soms zoekgeraakt.
 
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Mon, 18 May 2026 12:55:00 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Nasi Italia&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3547</link>
   <description> 
 
Zondag, 17 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
Eindelijk is het dan zover: lijntjes los. Na een laatste koffie en het opruimen van de poetslappen zwaai ik de Blue Spirit uit. Morgen wil ik een auto huren om Rebak Marina, waar René naartoe vaart, alvast te verkennen voor mijn eigen reis over drie maanden. Daardoor voelt het afscheid niet al te zwaar; over een paar dagen hopen we elkaar alweer te zien.
Ik gooi de laatste rommel van de steiger in de afvalbak en loop naar het water om de Blue Spirit door de ondiepe haveningang te volgen. Alles gaat goed. Geen drama, geen vastloper, geen monteur die nog snel een onderdeel uit de motor wil schroeven. Een geruststellend gezicht.
 
Daarna fiets ik terug naar de Queen B, waar het tweede gat in de romp op me wacht. Inmiddels voel ik me bijna ervaringsdeskundige. Met vaste hand tamponeer ik de hars in het ronde gat en maak daarna ook nog snel de aansluiting van het accu-alarmsysteem klaar. Zo’n dag waarop de klussen ineens vanzelf lijken te gaan, al moet je dat op een boot nooit te hardop zeggen.
Na de lunch fiets ik naar Lumut, waar het heerlijk toeven is op het grasveld aan de waterkant, tussen tientallen dagjesmensen. Aan het aantal hengels te zien moet het hier wemelen van de vis, maar ik zie niemand iets vangen. De verhalen over de grootte van de vissen klinken mij vooral als vissers-Maleis in de oren.
Even later takelt iemand, na een indrukwekkende aanloop en veel vertoon van techniek, een visje van vijf centimeter uit het water. Daar zou ik persoonlijk de barbecue niet voor aansteken, maar ik wil de families hun bakken en braden niet ontnemen. Het lijkt hier wel een nationale volkssport. De walmen van verbrand vlees en vis komen me tegemoet en tegen de tijd dat ik het einde van de boulevard bereik, voel ik me zelf een gerookte makreel.
 
Met de wind in de rug fiets ik terug naar de haven. Op het terrein trakteer ik mezelf op een ijsje en een cola zero, een kleine beloning voor het fietsen, repareren en doorstaan braadgevaar.
Aan boord ruim ik de boel nog wat op en ’s avonds ga ik bij een Italiaans restaurant nasi goreng eten, Nasi Italia. Dat is misschien niet logisch, maar op reis hoeft niet alles te kloppen. Soms is het al mooi genoeg dat het smaakt.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 17 May 2026 14:11:58 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Tokkelt als een typmachine&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3546</link>
   <description> 
 
Zaterdag, 16 mei 2026
 
Pangkor Marina
 
 
 
Er verdwijnen steeds meer onderdelen van de motor in de gereedschapsbak van de monteur op de Blue Spirit. Drie experts zijn driftig bezig om een ogenschijnlijk simpele lekkage op te lossen. Voor René’s gemoedsrust is het waarschijnlijk beter dat hij wat afstand neemt van de vette handen die overal hun vingerafdrukken op het interieur achterlaten.
Mijn nacht is iets beter geweest en ik voel me een stuk gelukkiger. Met fris enthousiasme begin ik aan het polyesterwerk: twee grote gaten in de romp moeten dicht. Het zijn de oude doorvoeren van een B&#38;G-netwerk dat al eeuwen niet meer gebruikt wordt. Letterlijk en figuurlijk wordt het dus schoonschip maken.
Ik begin met het knippen van kleine rondjes glasmat en zet aan de binnenkant van het gat een glad plastic plaatje vast, zodat er een bodem ontstaat waarop ik kan werken. Het is secuur werk en handschoenen zijn absoluut noodzakelijk, want werkelijk alles plakt. Bijzonder blijft het: vloeibare polyesterhars verandert door slechts één procent harder in korte tijd in een staalharde composiet. Ergens in die stroperige massa wordt een chemisch startschot gegeven, waarna de moleculen zich aan elkaar vastgrijpen alsof ze nooit meer los willen laten.
Het gerepareerde gat voelt al snel keihard aan. Als ik erop klop, klinkt het hetzelfde als de rest van de romp. Dat geeft vertrouwen.
Met de fiets maak ik een rondje over het terrein. Later eet ik samen met René bij een plaatselijke eettent een eenvoudige maaltijd van witte rijst, kroepoek en sambal-ei. We bespreken enkele scenario’s voor het geval de motorreparatie tegenvalt. Maar gelukkig krijgen we rond vier uur te horen dat de klus is geklaard. De machine loopt weer en tokkelt als een typemachine.
Wat zit een mens toch vreemd in elkaar. Alle zorgen, noodscenario’s en alternatieve plannen worden direct overboord gekieperd. Het vertrek wordt voor morgen rond tien uur aangekondigd. Als de wind dan niet te hard blijft doorstaan, kan René zijn planning misschien toch nog halen.’s Avonds eten we gezamenlijk op het strand en drinken een afscheidsbiertje. 
 
René gebruikt de rest van de avond om de motor nog wat uren te laten draaien en vertrouwen te winnen. De Blue Spirit maakt zich opnieuw klaar voor vertrek. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 17 May 2026 13:23:21 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Cadeautjes&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3544</link>
   <description> 
 
Donderdag, 14 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
Mijn plek aan boord is weer teruggevonden, ergens tussen alle scheepse en niet-scheepse spullen. De ladder staat tegen de zwemtrap en ik begin de koffer uit te pakken. Het voelt alsof ik een Sinterklaaskoffer openmaak: vol cadeautjes, hebbedingetjes en noodzakelijke onderdelen voor de reparaties die op mij liggen te wachten.Ik leg alles alvast op de plek waar het hoort, of tenminste op een plek die logisch lijkt voor later gebruik. Dat is aan boord al bijna een vorm van orde. Maar orde is relatief op een schip. Je denkt dat je met één klus begint, maar de boot heeft meestal een eigen agenda.
 
Ik wil de fiets opbouwen, maar de banden staan slap. De fietspomp moet ergens voorin, in de achterkajuit liggen. Dus begin ik uit te laden. Zoals dat gaat: je zoekt één ding en vindt tien andere dingen die allemaal óók aandacht vragen. Zo drentel ik een beetje doelloos maar toch nuttig rond. Aan boord spring je niet zomaar van de hak op de tak; je volgt een verborgen route die de boot zelf lijkt uit te stippelen.
Uiteindelijk kom ik uit bij de afsluiters in de achterkajuit. Die maak ik los om ze te vervangen, maar nog steeds geen fietspomp. Dan maar alle kasten nalopen. Ondertussen zie ik dat de koelkast het niet doet. Dus laat ik de pomp voor wat hij is en begin ik stekkers na te lopen, zekeringen te zoeken en met de multimeter te meten. Na een uur zoeken blijkt de boosdoener een gecorrodeerd kabelschoentje te zijn.Koelkast weer aan de praat.
Daarna ga ik verder met het terugladen van de achterruimte. En dan, bij de laatste graai tussen wat doeken, valt de fietspomp zomaar in mijn handen.Met andere woorden: bij de allereerste graai van het uitladen had ik hem waarschijnlijk al vast gehad.
Zo gaat dat met bootklussen. Je begint met een fietspomp, belandt bij een afsluiter, raakt verstrikt in een koelkast, vindt een gecorrodeerd kabelschoentje, ruimt een halve kajuit uit en eindigt weer bij de fietspomp. Het lijkt een slingerkoers: een beetje naar bakboord, dan weer naar stuurboord, soms zelfs achteruit. Maar wonderlijk genoeg kom je aan het einde toch uit waar je wezen moet.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 17 May 2026 13:20:06 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h2&#62;&#60;/h2&#62;</title>
   <link>https://www.queenb99.nl/article-3545</link>
   <description> 
 
Vrijdag, 15 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
 
Met een gehuurde auto van de haven staat René enthousiast bij mij aan boord om zijn vertrekdocumenten te regelen. Ik stap graag in; even eruit, en bovendien ben ik benieuwd hoe die papierwinkel hier in de praktijk verloopt. Ik rijd, René navigeert, en zo schuifelen we langs de verschillende instanties. Tot onze verrassing gaat alles vlot. Bijzonder vriendelijke ambtenaren, met die onverstoorbare glimlach die je hier vaker ziet, helpen ons langs de balies. Stempel hier, handtekening daar, en langzaam maar zeker wordt de Blue Spirit administratief vertrek klaar gemaakt.
Nog even langs de supermarkt voor de laatste boodschappen. Alles lijkt op schema te liggen. Om twee uur kan de Blue Spirit het water in. Ik maak een paar foto’s van de tewaterlating. René staat trots op het achterdek, zichtbaar opgelucht dat het nu eindelijk zover is. De motor wordt gestart en slaat direct aan. Een mooi moment: schip in het water, papieren geregeld, boodschappen aan boord, de reis kan beginnen.Maar de oversteek van de helling naar de steiger is nog maar net gemaakt, of er blijkt olie uit de motor te lekken. Niet een beetje zweten of nadruppelen, maar genoeg om meteen alarmbellen te laten rinkelen. De monteur besluit zonder aarzeling tot een rigoureuze aanpak. Onderdelen verdwijnen één voor één in technische mandjes: eerst de brandstofpomp, dan de dynamo, en later zelfs de kop van de motor.Ik heb met René te doen. 
 
Alles zit hem tegen. Eerst de tewaterlating met de lekkende afsluiter, en nu dit olieprobleem. Je ziet zijn planning langzaam in rook opgaan en zijn stress is begrijpelijk. Toch laten de monteurs zich van hun beste kant zien. Ze blijven rustig, werken door en beloven de volgende ochtend om negen uur terug te komen om alles zo snel mogelijk weer in orde te maken. Het vertrek is vertraagd, maar nog niet opgegeven.
In een wat bedrukte stemming sluiten we de dag gezellig af met Henk en Julie, de Australisch-Nederlandse buren die al die maanden dat wij weg waren gewoon op hun boot zijn gebleven. Een bijzonder stel: 87 en 85 jaar oud, maar nog altijd dagelijks de ladder op en af voor de meest gewone, maar essentiële dingenzoals boodschappen en toiletbezoek, een wandeling over het terrein. Je zou er een voorbeeld aan kunnen nemen. Misschien is dat wel de ware zeemansgeest: niet klagen, gewoon doorgaan, ook als de ladder wat steiler wordt en de dag anders loopt dan gepland. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 16 May 2026 12:13:43 GMT +0200 </pubDate>
  </item>

 </channel>
</rss>
