Logboek 2020

Ochtend humeur

Maandag, 17 februari 2020

 

 

 

S 16º 53,207 W 102º 18.920 - S 18º 22,349 W 103º 18.336

 

We hebben een wachtsysteem van 3 uur op en drie uur af. Vanzelfsprekend heb ik de zwaarste wacht uitgedeeld aan het enige op dat moment aanwezige bemanningslid Jacqueline. De wacht van 2 tot 5 uur. Beetje vervelend is, dat als de wacht overgedragen wordt, dat ze de wind mee naar bed neemt. Ik blijf achter met zoeken naar wind en het eeuwigdurende geklooi naar de beste stand van de windvaan en de schitterende en minder mooie zonsopgangen. Deze wacht wordt behoorlijk vergald door wisselende winden, klotsende golven en een continue alert blijven. Voordeel is dat de wacht zo voorbij is en je kunt prima uitleggen dat je een ochtendhumeur hebt.

 

Je blijft steeds alert en zie bij het stellen van de windvaan de borgpen vreemd zitten en zie dat de touwtjes die de boel voor verlies moeten behoeden strakker gedraaid worden door het draaien van de hoofdpen. Theoretisch is het mogelijk dat door het draaien van de hoofdpen deze de kleine borging eruit trekt en het roer loskomt. Het dunne rode lijntje moet het blad dat wel met een klap kunnen opvangen en daar twijfel ik aan. Bij ochtend gloren de genua indraaien en laat de zwemtrap in het water en met een knik door de knieën sla ik een extra lijn door het handvat van het roer. Oplossing om bij calamiteit de schade zo beperkt mogelijk te houden. Ook bij controle over het dek zie ik dat de neerhouder los is gekomen. Het lijdt allemaal veel en je moet elk onderdeel continue in de gaten houden.

 

We zijn ver weg op de oceaan of zee van het grote niets, geen vogels, geen dolfijnen en sta verwonderd over dit niets het grote NADA.

Aan boord gaat alles zijn gang en kunnen met tegen de rand van verveling de dag aan. Nog 725 mijl te gaan en varen met tevredenheid de naar de rand van de wereld waar wij in zitten.