Logboek 2014

Tussen Suriname en Amsterdam.

Oud en Nieuw.
Oud en Nieuw.

 

Woensdag, 31 december 2014.

 

Amsterdam

 

De wind neemt weer eens behoorlijk toe en hebben regelmatig 27 knopen op de klok. Het schip sprint vooruit en het lijkt of de Queen B met alleen de fok alle remmen kwijt is.

We besluiten om de Oud en Nieuwjaar proost te doen om 20.00 lokale tijd overeenkomend met de 00.00 in België en Nederland. We proosten, zoenen elkaar een mooi jaar toe en drinken een glas Cava, deze is jammer genoeg zonder prik. Hebben die Kaapverdianen weer wat beloofd wat ze niet leveren.

 

Dit schreef ik precies een jaar geleden op het log. Toen zaten we midden op de oceaan op weg naar Suriname. Onvergetelijke ervaringen opgedaan in Suriname, de stranden van de Carieb, de mensen die we onderweg ontmoet hebben, het zeilen over grote afstanden, de windstiltes van St Maarten en de Azoren, terug aan het werk, einde van mijn avontuur China, het is allemaal verpakt in één jaar.

 

Vandaag in de Aeolus haven blijven liggen om het oudjaar aan boord te vieren. We lopen door de stad en bezoeken het Rijksmuseum. De maritieme geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met de cultuur of anders onze cultuur is de zee. Oorlogvoeren als economische aanjager in de Gouden Eeuw. Ik laat het op me inwerken. Het Rijksmuseum heeft een hoog ohh en ahh gehalte van mijn schoolse opvoeding maar ik vind het een weinig spannend museum.

We beloven elkaar het nog eens over te doen.

 

De avond wordt luid knetterend uitgeblazen, de donderslagen en de vuurpijlen vullen de nachtelijke hemel, de wensballonnen(ballon met open vuur) gaan met de wind op jacht naar het niets. De bakboordzijde van de Queen B wordt een veilige haven voor de Waterhoentjes en de eenden. De vogels stuiven in paniek overal heen, "Zijn die lui helemaal gek geworden met dat geknal?". Wij vallen elkaar in de armen en nemen ons voor om zo snel weer op weg te gaan. Op weg in een oneindige wereld met veel avonturen met als onderdeel een gelukkig en gezond 2015.

 

 

Met volle vaart de sluis uit.

Winden en tegenwinden
Winden en tegenwinden

Dinsdag, 30 september 2014

 

IJmuiden – Amsterdam.

 

Afgelopen weekend is het erg koud geweest in Brabant en is er een dik pak sneeuw gevallen. Wij keken met onze onnozele Brabantse ogen uit het raam en namen aan dat het geen pretje zou zijn om naar de boot te gaan. Het is een totaal verkeerde conclusie want de weersomstandigheden zijn in het Noorden verschillend met het Zuiden. Ik heb spijt dat we niet eerder zijn vertrokken maar aan de andere kant hebben we heerlijke familiedagen achter de rug. Gisteravond zijn we naar de verjaardagen van de Tweeling geweest en na de heerlijke hapjes van de jongelui in België doorgereden naar IJmuiden.

 

Bij het opstaan, lijkt het buiten koud maar als ik dik aangekleed in d kuip sta is het zelfs aangenaam warm. Alexandra helpt me mee om de tent af te breken en Karen zorgt voor een vlekkeloze afvaart uit de box. Bij de sluis moeten we wachten op twee sleepschepen die ik voor laat gaan omdat zijn hun beroep uit oefenen. Ze schuiven mooi naar voor in de kleine sluis en ik leg het schip aan achter in de sluis. Bij het uitvaren zetten de heren de schroef een beetje te enthousiast in vooruit zodat wij op en neer gegooid worden aan onze lijnen. De Queen B wordt zelfs een paar maal zonder stootwil tegen de kade muur geduwd en het zachte gekraak brengt mij het kippenvel op de armen. Mopperend en boos vaar ik uiteindelijk de sluis uit. Ik had dit moeten melden aan de sluismeester want dit lijkt nergens op.

 

Eenmaal uit de sluis is de ergernis snel vergeten en rol ik de Genua uit. De dames hebben het naar hun zin en ik nog meer. Later houd ik de motor bij om toch wat vaart te houden. Een gigantische Bulkcarrier volgt ons, maar de Queen B is deze keer wat sneller zodat ze elkaar geen last bezorgen. Bij Zaandam een tussenstop voor dieselolie maar nog belangrijker drinkwater laden. Rond de middag zijn we in de Aeolus-haven, waar ik me afvraag waar Aeolus vandaan komt.

Aeolus was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notos de zuidenwind, Euros de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Aeolus hield deze winden opgesloten in een grot en kon ze als hij dat wilde uitzenden om wind te brengen.

Aeolus ontmoette Odysseus op de Liparische Eilanden. Hij gaf deze een zak mee, waarin de tegenwinden zaten, zodat Odysseus nooit last van tegenwind zou hebben. De reisgenoten van Odysseus waren echter zo nieuwsgierig, dat ze in de zak keken. De tegenwinden ontsnapten, waardoor Odysseus zijn bestemming nog niet kon bereiken.

Aeolus was eveneens de godheid die ervoor zorgde dat de Grieken niet konden uitvaren naar Troje (dit op aandringen van Artemis), alvorens koning Agamemnon zijn dochter Iphigeneia aan de godin zou offeren.

Dit verklaart een hoop en kijk nu anders naar de naam Aeolus.

                                                                                                              

Wat blijkt op het terrein naast de haven is een Foodmarket van de Jumbo gevestigd. Een geweldig concept en loop met plezier in de winkel om de boodschappen voor de avondmaaltijd te halen. Een koude maar heerlijke dag op het water waar we als plezierschip met één motorschip de enige op het water waren.

 

God van de Boeren

Kogge, schip uit de 13e eeuw.
Kogge, schip uit de 13e eeuw.

 

Zaterdag, 11 oktober 2014

 

Muiden – Amsterdam.

 

Het Muiderslot intrigeert me. Ik heb het verschillende malen bezocht maar zie er steeds weer andere dingen. Ik wist uit een vorig bezoek dat Floris V een markant Graaf was en aan het begin heeft gestaan van het Binnenhof in Den Haag. De vader van Floris V heeft opdracht gegeven voor het grafelijk slot, maar heeft het niet kunnen meemaken dat het werd afgebouwd. Bij een expeditie tegen de Friezen zakte Willem met zijn paard door het ijs en werd door de Friezen letterlijk en figuurlijk een kopje kleiner gemaakt.

 

Hierdoor werd Floris V op twee jarige leeftijd de nieuwe graaf, zijn oom voerde tijdelijk het bewind. Floris V besloot eerst de dood van zijn vader te wreken door een veroveringstocht tegen de Friezen. Het werd een grote mislukking zodat de jonge Floris V enkele boeren extra gunsten moest verlenen vanwege zijn verlies. Hij werd meesmuilend Der keerlen god genoemd. De god van de Boeren. De jaren daarop wist hij wel zijn gebied te vergroten, Amstelgebied, Woerden en veroverde West-Friesland. Amsterdam werd een echte Hollandse stad. In 1290 kwam het Binnenhof klaar en later liet hij ook het Muiderslot bouwen. De boeren vermoorden hem toen hij met zijn paard in een sloot belandde. Zo vader, zo zoon. Een ander verhaal vertelt dat hij tijdens een valkenjacht gevangen genomen werd en bij een ontsnappingspoging gedood met 22 messteken. Geschiedenis is gruwelijk en dat zal het van nu ook zijn.

Na het beklimmen van de verschillende smalle trappen en het lopen over smalle roosters van het ene kanteel naar het andere, de verschillende zalen, lopen we de kruidentuin in. Het regent nu hard en met een nat pak lopen we terug naar de boot en we melden ons bij de havenmeester af.

 

Op motor varen we naar de Oranjesluis. Tijdens het schutten klaart het weer op en de zon begint zowaar weer te schijnen. Aeolus heeft nog één plaatsje voor ons over en blijft er voor de nacht

De geschiedenis van het Muiderslot, het authentieke van het kasteel nog in het hoofd doen we boodschappen in de Dirk. Wat is Nederland sinds 1200 veranderd. Niet alleen in techniek maar ook met de verschillende bevolkingsgroepen onder ons. Onvergelijkbaar in de tijd maar het bijzondere van Amsterdam Noord is, hoe gemakkelijk alle mensen onder elkaar zijn. Ik vind het leuk om te zien, fijn om er tussen te zijn. Problemen zijn er nu maar die waren er 800 jaar geleden ook.

 

Surplace voor de sluis

ook het koninklijk huis zeilt.
ook het koninklijk huis zeilt.

 

Vrijdag, 10 oktober 2014.

 

Enkhuizen – Muiden.

 

Dirk brengt me van de controlepost naar het station en reis met de trein terug naar Enkhuizen. Om 11.00 ben ik terug aan boord en we maken de boel klaar om te vertrekken. De wind is Zuidoost geworden zodat het motoren wordt naar het zuidelijk gelegen Muiden. Ik roep via de marifoon de sluis op en deze melden dat ze meteen opengaan voor ons. Karen vraagt me of het beter is om aan te leggen bij de wachtsteiger maar ik zeg dat het niet nodig is. Het openen van de sluis laat lang op zich wachten en ik moet het schip in de smalle toegang op koers houden wat niet gemakkelijk is. Ik voel me net een fietser die bijna surplace staat te wachten voor een brug. Juist op het moment dat ik tegen Karen zeg dat we maar aanleggen, springen de lichten op groen. We varen naar binnen en moeten wachten op een schip welk een heel eind van ons vandaan is. Na de sluis de motor op 2900 toeren richting “Het Paard van Marken”. Na het Paard koers ik oostelijk van het eiland Pampus en varen naar de ingang van Muiden. Het kasteel staat nog altijd trots aan de haveningang en de Koninklijke jachthaven is verlaten door de Groene Draeck. De Groene Draeck is het schip van Prinses Beatrix maar is, uit varen, of het schip heeft een lekkere warme winterstalling voor het eeuwig durende onderhoud.

 

Ik vaar de haven van Muiden in en zie verschillende bordjes verboden aan te leggen, zodat ik het schip aan de langssteiger voor de dieselpomp aanmeer. De havenmeesteres doet wat narrig dat we niet eerst aangemeld hebben maar draait al snel bij en we hebben een heel leuk gesprek. Het blijkt dat zij met haar man ook het rondje Atlantic hebben gevaren en we delen elkaars enthousiasme over Suriname. De verhalen verbroederen en staan een hele tijd bij te praten. We kunnen zonder problemen blijven liggen op de plaats waar we nu zijn.

 

Na de aanlegprocedure en installeren van elektra lopen we samen het dorp of stad in. Varen wordt op deze manier verkennen van het Oude Holland. Morgen bezoeken we het kasteel.

Zuiderzee Museum.

Enkhuizen
Enkhuizen

 

Donderdag, 9 oktober 2014.

 

Enkhuizen.

 

We zien een vrije plaats en varen de Queen B naar de overkant van de haven. De kabel in de stroompaal en moeten nu wel voor de elektra betalen. De vorige paal gaf oneindig veel stroom, waarschijnlijk een vorig schip die vele Euro's in de paal heeft gesmeten en weg is gegaan of de paal is gewoon kapot, dat kan ook. Nu kost het stromen geld voor de stroom.

 

Het Zuiderzee Museum is meer dan één bezoek waard. We kopen ons ticket in het gebouw aan de haven en lopen de verschillende afdelingen door. In de grote zaal is te zien, onder meer een Marker botter, een ijsvlet, de snik Grietje, de boeier Sperwer en een Fries jagersbootje. Maak in een paar minuten mee hoe het kan stormen op de Zuiderzee, maar ook hoe verstild het kan zijn. De projectie laat ook botters in bedrijf zien en hoe de vissers zwoegen en lachen. Uitgebreid wordt er stil gestaan bij de overstromingen van Marken en Volendam. Marken heeft het flink te verduren gehad en we zien op de foto’s dat Koningin Juliana op rubber laarsjes, modder aan de voeten krijgt om de plaatselijke bevolking een riem onder het hart te steken.

 

Na de tentoonstelling in het gebouw steken we de weg over naar het buitengedeelte. Hier hebben ze een gedeelte Marken, Wieringen, Urk en Pampus gemaakt. Elk huisje heeft een eigen thema. In een winkeltje krijgen we een echte ouderwetse kaneelhomp. Ik voel me even een kleine jongen. Een handje in de grote glazen pot, de anderen om me heen ongeduldig geduldig wachtend, dat ook zij aan de beurt zijn. Een dikke homp in de mond bedank ik de Mevrouw en lopen lekker door in het zonnetje door de smalle straatjes. Op een terras drinken we een kop koffie, in het laatste zonnetje? In een kalkoven die schelpen verwerkte tot kalk, wachten we op de boot die ons terug brengt naar het station. Een Franse schoolklas met een aantal hyper actieve kinderen spelen hun spel. De zakken met brood en de tassen vliegen om en over ons heen. Terug aan boord gebruiken we de verlaatte lunch en ik ga naar de trein voor een tochtje naar huis met de trein. Karen blijft achter bij de snorrende kachel.

 

Een comfortabele manier van reizen en kom via het spoor verschillende malen in contact met bekend vaarwater.

Over, in of door een Aquaduct varen?

Een extra overstag voor deze Jol
Een extra overstag voor deze Jol

 

Woensdag, 8 oktober 2014.

 

Hoorn – Enkhuizen.

 

Er staat een Noordoosten wind zodat het niet meevalt om de punt van de Zuiderdijk bij Schellinkhout vrij te zeilen. We maken een overstag manoeuvre en lopen samen met een Staverse Jol. De Jol verliest meer hoogte dan wij zodat ik het gevoel heb dat de Queen B lekker scherp aan de wind kan blijven. Toch dicht komend aan de wal van de Zuiderdijk varen we langzaam vrij van de wal en koersen naar Oosterleek en vanaf nu hebben we een lekker windje richting Enkhuizen. Het schip heerlijk op één oor en rust aan boord. Het is fris buiten maar een dikke jas doet wonderen. Uit de kast haal ik een fleeze-muts en blijf op deze manier lekker warm.

 

Aangekomen aan de zuidzijde van de Markerwaarddijk is er een gesplitste ingang nar het sluizencomplex. Rechtdoor de vroegere jachtensluis, stuurboord is de nieuwe doorgang voor ons. Zonder dat we het merken varen we door een Aquaduct de auto’s zoeven onder ons door. Vreemd om dit te beschrijven varen we nu over, in of door een aquaduct. Met een tweetal andere schepen die de koude ook trotseren liggen we in de sluis en varen we naar de binnenhaven van Enkhuizen.

 

In de haven varen we bakboord uit en leggen aan bij de friettent en het station. We drinken een kop koffie in de kuip en zoeken voor een uurtje de warmte van de kajuit op. Na het uurtje boek lezen en warm worden, komen we buiten en in de tussentijd hangt er een plakkaat dat we morgenvroeg weg moeten omdat het een verzamelplek wordt voor klippers van de Zuiderzee Race. We hebben zojuist besloten om hier te blijven liggen omdat ik morgen weer even voor een controle naar huis moet. Het havenkantoor is niet bemand en kopen een bewijs van havengeld bij een automaat.

 

Enkhuizen is vergelijkbaar met Hoorn en toch heb je het gevoel dat het wat stadse is. De hoofdstraat is een leuk winkel gebied en we lopen naar de plaatselijke watersportzaak. We kopen er paar kleine dingetjes en hebben het moderne assortiment onderdelen voor een veilig vaartocht in het hoofd opgeslagen. Op de hoek van de haven drinken we een kop koffie en gaan aan boord. Een fijne zeildag, leuke bestemmingen aan het IJsselmeer, jammer dat ik steeds even op en neer moet gaan voor een controle zodat we niet echt doorvaren. We blijven liggen morgen.

Halal en Ramsj

boekenbal
boekenbal

 

Dinsdag, 7 oktober 2014.

 

Hoorn

 

Het bevalt Karen zo goed in Hoorn dat ik bij terugkomst niet onder druk gezet wordt om te vertrekken. Karen staat me op het station op te wachten en we lopen door de straten van Hoorn om boodschappen te doen. In een prachtige Islamitische supermarkt doen we boodschappen en kopen vlees uit de brandschone slagerij. Hier is iemand van de brood afdeling niet gerechtigd om te bedienen aan de vleeskant zodat iemand vanuit de winkel ons komt helpen om lamsvlees te wegen en te verpakken. Halal? We sprokkelen onze maaltijd bij elkaar en lopen verder door de straten van de stad. De goedkope winkels met de rotzooi voor heel weinig geld, de boekenzaken met de verse Ramsj. We kopen er een paar batterijen bij de Hema en wandelen terug naar de boot.

 

Ik begin uitgebreid te koken en we starten de kachel. Het wordt al snel heerlijk warm en besluiten met de kaart op tafel om morgen naar beneden te varen richting Muiden. Hoorn bevalt ons uitstekend in deze rustige maand. 

Vogelstront als lading.

vertrek uit Hoorn
vertrek uit Hoorn

 

Maandag, 6 oktober 2014.

 

Hoorn

 

 

Vandaag blijven we in de haven liggen. Ik ga vandaag met de trein terug naar huis en Karen blijft aan boord, maar eerst een wandeling door de stad. We lopen naar de Jongens van Bontekoe, de Cinema en de jachthaven die net buiten de stad ligt. Door de winkelstraten richting station. Bij een statig herenhuis zien we de toegangspoort open staan en lopen even de tuin in. Het blijkt een Stichting van Kaap Hoorn-vaarders te zijn. Je kunt bijzonder lid worden van het genootschap met speciaal certificaat, als je Kaap Hoorn zonder motor zeilend gerond hebt. Ik bedoel dan niet een of andere kaap in de buurt van Hoorn maar de echte Kaap Hoorn, het zuidelijkste puntje van Zuid Amerika.

 

We raken aan de praat met een zeer enthousiast bestuurslid en worden uitgenodigd om zaterdag aanwezig te zijn bij het uitreiken van certificaten aan de bemanningen van de Oosterschelde, de Europa en de Tecla.

De man legt de verschillende afbeeldingen van de schilderijen uit en toont ons de maquette van een schip.

Op 29 januari 1616 ontdekte Jacob le Maire en Willem Cornelisz. Schouten een nieuwe, korte, passage van de Atlantische naar de Stille Oceaan. De nieuwe passage noemden ze Straat Le Maire. Het belangrijkste doel van de ontdekkingsreis was bereikt. Doorvarend ontdekten ze een kaap, het uiterste zuidpunt van Zuid- Amerika, die noemden ze naar hun thuishaven KaapHoorn. 

De laatste zeilende vrachtschepen rondden de Kaap begin vorige eeuw, op de graanvaart vanuit Australië en de nitraatvaart(vogelpoep) van Chili naar Europa. Op die reizen was de ronding van Kaap Hoorn het dieptepunt in het zware bestaan van de opvarenden en tegelijk het hoogtepunt van hun zeemansprestatie. Zeelui die dit hebben meegemaakt voelen zich met elkaar verbonden.

Door dit onverwachte intermezzo mis ik bijna mijn trein. Karen loopt terug naar de Queen B en ik ga terug naar huis voor een medische controle.

 

De haven achter de bruine schepen

De zee, die trekt
De zee, die trekt

 

Zondag, 5 oktober 2014

 

Volendam – Hoorn

 

Wakker geschommeld door de rondvaartboten die toeristen naar Marken heen en weer varen. De bruine vloot vaart uit en wij maken ons op om te vertrekken naar Hoorn. Zinderella wordt uitgezwaaid en wij vertrekken naar Hoorn, mooi weer en een lopend windje.

 

Hoorn de stad met de jongens van Bontekoe. Het jeugdboek ” Descheepsjongens van Bontekoe” is in 1924 geschreven door Johan Fabricius en is geïnspireerd door het eerste deel van het Journaal van Bontekoe over een zeereis in de Gouden Eeuw. Het deel van de reis na de ontploffing bevat elementen uit het journaal maar wijkt er wel sterk van af. De verdere reizen van Bontekoe na aankomst in Indië komen in het jeugdboek niet voor. Het is een spannend verhaal en de jongens worden door de gemeente geëerd middels een bronzen beeld. De drie jongens kijkend over de muur naar de zee.

 

De ingang naar de binnenhaven ligt een beetje verscholen achter de bruine schepen die met veel touw, masten en opgedoekte zeilen het zicht wegnemen. Ik vaar dicht naar de haven en draai naar de kade. Een Vader staat er met zijn jongens te vissen en halen de één naar de andere baars boven water. Ik zie ze heimelijk alle visjes in een zak stoppen, groot en klein door elkaar. Dat wordt vis bakken. We leggen de Queen B aan en drinken een kop koffie met uitzicht van stad en haventje.

Een wandeling door het stadje en vinden een prima restaurant waar een Chinese familie een aantal restaurants heeft gekocht. De verschillende panden hebben verschillende keukens met een duidelijke Chinese inbreng. De fusion keuken op en top. Wij gaan eten bij het Franse restaurant en eten er uitstekend voor een betaalbare prijs.

Op de terugweg naar de Queen B zien we veel eetgelegenheden zonder gasten. De crisis is nog niet voorbij.

 

Indian Summer

kleurrijk
kleurrijk

 

Zaterdag 4 oktober 2014

 

IJmuiden – Volendam

 

Dit weekend is er afgesproken met vrienden in Volendam en zien de komende week als een welkome onderbreking van het werk om een rondje IJsselmeer te doen. Plannen genoeg maar het wordt een beetje doorkruist omdat ik aanstaande dinsdag opgeroepen ben voor een medische controle.

We laten het maar over ons heen komen zodat we gewoon vertrekken alsof we een week vrij hebben. Rond 0900 uur gaat de motor in zijn achteruit, de box uit en varen naar de sluis. Ik meld me aan en we worden weer naar de Zuidersluis gestuurd. Ik heb een hekel aan deze sluis omdat er een balk op de waterlijn ligt en er staat vaak een pittige stroom mee, bij het invaren. Zo ook nu en moet behoorlijk met motor achteruitslaan. De kunst is te zorgen dat we niet dwars meegenomen worden de sluis in. We leggen keurig vast met behulp van de middenbolder.

 

Karen krijgt het dekwerk steeds beter onder de knie en er is zelfs geen uitleg of ander overleg nodig. Oogcontact met schipper is genoeg om te weten waar vastgelegd dient te worden. Buiten de sluis trek ik het zeil op en we varen het eerste stuk van het kanaal met de lappen in de mast. Het is prachtig nazomer weer zodat we genieten in de herfst. Hebben wij nu een Indian Summer?

 

We houden het schip stand-by voor de Oranjesluis en mogen een tijdje wachten voordat de lichten op groen springen. Na de sluis komt de Schellinkwoudebrug. We draaien voor de brug, de slagbomen zien we omlaag komen, het verkeer vertragen en stoppen op de brug. Het brugdek komt omhoog en de lichten springen op groen zodat wij met een aantal schepen vrij baan krijgen. Tientallen auto’s mopperend op het asfalt achterlatend dat ze voor een paar van die jachtjes zolang moet wachten. Ik maak me er niet druk om maar zorg er wel voor dat de wachttijd zo klein mogelijk is.

Het wordt een heerlijke zeildag, Karen krijgt de kans om een heerlijk dutje te doen in de zon. Het paard van Marken meldt zich op de route als een baken in de voormalige Zuiderzee. We ronden de witte toren ruim en koersen rechtstreeks, nu wat scherper aan de wind naar Volendam. Buiten de vaargeul gaat de kar aan en varen een druk Volendam binnen. De rondvaartboten en de Marker-express  manoeuvreren in de haven. De havenmeester stuurt ons naast de Zinderella en laat dat nu toevallig onze afspraak zijn.

 

Veel herinneringen,bijpraten van de familieberichten en uitwisselen van ervaringen. Ko zorgt altijd voor enkele wetenswaardigheden en voordeeltjes. Het dieselprobleem wordt ruim besproken. Op het eind van de middag komt Koen aan voor een borrel. We lopen met zijn allen door het dorp. Er zijn veel horeca gelegenheden bijgekomen. Nog toeristische dan toeristisch. Andre Hazes verkleed als Volendammer, Gordon als Volendamse in de etalage verkleed als Volendammer 

Let's Party

feestje
feestje

 

Vrijdag, 3 oktober 2014

 

Ijmuiden

 

 

Voordat we vertrekken naar de Queen B vieren we een verjaardag in de familie. De jarige heeft een partytent neer laten zetten en er ontstaat een feestelijk gevoel. De tent is iets te groot zodat de twee buitenste  staanders op het erf van de buurman staan. De buurman zit er niet zo mee en komt helpen om de potten bier leeg te maken. Wij melden ons vroeg in het feestgedruis maar het feest zit net in zijn tweede ronde want bij de opbouw van de tent en bij het plaatsen van het meubilair heeft er al een “tentwarming” plaats gevonden zodat enkele bouwers al een flinke slok op hebben. Rond middernacht komen we aan boord.

Verdwaald tussen de telefoonhoesjes

waterschade
waterschade

 

Weekend 27 en 28 september 2014.

 

De zwarte markt is een vreemd fenomeen. Het is een evenement geworden, een super outlet winkel "Midden Oosten assortiment". Ik sta versteld hoeveel telefoonhoesjes in de aanbieding liggen en moet veronderstellen dat elke Nederlander twee keer per week zijn telefoon opnieuw inpakt met één of andere kekke nieuw kleurtje. Ik zie een stand met dure gebruikte Kango’s, industriële boormachines, meetapparatuur voor de bouw. Dit lijkt me een helerswinkel. Verschillende baasjes zullen hun spullen wel missen. Ik loop door maar vraag me af, hoe dit kan.

 

De Bazaar in Beverwijk is ruim 30 jaar dé plek waar uiteenlopende culturen samenkomen en bestaat uit verschillende marktdelen; ‘Zwarte’ Markt, Oosterse Markt, Grand Bazaar, Computermarkt, Hal 30 en Buitenmarkten.

De Bazaar is dynamisch, gedurfd en elk weekeinde weer anders en gezellig. Elk marktdeel koestert zijn eigen cultuur, sfeer en karakter en herbergt een eigen kenmerkend aanbod.

 

Wij lopen te dwalen tussen de lederen jasjes de roepende marktmensen. Mijn grootste interesse gaat uit naar het eten. Na een uur hebben we het gezien en rijden terug naar de boot. Gelukkig hadden ze mijn Camping-smoking niet in mijn kleur.

 

Gisterochtend heb ik de watertank losgeschroefd om het ketelsteen te verwijderen. Met een extra slang aan de waterpomp zuig ik de restanten stenen en gruis eruit. Een dikke witte drab verstopt het filtertje tussen de slang en de pomp. Ik kijk in de tank en zie een aangekoekte kalklaag, sediment, in de tank zitten welke niet loskomt. Dit is prima want dan heb ik er op korte tijd ook geen last meer van. Ik monteer de nieuwe gever en zet deze vast met een stel nieuwe schroefjes. Eén ervan is dol en hoop dat de tank dicht genoeg is. Na het vullen van de tank komt er iets water uit zodat ik het later opnieuw moet maken. Karen heeft op Schiphol Sarah opgehaald voor een weekendje boot.

Zondag speelt ze een wedstrijd in Utrecht. Karen brengt haar naar de wedstrijd en ik blijf aan boord voor de monteur van de Radar. Vervelend is dat het regent en hard waait, zodat ik onverrichter zaken naar huis ga. Het heeft geen zin om iemand de mast in te hijsen met de kans op natte elektronica.

 

 

 

Hollandse Polders

Mosterdmolen.
Mosterdmolen.

 

Zondag 21 september 2014.

 

Uitgeest – IJmuiden.

 

 

Bij het opstaan snuif ik de sfeer van herfst op. In de kuip zie ik spiegelglad water, beetje mistig, futen die met de nek op en neer gaan en zich rimpelloos door het water verplaatsen, stilte. Het water spiegelt niet maar is donkerzwart, een enkele vogel roept me nog. Ik loop naar de havenmeester om af te rekenen en ben me bewust van de stilte op de steigers. De rust van het late vaarseizoen.

 

Even wachten op een bui en varen de haven uit. Buiten de haven krijg ik de kans het zeil te hijsen en varen gezapig via Alkmaardermeer richting Zaandam. Vlak voor de eerste brug het zeil omlaag en de motor aan. De bruggen zijn allemaal van een afstand bediend zodat we regelmatig per brug moeten oproepen. Het gaat allemaal wat vlotter ondanks dat het zondag is. Ik krijg voor de Zaanse Schans geen plaatsje gevonden zodat we de brug doorgaan en in het kleine gastvrije jachthaventje gaan liggen achter het cultureel erfgoed.

Een van herkomst Italiaanse havenmeester vindt het geen bezwaar dat we een uurtje blijven liggen zodat we de handen vrij hebben om een wandeling door de verzameling oude huisjes en molens te maken. Mijn Belgische gasten hebben eigenlijk helemaal geen idee wat een molen is en er gaat een wereld voor hen open. Een molen is aangedreven door de wind maar kan verschillende producten verwerken. Windmolens om een polder te bemalen, verfstoffen produceren, mosterd malen, bakkersproducten, houtzagerij. Leuk om te zien maar als je alles wil zien dan is het een prijzig geheel. Bij elke molen moet entree betaald worden wat we maar overslaan zodat we via de kleine etalages en uithangborden kunnen zien wat de productie is. Het geeft een vrolijk beeld, de draaiende wieken met de Zaan op de achtergrond. De Japanners, Chinezen, Italianen, Belgen enzovoort op een smalle dijk van molen naar molen. Na de molens door het dorp. Tinnegieter, kaasmakerij, snuisterijen, poppenhuis, bakker. Met een gevulde koek in de hand tussen de groene houten huisjes door. Echt toeristisch maar wel leuk.

 

Met een goed gevoel lopen we terug naar de boot en varen terug naar de haven. Een leuk weekend met het Holland als rode draad.

Holland op zijn smalst.

de graafmachine in Noordzeekanal
de graafmachine in Noordzeekanal

 

Zaterdag, 20 september 2014.

 

IJmuiden – Uitgeest

 

Bij de sluis van Zaandam staan grote platen met een aankondiging van werkzaamheden. Bij de oproep van de brug vraag ik toch voor de zekerheid of de sluis draait. De sluismeesteres heet ons van harte welkom en legt uit, dat de werkzaamheden pas maandag beginnen maar dat we nu gewoon binnen kunnen varen. Ik leg het schip aan de stuurboordzijde en ga afrekenen. De beschermende hekwerken staan op de kade zodat ik het sluisgeld door de tralies moet steken, wie staat er achter de tralies, wij of de havenmeesteres?.

 

Na de sluis begint de echte show, het rondkijken op de Zaan. De fabrieken, de huizen, het Hollandse landschap en bovenal de Zaanse Schans. De molens draaien zich suf in de rondte voor de vele toeristen. We varen door om een ligplaats voor de nacht te hebben en zullen morgen stoppen voor een bezichtiging van de Schans. Erik, de zoon van Karen, is aan boord en ben bezig met een Holland toer voor onze Belgische passagiers. Het havengebied met de dampende Hoogovens, het sluizencomplex, Noordzee kanaal met de havenactiviteiten en de schepen die af en aan varen op dit drukke water.

 

Om de verbinding tussen de Haven van Amsterdam en de Noordzee te verbeteren werd in 1824 het Noordhollandsch Kanaal tussen Amsterdam en Den Helder in gebruik genomen. Dit kanaal voldeed al snel niet meer aan de eisen van het groeiende scheepvaartverkeer. Vanaf ongeveer 1848 is men gestart met de zoektocht naar alternatieven voor het Noordhollandsch Kanaal. In 1852 nam de Gemeente Amsterdam het initiatief voor een commissie die tot taak kreeg alle mogelijkheden te onderzoeken voor een kanaal van het IJ door de duinen naar de Noordzee, dat was immers de kortste verbinding. Met dit plan was het doorgraven van de duinen nabij Velsen, of op het smalste deel van Holland ('Holland op zijn Smalst') vereist. Na vele plannen onderzocht te hebben, was men in december 1861 zover gekomen dat een concessie voor het graven van een kanaal en de exploitatie kon worden verstrekt. Deze concessie werd in januari 1863 goedgekeurd door het parlement.

Bij Koninklijk Besluit werd op 16 juni 1863 de concessie verleend aan de vennootschap 'De Amsterdamsche Kanaal Maatschappij' (AMK) met als voorzitter Simon Wolf Josephus Jitta (1818-1897).

Een Nederlandse aannemer durfde het werk niet aan te nemen, maar in Engeland waren de heren Lee, die reeds veel ervaring hadden met de aanleg van havens in Engeland, bereid de klus te klaren. De aanneemsom bedroeg 27 miljoen gulden. Na 11 jaar graven, dijken aanleggen en bouwen aan sluizen werd op 1 november 1876 het kanaal geopend door koning Willem III, Josephus Jitta hield de feestrede. Financieel was het geen succes voor het AMK; in 1883 werd de maatschappij geliquideerd en nam het Rijk alle verplichtingen en rechten over.

 

En dan, varen wij achteloos over het water met de geschiedenis verzonken in de modder of misschien toch niet zo achteloos? Ik vind het prachtig om op een andere manier naar de wal te kijken of te denken over wat er zich afgespeeld heeft. Veel is er te vinden op het internet, op en over dit gebied.

 

Tegen de avond varen we via de Zaan naar het Alkmaardermeer. In de jachthaven van Uitgeest varen we achter een groot motorschip aan. Het motorschip wordt gemaand door de havenmeester om achteruit terug te varen zodat we gedwongen worden om vreemd te laveren tussen de steigers en het motorschip, om deze voorrang te verlenen naar de uitgang. Wij worden naar een ander groot schip aan een kopsteiger gestuurd om daar aan te leggen om te overnachten. Na het eten lopen we over het terrein en worden overvallen door een flinke bui zodat we een veilig heenkomen onderde luifel van het restaurant. Een open haard met Infra rood verwarming in de nok, maakt het behaaglijk om een kopje koffie te drinken. Na de bui lopen we terug naar de boot en drinken een koffie in de kuip met uitzicht op allerlei verlaatte binnenkomers.

Michiel de Ruiter.

Marine en nationale trots.
Marine en nationale trots.

 

Vrijdag, 14 september 2014

 

Den Helder – IJmuiden

 

Met twee Jerrycans sta ik bij de pomp om 0900 uur. Niemand aanwezig en wacht voor het kantoor. Twintig minuten te laat komt de havenmeesteres het kantoor openen en gaat achter het bureau zitten en vraagt me buiten te wachten omdat de computer nog opgestart moet worden. Bij een knik, stap ik het kantoor binnen en krijg te horen dat ik strafbaar ben door te verzwijgen dat ik zonder diesel was. Van geen kwaad bewust en probeer me het gesprek voor de geest te halen met de Verkeerscentrale en herinner me dat ik de VC op de hoogte heb gebracht van geen motor. De VC heeft niet doorgevraagd maar een zeer correcte medewerking verleend. Mevrouw de Havenmeesteres blijft maar herhalen van mijn strafbaar feit en dat alle gesprekken opgenomen worden. Vraag wat te doen bij zogenaamde echte motorpech? Dan mag je de haven invaren. Bij het melden van geen diesel? Dan sturen wij de Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij naar U toe om een kannetje diesel te brengen. Dit is de wereld op zijn kop, is de KNRM er niet voor dringender zaken?

 

Ik heb hier te doen met een hysterica eerste klas en ze blijft maar telkens hameren op mijn nalatigheid zodat ik me steeds meer een kleine jongen voel terwijl zij eens naar haar eigen handelen moet zien. Verkeerde box aanwijzen, niet goed inschatten van de situatie die ontstond toen de sleper mij door de haven zwierde, te laat op haar werk komen en het al maar blijven herhalen van eventuele schade aan andere schepen. Er is door mij helemaal geen schade veroorzaakt! Het schiet me op een bepaald moment de neus uit en zeg haar dat Michiel de Ruiter ook zonder motor de haven in is gevaren en dat het helemaal geen bureaucratisch probleem was indertijd.

 

Met humeur van nul loop ik terug naar de boot met de diesel en begin aan de ontluchting. Dat valt niet mee en krijg de motor niet gestart. Vorige week heeft Herman de motor een grote beurt gegeven en overal nieuwe filters geplaatst zodat ik het niet zoek in een vervuilde filter. Ik bel Herman en hij geeft mij advies dat ook niet blijkt te werken. Herman springt meteen in de auto om me te komen helpen. Dat is pas service. SOS-Spaanstra te Zandvoort als A-team altijd bereid tot assistentie voor schippers in nood.

 

Ik kan het niet goed hebben en gebruik de wachttijd op Herman om alles na te lopen. De standpijp eruit, terug erin de leiding schoon blazen en haal het ogenschijnlijke schone filter uit de behuizing. Ik plaats er een nieuwe filter in en ontlucht opnieuw en de motor slaat aan. Het blijkt nu dat het laatste restje diesel van de tank, het filter heeft dichtgeslagen en verstopt is geraakt. Meteen bel ik Herman op dat de motor loopt, hij is op een 10 minuten afstand van me en zeg hem dat hij het best terug kan rijden want hij kan niets meer doen. De kosten van het rijden moet hij me berekenen.

Ik vaar met een tevreden grommend machientje de haven uit en trek het zeil net buiten de haven op. Ik zeil met achterlijke wind richting IJmuiden. Twee schepen halen me in met spinnaker waar ik een serie foto’s van maak. Rond 1800 uur draai ik de haven binnen en we gaan naar huis na een bewogen weekend.

Zonder motor de haven in.

vroeger moest je zeilend de haven in.
vroeger moest je zeilend de haven in.

 

Zaterdag, 13 september 2014.

 

IJmuiden – Den Helder.

 

We hebben ons ingeschreven voor het evenement de Blauwe Hap van de YSY, in de Den Helder. Al met al een druk programma zeker na de waarschuwing die ik van de week heb gehad om het rustig aan te doen. We staan wat later op dan normaal omdat we vannacht laat aan boord zijn gekomen. Ik pak de gereedschapskist om de tankopening los te schroeven en de dieselvoorraad te bepalen. Ik wil de diesel van de reis opstoken om daarna de tank schoon te kunnen maken. Ik meet 12 cm diesel zodat ik met de ervaring van de afgelopen maanden de schaal van 12 vermenigvuldig met 7 liter per centmeter is 84 liter. Dat is ruim genoeg om naar Den Helder te varen. We wachten het tij af en vertrekken om 1200 uur op motor in plaats van kruisend tegen de wind zeilen naar Den Helder.

 

Er zijn geen vertrekkers(andere schepen) met ons maar we genieten van de witte kustlijn, de zeiltjes van de kitesurfers, de wandelende silhouetten en kom lekker tot rust met een snorrend machien onder ons gat. Voorbij Petten zie ik enkele zeiltjes van zee af richting strand varen, dit zijn enkele YSY schippers die vanochtend al om 0900 vertrokken zijn om de tocht zeilend te volbrengen. Ik heb er bewondering voor. Ineens valt de motor uit en bedenk dat dit door vuile diesel is. De gereedschapkist uit de kast en schroef de leiding van het filter los om door te blazen. Ik blaas en verplaats alleen maar lucht, dit lijkt op gebrek diesel. Snel draai ik de standpijp uit de tank en steek mijn peilstok in de tank. Leeg! Ik heb me misrekend met de 12 centimeter, waarschijnlijk zit er een v-bodem in de tank zodat deze centimeters geen 7 liter vertegenwoordigen. Ik kijk om me heen en overweeg een aantal mogelijkheden. Terug naar IJmuiden met de wind mee of kruisen naar Den Helder en aanschuiven aan tafel? Stephan van de Time Bandiet komt naar ons toe varen en vraagt wat er aan de hand is. Ik leg het uit en zeg hem dat de club maar alvast moet gaan eten en dat we wat later komen.

 

Ik zet het zeil en we zeilen heel ontspannen, opkruisend het Marsdiep in en laveer de haven iets voorbij zodat ik met halve wind de haveningang in kan zeilen. Ik roep de Verkeerscentrale Den Helder op en meld dat ik zonder motor ben en of ik toestemming krijg om de haven binnen te zeilen. Ik krijg alle medewerking en de VC (verkeerscentrale) geeft aan dat er geen scheepvaart is en dat ik naar binnen kan komen. Vervolgens roep ik de haven op en de havenmeesteres is al op de hoogte gebracht dat ik zonder motor in aantocht ben. Ik reef het grootzeil en vaar op de fok de Marinehaven in en meteen achter de palen naar de jachthaven minder ik vaart omdat mij de eerste de beste box toegewezen is bij binnenkomst. Wat blijkt de toegewezen box is bezet en moet nu vaart maken omdat de havenmeesteres wil hebben dat ik achter in de haven ga liggen. Dat lukt niet meer omdat ik geen vaart kan ontwikkelen tussen de beschutting van de schepen en de havenkom. Ik maak een zachte landing in de buurt van de eerst toegewezen box. Mark van de YSY heeft ons zien binnenvaren en heeft van Stephan gehoord dat we zonder motor binnen zullen komen. Mark komt aan boord in zijn nette pak om ons te helpen, klasse! Een bevoorradingsschip van “van den Oord” wil ons een sleepje in de haven geven om de Queen B naar achter te brengen. Het gaat ongehoord hard, het in zijn werk zetten ervaart voor mij als topsnelheid, in zijn werk achteruit is een aanslag op de lijnen en vind het veiliger om schade te voorkomen, een zeilschip aan een kopsteiger een lijntje te geven en bedank de liftgever voor zijn dienst.

 

De Havenmeesteres vraagt ons waarom wij langs dit schip zijn gaan liggen, in plaats van de door haar aangewezen plek. Ik leg uit dat we schade wilden voorkomen zodat dit de veiligste optie was. Morrend accepteert de dame de ligplaats en leg haar uit dat we zonder diesel zijn gekomen en of we morgen kunnen tanken. Om 0900 gaat het havenkantoor open en zo ook de dieselpomp. Op het schip naast ons hoor ik een commentaar hoe ik het in mijn hoofd haal om zonder diesel te vertrekken. De man heeft gelijk maar er is wel een kleine voorgeschiedenis aan het verhaal.

 

De club YSY zit aan tafel in de officiersmess aan een viertal tafels. De schalen met eten zijn op het eind maar wij weten nog een prima maaltijd bij elkaar te schrapen. Leuke gesprekken met de tafelgenoten en bij de koffie. De officiersmess is een elitaire gelegenheid waar gepaste kleding voorgeschreven is bij binnenkomst, geen spijkerbroek, geen T-shirt. Leuk om te zien dat iedereen zich aan het kledingvoorschrift houdt zodat het een fijne sfeer schept.

 

Wij gaan naar de boot om tot rust te komen, ik hoor op de andere schepen de gezelligheid over de haven zoemen.

Avondduinen

strand
strand

 

Weekend, 29,30 en 31 augustus 2014.

 

IJmuiden

 

Door drukte van Karen aan haar thuisfront blijf ik alleen aan boord. Een mooie gelegenheid om allerlei karweitjes aan te pakken. Maar het vreemde is dat ik tot niets kom. Een mens met drukke werkzaamheden is actief en kan soms meer doen dan nodig, terwijl als je weinig te doen hebt ga je ineens niets meer doen. Er moet dus druk op de ketel staan. Ik heb nu tijd genoeg en doe niets. Ik wandel over de steigers om de steigerdrukte aan te zien, de vakantiegangers. Jammer dat ik geen bekenden tref. In het strandcafé drink ik een wijntje en zie de mensen lekker wentelen in de zon. De avond brengt zijn eigen sfeer. Een gedicht van Bloem verwoordt:

 

Avondduinen 

Met de avond worden de duinen eenzamer, 
luider aanhoudend wordt het zeegeruis, 
ten schip de van ’t omheen vervreemde kamer, 
een alleen eiland het geluidloos huis. 

Eenzamer dan de duisterende paden, 
die van huis naar ’t eeuwig ruisen gaan, 
is ’t hart dat, onherroepelijk verraden, 
elken dag weer van niets moet voortbestaan. 

 

 

Op maandag wacht ik op een monteur voor mijn dynamo maar tref geen show-up zodat ik naar huis rijdt met een gevoel van een lui en rustig weekend.

 

Regen en wind.

manouevreren met S-spant is anders.
manouevreren met S-spant is anders.

 

Zondag, 10 augustus 2014.

 

Amsterdam – IJmuiden

 

Wij lopen nog even naar de Nieuwendijk en genieten van de aparte sfeer op de zondagochtend in dit stadsdeel. Veel winkels zijn al open en drinken een kop koffie op de hoek van de Nieuwendijk en een gracht. Prima koffie, mooie gracht maar worden door de regen naar binnen gedreven. We wachten af en lopen terug naar de boot. Katrien zit achter de computer maar komt aan dek om mee te helpen met uitvaren. Jammer genoeg moeten we tegen de wind in varen en zijn aangewezen op de motor. Verschillende buien vallen uit de hemel en trek toch maar mijn oliegoed aan om droog te blijven. Karen houdt me gezelschap in de kuip onder een deken en valt zelfs even in slaap.

 

De sluis wacht op ons maar sluit de deur terwijl ik een collega zeiler in de verte aan zie komen. Deze heeft pech. De sluis stroomt weer en het valt niet mee om aan te leggen. De S-spant pakt veel water zodat we snel de neiging hebben om dwars weg gezet te worden. Flink wat motor kracht erbij en we liggen keurig netjes langs de muur. Als de sluisdeur open gaat komt de deining flink door van de zee. We komen rollend de haven binnen en zie dat we weer flinke wind dwars in de box zullen hebben. Met een snelle manoeuvre draaien we de box in en Cor van het schip aan de andere kant van de steiger helpt een handje mee. Hij mompelt en moppert een beetje dat ik er niets van kan, hij had het heel anders aangepakt, maar ik ben blij dat we prima liggen. S-spantje gedraagt zich anders dan een rondspant met aangehangen roer denk ik bij mezelf.

 

 

Multicultireel.

Albert Cuyp, je komt er iedereen tegen.
Albert Cuyp, je komt er iedereen tegen.

 

Vrijdag, zaterdag, 8/9 augustus 2014.

 

IJmuiden - Amsterdam.

 

Luc heeft dit weekend gepland om zijn schip terug te varen naar Brabant. Drie vrienden assisteren hem voor dit karwei. Het plan is langs de kust naar Stellendam maar de weersvoorspellingen gooien roet in het eten. Op het achterdek wordt druk vergaderd met grote potten bier en ik houd me er afzijdig van. De uitslag van de vergadering is dat ze via het Noordzeekanaal en het Amsterdam Rijnkanaal de terugreis doen. Wij zullen met hen opvaren richting Amsterdam.

 

Rond 8 uur is iedereen in de weer. Wij met onze lijnen om los te gooien en de box uit te varen. Luc met zijn bemanning aanwijzingen gevend komt achter de Queen B aan. Voor de sluis valt het niet mee vanwege de harde wind en de golven die tussen de pieren door rollen richting sluis. Ik houd het schip in zijn werk achteruit om de drijftijd richting sluis te beperken. Ik instrueer Karen het gebruik van de middenbolder en waarschuw haar voor de sterke stroming in de sluis. Luc vaart naar de stuurboordzijde van de kolk en wij houden het op bakboord. Ik leg de lijn van de middenbolder over de bolder van de sluis. De stroom duwt het achterschip van de muur af zodat het voorschip richting sluiswand komt te liggen. Het ziet er een beetje vreemd uit maar alles is onder controle omdat we vast liggen. Het wekt de hilariteit op van Luc dat we nog niet eens fatsoenlijk kunnen aanleggen.

 

Buiten de sluis zet ik de fok en we maken flinke vaart. De eerste kilometer vaart de Queen B 7 knopen zodat we de Beagle bij kunnen houden. Ik bel, zoals elke ochtend mijn vader, en schep op tegen hem dat ik Luc zeilend bijhoudt en dat ik moet uitkijken dat ik niet tegen het hekwerk van hem aanloop. Ik lach in mezelf want ik weet dat mijn Vader meteen een telefoontje naar Luc doet om als motorbootvaarders samen te zweren tegen die zeiler.

 

Later neemt de wind iets af, zodat de motor het wint van het zeil en de motorboters zijn tevreden dat hun heilige voortstuwing het weer wint van de vodden. We zeilen langs de kant van het kanaal en zien verschillende schepen voorbij komen. Het is een mix van Zeevaart met hulpvaartuigen en binnenvaart. Een indrukwekkende sleper vaart achteruit in het kanaal en maakt een flinke hekgolf dat een boeggolf is. Vlak voor Amsterdam bel ik Aeolus op voor een plaats en zowaar is er nog ruimte. In de haven moet ik in een enge ruimte manoeuvreren maar dat is geen probleem en leggen aan bij een motorboot.

 

De havenmeester is een aangewezen vrijwilliger. De leden moeten één weekend per jaar havenmeester zijn zodat er een grote mate van hobbyisme is maar vooral gemoedelijkheid. Ik kom hier al jaren en voel me erg op mijn gemak. Een extra voordeel is de naburige supermarkt met uitgebreid assortiment. Bijzonder vind ik de vredelievende samenwoning van de Multiculturele samenleving in dit stukje Amsterdam.

We lopen naar de stad en maken een toer naar de Albert Cuypmarkt. Ook hier een hoog allochtonen gehalte maar met erg veel kleur. De Albert Cuypstraat heeft meer dan 60 restaurants met verschillende nationaliteiten. Wij kijken naar de viskramen en het prachtige fruit en groetenstalletjes. In een kruidenwinkel koop ik verschillende zakjes met kruiden om aan boord te kunnen koken.

 

In een café tussen de Warmoesstraat en Zeedijk drinken we een glaasje Jenever. Voor Katrien een glaasje chocoladelikeur uit Hasselt, toepasselijker kan het niet. Terug aan boord lopen we het terrein van de Storkfabriek op en eten daar op het terrein.

Werken op de wal.

Kite surfers (prent Hans Versfelt)
Kite surfers (prent Hans Versfelt)

 

IJmuiden, 2/3 augustus 2014.

 

Het is een onwennige week geweest. De werkzaamheden zijn opgepikt en ben al druk met de sores van alle dag. Hoe verschillend met het leven wat ik geleid heb. Het is nu plannen van afspraken, contacten ophalen en inleven met de huidige situatie. Het bedrijf is in prima handen geweest en door de management werkzaamheden anders te organiseren, ontstaat voor mij een vrije werkplek.

 

Het varen voor ons wordt zoals voor de meeste schippers gewoon gebruik maken van de weekenden. We blijven veel herinneringen ophalen en dat wordt versterkt door het opruimen van de kajuit. Veel kleine dingen herinneren ons aan de reis zoals een simpele pot Jam die van de Cariben komt, een potje pepersaus van een ander plek en zo zal het nog wel een tijdje blijven. Deze week heb ik wat afspraken gemaakt voor de reparaties en betrap me nu al dat ik aan het voorbereiden ben voor de volgende trip. Eerst de Radar repareren en de dynamo. Ik bel ene Peter die afspreekt om me volgende week terug te bellen. Radio Holland die opgekocht is door Imtech en zit in IJmuiden. Imtech is het aanspreekpunt voor Furuno en na de uitleg van het probleem bestellen ze een nieuwe kabel voor in de mast. De storing die het radarscherm geeft lijkt me veroorzaakt door de kabel die los in de mast hangt.

 

Zondagochtend is het prachtig weer om te zeilen en vaar uit omdat ik het niet kan laten. Op zee varn we richting het windmolenpark en vergelijken de deining met de oceaan, de kleur van het water met de Blue Ocean, het zijn allemaal vergelijkingen die er niet toe doen. Het is toch allemaal beter daar in het Zuiden of moeten we de charme van hier weer leren beleven. Vol tuig, stuurautomaat aan en heerlijk naar de witte kammen op de golven kijken, de Hoogovens roken en stomen in de verte, de hobby zeevissers in de kleine bootjes vis jagend, de kite-surfers in de brandiing en de badgasten in de verte op het srand. Ook mooi toch?

 

Terug in de haven moeten we de Queen B tussen de palen aanleggen en datvalt niet mee want er staat een flinke dwarswind. De Beagle (schip van Luc) vangt de Queen B op, er is een nieuwe bemanning voor een week aan boord bij de Beagle en ze helpen me een handje mee, aan te leggen.

Het smaakt naar meer.

 

Zondag, 27 juli 2014.

 

IJmuiden.

 

De buren zijn naar de Zwarte Markt in Beverwijk en ik maak de boel klaar om Dirk met gezin te ontvangen. Het eerste telefoontje wordt er een afspraak gemaakt en het tweede telefoontje kwam de mededeling dat het toch te ver was. Het derde telefoontje maakte het tweede weer goed door te zeggen dat ze toch kwamen, als Jim wakker is. Ik breek mijn bed af want ik weet dat ik nog een kinderzwemvestje heb. Karen en Katrien komen terug en ga eerst met Katrien een duik halen. Zwemmen in het zilte nat, het is fris maar verfrist prima en lopen terug naar de boot. Dirk, Ceci en Jim melden zich en drinken op ons gemak een kop koffie.

 

In de avond gaan we eten in het restaurant IJmond op het duin en worden daar op een geweldige manier opgevangen. Jim met zijn jonge beentjes en ongedurigheid weet bijzonder bevriend te worden met de eigenaar die hem aan de hand neemt en de keuken laat zien. Chinese trekjes van Jim? Het eten was uitstekend en de gastvrijheid uitmuntend.

 

Karen rijdt me naar huis en ik weet dat het morgen werken wordt. Met plezier aan mijn bureau, fijne mensen om heen die allemaal geweldig met me mee hebben geleefd in de afgelopen maanden en jaar. Dank aan alle mensen die een bijdrage hebben geleverd aan het vertrekkerboek, ik zal nu mijn eigen aankomstboek moeten schrijven. Plannen heb ik genoeg voor de komende periode en ga deze nog niet verklappen. Wij blijven dromen en plannen, wij blijven behoefte aan zeelucht houden. Het smaakt naar meer.

Dames van Plezier zonder Zeelui.

klein en groot kunnen niet zonder elkaar, op het Noordzeekanaal
klein en groot kunnen niet zonder elkaar, op het Noordzeekanaal

 

Zaterdag, 26 juli 2014.

 

IJmuiden

 

Bij het havenkantoor meld ik de terugkeer van de Queen B. Met alle vriendelijkheid en medewerking wordt de sleutel en een parkeerpas overhandigd. Contract wordt opgestuurd en komt later. Ik loop naar de duin die toegang geeft tot het strand en zie dat de zee er nog steeds ligt. Ik snuif de zeelucht op en ben in staat om weer te vertrekken. De laatste jaren hebben van mij een zeezigeuner gemaakt en kijk met een gezonde belangstelling en nieuwsgierigheid naar de zeiltjes in de verte op de Noordzee.

 

De grote scheepvaart vaart als vanouds, af en aan. Het zeemansleven is meer en meer de wilde vaart geworden. Het geld, de efficiency van de containers zorgen ervoor dat een aankomend schip na een dag al gelost en geladen is. De zeelui maken overuren maar geen kans om een stad te bezoeken. De malle babbes, de dames van plezier, de havenkroegen moeten het doen zonder de dronken, verkwistende, vechtlustige zeebonk. Alweer een charme van de haven verdwenen.

 

Tijd om het zout van het plastic dek afspoelen, de huiselijke spullen bereikbaar maken, antizeevast. Het gasfornuis vast, de kookplaat op het aanrecht. Een beetje vervelend is dat de zekering van de walstroom uit slaat. In de avond drink ik een kop koffie in de kuip en raak leuk in gesprek met de ouders van Lindsay die een weekje aan boord van Luc blijven. Al snel zit ik aan boord van de Beagle met een biertje en een hapje. Voor hen als landlords is het verblijf op een bootje op het zout al vakantie. Ik vind het leuk om het van die kant te zien.

 

Vroeg ga ik terug naar mijn huisje op het water en laat me weer vertrouwd maken aan de beweging van de IJmuidense haven, het zoemen van de wind in de mast, het geklepper van wieltjes over de steiger, de meeuwen die op de paal zitten te wachten op lekkere hapjes, het gekraak van de lijnen op de boeg en het losschieten van de achterlijnen door het getijde, het zijn allemaal vertrouwde geluiden.

 

Zeevirus

Hoogovens,lichtvervuiling of indrukwekkend mooi?
Hoogovens,lichtvervuiling of indrukwekkend mooi?

 

Amsterdam – IJmuiden.

 

Vrijdag, 25 juli 2014.

 

Om half één roept de sluismeester ons op om na de opening van de brug zo snel mogelijk de sluis in te varen. Ik gooi los maar het wordt een beetje vervelend want we moeten wel erg lang wachten voordat de brug open gaat. De twintig schepen komen steeds dichter bij elkaar en de brug liggen zodat er maar weinig mogelijkheid tot manoeuvreren is. De kopschroeven maken overuren zodat het behoorlijk lawaaierig om me heen is.

Een charterschip krijgt voorrang en de rest moet hierop wachten, een grote tjalk vaart meteen met de charter op en antwoord de sluismeester dat hij ook chartert. Ik erger me aan papa en mama met kroost die braaf in de kuip staan. Overigens is het wel makkelijker dat de grootste schepen het eerst de sluis invaren zodat de anderen aan deze schepen vastmaken en de anderen desluis opvullen, met de drijvende luxe plastic containers, met of zonder mast.

 

Nadat de sluisdeuren openslaan, slaat de vloot met tupperware op hol en zijn er verschillende schippers die denken dat ze sneller kunnen varen dan de collega’s. Bij elke brug vinden ze hun ongelijk en moeten net als alle anderen gewoon wachten op het tempo van de brugwachters in één of andere ivoren toren.

Het varen door Amsterdam heeft een speciale sfeer. De donkerte met de lampjes in de woonkamers of de televisies die een blauwachtig licht verspreiden. De jongelui die van de disco naar huis fietsen. De dronken man die op de brug moet wachten en zich duidelijk staat te ergeren dat hij moet wachten terwijl al die rijkelui in hun bootje hem tegen houden om nog een laatste pint te drinken in de kroeg aan de andere kant van de brug.

Het doorkruisen van de stad gaat erg snel en ik vind de tocht in de loop der jaren veranderd. Vroeger fietste de brugwachter mee van brug naar brug. Nu is het allemaal geregeld vanuit het niets. De lichten gaan automatisch aan, de slagbomen vallen omlaag, de brug zoemt zachtjes open en de groene lampen wenken de jachtschippers om door te varen.

 

Ik probeer een glimp op te vangen van de mensen in de huizen en straten maar het is over het algemeen rustig. Bij een café staan een 5-tal Mediterrane jongens druk te gebaren, ik denk het mijne ervan.

Om 03.00 uur varen we door de laatste brug, de spoorbrug voor het Centraal Station en vaar ik het pikdonkere IJ op. Het valt niet mee de lichten op de wal goed te interpreteren maar ik heb al vaker hier in het donker gevaren, zodat ik er nu ook wel uitkom.

 

De Queen B meldt zich via de marifoon in de sector en we worden op de hoogte gesteld van "geen bijzonderheden". Op motor het Noordzeekanaal volgend, Katrien ligt heerlijk te slapen en Karen ligt onder een dikke deken mij gezelschap te houden in de kuip. Het zijn de laatste mijlen van het rondje Atlantic, de Queen B valt weer op de klep, jarenlang de thuishaven.

Luc ligt op ons te wachten met zijn schip de "Beagle" zegt dat de box die we al jarenlang hebben, voor mij vrij gehouden is en kan die box invaren als zijnde dat er de laatste twee jaar niets gebeurd is.

Om 05.00 draai ik de box in van de jachthaven en zie aan de gordijntjes van de Beagle dat Luc wakker is en komt het lijntje aanpakken bij het aanleggen. Na het vastleggen is de geijkte ankerborrel en zitten dan om half zes in de ochtend aan een borrel. Een proost op de goede afloop van een mooie reis. Luc gaat de hond uitlaten en wij kruipen nog even in bed voor een paar uur slaap.

 

Karen gaat met Katrien naar huis en ik voer verschillende telefoontjes en begin meteen van alles te organiseren. In de avond ga ik met mijn zoon en Lindsay iets eten. Hun vakantie zit erop en ook zij hebben een nieuwe ervaring achter de rug, met de Beagle van het zoet naar het zout en bezochten alle eilanden tijdens hun reis. Van Den Helder naar IJmuiden liep het voor wat betreft de wind en golven iets uit de hand en stond het schip behoorlijk op zijn kop. De omstandigheden hebben hen enthousiast gemaakt en verlangen naar meer. Volgend jaar varen we naar Engeland, het zeevirus heeft zich hier ook genesteld.

Vrolijke sluismeester.

de helft van de route.
de helft van de route.

 

Donderdag, 24 juli 2014

 

Gouda - Amsterdam

 

Voor de sluis van “Nieuwe Meer” slapen we in konvooi. We liggen voor de sluis die toegang gaat geven naar de kanalen door Amsterdam met een 20 tal schepen te wachten dat het sein op groen springt en dat de sluismeester ons even voor de gek kan houden. Om kwart voor twaalf in de nacht roept hij de schepen op met de mededeling dat de sluis vandaag niet meer zal schutten maar dat morgen om half één een opening is voor de wachtende schepen. Onze Duitse buren raken van het grapje behoorlijk in verwarring en komen bij ons vragen of we nu de hele dag moeten wachten. Geen zorg antwoord ik, vandaag is vandaag en over een kwartier is het morgen. Half uurtje wachten en we kunnen erdoor. Met opluchting in de ogen wordt er een beetje schaapachtig gelachen om die zo vrolijke sluismeester.

 

Vanochtend om half negen los van de steiger gegooid in Gouda en op weg naar de Spoorbrug die toch een vertraging geeft van 10 minuten. Het is niet voor niets een Spoorbrug. 10 Minuten te laat op een hele dag varen is niet veel en met de wetenschap dat we tijd genoeg hebben en op veel plaatsen lang zullen moeten wachten. Het traject van de Staande Mastroute is tussen Gouda en het IJ(Amsterdam) met het meeste oponthoud. 200 kilometer varen zonder noemenswaardige hindernissen en tussen dit stuk van 30 kilometer duurt de reis bijna een dag. Deze route die we varen is de enige mogelijkheid om met een hoge mast van Zuid naar Noord te varen (of andersom), een alternatief om de Noordzee te vermijden.

 

Na Gouda varen we door het Gouwe Kanaal naar het Braassemermeer en de Westeinderplassen richting Aalsmeer en de rand van Schiphol, de Haarlemmer Meer. Iedereen in het konvooi is hoffelijk en beleefd zodat het plezierig opvaren is met zijn allen. Vlakbij Aalsmeer weet ik een palingrokerij langs de route te liggen en daar kopen we drie palingen om die in de kuip op te eten. Met een paar vette vingers in de kuip, de palingvellen liggen olieachtig in het water waar een paar meeuwen wel raad mee weten. De cirkel is weer gesloten. Bij de laatste brug worden we rond 1900 uur doorgelaten en wachten bij de laatste hindernis, de doorvaart naar de sluis. Ik zet de wekker op 2300 uur en ga een paar uur slapen, het zal een lange nacht worden.

 

Waterkaarten op je fototoestel

Dordrecht in vroeger tijden.
Dordrecht in vroeger tijden.

 

Woensdag, 23 juli 2014.

 

Volkerak – Gouda.

 

 

Ondanks het vroege opstaan zijn we niet eens de eerste met anker op procedure. Het vrachtschip dat vlak achter de Queen B ankerde is al vertrokken. Wij varen naar de sluis van de Volkerak en zien bij aankomst de lichten op "groen-rood" springen. Klaarmaken voor de sluis.

 

Het heeft iets sinisters omdat alles met camera bestuurd wordt. Geen enkel levend wezen staat er meer op de sluismuur of een simpele zwaai vanuit een controlekamer, die is ook al verleden tijd. Het glazen oog van een bolletje op de verschillende palen geven tegenwoordig je toestemming van wel of niet invaren van de kolk.

Waar is de tijd dat je de sluis met een toeter waarschuwde en dat de sluismeester met grote wielen met handvat, de sluisdeuren opendraaide. Een goedemorgen met een aanwijzing waar je het beste kunt liggen. In Frankrijk kon je daarbij ook nog groente of eieren bij de man kopen. Hij had ze toch in de moestuin, waar hij in een verloren uurtje in kon werken en iets bijverdienen.

Karen voert het voordekwerk uit en kunnen na de signalering van groen weer aanvaren. Na de sluis is het voor mij allemaal zo herkenbaar op het Hollands Diep. Een landschap vol met herinneringen. Op de motor naar de Moerdijkbrug, de Merwede op en bij de kop van de Noord varen we richting Alblasserdam. Ik roep de brug op en krijg te horen dat we nog anderhalf uur moeten wachten zodat ik naar de wachtsteiger vaar om tot rust te komen.

Na een uurtje komt er een schip die achter ons gaat liggen en vraag aan hen om de kaarten van de staande mast te mogen fotograferen zodat ik toch een waterkaart heb. Twee andere schepen komen ook de bocht omdraaien maar omdat over 10 minuten de brug open gaat, leggen ze niet aan.

 

Na de brug op naar Dordrecht waar het mooiste stukje varend Nederland is. Dordrecht is een juweeltje van Hollands bouwen en de rivieren zijn de aan en afvoer van de goederen in Nederland. Altijd druk en afwisselend kijken. Op weg naar Rotterdam en in het zicht van de Brienenoord varen we stuurboord uit de Hollandse IJssel op. Bij de sluis van Gouda komen we erachter dat we 10 minuten te laat zijn voor de spoorbrug en dat we vanavond om 2100 uur de volgende opening kunnen hebben. We besluiten om de jachthaven van Gouda binnen te varen. Ik parkeer de boot in een box met 10 centimeter ruimte achter en 10 centimeter voor. Een Duits schip komt naast ons liggen en besluit om morgen om 0900 te vertrekken voor de tweede opening van de brug. De Duitser wil met alle geweld vroeg opstaan om de opening van de Spoorbrug niet te missen.

 

Wij lopen naar het centrum van Gouda en drinken op een terras een wijntje en halen bij de supermarkt een paar boodschappen voor het avondeten. Gouda bekend van zijn Kaas en het Gouda Kaas proces. Goudse kaas is een van de bekendste en meest gegeten kaassoorten. Een Goudse kaas heeft de vorm van een wiel, weegt tussen de 1 en de 16 kg en heeft een vetgehalte van minstens 48% (gewoonlijk rond de 51%). Dit vetgehalte is de hoeveelheid vet op basis van de totale droge stof (exclusief water/vocht). Het werkelijke vetgehalte bedraagt 32% vet op basis van het gewicht (inclusief water/vocht). De soort dankt de naam Goudse kaas aan het feit dat hij al eeuwenlang in Gouda wordt verhandeld. De kaasmarkt in Gouda wordt tegenwoordig alleen nog bij wijze van toeristenattractie eenmaal per week gehouden in de zomermaanden. Goudse kaas wordt ook in het buitenland onder deze naam gemaakt want soortnaam en vorm zijn niet beschermd. De geografische aanduiding "Gouda Holland" is sinds oktober 2010 volgens besluit van de Europese Commissie een beschermde aanduiding. Kaas met deze vermelding mag alleen Nederland als oorsprong hebben en dient gemaakt te zijn van Nederlandse koemelk Goudse kazen worden massaal in kaasfabrieken vervaardigd. Met zulke verhalen is het gemakkelijk in slaap vallen.

Foeterende dame aan de sluis

Oeps, we zagen een wat kleinere op de kop
Oeps, we zagen een wat kleinere op de kop

 

Dinsdag, 22 juli 2014.

 

Oostende(B) – Volkeraksluis(Nl)

 

Het is bewolkt en regenachtig. Volgens de weerberichten met de voorspelde windrichting is het niet gunstig om langs de Nederlandse kust te varen en besluit om door het land te toeren naar het Noorden. De golven tussen de staketsels van Blankenberge zijn behoorlijk en warrig. We varen op motor richting Zeebrugge en er staat al een flinke wind tegen. Het water komt met bakken over het dek en ik weet dat het maar een uurtje stampen zal zijn, om bij de oversteek-boei van Zeebrugge de zeilen te hijsen om zo met ruime wind, Vlissingen aan te lopen. Het wordt een fijne zeiltocht waar we aan de hand van de kaart de grenslijn tussen België en Nederland kunnen volgen. Verschillende grote vrachtschepen komen ons voorbij en steek vlak achter een grote tanker de verkeersroute van de grote scheepvaart over, naar de kop van Walcheren.

 

De sluis staat voor ons open en kunnen meteen naar binnen om de Queen B te laten afspoelen met zoetwater onder het vlak. Het weer knapt op en de zon komt door. Het gaat niet snel maar het is wel afwisselend varen op dit kanaal. We varen en wachten in een konvooi van drie schepen op de openingen van de bruggen en komen bij de sluis van Veere. Hier liggen verschillende schepen voor de sluis te wachten en ik leg aan bij een schip aan de rij zoals aangegeven op het bord in rijen van drie wachten. OP het moment van groen licht gooi ik los en vaar naar de sluis waar de buurman ineens moeilijk gaat doen dat hij het eerste naar binnen wil omdat hij er eerder lag dan ik.

De sluis is groot genoeg voor alle schepen zodat ik eerst uit beleefdheid nog inhoud maar als de dame in kwestie door blijft foeteren geef ik vol gas en schuif de sluis in helemaal naar voor om zoveel mogelijk schepen binnen te laten. De foeterende dame ramt eerst de sluismuur en gaat midden in de sluis liggen. De havenmeester maant het naar voor en dat geeft behoorlijk wat stress aan dek. Ik sta een beetje schaapachtig te kijken en moet heimelijk lachen waarom mensen het allemaal zo moeilijk maken.

 

De sluislichten springen op groen en het schip met dame komt me voorbij varen zonder enige groet. Als ze de regel gevolgd zouden hebben hadden zij me voorrang moeten geven maar ik maak me nu helemaal niet druk meer en vaar er op mijn gemak uit. Het Veerse Meer is druk. Veel vakantievierders die met alles wat drijft varen. Vlak voor ons kentert een catamaran maar krijgen snel hulp van een ander schip zodat wij onze weg kunnen vervolgen.

 

Nu de sluis van het Veerse Meer naar de Oosterschelde geeft het vlak van de Queen B weer zout water. Ik vind aan boord een kaart die 25 jaar oud is en probeer aan de hand van de boeien en de vroegere plaats van de boeien mijn weg te vinden. Dit gaat behoorlijk en kan de geul terug vinden die me naar de Noordzijde van de Oosterschelde brengt naar de Krammer en Zijpe. De sluis van de Phillipsdam geeft het vlak weer zoet water. Na beraad varen we door richting Volkerak en ankeren voor de Volkeraksluis. Het wordt een prachtige avond en wiegen de nacht in. Ik wil morgen vroeg weg.

 

Bigbags als stoel

staketsel van Blankenberge in de storm
staketsel van Blankenberge in de storm

 

Maandag, 21 juli 2014

 

Oostende – Blankenberge

 

Met een beetje passen en meten draai ik de box uit en vaar weer langs de Mercator en zwaai Pater Damiaan een afscheidsgroet. De sluis is voor de Dames een nieuwigheid en zijn een beetje zenuwachtig voor de muren en bang om iets verkeerd te doen. Het gaat allemaal vanzelf en we schutten zoals de aanwijzingen van een boekje over sluisjes. Ik groet nog even naar het kiepraam van de sluismeester en draai de haven uit. Buiten de haven van Oostende zien we direct de volgende haven. De zee is onrustig en de wind is tegen zodat we op de motor naar de staketsels varen. Tussen de houten balken van de haveningang lopen behoorlijke rollers de wal op. We zijn vroeg zodat we veel schepen uit zien varen en besef dat we plaats genoeg zullen hebben.

 

Ik kies voor de linkerhavenkom zodat we dicht bij het centrum van Blankenberge liggen. Een assistent havenmeester wijst een ligplaats aan en liggen prima. Als de meeste van onze Oosterburen sluit ik zo snel mogelijk de stroom aan. De acculader wordt gekoppeld aan de startaccu zodat ik spanning genoeg blijf houden om de motor te starten.

 

We maken een wandeling door het El Dorado van de Belgische strandtoerist. Weer een hoog gehalte van mensen die de boulevard bezoeken om thuis te vertellen dat ze de zee hebben gezien. In een viswinkel kopen we een stuk vis voor de avondmaaltijd. Viswinkels zijn hier voor mij een attractie. Er liggen meer vissen in de ijsbak dan in een Aquarium.

 

In een strandtent met grote bigbags als kussens drinken we een glaasje en zien verschillende gasten vreemde capriolen maken als het kussen niet helemaal meewerkt. Eén mevrouw valt na haar plof op de zak een langzame schuiver naar achteren, een nadere dame ligt half geparkeerd op de zak maar kan niet meer bij haar drankje. Ik glimlach maar moet er eigenlijk geweldig om lachen.

Mijn bemanning heeft een drukke periode achter de rug zodat we het nog even kalm aan doen. Ik vind het prima.

 

Bemanning weer compleet.

De Zee?
De Zee?

 

Zondag, 20 juli 2014.

 

Oostende

 

 

De zon valt tussen de masten door de haven in. Het stadse leven ontwikkelt zich en ik maak nog een rondje door de stad. Ik kom de uit-gefeeste bemanning van drie schepen verder tegen met lodderige ogen en waarschijnlijk met een kater in deze zo mooie ochtend. Karen laat weten dat ze onderweg is met haar dochter zodat ik vanochtend de achterkajuit al uitgeruimd heb om de prinses van België een slaapplaats te bieden.

 

Een laatste boodschap bij de Delhaize en al gauw zie ik de dames op de steiger aankomen. Ze komen van een totaal andere kant als verwacht maar tja, dat is dames eigen. Na de verwelkoming, koffie, installatie van de logee gaan we van boord om een wandeling door de stad te maken.

 

In de avond gaan we bij Mathille eten. Mathille is een restaurant waar ik in het verleden goede herinneringen aan heb overgehouden. Het eten is uitstekend en het standbeeld van Dikke Mathille ligt als groot groen beeld in de vijver voor het restaurant. De kunstenaar heeft het bedoeld als uitbeelding van de zee maar de bevolking heeft het de “Dikke Mathille”genoemd. Ik kan me wel bij de bevolking aansluiten.

 

 

Op de Leopold II laan ligt het bekendste vrouwenbeeld van Oostende : De Zee.  Liggend Naakt is een andere naam voor deze dame, maar in de volksmond wordt ze steevast “Dikke Mathille” genoemd.  Beeldhouwer Georges Grard had in zijn oeuvre een voorkeur voor het vrouwelijk naakt.  Hij beklemtoonde het volume van de volle, ronde vormen.  In De Zee verbeeldde hij de weelderigheid en sensualiteit van de zee in een vrouwen-figuur.  Oostendenaars weten dat ze op hun hoede moeten zijn voor de schijnbare rust die het beeld - en dus de zee - uitstraalt.  Tot 1963 smukte het kunstwerk het Kursaal op. 

 

Luxe container in de Stad aan de Zee

De Mercator in betere tijden.
De Mercator in betere tijden.

 

Zaterdag, 19 juli 2014

 

Nieuwpoort – Oostende.

 

De Mercator schuift bakboord aan me voorbij en ik moet een scherpe draai maken naar stuurboord om op het einde van de steiger in een smalle box te draaien. De buurman van de box staat op me te wachten om de lijnen aan te nemen. We beginnen een gesprek zonder dat we de lijnen echt vast zetten en staan met de touwtjes in de hand een gezellig praatje te maken. Hij is hier vaste ligplaatshouder en elk weekend, vanuit Luik, naar hier komt. Zijn vrouw wordt al ziek als ze de sluis ziet zodat de Bavaria gebruikt wordt als drijvend vakantiehuisje. Een luxecontainer in de stad aan de Zee.

 

Na het zeevast knopen aan de steiger ga ik naar de havenmeester om het liggeld te betalen. Ook hier alle vriendelijkheid en gemoedelijkheid. De heren vragen me of ik achterin goed lig en als er iets is dan moet ik het maar laten weten. Niet dat ze er iets aan zullen doen maar dan weten we het, wordt er met een lach bij gezegd. Ik zeg dat ik de klachtenlijst wel aan de burgermeester zal sturen. Deze vriendelijkheid staat haaks op de botheid die ik hier een 20 jaar geleden meemaakte.

 

Vanochtend om 0800 uur vertrokken vanuit Nieuwpoort en vaar tegen de stroom in naar de pier van Oostende. Veel valt er niet te vertellen want het gaat erg langzaam op de wind zodat ik de motor start om nog een vakantiedagje in Oostende te hebben. Ik roep voor de pier de Verkeerscentrale van Oostende op, voor toestemming om naar binnen te varen. Er is geen scheepvaart zodat ik op grootzeil en motor naar de ingang vaar en vlak voor de bijna verborgen zijnde ingang naar binnen vaar. Ik laat de “Robert” (de havenmeester van de buitenhaven) aan stuurboord liggen en vaar naar de sluis waar ik aan een steiger moet wachten. Er ligt een schip pontificaal midden op de steiger aangelegd en moet met een uitstekend achterschip aanleggen op het vrij stukje ponton en proberen recht te blijven op het uitstromende water van de sluis. De lichten springen op groen maar het schip voor me maakt geen enkele aanstalten om naar binnen te gaan en zijn zelfs verbaasd waarom ik een beetje vervelend doe als ik ze vertel dat dit de wachtsteiger is van de sluis en niet een vaste ligplaats om de dag door te brengen. Ik vaar om het schip heen en vaar de kolk binnen. Na het aanleggen gaat een kiepraam van het sluisgebouw pen en de havenmeester vraagt me hoe lang ik blijf liggen. Ik roep 2 dagen. Raam gaat dicht en wacht op instructies. Een assistent havenmeester komt me de papieren brengen en hij stuurt me helemaal achter de haven in. Prima want dan lig ik uitstekend om meteen de stad in te lopen.

 

Oostende is een leuke stad en fiets met plezier door de straten. Veel herkenning en veel herinneringen komen bij me boven. Ik ben er graag en fiets naar de boulevard waar ik geniet van de badgasten en de vele kinderen die over de boulevard fietsen, kruipen, voetballen, gevolgd door schreeuwende ouders, druipende ijsco-eters en blèrende jong in de kinderwagens. Wat een boulevard vermaak. De eettenten, ijs verkopers doen er goede zaken. Op een terras drink ik een koffie en kan het menu niet weerstaan zodat ik na een uur een niet geplande maaltijd op heb. Ik neem me voor om vanavond wat simpels te eten en niet uitgebreid zoals gewoonlijk. Bij de Delhaize haal ik boodschappen want Karen komt morgen met dochter Katrien aan boord om samen naar de thuishaven te varen.

 

Om 20.00 wordt het erg gezellig op een schip, drie plaatsen van me vandaan. De muziek gaat keihard aan en de twee koppels staan te dansen en showen op het voordek. Zwijmelend luisteren de koppels naar de muziek en drinken flink door. Om 22.00 uur gaat de muziek uit en gaan ze slapen. Ik ga nu ook naar bed en geniet van de rust die nu over de haven valt.

Balans Solovaren

Solovaren met ineens een stortbui in het cafe
Solovaren met ineens een stortbui in het cafe

Vrijdag 18 juli 2014.

 

Het solovaren en alleen zijn aan boord, heeft verschillende voordelen maar op jezelf zijn kan ook saai zijn. Ik mis mijn maatje en de dagen in Nieuwpoort beginnen op wachten te lijken. Karen heeft het druk met haar beslommeringen en heb natuurlijk regelmatig contact. We spreken af dat Karen zondag weer inscheept.

 

De eindbalans van het solovaren is voor mij positief. De vrijheid van gaan, het ritme van leven op zee, de keuze van de tijd van eten of niet eten, de tevreden trots van zelf doen, omgaan met de specifieke risico's zijn onderdelen van het leven aan boord die voor het alleen varen spreken.

De tocht maken met een maatje heeft natuurlijk ook zijn charme want met twee paar ogen zien geeft een extra beleving en veiligheid. Het bezoeken van de landen, eilanden, steden, ankerplaatsen en het in contact komen met andere mensen, is met zijn tweeën veel gezelliger en leerzamer. Door samen te eten is het allemaal smakelijker, je eet en drinkt wel meer. Ik ben de laatste maanden zwaarder geworden terwijl in de periode dat ik alleen aan boord was, gewicht verloor. Het goede leven is me aan te zien en de plooien in mijn gezicht trekken langzaam strak en hierdoor weg.

 

Ik wandel naar de havenmeester om af te reken voor het vertrek van morgen en maak een praatje over hoe druk het is. Van de havenmeester ga ik mijn licht opsteken in de watersportwinkel om eens te zien wat voor extra uitbreidingen mogelijk zijn in het bedienen van de zeilen. Ik mis namelijk een lier voor de kotterfok. Nu trek ik deze met de hand aan, dat werkt maar half en is slecht voor mijn rug.

De tagrijn is een uitgebreide winkel, maar koop er niets omdat het net niet is, wat ik wil hebben. Vreemd is dat de watersporters deze winkels als een soort van museumbezoek beschouwen. Een uurtje er tussen uit om langs alle harpjes, schroefjes, boutjes, lijnen, apparatuur en boeken te lopen. De boeken verhalen over de bestemmingen, de onderdelen moeten het mogelijk maken en uiteindelijk doen de meeste schippers er niets mee. Ik hoorde onderweg een Duitser zeggen dat een watersportwinkel net een seksshop is. Je loopt verlekkerd door de winkel en uiteindelijk durf je niets te kopen.

 

Mijn rugzak blijft leeg en de vingertoppen zijn dun geworden van het voelen aan de spullen. Ik rijd naar het terras van gisterenmiddag en pik daar het contact met de wifi op. Ik raak aan de praat met de verschillende mensen die bijna allemaal mosselen bestellen. De specifieke geur van de zwarte schelpen en het gekletter van de lege dop geeft een speciale sfeer. Een tweetal dames op leeftijd, trouwens ik ben ook niet zo jong meer, praten honderduit hoe geweldig het hier in Nieuwpoort is, ik zeg op tijd ja en hoef de conversatie niet verder aan te jagen.

Op zulke momenten mis ik mijn maatje. Ik stap op de fiets om aan boord te eten.

 

In de avond ga ik een glaasje wijn halen op het terras van de haven en word er overvalen door een enorme regenbui. De parasols die als regenscherm dienen worden door de rukwinen van de sokkels geblazen. Het personeel is half in paniek en laat hen de boel opruimen. In het Grand-café van het terras drink ik mijn glaasje wijn verder leeg en laveer tussen de buien terug naar de boot.

Krab met modder

blokkendozen
blokkendozen

 

Donderdag, 17 juli 2014

 

 

De vermoeidheid opgedaan door de twee nachten zorgen ervoor dat ik pas laat wakker ben en kan genieten van een heerlijk zonnetje in de kuip. Ik heb me voorgenomen om te poetsen en te repareren maar ik heb de fut niet. Toch telefoneer ik naar een dieselmonteur om het probleem dynamo aan te pakken. Een Peter ( op de Azoren was het een Pedro) komt aan boord en constateert uiteindelijk dat de interne spanningsregelaar van de dynamo kapot is. Hij kan de dynamo laten reparen maar dan is deze pas maandag klaar. Om hier nu drie dagen extra te blijven liggen daar heb ik geen zin en besluit het probleem mee te nemen naar Nederland. Peter sluit zijn gereedschapskist om 1400 uur en ik neem de fiets om een toer door het stadje te maken.

 

Nieuwpoort bestaat uit twee centra. Het oude Nieuwpoort met de kade waar de vissersboten af en aan varen naar de visafslag en de bebouwing van een stadje met marktplein en kerk. De stad heeft veel geleden door de Eerste Wereldoorlog en is bijna geheel gerestaureerd, lees herbouwd aan de hand van de foto’s en schilderijen van voor 1914. Hierdoor geeft het een aanzicht van een klinisch gerestaureerd stadje. De gevels zijn nieuw met een antiek jaartal maar ook het jaartal van de restauratie. Het heeft gelukkig wel zijn charme en sfeer gehouden. De stadskern aan de boulevard is helemaal modern en heeft de uitstraling van een mondaine nieuwe badplaats.

 

De betonterreur van België op zijn best. De kust van België is een lang gerekte gemetselde boulevard met blokkendozen vol met appartementen die met elkaar concurreren met een architectonische saaiheid. De kleurige mensen, die kriskras over de straten flaneren van eetcafé naar bars en goedkope winkels vol geladen met kitsch maken het geheel levendig en heb moeite om goed en wel met mijn fietsje hier tussen door te laveren. Rond 1600 uur heb ik er genoeg van en ga bij een viswinkel wat gerookte heilbot halen met een voorgekookte krab. Van deze krab krijg ik later bijzonder veel spijt want de krab is gekookt zonder dat deze schoon is gemaakt. De modder hangt nog onder het schild en moet de boel goed schoonmaken voordat ik het eetbaar en toonbaar kan maken. Hij is daarbij ook nog te lang gekookt en veel te koud. Jammer, ik had me er zo op verheugd.

 

Bij een terras voorbij de hoofdstraat vind ik een terras met wifi en krijg de rust om eindelijk een paar stukjes te schrijven voor het weblog en de kranten van de laatste dagen in de Ipad te laden. Ik kom weer langzaam in de wereld terug door het nieuws waar je niet zo vrolijk van wordt.

 

 

Bizar Sanatorium.

Slag bij Duinkerken
Slag bij Duinkerken

 

Woensdag, 16 juli 2014

 

Het Kanaal – Nieuwpoort (Be).

 

In de weerschijn van het maanlicht zie ik de witte contouren van Cap Griz Nez. De verhoging in het landschap met de krijtrotsen eronder geven mij bevestiging van het afscheuren van Engeland op dit punt en waar de naam Kaap Grijze Neus vandaan komt. Op de top van de heuvel is de ruïne van het dorp Blackness. Het is de Engelse vertaling voor de echte naam van het dorp “Swartenisse”. Napoleon heeft het gebied uitgebreid geïnspecteerd voor de mogelijkheden voor een invasie naar Engeland maar is uiteindelijk niet verder gekomen dan een optische telegraaf om contact te houden met de vijand. Ik vaar er met een prettige snelheid allemaal langs en tref een heerlijk rustige zee. Ook Cap Griz Nez staat bekend als een roerig punt met vervelende golfslag en stromingen. Bij de boei Abbeville draai ik bij en krijg de wind uit een steeds gemakkelijker hoek. De scheepvaart komt allemaal bij elkaar samengeperst door de smalte van het Kanaal, maar ook de scheepvaart voor de aanloop van Calais begint nu door te komen. Ik krijg een vermoeiende nacht en geen kans om een oog dicht te doen.

 

Ik realiseer me de gevaren van het alleen varen in deze contreien want je mag nu geen fout maken door even je ogen dicht te doen. Vlak bij de ingang van Calais moet ik voor een schip uitwijken en steek de Scheepvaartlijn over naar een ankergebied, waar een 10-tal schepen liggen. Het valt niet mee om de logica van de boeien op te pikken en moet de laptop met GPS-muis erbij nemen om zekerheid van koers te krijgen. Ik zie voor de kust van Duinkerken de ochtend verschijnen en vaar met een vaart van 8 knoop over de grond naar de Pas van Zuydcoote. De Pas van Zuydcoote is een smalle gang tussen de zandbanken. Vooral de Hollanders en de Noord Fransen hebben deze banken gebruikt om de Engelsen te sarren en te klieren. In de Eerste Wereldoorlog is het gebied gekend om de verschrikkingen van de oorlog. Duizenden mensen hebben een graf gevonden in de duinen van het gebied dat achter de Yser frontlinie ligt. Het sanatorium van Zuydcoote staat bekend om zijn hospitaal functie in die periode.

 

Ik loods de Queen B door de zandbanken richting Nieuwpoort en gooi nog snel een vislijn uit voor een makreel. Vlakbij Nieuwpoort haal ik de lijn binnen en meld me met de marifoon aan voor toestemming om de haven binnen te varen. Het blijkt niet gebruikelijk te zijn dat ik als jachtschipper me meld want degene die me te woord staat doet een beetje vreemd. De motor draait zich warm in het lange toegangskanaal en ik meld me aan bij de steiger waar ik twee jaar geleden ook was. Dezelfde havenmeester is er actief en wijst me een rustige ligplaats aan waar ik aanleg, het thuisfront breng ik op de hoogte van de aankomst en val in een diepe slaap van een uur.

Het is warm en wordt wakker door de benauwdheid en besluit om de bandjes van de fiets op te pompen om een rondje door de haven te maken. Ik reken af bij de havenmeester en rijd naar de watersportwinkel en de boulevard van Nieuwpoort. Aan de havenkade koop ik wat vis voor de avond en drink op een terras een glaasje bier onder het genot van een Free WIFI verbinding. Ik voel me al helemaal thuis.

 

 

 

 

Douane controle

Daar komen ze aan.
Daar komen ze aan.

 

Dinsdag, 15 juli 2014.

 

Drie gewapende Douane mensen stappen aan boord en stellen zich keurig aan mij voor. De leider van het trio installeert zich in de kuip en vraagt naar de scheepspapieren. Ik loop naar binnen en overhandig de map met de gegevens. De twee andere heren vragen toestemming om het schip te inspecteren. Natuurlijk geef ik ze braaf toestemming en zal maar niet bedenken wat voor een probleem het zou geven als ik het weiger. Ze trekken de kasten open, onder het bed en de luiken van de vloer. De roverhoofdman ondervraagt me en controleert elk antwoord aan de hand van het logboek, de AIS en het trackingsysteem van de GPS. Erg interessant is dat ik vertel dat het Caribische gebied op het menu van de reis stond. Ik blijf de vriendelijkheid zelve maar realiseer ondertussen dat het er bloedserieus aan toe gaat. Nadat er contact is geweest met het moederschip en de resultaten van de ondervraging ontspant de sfeer en wordt er zelfs gezellig gebabbeld. Op het moment van vertrek vraagt de leider wanneer ik vertrokken ben met de reis. Ik meld mei 2012 en hij kan het niet laten om nog snel het logboek open te slaan of het klopt. Vreemd vind ik dat er geen verdere vragen gesteld worden waarom Karen niet aan boord is, en dat men zo snel tevreden is, met de verklaring dat ze op Guernsey, met het vliegtuig naar huis is gegaan.

 

Verrassend fris ben ik de nacht uitgekomen en voel me prima. De wind zorgt voor een constante vaart van 3 mijl en zie me op de kaart gestaag naar Boulogne kruipen. Rond de middag besluit ik om zelfs Boulogne voorbij te varen richting Calais of Duinkerken. Tegen 2100 uur ben ik op de hoogte van Boulogne, de Shippinglane, scheepvaartroute voor grote schepen, ligt vlak langs de betonning voor kleinere schepen zodat de AIS telkens waarschuwt voor te dichtbij varende schepen. Het wordt allemaal erg onrustig aan boord, de AIS waarschuwt voor aanvaringskoersen.

Ik zie de kastelen vlakbij mijn koerslijn corrigeren en zie de lampjes hun weg vervolgen de donkerte in. Het dreunen van de zware dieselmotoren ronken nog na. Op het land zie ik de lampen van de huizen, de lichtverstrooiing van Boulogne, de lampen van de auto’s die hun weg vervolgen op de wegen. Ik probeer mijn 10 minutenwacht weer in te stellen maar ben door de omgeving veel te onrustig. Vooral na het voorbij varen van een onverlichte boei zit de schrik er een beetje in.

 

 

Eenzame zeiler?

eenzaam en alleen? Helemaal niet, vrijheid.
eenzaam en alleen? Helemaal niet, vrijheid.

 

Maandag 14 juli 2014.

 

Alderney - Het Kanaal

 

Karen moet om zes uur op de bus zijn voor het vliegtuig richting Amsterdam en voor mij is het juist de gunstigste tijd om te vertrekken. Mijn bestemming weet ik nog niet maar voel er veel voor om meteen door te zeilen naar Boulogne sur Mer. Ik zal de beslissing nemen na de passage van de Race of Alderney. Precies op het kenterende tij vertrek ik met 18 zeilschepen richting Noord. De wind heeft het af laten weten en motor met 2400 toeren ploegt met een dikke zes knoop door het water. Bij het eiland Alderney gaat de stroom echt goed met me mee en vaar over de grond (SOG) een 11.5 knoop. Dit is een opschieter en al snel ben ik het met mezelf eens, ik vaar door naar Boulogne en niet naar Cherbourg. Een 5 mijl ten Noorden van Alderney komt er wat wind en ik zet het zeil. De snelheid is nu 3 mijl door het water maar de SOG blijft nog een tijdje 8 mijl, ik reken me al een heel eind op weg. Maar na stroom mee, komt ook stroom tegen en het doet een aanslag op mijn beheersing om door te blijven varen zonder motorondersteuning, met 0 knoop SOG. Ik leg me er bewust bij neer en kook uitgebreid voor mezelf. De zon gaat prachtig onder, de kust blijf ik lang zien, en voel me weer helemaal in mijn element. De zee is rustig, het schip ligt lekker op één oor en kan mijn bestemming prima bezeild houden. Wat wil je nog meer voor een eenzame zeiler?

 

Om 2300 uur leg ik me het regime van de klok weer eens op en zet de wekker op de telefoon op 10 minuten. Hazenslaapjes van 10 minuten, 360 graden rondkijken en weer terug op de bank gaan liggen. De AIS ondersteunt mijn wacht en ik word een paar keer wakker gemaakt. Enkele vissersschepen proberen hun geluk uit in de nacht, in de verte zie ik schepen voorbij schuiven op weg naar Cherbourg. Toch krijg ik tijd genoeg om te rusten.

Onvergetelijke Fish and Chips

Atlantic Wall
Atlantic Wall

 

Zondag 13 juli 2014.

 

St Peterport, Guernsey

 

 

We worden wakker met een stralend blauwe lucht, op de kade treffen ze voorbereidingen voor een culinair festival van St Peterport. We eten een smakelijke boterham in de overtuiging dat het lekkere van de wal ver te zoeken zal zijn. Die Engelsen kunnen er wat van. We zien dan ook eigen maaksels van Cakejes in papiertjes belegd met smarties, vette hamburgers, slappe frites, zelfgemaakt krentenbrood, kazen. Een kookworshop over krab, hoe breek je de poten van een krab, hoe til je het deksel van de krab, de deegrol is om de poten te kraken, maar niets van hoe kook je de krab in een heerlijke courtbouillon en hoe lang. Nee, hier krijg je cursus om de krab op te krikken, van de behandeling van de schipper die een krab oneindig in een vieze ketel aan boord heeft laten koken.

 

We nemen de bus om het eiland rond te rijden, een beeld krijgen hoe het er allemaal uitziet. De bus met krappe zitplaatsen maar een prima uitzicht naar alle kanten. Guernsey is een rotsformatie met maar een paar stukjes strand. Deze stranden hebben door de flinke getijde-verschillen en de overal uitstekende stukken steen niet een bepaald grote aantrekkingskracht om te gaan zwemmen. We zien maar weinig badgasten.

De oorlog speelt hier dagelijks een grote rol want alles staat in het teken van de bouwwerken die de Duitsers gebouwd hebben hier aan de kust. De mannen van Guernsey moesten verplicht meewerken aan de bouw zodat de defensie, onderdeel van de "Atlantic Wall" mede is gebouwd door de Engelsen. Guernsey is overal bewoond, netjes onderhouden typisch Engelse huizen, weinig te beleven en het zal een prima wandeleiland zijn, maar om iets spannends mee te maken moet je hier niet zijn.

 

Toch nog honger van al het getoonde etenswaar en de busrit willen we een echte goede Fish and Chips proberen. We hebben ons weer eens laten verleiden want de zaak die dit als specialiteit heeft en waar nota bene een rij mensen buiten staan wachten op hun nationale volksvoedsel is een ware teleurstelling. Een dikke laag vet gebakken beslag, de vis is er ergens in verscholen, de slappe friet is gebakken van aardappels die al slap van zichzelf zijn. Tijdens het eten krijg ik al het maagzuur en voel mijn aders bij mijn hartkransslagader al dichtslibben. Ik spoel de boel weer open met een Cola want een biertje hebben ze er niet eens. Ik reken af en kom tot de slotsom dat dit de duurste maaltijd van de hele vakantie is geweest. Prijs kwaliteit verhouding is hier helemaal zoek en de bediening nog eens ronduit onbeschoft.

 

We gaan op een terras maar een wijntje halen om het gestolde vet aan mij gehemelte los te bikken. Dat smaakt beter en we hebben een geweldig uitzicht over de haven vanaf een plateau.

In de avond zijn we getuige van de finale van Duitsland - Argentinië en de Duitsers winnen dik verdiend de wereldbeker in de verlenging. We hebben heerlijke stoelen voor een megascherm in een moderne pub. De Pint of Bitter smaakt me uitstekend, de Duitse twee dames, een koppel, naast ons durven niet te juichen omdat ze onterecht bang zijn dat het onbeleefd is. Ze stappen op met een zachte glimlach om het op de hotelkamer uitbundig te vieren. De Mannschaft heeft het toch maar weer gedaan.

 

Wij gaan naar de boot want morgen moet Karen vroeg op en ik vertrek richting Frankrijk.

 

Vrije moraal op buurschip.

St Peterport. Guernsey
St Peterport. Guernsey

 

Zaterdag, 12 juli 2014,

 

49˚ 09’4 N 003˚ 28’6 W - Guernsey

 

De stroom loopt mee en ik zie de snelheid over de grond oplopen van 2 mijl naar 8 a 9 mijl. Dit schiet op en de verwachtte aankomsttijd wordt bijgesteld van 17.55 naar 09.00 uur, waar computers allemaal niet goed voor zijn. Karen ligt heerlijk te slapen en ik zie het eiland voor me opdoemen. Eerst een paar lichtjes, dan een wazige donker berg, vervolgens een beetje kleur, golven die met een witte kam op de kust breken en op het laatst de contouren van de rotsformaties. Vlak voor de haven moet ik Karen wakker maken om haar te zeggen dat we er zijn. Een beetje verbaasd komt ze kijken en zegt: Dat is snel gegaan of heb ik zo lang geslapen?

 

Het opkomend tij zit ook nog eens mee zodat we zonder te wachten de Victoria jachthaven binnenvaren. De "Portmaster" vaart met zijn rubberboot ons voor, en wijst een plaats naast een groot schip.

We pellen onze zeilkleren af en nemen een glas wijn op de aankomst. De buren worden net wakker en zien ons al stevig aan de alcohol zitten. Ik ben door het weinige slapen erg moe en probeer een uur te gaan liggen. Ik word twee keer gestoord, eerst door een havenmeester of ik de nacht al doorgebracht heb en dat er nog niet betaald is. Iets later word ik gewekt door de buurman die een paar lijnen anders belegd wil hebben. Hij wil met alle geweld een lijn door een verborgen ankerkluis halen terwijl het hele schip aan een echte schildersbeurt toe is. Ik blijf vriendelijk met mijn net niet in slaap gevallen hoofd.

 

Na een uurtje is het, havenmeester bezoeken, betalen komt wel, en het stadje verkennen. Het linkse verkeer maakt je wel alert op verkeer uit de verkeerde richting. Het blijft in ons hoofd niet logisch maar de Engelsen blijven consequent. Op een marktpleintje drinken we een kop koffie waar twee dames hun zangtalent staan te presenteren. Dat is leuk maar niet in het oneindige door. Na een uur ben ik blij dat ze opstappen en wat blijkt twee andere dames staan nu te trappelen van ongeduld om hun kelen aan het publiek te tonen. Erger is dat ze hetzelfde repertoire afdraaien als de vorige zanglijsters. Zal we l een concours zijn maar mijn koffie smaakt er een stuk minder door.

 

In een restaurantje eten we een hapje en zijn te moe om de wedstrijd tussen Argentinië en Nederland te zien. We gaan naar bed waar ik meteen in slaap val, Karen kan de slaap niet vatten en gaat even in de kuip zitten. Ze is getuige van een wel heel vrije moraal van het buurschip. Een erotisch feest tussen jong en oud, doet haar maar besluiten om toch naar bed te gaan, naast die suffe vent.

Veel stroom in Le Chenal du Four

Als het hier hard waait gebeurt je dit.!
Als het hier hard waait gebeurt je dit.!

 

Vrijdag 11 juli 2014.

 

Camaret sur Mer - 49˚ 09’4 N 003˚ 28’6 W

 

We vertrekken rond 08.00 uur want dat is de tijd die ik uitreken om op tijd bij Le Chenal du Four te zijn. Twee uur varen om bij de eerste ton te zijn zodat ik de motor er bij houdt om op tijd te zijn. Vlak voor de Noordzijde van de kust van de Rade van Brest valt de mist in en kan bijna niets meer van de wal en van de schepen om ons heen, onderscheiden. Dit baart me behoorlijk zorgen om een nauw kanaal in te varen met flinke stromingen dat trekt me niet echt. Op het moment dat ik tegen karen zeg dat ik het nog even aankijk met de mist en terug ga, trekt de mist op en wordt het helder weer. De zon komt door en we worden gegrepen door de stroom. De snelheid over de grond loopt op tot 10 knoop, dat schiet lekker op. De wind begint erbij te komen zodat ik alle zeilen bijzet om vervolgens de motor uit te zetten en verder te zeilen. Een schip achter ons houdt de motor bij en komt ons dan ook snel voorbij. Moeten zij weten, wij liggen lekker op één oor en we maken een snelheid van 8 knoop. Een zekerheid is ook dat we de stroom, iets minder, zo meteen tegen krijgen en dat we dan ook gewoon door moeten zeilen, ondanks dat we 1 of twee knoop voortgang maken.

 

We merken aan alles dat het varen in deze wateren totaal anders is dan op de oceaan. We varen nu met wat kortere golven zonder dat er een swell doorheen staat. De stromingen zijn heftiger en moeten daar terdege rekening mee houden. Ik ervaar het als makkelijker maar ik weet hoe gevaarlijk het hier kan zijn met veel wind.

 

Guernsey ligt een 120 mijl van Camaret af en we beschouwen de tocht gewoon als een onderdeel van een langere oversteek zodat we hetzelfde wachtsysteem aanhouden als op de oceaan. Ik kook en we eten gezamenlijk in de kuip, rond 20.00 uur kruip ik in de voorpunt om te slapen. Natuurlijk lukt me dat niet maar ben toch fit als ik om 23.00 uur wakker wordt gekust om de wacht over te nemen. Ik kom boven en ben getuige van een mooie nacht, de zeilen staan lekker strak, de automaat staat zijn werk te doen, alles is onder controle. Dat wordt een makkie voor me. 

Wind tegen stroom voorkomen als je kunt.

Scheeps kerkhof.
Scheeps kerkhof.

 

Donderdag, 10 juli 2014

 

Camaret sur Mer.

 

Volgens de weerkaart staat de wind flink tegen bij Le Chenal du Four. Le Chenal staat bekend om zijn stromingen, een stroom van 7 tot soms 8 mijl tegen of mee, is bij springtij mogelijk. De wind tegen stroom lijkt me niet zo’n fijn moment om uit te varen. We blijven nog maar een dagje liggen. De bestemming weten we eigenlijk nog niet definitief maar denken nu aan Guernsey.

 

We lopen naar het dorp en verwonderen ons over het kerkhof van schepen die op de wal liggen. De boten hebben hun beste tijd gehad en ik kan aan de antennes zien dat ze een lange geschiedenis hebben. Een kruispeilantenne staat nog op de roef. Niemand van de plunderaars heeft dit als waardevol gezien en deze staat half geknakt op de roef. Het maakt me mistroostig, de gaten in het schip, de planken die uit het verband zijn gesprongen. Een kunstschilder ziet er een dankbaar object in om deze te schilderen op een soort zwart leisteen. Het beeldt erg mooi het sinistere plaatje uit.

 

We lopen kriskras door het dorp maar zijn weer eens tijdens de lunchpauze op pad zodat veel werkplaatsen en galerieën gesloten zijn. De kerk roept ons met een doodsklok en we gaan kijken waar het geluid vandaan komt. Een grote bestelbus met lanceerinstallatie staat voor de kerk en de treurende spoeden zich naar de ingang van de kerk. Net op tijd omdat de zwarte geklede doodgravers de deur net aan het sluiten zijn. Wij gaan maar niet naar binnen, om ons niet opgesloten te voelen, bij een begrafenis van iemand die we niet kennen.

 

Op de boulevard met de verschillende eetgelegenheden en bars, drinken we een borrel en besluiten nu definitief, morgen te vertrekken naar Guernsey. De avond eten we aan boord en maken een wandeling over de steigers. Een Engels schip vertrekt naar La Coruna en begint zijn avontuur waar wij besloten hebben om het te beëindigen. Het geeft me een dubbel gevoel.

Camaret, een groot kunstatelier

De eerste misser van de twee.
De eerste misser van de twee.

 

Woensdag, 09 juli 2014.

 

Camaret sur Mer

 

De euforie van het voltooien van een jongensdroom, het rondje Atlantic, is snel verwerkt en je gaat meteen over op de orde van de dag. Ik had me het gevoel totaal anders verwacht en ben waarschijnlijk toch die nuchtere Hollander. Ik heb meteen een ander plan voor de toekomst klaar in mijn hoofd en daar moet ik nu meteen maar aan beginnen te werken. Rondje wereld staat nu op het verlanglijstje, maar eerst er even voor werken.

 

Wij wandelen door het dorp en eten een paar oestertjes met een glas wijn bij een oesterkweker. Het smaakt geweldig en wij kijken onze ogen uit hoe groot hier de krabben en de kreeften zijn. Een Engelse vrachtwagen komt 20 ton levende krabben brengen en deze worden meteen gesorteerd op grootte. De eigenaar van het bedrijf is bijzonder vriendelijk en geeft ons de vrijheid om door het hele bedrijf te lopen.

 

Sinds prehistorische tijden wordt de oester al als voedsel gevangen. It was a bold man who first swallowed an oyster, is een beroemde uitspraak van de zeventiende eeuwse Engelse koning Jacobus I. Het moet inderdaad enige stoutmoedigheid hebben vereist om te veronderstellen dat die glibberige massa in een moeilijk te openen schelp eetbaar zou zijn. Maar na deze heldhaftige oermens zijn er velen gevolgd die alles, zelfs een vrouw, in de steek lieten om van een kostbaar en zinnelijk dozijn oesters te kunnen genieten.

De Grieken benutten de schelpen van de oester bij verkiezingen door het in parelmoer aan de binnenkant het teken van de man van hun voorkeur te kerven. Maar zij wisten ook de verrukkelijke smaak van het zeedier te waarderen. Zij verzamelden oesters in het wild bij grote hoeveelheden tegelijk. Aristoteles schreef reeds lofzangen op de oester en ook in de geschriften van Homerus vinden we deze schelpdieren terug.

De Romeinen speelden een doorslaggevende rol in de ontwikkeling van de oesterteelt. Zoals bekend waren zij een fanatiek visetend volk. Zij vonden grote natuurlijke oesterbedden aan de zuidoostkust van Engeland en in de Bosporus. Van daar lieten zij de oesters per schip, verpakt in zeewier, naar het moederland komen.

Zie voor verder interessante geschiedenis www.oestravital.nl

 

De stad is een groot paradijs voor kunstliefhebbers want er zijn overal kunstgalerie en kunstenaars die bezig zijn met hun vak. Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat er niemand werkelijk de kost kan verdienen.

We eten aan de veranda langs de boulevard en we kijken naar de wedstrijd Nederland Argentinië. De Hotelier komt bij ons zitten om voetbal te zien. Het wordt een lange wedstrijd want we verliezen, weliswaar niet de wedstrijd met voetballen, maar we verliezen de penalty reeks. Jammer we liggen eruit.

 

Rondje Atlantic compleet.

 

Dinsdag, 8 juli 2014.

 

48 00’8 N 006 36’85 W – Camaret sur Mer.

 

In mijn wacht kom ik een cluster van schepen tegen en wil de Shipping Lane oversteken. We mogen de schepen niet hinderen in hun richting en vaart, in overleg met Karenover de positie en de koers te varen, sla ik weer tegen de schakelaar van de AIS en deze ligt er meteen uit. Het is juist nu een geweldig hulpmiddel en zitten we zonder de soms irritante waarschuwingen. Ik zal het op de oude manier moeten doen. Ogen open, Bak en stuurboord lichten in de gaten houden en de twee toplichten op de schepen die hiermee hun richting aangeven. Ik roep één schip op en deze meld me dat hij achterlangs gaat passeren en dat ik mijn weg kan vervolgen. De drie schepen die nu op me afkomen gestormd die ontwijk ik toch maar liever. Ik verleg de koers en vaar een tijdje mee met de schepen zodat ze me inhalen. Na het laatste schip verleg ik de koers terug en probeer zo snel mogelijk de virtuele snelweg over te steken.

Ik geef de wacht over in rustiger vaarwater en Karen kan het schip richting Rade Brest aanhouden. Ze houdt prima wacht en interpreteert de richting en snelheid van de schepen uitstekend en neemt de juiste beslissingen. Goede maat!

 

Meestal ,bij een 20 mijl nog te gaan, kun je land zien. In deze ochtend zien we geen land en zelfs geen licht. Vreemd, het zal wel aan de lage kustlijn liggen maar dan moet je toch een vuurtoren zien. Op de kaart staat een vuurtoren met een dracht van 24 mijl. Het blijkt later wat mistig te zijn zonder dat je het merkt. Bij nadering van land met 15 mijl gaan we een donkere grijze massa zien die land moet zijn. De wind neemt iets toe zodat het heerlijk zeilen is naar de baai van Brest.

 

Rond 1500 uur varen we Camaret binnen en worden verwelkomd door een Hollander die de lijnen aanneemt en meteen zegt dat we in de halve finale zitten en dan pas de "goede middag". Enthousiasme genoeg en we kunnen vanavond meteen kijken naar de wedstrijd Duitsland Brazilië.

De ligplaats langs de steiger is geblokt door een bordje dat deze toebehoord aan een lokale schipper. We lopen naar de havenmeester en deze zegt ons gewoon te blijven liggen, ook voor meerdere dagen geen probleem.

 

Camaret is een leuke plaats en we lopen er dan met veel plezier door heen. Het is echt Frankrijk en een trots gevoel loopt door me heen dat we het toch maar gedaan hebben Met de landing op de Rade de Brest is ook mijn rondje Atlantic een feit en de lus is gesloten. We drinken er een borrel op en we verwennen ons om uit eten te gaan. We eten hoe kan het ook anders een plateau Fruits de Mer en we gaan in een café naar Duitsland kijken en zien de Brazilianen voor schut gezet worden in de eerste helft. Bij 5 – 0 zijn we maar naar de boot gegaan om de naar bed te gaan om de vermoeienissen van de afgelopen dagen te verwerken. Later horen we vele scheepstoeters van Duitse schepen dat de wedstrijd voor hen prima is verlopen en dat ze een finale plaats hebben bereikt. Nu wij als Hollanders nog.

Van 4000 meter naar 200 meter

Continentaal plat Biskaje
Continentaal plat Biskaje

 

Maandag, 7 juli 2014.

 

47˚ 33’6 N 008˚ 46’9  W – 48˚ 00’8 N 006˚ 36’85 W

 

Ik word overvallen door een hevige bui. Een bui zoals we die in de Cariben gehad hebben. Het dek spoelt schoon met regenwater en het zout knispert van de lijnen af. Het zeil transporteert de vlagen met water en dit druipt in slierten van de giek af. We hebben een mooi dagtotaal gescoord (138 mijl) en worden onrustig omdat we het idee hebben, dat we bijna aan land zijn. De stuurautomaat maakt een vreemd wringend geluidje en duik de kuipkist in om te zien of er iets tussen zit. Het is net of er een stukje rubber klem zit tussen de aandrijving van het roer. Ik kan het niet terug vinden en besluit het probleem uit te stellen bij aankomst. Ik haal natuurlijk weer allerlei doemscenario’s in het hoofd zoals het geblokkeerd raken van het roer. Gelukkig dat ik een noodroer heb in de vorm van de windvaan. Het komt wel goed.

 

Door de veranderlijke wind en de richting van de golven kan ik het schip moeilijk op koers houden, ik blijf een hele wacht bezig om de goede afstelling te vinden voor de windvaan. Ineens slaat de AIS aan en kan gerust zijn om met het apparaat de verkeersscheidingstelsel in te gaan.

Er varen twee vissersboten naast ons en ik realiseer me dat we nu het continentaalplat opvaren. De Oceaan wordt een zee, de diepte loopte ineens terug van 4000 meter naar 200 meter. Dit is ook de reden dat de golf van Biskaje zulk een vervelend water is om te varen. Bij veel wind en dan vooral uit de zuidwest hoek, wordt het water flink opgestuwd en krijg een extra push van de stroomrafeling die eronder zit. Wij hebben er gelukkig weinig last van omdat er niet zoveel wind staat dat we er hinder van ondervinden. Het is voor mij nu wel de tweede maal dat ik de golf van Biskaje invaar.

 

In de vroege nacht lopen we de scheepvaartlijn in en moeten goed uitkijken en zelfs wijken voor de drukke vaart.

Vliegtuigbeen op zee.

zon achter de wolken
zon achter de wolken

 

Zondag, 6 juli 2014.

 

47° 02’36 N 11° 34’02 W -47° 33’6 N 008° 46’9 W

 

Met een windje van 14 knoop met een stevige windvlaag ertussen weten we flink vaart te houden. De Queen B loopt 6,3 knoop, met uitschieters naar 7,5 knoop. Het schip ligt prima op koers zodat we flink opschieten naar het doel. De zee licht weer eens op en het geeft een indrukwekkende sfeer. Snelheid dat achter het schip wegglijdt, fosforescerende golven, de maan die zich soms laat zien. Ik kom mijn bed uit en heb waarschijnlijk verkeerd gelegen en krijg hetzelfde pijnlijke gevoel in mijn kuit, dat ik al een paar maal heb opgelopen in het vliegtuig. Ik noem het vanaf nu mijn vliegtuigbeen maar kan het dus ook aan boord krijgen.

 

In mijn wacht reef ik de zeilen en ondanks de verminderde vierkante meters voortstuwing, zeilen we nog steeds 5,5 knoop. Het is wel een stuk rustiger aan boord. Ik krijg tot driemaal toe een windvlaag, en meet 32 knoop. Nu moet er oplettend gezeild worden, om niet uit het roer te lopen. Het grootzeil is gereefd zodat ik niets aan de zeilen verander. Laat maar gaan, maar er wel bijblijven. Om 05.30 uur wordt het rustiger en zeilen we gewoon door.

Een prachtige zonsopkomst met veel rood in de verte, gekartelde wolken die geaccentueerd worden dor het licht aan de achterzijde van de wolken. Eindelijk zien we weer eens een schip. De "Delmonte Starpride" passeert ons aan de achterzijde. Volgens de Ais is het een containerschip.

 

De Queen B blijft met een treinvaart richting Brest varen. Karen heeft het vandaag niet gemakkelijk en denk dat ze een beetje te overmoedig is geweest door te lang en teveel binnen is geweest. Binnen zijn is meestal opruimen, kaart lezen, logboek schrijven, maar binnen is ook de nekslag voor mensen met een aanleg voor zeeziekte. Wel erg dapper om het telkens weer te proberen, Karen doet er alles aan om het te overwinnen.

 

Ik zie nog een drietal potvisjes naast de boot. Op vier meter afstand kijk ik in een neusgat. Deze potvis heeft een stompe neus en een merkwaardige vin op het lijf. Het neusgat zwemt van me vandaan en gaat zijn ontmoeting met mij, vertellen aan zijn maatjes een stukje verder op.

 

Mensen jagen al 2000 jaar op walvissen. Een van de eerste walvisvaarders waren de Vikingen. Deze zagen de walvis als een groot zeemonster waarmee je een strijd op leven en dood leverde. Tot in de vorige eeuw was de walvisjacht een gevaarlijk beroep. De schepen voeren naar onbekende zeeën. Als er een walvis in zicht kwam, roeiden de jagers in kleine bootjes op de nietsvermoedende reus af. Harpoenen werden met de hand in het walvislijf gegooid en in het gevecht dat volgde verdronken vaak mannen omdat hun boot omsloeg.

De Noren hebben een harpoen kanon uitgevonden in 1925. Dit kanon had aan de punt een granaat dat explodeerde als het in de walvis geschoten werd. Samen met stoomschepen kon men nu ook jagen op de snelle zwemmers, zoals de bultrug en de blauwe vinvis.

 

Bij een onverhoedse beweging bij de kaartentafel sla ik met mijn hand tegen de schakelaar van de AIS en het apparaat slaat af. Ik probeer de AIS op te starten maar deze blijft naar zijn positie zoeken en kan de GPS-positie niet terugvinden. We zullen het zonder moeten doen. Plotseling valt de wind weg en ik twijfel of ik de motor moet starten. We hebben brandstof genoeg om de haven te halen. Ik besluit het niet te doen en zeilen zonder wind door. Na een half uur komt de wind terug in het zeil en maken we weer voortgang.

Eiersalade op de oceaan

voor de trein hebben ze de kloktijd gemaakt, en wie is er niet op tijd?
voor de trein hebben ze de kloktijd gemaakt, en wie is er niet op tijd?

 

Zaterdag, 5 juli 2014.

 

46˚ 17’2 N 14˚ 21’2 W – 47 02’36 N 11 34’02 W

 

De wind neemt nu af en draait naar West. Ik rol na mijn slapeloze rust de Genua en de kotterfok uit en draai continue de windvaan naar de wind toe om op koers te blijven. Op de AIS zien we nog eens twee vissersboten maar zijn te ver weg om goed te kunnen onderscheiden.

De afgenomen wind geeft mij de kans om in mijn wacht mijn baard te scheren, mijn log uit te werken, de afwas weg te werken, eiersalade te maken voor het ontbijt.

 

De ochtend wordt wat vriendelijker omdat de dikte van het wolkendek afneemt. Zowaar zien we even de zon. De wind neemt nu wel heel erg af en vaar met 3 knoop. Vol tuig de richting van Brest tegemoet.

We zetten nu de klok twee uur vooruit om ons aan te passen aan de zomertijd op het Europese vasteland. De tijd is nu weer gelijk met het thuisfront. Het zal wel een beetje vreemd aandoen want twee uur verschil is groot voor wat betreft de zonsondergang en zonsopgang. Ik moet twee uur eerder naar bed om het wachtsysteem in ere te houden. Ik slaap toch al moeilijk zodat ik er tegenop zie om op bed te gaan liggen te rusten.  

 

Vreemd genoeg slaap ik deze keer meer dan ander halfuur en ben zo fris als een hoentje als ik de wacht van Karen mag overnemen. Het is dik bewolkt en zien af en toe een gaatje blauw tussen de wolken of in de avond een verloren ster die zijn opwachting maakt.

Hollands mopperen over het weer.

en dit dan onderwater
en dit dan onderwater

 

Vrijdag, 2 juli 2014.

 

45˚ 13’7 N 17˚ 09’6 - 46˚ 17’2 W - 14˚ 21’2 W

 

We beginnen tegen elkaar te mopperen dat we maar één dag goed weer hebben gehad en nu al bijna een week met regen en kou worden geconfronteerd. We kunnen er beiden niets aan doen en trekken gewoon een extra trui aan en Karen gaat met een deken inde kuip haar wacht houden. Het positieve is dat we goede voortgang maken met een relatief gunstige wind. De wind zal volgens de Navtex alleen maar beter en gunstiger worden zodat ik de lichte koers afwijking accepteer om deze later te compenseren. Ik vaar 10 graden uit koers om de wind het schip te laten zeilen in plaats van alleen maar duwen. Het scheelt me 2 a 3 knoop vaart. Het heeft 4000 jaar geduurd voordat de mens in de gaten heeft gekregen dat een zeil vaart op de luchtledigheid achter de bolling van het zeil in plaats van dat de wind het schip voortduwt.

Karen wordt weer lyrisch over de lichtende zee die ze nu ziet. In logboek schrijft ze: de allermooiste zee ooit gezien. Heel de zee, elke golftop, zover ik kan zien, geeft de hele zee licht.

 

De wind neemt toe naar 28 knoop en zeilen nu alleen op het grootzeil 7,5 tot 8 knoop. Ik besluit verder te reven. We zijn door de 500 Togo heen en kijken tegen een 4xx op de klok aan.

De golven bouwen op, de wind is hard en komt soms met een 7 Bft door. De AIS begint te piepen met de waarschuwing van een schip met een CPA van 0,2 mijl. CPA betekent Closest Point of Approach. Dit is niet fijn en ga in de kuip zitten om het schip visueel te zoeken en te zien hoe we van elkaar weg kunnen blijven. Pas als het schip op een mijl genaderd is zie ik hem. De hoge golven vertroebelen het beeld, de grijze lucht met regen en de wind die de regen tegen het gezicht slaat maakt dat het moeilijk herkennen is. Het blijkt een tonijnvisser te zijn die iets later bijdraait om de tonijn achter ons schip weg te halen. Mijn plankje met kunstinktvisje heeft nu helmaal geen kans meer. Een kwartier later schiet een tweede tonijnvisser ons voorbij maar hier hebben we geen hinder van. Nadat de AIS aangeeft dat er een kruisje door de schepen staat gaan wij rustig door met het volgen van onze route.

 

Rond 1300 uur neemt de wind iets af en wordt het weer wat rustiger aan boord. Ik zie zelfs kans om twee keer 1,5 uur te slapen. Ik voel me herboren.

We schuiven voorbij een onderzeese berg, 3787 meter hoog en toch nog 213 meter onderwater. Niemand die me begrijpt dat we over de bergen kunnen zeilen, of bergen kunnen omzeilen. Het is de Antialtair Seamount.

De windvaan flipflapt ons vooruit.

het weerbericht aan boord, ver weg van de kust.
het weerbericht aan boord, ver weg van de kust.

 

Donderdag, 3 juli 2014

 

44˚ 14’4 N 19˚ 48’7 W - 45˚ 13’7 N 17˚ 09’6 W

 

Gisteren hebben we een etmaal van 143 mijl op de klok staan. Dat schiet op en het ziet er goed uit voor de komende dagen volgens de Navtex, de weerschrijver. Voorspellingen voor Strong Winds en dat is volgens mij 5 Bft en uit een goede hoek. Ook lees ik dat rond Ierland in het gebied Shannon veel wind is, zodat we waarschijnlijk geluk hebben met onze beslissing om naar Brest te varen.

Karen blijft gammel en ik heb met haar te doen. Wel dapper om zo positief te zijn en het leuk te vinden. Ik heb veel compassie met haar maar kan er niets aan doen. Doorgaan is de enige oplossing, blijven drinken en af en toe eten. De zeeziekte weerhoudt Karen niet om gewoon de wacht te draaien en in de nacht uitkijk te houden. Ze is getuige van een prachtige lichtende zee die een spoor van licht naast de boot en achter de boot trekt. De lucht met een paar gaten in de bewolking trekt nu weer helemaal dicht en we gaan een sombere regenachtige koude dag tegemoet. De zon laat zich in de middag een halfuurtje tussen een paar lagen van het wolkendek zien en laat ons dan er in de steek. Is dit nu het gebied waar ons mooie weer in Europa gemaakt wordt? Ik zal iedereen thuis waarschuwen dat we waarschijnlijk een vervelende zomer krijgen.

 

De kou drijft me naar binnen en voel me nu echt een Franse zeiler, alleen de plastic uitkijkbol mis ik op het dek. Fransen gaan in de nacht in een gesloten kajuit zitten en houden wacht via een glazen bol of gaan gewoon slapen en kijken eens per uur of de boot er nog is ofwel geen tegenliggers zijn. Wij vinden deze manier van varen onverantwoord en ronduit gevaarlijk.

De wind draait nu naar West Zuid West en moet plat voor het laken richting doel. Dit zijn niet mijn favoriete koersen maar ik heb niet te kiezen. De wind neemt toe, de golven lopen op en reef de Genua nu helemaal weg en vaar alleen op een dik gereefd grootzeil. Bulletalie zorgt voor het voorkomen van een gijp, de windvaan, flipflapt ons de verdere nacht door. Rond 23.30 passeert aan stuurboord de Marfret Marje, een chemietanker op weg naar Sint Maarten, Phillipsburg. Schip is volgens de AIS 170 meter lang, maar ik zie maar een donker waas voorbijschuiven. 

Sardientjes op je nuchtere maag.

 

Woensdag, 2 juli 2014.

 

43˚ 09’2 N 22˚ 43’7 W – 44˚ 14’4 N 19˚ 48’7 W

 

Het is klam en mistig. Een dik waas van vochtige lucht trekt onder de bimini door en maakt alles nat ik de kuip. Het is koud en zie dat het water maar een temperatuur heeft van 17˚ Is dit nu de warme Golfstroom? Karen denkt verschillende lampjes te zien in de pikdonkere nacht en ruikt een geur die niet thuis te brengen is. Ik verzwijg dat het waarschijnlijk mijn sokken zijn die ik de laatste dagen niet gewisseld heb. Karen blijft sniffen en ruiken en maakt zelfs aantekening in het logboek.

 

Ik denk dat ze een walvis in de neusgaten heeft. Ik heb een walvis eens vlakbij gehad en de lucht die eruit komt samen met zijn adem is niet om te harden. Of hij op zijn nuchtere maag dertien blikjes sardientjes heeft gegeten.

 

Om 0800 begint het hard te waaien, 6 Bft en moet aan de slag om grootzeil te reduceren, Genua te reven, ondanks dat er maar een paar kleine driehoekjes zeil op de Queen b staan, blijft de "Dame" 6,5 knoop lopen. De zee bouwt zich op en er komen grote rollers en bergen water naar ons toe. Verschillende keren breekt er een kop van een golf tegen de achterkant van het schip en maken de kussens drijfnat.

Later op de dag gaat de Queen B 8 knoop varen maar de windvaan houdt het schip in bedwang, toch vind ik het te hard gaan en reef de Genua nog verder. Het schip is met een 6 of 7 knoop comfortabel binnen, bij hogere snelheden ga je de beweging ook binnen merken.

 

De avond is zoals de dag, het blijft nat, mistig, vochtig en er valt ook nog een echte bui. Mijn kleren zijn nu echt nat en moet wisselen van broek.

 

Die verrekte spieren.

strong winds is Bft 5 bij zeilers, niet dit!
strong winds is Bft 5 bij zeilers, niet dit!

 

Dinsdag, 1 juli 2014.

 

42˚ 07’1 N 24˚ 28’5 W - 43˚ 09’2 N 22˚ 43’7 W

 

Een paar verdwaalde sterren aan een bewolkte hemel. De golven vertragen, ze rekken zich uit en het voelt rustiger aan boord. Later op de dag wordt het veranderlijk weer. De wind gaat langzaam aan meer van Noord naar Noordwest en zelfs naar West. De windkracht loopt uiteen van 8 - 20 knoop wind. Ik slaap weer slecht en moet het doen met een uur slaap na de wachtperiode. Ik krijg al enkele dagen niet meer dan 3-4 uur slaap op een etmaal en mijn ogen gaan branden. Met het wisselen van de snelheidgever een paar dagen geleden, heb ik een spier verrekt op mijn borst. Het is pijnlijk bij beweging, de Wet van Murphy voegt er aan toe dat ik een kou heb opgelopen in mijn rug, een  spier precies aan de achterkant. De pijn schiet het lichaam binnen bij elke onverwachte beweging, ik mopper erover maar zie geen reden om pijnstillers te nemen. Ik probeer wat oefeningen te doen om de spieren aan de gang te houden, door de pijn heen.

 

Er drijft een verlaten plastic boei voorbij, verder is het een stille lege zee. Grijs water, lichte golven en een scheepje dat voortgeduwd wordt door een zachte wind. Bij de uitgebreide positiebepaling in het logboek hebben we overleg wat de beste bestemming is. We houden rekening met het programma thuis voor de komende maand en komen tot de conclusie dat het beter is om wat rechtstreekser te varen,  Brest aanlopen in plaats van Ierland. Om 14.00 verleg ik de Queen B naar een nieuwe koers van 60˚, aankomst wordt Camaret vlakbij Brest. Afstand, Togo is 843 en dat is maar 14 mijl meer dan Ierland en we hebben een veel beter uitgangspunt om terug te varen.

 

Karen vaart met haar wacht in een schitterende zonsondergang in een pikdonkere nacht. De wind is toegenomen en komt nu meer dan ruim in het zeil. Het tuig stuurt de boot naar voor en maakt een vaart van 6 tot 7 knoop. We schieten op en het ziet er voor de komende dagen volgens de Navtex goed uit. Voorspelling is Strong Winds maar volgens mij uit de goede richting.

Calculatie fout van Greenpeace?

Het verstand van een bultrug?
Het verstand van een bultrug?

 

Maandag, 30 juni 2014.

 

41˚ 20’7 N 26˚ 05’4 W - 42˚ 07’1 N 24˚ 28’5 W

 

Ik vaar de ochtend in met een 10 knoop wind en een koers van 20˚. Niet bezeild voor mijn tactiek, maar Cork is met deze koers wel te bereiken. Ik laat het maar zo en kies voor zeilen. Karen heeft vanochtend een walvis gespot maar in de ochtend zie ik een dikke zwarte berg uit het water komen, een dikke mist(water met lucht) verlaat zijn lijf, iets verder op zie ik 3 andere walvissen bij elkaar liggen. Drie fonteintjes die regelmatig van het watervlak komen.

 

De walvis is de geest van de diepte, het wezen dat zijn onvergelijkbare formaat en keelgat weerspiegelt als oceaan, onbewuste herinnering, nacht, baarmoeder en onderwereld. De in de verte zichtbare witte parels van zilte uitademing en de uit het water springende kop en donkere staartvin doen wel denken aan de kosmos zoals die ontstaat uit de oerwateren. Bij de Tikigaq-walvisjagers zagen de ziel van de oervrouw en oerwalvis als, één; haar iglo was een walvis, de gang van herschikte walvisbotten een gebied van geboorte, dood, gevaar, en inwijding: in sommige verhalen zijn vrouw en walvis één en hetzelfde slachtoffer. De potvis heeft het grootste brein ter wereld. Tandwalvissen, zoals potvis, orka, dolfijn, en de enorme meer solitaire baardwalvissen, die met hun zeefachtige baleinen plankton filteren bezitten hersenstructuren die vergelijkbaar zijn met de onze en ontwikkelden, misschien 15 miljoen jaar eerder dan wij, spoelcellen: neuronen die linken naar functies als zelfbewustzijn, compassie, en taalexpressie. Het gezang van de bultrug, met een miljoen informatiedragende veranderingen in frequentie, is zonder meer het meest uitgebreide vocale vertoon in de natuur. Walvissen oriënteren zich op de magnetische aardvelden via deeltjes ijzeroxide in hun brein en leggen enorme afstanden af naar paaigronden. Ze paren, baren en voeden hun jongen onderwater.(uit boek der symbolen)

 

Greenpeace of en andere natuurbewegingen hebben het over teveel schepen op zee, en de bedreiging van de walvisstand. We hebben nu veel meer walvissen gezien, en dan zijn er nog walvissen die ik niet gezien heb, dan schepen. Ik neem nu aan dat er meer walvissen zijn dan schepen, en dat het helemaal niet zo slecht gaat met de stand van de Walvis. Het wordt verder een rustige dag, wel tegenwind maar je kunt niet alles hebben, we zeilen! Gelukkig is het vandaag iets warmer dan gisteren.

 

Flapperende zeilen

logboek
logboek

 

Zondag, 29 juni 2014

 

39˚ 16’8 N 26˚ 57’8 W - 41˚ 20’7 N 26˚ 05’4 W

 

Ik maak tweemaal per dag een uitgebreid logboek verslag. De vertrektijd, de tijd van de dag van vertrek, is een belangrijke en in dit geval 13.30. Gegevens worden vastgelegd  zoals koers, snelheid, barometerstand, de nog te varen afstand en de positie in de kaart getekend. Dit lijkt minimaal voor wat betreft logboek maar bij tochten zoals deze waarbij de verwachtte aankomsttijd rond de 12 dagen ligt is dit ruim voldoende. De kaart heeft een schaal dat het vastleggen per uur geen vordering laat zien en het wordt een rommeltje van lijnen op de kaart. Bijzondere gebeurtenissen worden wel tussendoor vastgelegd zodat ik een goed geheugensteuntje heb voor mijn verslag. De overgang van de ene dag in de andere, 00.00 uur,  is het andere moment. Alleen vastleggen gegevens, indicatie wat de vordering is en niet het intekenen van de positie.

 

De situatie is om 00.00 uur, een vlakke spiegelende zee zonder wind, motor aan, grootzeil staat te flapperen aan de mast. Ineens een kwartier later voel ik wind en minder de motor om te zien of we wind genoeg hebben voor de voortgang. De motor kan uit en we zeilen. Gelukkig blijft de wind en gaat zelfs stevig waaien zodat we een goede voortgang maken. Ik richt de koers op Noord en zeil scherp aan de wind. De taktiek  moet het allemaal later ten goede maken, omdat er voor de komende 4 tot 5 dagen Noord voorspeld is en in het onderste gedeelte van de route, aan de oostelijke zijde van de koerslijn windstiltes zullen zijn. Ik probeer met een boog om de windstilte heen te varen.

We hebben veel bewolking en het is koud. Ik trek mijn lange broek aan en een dik vest. Ik zie er uit als een Noorzee-zeiler, terwijl we de breedtegraad van Lissabon nog niet gepasseerd zijn. In de middag schuift een donker silhouet van de MSC Ingrid voorbij. Het is een containerschip op weg naar Boston. Ik schrik een beetje omdat ik nu pas zie, wat een slecht zicht het is en dat ik het gevaarte niet heb zien aankomen.

De eerste dag varen we op het log 118 mijl en zijn we het doel precies 100 mijl genaderd. De wind neemt toe en moet een rif zetten om de stuurautomaat in balans te houden. Rond 23.30 loopt de wind om en komt nu pal Noord, ik kan de koerslijn niet meer Noord houden en wordt gedwongen 45 graden te varen.

 

Laatste lange etappe

de falende wonderlamp
de falende wonderlamp

 

Zaterdag, 28 juni 2014

 

Angra do Heroismo, Terceira (Azoren) – 39˚ 16’8 N 26˚ 57’8 W

 

We zien in de verte de schipper van de Lotos vechten met zijn anker. Hij hangt buiten zijn schip aan een lijn met zijn voeten bovenop het anker. De Lotos is 20 meter schip met twee masten, het anker is in verhouding. Vervelend als het spul niet de ankerkluis in wil schuiven. Eenmaal als het probleem opgelost is, geeft hij een stoot op zijn hoorn dat hij de anderen laat weten, de Lotos vertrekt. Ik roep de Lotos op en wens hen goede en behouden vaart. De marifoon werkt perfect en dat is een zorg minder.

 

Ik breng de auto terug naar de verhuur en maak aan boord klaar voor vertrek. Karen probeert thuis nog te organiseren en heeft druk contact via Viber. Rond 1200 maak ik los en vaar naar de steiger voor diesel en het betalen van het havengeld. Door de lunchpauze en een misverstand met de assistent-havenmeester zijn we pas rond half twee klaar om te vertrekken. Ik bel het thuis op en meld dat we 14 tot 16 dagen weg zijn.

 

Er staat weinig wind zodat ik de motor aanhoudt in afwachting van de wind. De tactiek is om de komende twee dagen Noord te varen en danhet doel Cork.

De wind is veranderlijk zodat telkens de motor aan en motor uit gaat, ik probeer te zeilen maar dat gaat vandaag niet lukken. Ik ga er na een tijdje vanuit dat het 12 uur motoren gaat worden. De reparatie van de dynamo met de wonderlamp lamp werkt niet en na een uurtje is de laadspanning opgelopen naar 16+ volt en moet ik het systeem uitschakelen. Dat wordt vertrouwen op de generator.

 

We zien uitbundige dolfijnen die ons welkom heten op de oceaan en uitzwaaien van de Azoren.

De mooie lijnen, contour, van het eiland blijft me lang achtervolgen en zelfs rond middernacht zie ik in de verte de rode lampjes van de windmolens op de bergen staan. Tot ziens Azoren, op naar het Vaste Land.

Duur gezever.

heldenrol voor idioten
heldenrol voor idioten

 

Vrijdag, 27 juni 2014

 

Terceira

 

De rekening, die ik krijg van Pedro laat me schrikken. Je kunt er niets aan doen want de prijs van te voren afspreken met zo een klus als deze gaat niet van te voren. Een invalide man, die als een oud wijf zevert en zijn vak niet kent dat is zuur om daarvoor het volle pond te moeten betalen. De reparatie is een noodvoorziening en niet eens opgelost. Ik zucht en betaal.

 

De kosten van een auto huur valt weer mee en rijden met een hobbel Smartje het haventerrein af. Eerst boodschappen halen om de komende tocht van veertien dagen te overleven. We raken er bedreven in, zodat we met een hele lading victualiën minder dan de eerste keer uit de strijd komen. De zakjes met etenswaren in de kleine en toch verrassend grote achterklep van de Smart en rijden naar de boot, om de bevroren spullen en de koelkast boodschappen, op te bergen.

 

Vervolgens de bezichtiging van het eiland. Terceira is een mooi groen eiland zoals Faial maar het betere onderhoud is opvallend, geen ingestorte kerken, geen huizen waar de takken uit de ramen groeien.

In Praia da Vitoria eten we een hapje met havenzicht. De haven is levendig en het zou een goede optie zijn om met de boot hier te liggen in plaats van Angra do Heroismo. Hier zijn zandstranden rondom de haven, de steigers zijn beter onderhouden. Het is ook een beter uitgangspunt om te vertrekken.

 

Terceira heeft veel gedoofde vulkanen, de hellingen zijn begroeit en rijden door lanen met grote bomen die je helemaal insluiten. De hellingen zijn begroeit met gras waar veel koeien lopen te sjokken en te kauwen. Bij een afdaling van een helling komt een meute koeien op ons af, de boer met stok loopt erachter. De beesten zijn eerst nog een beetje bang voor een Smart, maar door de druk van achter moet de voorste passeren. Het gaat goed en menig groot koeienoog zoekt contact met ons, door het raampje van de auto. Een woord van dank van de boer met een zwaai en kunnen weer door.

 

We hebben 60 % van het eiland gezien en rijden op het eind van de middag terug naar de haven. Op de parkeerplaats en zien nogal wat mensen op muurtjes zitten. Mannen zitten bovenop elektriciteitshuisjes en op de randen van de autoweg. Het stierengevecht gaat hier plaatsvinden wordt ons verteld. Nu is een stierengevecht hier iets anders dan in Spanje. Hier loopt de stier door de straten en wordt opgehitst door de bewoners. De stier wordt boos van die idioten en de stokebrand(de idioot die gek staat te zwaaien voor een stuur met omwikkelde horens) moet rennen voor zijn leven. Het is volksvermaak nummer één en we kunnen geen etalage voorbij lopen, waar geen filmpje draait van de mannen die te dom waren voor de stier. De stier krijgt ze wel eens te pakken en dan wordt het erg gevaarlijk. Wij kijken veilig vanaf het voordek naar een wat bezadigde stier die door wat jongens bezig gehouden wordt. Deze stier heeft waarschijnlijk pas zijn zwemdiploma want hij staat wel erg vaak in het water. De autobanden ter bescherming van wat paaltjes vliegen in de lucht, gelukkig zie ik geen koppen rollen.

 

We zien het niet helemaal af en gaan een hapje eten in het stadje, de koffie doen we op het pleintje waar we heerlijk naar de feestvierders kunnen kijken en naar de mensen die van het stierengevecht terug komen.

Een lamp als relais.

in de tijd terug terwijl het hier nog normaal is.
in de tijd terug terwijl het hier nog normaal is.

 

Donderdag 26 juni 2014.

 

Angra do Heroismo

 

Een schreeuw en een droge tik tegen de zijkant van het schip geeft aan dat de monteur terug is. Ik zie aan zijn ogen dat de eerste stap de moeilijkste is en bied hem aan te helpen. Nee, liever niet. Hij komt met veel theater op het schip en strompelt naar de gapende wond van de motor van de missende dynamo.

De koolborstels blijken het niet te zijn en het moet echt aan de elektronica liggen. De conclusie is dat het relais kapot is en stelt voor om met een lamp voeding te geven aan het veld, de weerstand van de lamp maximaliseert de spanning en als het te gortig wordt springt de lamp en is dan meteen een zekering.

Het klinkt allemaal te mooi om waar te zijn en laat hem gaan. De montage van de dynamo wordt een hele klus want hij is de volgorde van de draden kwijt. Had ik nu maar de foto gemaakt. Hij haalt 12 volt plus van het relais en via de lamp zet hij het draadje vast aan het veld van de dynamo. De motor wordt gestart en zowaar, ik heb zowel op de startaccu als op de huisbank een laadstroom. Hier kom ik wel mee thuis denk ik. Hij gaat van boord, de rekening komt wel via Pedro.

 

We gaan de stad in voor een lunch en zoeken internet contact, ikzelf blijf te druk met van alles rondom het bedrijf en kan er niet van loskomen. Het wordt nu continue de weerkaartjes in de gaten houden. Het is een sterk wisselend weergebied ten Noorden van ons. Twee grote fronten rollen over de oceaan en onderin, vlakbij ons zit er weinig wind die ook nog het Noorden komt.

 

We eten aan een tafel waar iedereen kan aanschuiven. Ik bestel een bord met inktvis en Karen een bord kip. Karen wordt de gelukkige met 1 kilo gefrituurde kipstukken in een broodkorstje. Zoals altijd moet ik het bord van Mevrouw leegmaken en we komen dan ook allebei met een dikke ronde opgeblazen buik buiten.

 

De Queen B ligt aan de steiger aan zijn lijnen te rukken en te gieren. De Swell komt binnen en we hebben een onrustige nacht van het gekraak van de lijnen. De muziek op de kade begint om 2300 uur en doet er een behoorlijke schep rumoer overheen.

Strompelende monteur

Balmar
Balmar

 

Woensdag 25 juni 2014

 

Angra do Heroismo

 

De papierwinkel van de haven is binnen 10 seconden afgedaan en betalen kun je pas als je vertrekt. De stempel van de douane is niet nodig want de havenmeester belt één keer per dag de namen van de schepen door, die aankomen. Dat is gemakkelijk. Ik vraag om een monteur voor de dynamo en hij geeft me een briefje met de naam van Pedro. Ik bel Pedro en heb de pech dat hij in Praia is maar hij zal iemand anders sturen.

De vervangende monteur is een oude man die al steunend en kreunend aan boord komt met een professioneel tasje waar zijn meetapparatuur in zit. Strompelend aan dek, strompelend van de kajuittrap en half neerstortend voor het deurtje van de dynamo. Hij kijkt naar de dynamo en vraagt naar het type. Balmar, met een los relais beantwoord ik. Hij heeft er nog nooit van gehoord maar nog erger, ook nog nooit één gezien. Na een hoop gestuntel, onnodige vragen en de lange uitweidingen over wat er allemaal mogelijk is word ik licht wanhopig. Hij krijgt de oorzaak niet boven water en besluit de dynamo eraf te halen om de koolborstels te controleren. Ik help mee en adviseer hem een foto te maken van de aansluitingen zodat het later geen gezoek hoeft te zijn. Niet nodig want hij weet het precies! Hij gaat met de dynamo van boord en durf hier niet weer te beschrijven hoe hij van boord is gekomen. Ik was al bang dat hij met de SAR helikopter van het dek gehaald zou moeten worden.

 

Vandaag door het stadje Angra do Heroismo gewandeld en komen tot de conclusie dat het hier echt leuk en mooi is. De huizen zijn goed onderhouden, met verschillend kleurtjes en een trotse kerk met twee torens die over de haven uitkijkt. Het stadje is beschermd als werelderfgoed van de UNESCO vanwege de helrode terracotta daken van de huizen en de haven. De baai is beschermd als een natuurlijke haven en beschermd door de bergen eromheen. Behalve bij zuidenwind dan kan het hier erg spoken. Later spreek ik de havenmeester en de eilanders hebben wel degelijk investeringen op het oog in de haven ondanks het beschermd zijn door de UNESCO.

Er komt een extra dam om de swell vanuit het zuiden teniet te doen. Een extra kade om containers te verladen zodat het achterland meer agrarische producten kan exporteren en een ankerplaats voor Cruise schepen. Deze is gepland achter de berg en de investering voor een kade weegt niet op tegen het profijt zodat de toeristen met tenders van boord gehaald kunnen worden.

 

Het stadje is van 1543 en werd al snel een tussenstop of overslag station voor de West-Vaarders. Er liggen nogal wat wrakken in de zandbodem van de haven als getuige van deze activiteiten. Het eiland is Spaans geweest en twee keer veroverd door de Engelsen

Wij lopen heerlijk door de straten, tuinen en bezoeken de kathedraal met twee torens die met blauwe verf op de hoeken is gearceerd.

 

De gesuikerde tut.

Ancra do Heroismo
Ancra do Heroismo

 

Dinsdag 24 juni 2014.

 

 

Eindelijk, los van het eiland en vaar met regen de haven uit. De wind is weg en varen op motor, richting Terceira. Het Portugese woord zegt het al, Terceira, het derde eiland van de Azoren.

Buiten de haven stuur ik eerst naar Sao Jorge en probeer nog even het zeil uit maar ook nu is er niet genoeg vaart als ik de motor afzet. Opnieuw starten en varen op de motor.

Op het puntje van Sao Jorge, komt er wind en nu is er wel vaart genoeg op het zeil. Vreemd dat de stroom op is terwijl we het hele stuk gemotord hebben. De dynamo werkt niet en zal dit als klus moeten oppakken op Terceira.

 

Ik gooi mijn inktvisje uit in de hoop op een tonijn, maar geen vis vind het aangeboden aas smakelijk genoeg om er een hap naar te doen. Zelfs de vogels hebben er geen zin in. Het geeft te denken.

We komen rond half zeven in de haven op Terceira en varen het lawaai van een concert en festival tegemoet. Terceira viert het feest van San Juan en dit feest duurt maar liefst 10 dagen, zelfs de Portugezen vinden het allemaal een beetje veel van het goede.  Ik roep de havenmeester op en ook nu geen antwoord op de marifoon. De havenmeester staat gewoon met folder en kaartsleutel van de deur op de steiger en heeft zijn jas aan want er is feest. Hij neemt snel de lijn aan en zwaait ons goedendag.

 

In de avond zien we een optocht met jonge kinderen, die pas om 22.00 uur begint te trekken. De kinderen zijn moe, en beginnen te huilen en hangen over de schouders van de ouders met tut in de mond, de ouders lopen met de spandoeken en ballonnen van de jongelui.  Niet zo'n geweldig tijdstip voor peuterspeelklasje de “De gesuikerde tut”

 

We komen bekenden tegen van de andere eilanden en zijn ook hier om Terceira als springplank te gebruiken naar het vasteland. De Lotos ligt voor anker, Seaguest, De Boemerang, Saluki, Rih Malti en de Franse jongelui uit Mindelo.

 

Wachten op wind terwijl het in het Noorden stormt.

Queen B tussen de anderen
Queen B tussen de anderen

 

Maandag 23 juni 2013

 

Horta

 

Karen maakt de tekening van de Queen B op de beige ondergrond en hebben hiermee onze voetprint op de muur van de haven achter gelaten. Queen B op Horta. Ik besluit voor nog een dagje Horta want de wind zit niet mee. Een dag om alles zeeklaar te maken zodat ik tussen de schepen uitvaar om naar de dieselpomp te varen en het havengeld te betalen. De havenmeester stuurt ons terug naar de ligplaats van waar we gekomen zijn zodat we weer naast de Eastwind liggen, maar nu zo dat we direct kunnen vertrekken. De hoeveelheid diesel die we moeten laden is precies zoals we berekend hebben met het meten op de peilstok.

 

We lopen door het dorp en gaan bij Peter’s Café binnen voor een borrel en een laatste snuif nostalgie van de oud zeilers op te doen. Het simpele, het rauwe, het morsige van de ongeschoren zeilers die na een maand varen binnenvallen is er vanaf, blijft leuk om het gezien te hebben.

 

Ik ben het een beetje zat, al dat wachten op maar kan er weinig aan veranderen. Rond de Azoren is niet veel wind maar verder op zee denderen enkele stormen voorbij. De Noordenwind blijft doorstaan en is niet gunstig om bij ons einddoel te komen. Ik weet dat ik kalm moet blijven maar het jeukt.

Intensive Care

vinger in het schip ipv de dijk.
vinger in het schip ipv de dijk.

 

Zondag, 22 juni 2014.

 

Horta

 

Ik maak de boot klaar voor vertrek maar blijf nog een dag hangen want er is voor vandaag geen wind voorspeld. Ik begin aan mijn klussen en denk over het probleem snelheidsmeter na. Ik weet dat het normaal is dat men de voeler uit de romp van het schip trekt, het uitstromende water tegenhoudt, voeler schoonmaken en dan de voeler terug stoppen in het gat met het instromende water. Deze procedure is als een gruwel voor me want je zit er niet op te wachten dat je zomaar een gat in je schip creëert. Ik houd mijn mond dicht tegen Karen en ga op mijn buik liggen op de vloer om in het vlak eerst de borgdraad los te maken en draai de borgschroef los. Ik trek de gever eruit en het instromende water valt me reusachtig mee. Ik maak de paddelwieltjes op mijn gemak zorgvuldig schoon en schuif de gever terug in het gat. Was dat nu alles? Heb ik daarvoor 2500 mijl gevaren zonder log terwijl dit helemaal niet nodig is? Er zullen veel lezers zijn die nu het hoofd schudden van is dit nu alles? Dat doe ik al jaren.

 

Het roer en de vaan van de windvaan gaan erop, de rommel van het dek, proefdraaien van de generator, dieseloliefilter wisselen. Het filter is behoorlijk zwart. Zodat ik weet dat ik met een latent gevaar van een nieuwe explosie, bacteriën rondvaar. In de middag lopen we naar de havenbar en zien het voetbal waar Nederland wint. Bij de havenmeester kom ik erachter dat de papieren die ik bij me heb niet compleet zijn zodat ik tegen hem zeg dat ik morgen terug ben. Het is allemaal geen probleem. Bij de chinees halen we wat verf om een merkteken van de Queen B op de muur op Horta achter te laten. Karen verft de grondlaag zodat morgen de tekening gemaakt kan worden. Een meisje op skeelers drukt ons een briefje in de hand van een restaurant. Normaal kijk ik niet eens of accepteer ik zo een briefje niet eens, maar een lieve lach doet veel. We gaan er zelfs eten, het meisje maar nu zonder skeelers bedient ons en hebben er een prima avond. W ontmoeten er een vrijgezel, werkzaam op een Intensive Care, die alleen reist. Vreemde kerel, maar wij hebben wel veilig gegeten.

Het Blauwe eiland, Faial

blaue eiland, vernoemd naar de blauwe bloemen.
blaue eiland, vernoemd naar de blauwe bloemen.

 

Zaterdag, 21 juni 2014.

 

Faial

 

We zijn al lang hier en hebben nog niet veel van het eiland gezien zodat we een scooter huren om een rondrit te maken. Faial is niet groot zodat het gemakkelijk in een dag te rijden is. De scooterverhuurder geeft ons 20% korting omdat we twee scooters nemen. De snerpende horzels, de scooters, zijn oud maar in goede conditie. We rijden naar de oostzijde van het eiland en volgen de kustlijn. Het eiland is hoog zodat de stranden met een trap te bereiken zijn. We bezoeken twee kleine haventjes, een paar kerken die zwaar te lijden hebben gehad van de aardbeving in 1980. De laatste aardbeving heeft nogal wat teweeg gebracht of liever gezegd nogal wat vernield. Gelukkig vond de beving plaats op oudjaaravond zodat iedereen buiten was. Hierdoor bleef gelukkig het dodenaantal beperkt tot 36, in plaats van veel erger. Excuses voor de zinsnede gelukkig maar 36 maar deze tekst komt uit een folder van het eiland.

 

Ik maak wat foto’s van de vernielde kerk en raak onder de indruk van de vernietigende kracht van zo één beving. Ik realiseer me dat de eilanders op een vulkaan wonen. Het leven kan binnen een aantal minuten totaal veranderd zijn. Vlakbij Faial is op 10 kilometer afstand een onderzeese berg ontstaan die bijna boven het zeeoppervlak is gekomen. De diepte op de top is 27 meter en deze is 3000 meter omhoog gedrukt in 1980.

 

We rijdende vulkaan op maar komen steeds meer in de mist van de wolken, die tegen de berg opgeduwd worden. We zien de vulkaan vanwege de bewolking niet, zodat we langs de berg naar de andere kant van het eiland rijden en bij het vliegveld uitkomen. In de buurt van het vliegveld treffen we een restaurant en eten daar wat uit de warm-houd bakken van een buffet. Het smaakt prima maar blijf mijn bedenkingen over het mogelijk bederf houden. We rijden nog wat extra kilometers langs de kust en gaan op het einde van de middag naar de supermarkt om boodschappen te halen. Met de scooters volgepakt met reserve water en andere levensmiddelen komen we aan boord.

 

Omdat we de scooter hebben is het gemakkelijk om naar het strand te rijden voor een duik. De kou van het water valt ons op en weten dat we op weg gaan naar de Noordelijke stromen. Met kippenvel stappen we uit het water.

 

We hebben Karen en Stewart uitgenodigd voor een borrel. Leuk om ze hier weer te zien want de laatste keer was in Wallilabou op de filmset van de Pirates of the Carribean. De borrel is gezellig en na de borrel lopen we de stad in voor een hap.

Chimay-kes

maar dan in een bak
maar dan in een bak

 

Vrijdag, 20 juni 2014.

 

Met een lach schuif ik de Chimay-kes aan boord van Jean Pierre, die meldt dat alleen vorige week, 1 dag is geweest met veel wind. Verder geen problemen in de periode dat we weg zijn geweest.

 

De Eastwind ligt nog naast de Queen B, maar de rij met schepen achter ons is gewisseld. Vanochtend heb ik me een uur misrekend en zijn een uur te vroeg op het vliegveld. Het vliegtuig is 40 minuten vertraagd zodat we meer dan ruim op tijd, en tijd genoeg hebben om alle winkels 2 keer te bekijken. We eten op de luchthaven een croissant chocolade met een kop koffie en zien een herhaling van het voetbal op een groot scherm. De vliegreis valt ons tegen voor wat betreft de tijd, want het duurt zeker twee en half uur vliegen voordat we aankomen op Faial. Ik realiseer me dat we nog ver van huis liggen. De taxi brengt ons naar de boot. Eenmaal aan boord weet ik dat ik mijn Ipad vergeten ben uit de vliegstoel mee te nemen. Dit is vervelend en loop meteen terug naar de taxiplaats om terug naar het vliegveld te gaan. Een mevrouw van de luchthaven haalt met een brede lach mijn gevonden Ipad op en overhandigd me deze. De schoonmaak ploeg is eerlijk en heeft de vondst meteen gemeld. Aardige mensen en ik ben een geluksvogel.

 

In de middag maken we een wandeling door de haven en zien een klein vissersbootje een vracht met tonijn naar binnen brengen. Grote licht blauwe vissen die met een takel uit het scheepje worden gesleurd en in een kar terecht komen waar de lading bij de coöperatie gewogen wordt. Het blijft een machtig mooi gezicht.

 

We gaan in een restaurant eten waar ze een hotstone hebben met een plankje vis erbij die we zelf moeten grillen. Koken we toch zelf. Het smaakt uitstekend en is eerlijk eten. Ik verbaas me over de manier waarop Peter van Café de Sport met logo van een potvis, zo een bepalende factor weet te maken. De hele straat is ondertussen van Peter en verkoopt niet alleen bier maar ook kleding, souvenirs en baat de luchthaven koffiebar uit. De man achter Peter is een rasondernemer en komen hem later op een ander eiland weer tegen in de vorm van een kledingwinkel met speciale Peter merkkleding. Slimme vent.

We gaan voor de laatste lange etappe

sushi
sushi

 

Donderdag, 19 juni 2014.

 

Veel te kort thuis en erg druk. Ik kom tijd tekort maar ben blij dat ik naar de vertrouwde Queen B kan gaan en voor de laatste lange etappe. Eerst met de trein naar Schiphol en vliegen door naar Lissabon, waar we een nacht overblijven omdat het vliegtuig naar de Azoren vrijdag gaat. Rond 20.30 arriveren we in het hotel en eten bij een Japanner, een Sushi-menu. Het is prima, smaakvol en goed afgestemd,  en worden uitstekend bediend. De warmte van de dag is in de avond nog voelbaar.

Jean Pierre Repair.

In vroeger dagen
In vroeger dagen

 

Vrijdag, 6 juni 2014.

 

Horta.

 

Morgen gaan we naar huis en moeten nu veel dingen organiseren. De havenmeester wil hebben dat we een oppasser aanwijzen voor het schip en dit met een officieel formulier moeten bekrachtigen. We vinden een Belg die dit wil doen voor 6 Chimaykes. Dit is lachen, en het formulier vooral niet opsturen is Jean Pierre zijn devies. Jean Pierre woont op zijn schip en verdient zijn kost met het uitvoeren van reparaties. Op zijn bus staat dan ook Jean Pierre Repair!

 

Op het eind van de steiger horen we het verhaal van een Duitse zeiler die zijn mast is verloren op 300 mijl van Bermuda. Er stond niet veel wind en ineens lag de mast geknikt naast het schip. Door de verstaging los te knippen, het bovenstuk van de mast de diepte in te sturen, en de staande rest van de mast te tuien met lijnen, de fok te gebruiken als zeil op de stomp van de mast, heeft hij Horta weten te bereiken. De Duitser laat de breuk zijn van de verstaging zien. Hij heeft op Sint Maarten de verstaging laten vervangen. Ik zie in de restant van een terminal een oude breuk en een kleine verse breuk. Dit is duidelijk een materiaal fout met grote gevolgen.

 

We zien van ver dat we een buurman krijgen. We lopen terug om te vragen of we moeten helpen maar dat is niet nodig. Ineens zien we dat het de Eastwind is. Eastwind kennen we van Sal op de Kaapverdië. Eastwind heeft problemen gehad met zijn bemanning. Vader en zoon die een droom hebben om samen de Atlantische oceaan over te steken. Vader wordt erg zeeziek en is op de Kaapverdië van boord gegaan, een illusie armer. Sam, de zoon, wordt geregeld voorzien van nieuwe bemanning maar is hier niet altijd gelukkig mee.

Later treffen we Sam in Café de Sport, waar het erg druk is wij ergens anders een borrel gaan halen. Café de Sport is wel heel erg populair en uit zijn mythe gegroeid.

 

We lopen over de kade om de verschillende geschilderde affiches te bewonderen. Ik kan niet aan de gedachte ontkomen dat ik hier op een verzameling grafstenen sta. Wij willen er ook een plakker aan toevoegen maar weten nog niet hoe dit te doen.

Ik haal alles wat los ligt van het dek en Karen ruimt de boel binnen op. De was is gedaan, vuil weg gegooid, de vriezer leeg gemaakt, koelkast schoongespoeld. De taxi is besteld voor morgenochtend 0600 bij de havenmeester. We gaan weer naar huis.

 

Snorremans Peter.

Cafe de Sport van Peter.
Cafe de Sport van Peter.

 

Donderdag, 5 juni 2014.

 

Faial, Horta

 

We slapen nu eens niet 3 uur op en af, maar een heerlijke 8 uur in een stabiel bed. Een ontbijt in de kuip met vrolijke schippers om ons heen. Na het ontbijt gaan we de wal op, om ons bij de havenmeester te melden. De havenmeester vraagt waar we liggen en hij wordt een beetje boos dat we gisteravond zomaar door zijn gevaren, zonder ons te melden op de marifoon. Hij vergeet snel zijn irritatie en staat ons zeer vriendelijk te woord en achteraf ben ik blij dat ik me niet gemeld heb. We zouden dan zeker naar de kade van de dieselpomp gestuurd zijn en dan hadden we geen rustige nacht gehad en niet zulk een gezellig gesprek met onze Amerikanen.

 

De havenmeester schrijft ons in en wijst de Queen B een plek toe waar we zeker veertien dagen rustig kunnen blijven liggen. We worden doorgestuurd naar de Immigratie en de Douane. Bij de douane gaat het er gemoedelijk aan toe en we vertellen elkaar verhalen over smokkelaars. De douanier komt uit Lissabon en is overgeplaatst naar de Azoren waar het hem allemaal heel goed bevalt en hoopt dat hij hier tot zijn pensioen kan blijven werken en dan hier zich blijvend vestigen.

 

We verleggen de boot naar zijn toegewezen plek, de Amerikanen zijn teleurgesteld dat we vertrekken. In de middag lopen we de stad in op zoek naar Café de Sport van Peter maar wandelen de verkeerde kant op. We eten in een kleine koffiebar waar we de post lezen van het internet. Meer dan 200 berichten hangen in mijn mailbox. De Hamburger is uitstekend en goedkoop, je kunt aan veel dingen merken dat het Portugal is, een stuk goedkoper dan op Sint Maarten. We boeken een terugreis naar Nederland via het internet.

 

Op het einde van de middag vinden we Café de Sport. De vaantjes van de verschillende verenigingen hangen hier dik over elkaar geplakt, aan de muur. Een man met grote snor zit achter de kassa en verschillende obers rennen op en neer in de bar. Zou snorremans Peter zijn, of gewoon een Kassier. De winkel ernaast verkoopt kleding met het logo (walvis) en opdruk Peter. Het wordt als merknaam gecultiveerd, een hebbeding, een logo die anderen toont dat je de oceaan overgestoken bent. Het is leuk om te zien maar ik doe er niet aan mee. We proberen en glaasje bier op het terras van Peter te bestellen maar zien geen enkele ober opdagen zodat we maar verder gaan, zonder bier. We drinken een biertje in een koel ingerichte kantine, aluminium stoeltjes en rvs-tafels, van de jachtclub.

 

Om de euforie van "we hebben het toch gelapt" te vieren eten we een aankomstdiner in het voormalig fort van de Portugezen, dat omgebouwd is tot hotel.

 

Aankomst Horta

je footprint achterlaten
je footprint achterlaten

 

Woensdag, 4 juni 2014.

 

38˚ 11’1 N 30˚ 32’2 W – Horta (Faial)

                                                                                                       

In de loop van de middag zien we de contouren van land. Een dikke donkere massa, het blijkt de vulcaan van Pico te zijn. De vulkaan is 2351 meter hoog en vaak gehuld in een wolkendek. Het eiland naast Pico is ons doel, Faial.

Bij het naderen van de vaste grond zie je wat kleur, dan de huisjes en nog dichterbij de auto’s rijden. We zijn zelfs op tijd binnen, voor het donker zodat de aanloop van Horta gemakkelijk is.

 

Vannacht is het een klamme nacht geweest met een vreemde ruwe deining met plotseling dwarse golven die de Queen B een schuiver laten maken. De klok wordt een uur vooruit gezet omdat we weer door een veelvoud van 15˚ lengte gaan. We passeren de 30˚ Westerlengte. De wind draait een beetje in ons voordeel en kunnen met ruime halve wind het doel aanvaren. De AIS begint te kraaien en meldt nu wel schepen op 30 mijl afstand. Het scherm stroomt vol met bootjes, dit is ook onduidelijk. We worden verschillende keren gealarmeerd voor schepen die vlakbij komen. Met één schip neem ik contact op en deze belooft rekening met ons te houden. Ik pas mijn koers met 10 graden aan zodat er geen misverstand ontstaat en geen hinder.

 

Om 1700 kunnen we het thuisfront bellen en stellen de ongerusten of de mensen die ons allang vergeten zijn, gerust dat ze weer last van ons zullen krijgen. Rond 20.00 draaien we met de kop van de Queen B de haven in en zoeken een plekje aan de kademuur waar we drie dik moeten aanleggen.

Een Amerikaan, Persistance Lady, ligt enkel en heeft een dinghy als "toevallige" afweer voor bezoekers. Ik vraag of we langszij mogen komen en worden enthousiast ontvangen, de fenders gaan uit, de dinghy wordt verplaatst. We krijgen een glaswijn in onze handen gedrukt en wij laten hen meedrinken van onze overwinnings Cava.

We vertellen over onze tocht en zij vertellen dat ze 300 mijl van de Bermuda's volledig zonder stroom zijn gekomen door een sluiting van de Accu’s. Jim en Sharon zijn het stel die op weg zijn naar de Middellandse Zee en Jacob is opstapper om mijlen te maken, om zijn Ocean Master diploma te halen. Hij moet 360 zeildagen op zee als ervaring overleggen.

 

Jacob komt in de loop van de avond nog een extra borrel drinken en wij gaan tevreden met de glimlach van: “we hebben het toch maar mooi gedaan” naar bed.

Flapperende vodden in de mast

Flores, voor de volgende keer.
Flores, voor de volgende keer.

 

 

Dinsdag, 3 juni 2015.

 

37 55’9 N 32 15’6 W – 38˚ 11’1 N 30˚ 32’2 W

 

Ik geef het schip helemaal weg aan de wind of liever gezegd "weg" aan de windstilte. We draaien rondjes en het stuurwiel is geblokkeerd. We wachten op wind en moeten zuinig zijn met brandstof, zeker als je niet weet, hoeveel we nog over hebben. Na de wacht van Karen om 05.00 uur, mijn beurt om onder de warme dekens uit te komen, ga ik eerste werk de leiding van de tank schroeven, om de tank precies uit te peilen. We hebben 100 liter over met nog een 20 liter in de Jerrycan. Dat valt niet tegen en we besluiten om de motor te starten voor nog eens een 5 uur motoren om wind te zoeken.

Met flapperende vodden in de mast brom ik de zon en wolken tegemoet.

 

Vannacht heb ik een schip gezien, met een heel groot zoeklicht. De omgeving werd door het schip afgespeurd waarschijnlijk naar vis. Ik kan de boot niet identificeren op de Radar en de Ais. De Radar geeft zelfs geen thuis op de cirkel van 16 mijl. Ik denk nu echt dat  door het vele geschommel, de draden in de mast kapot gebeukt zijn. De radar geeft storing, de Marifoon weigert dienst en de AIS geeft pas signaal op 5 mijl. Dat wordt een nieuwe karwei.

 

Een groep dolfijnen komen voorbij en houden hun blik op één voor ons onbepaalde bestemming. We zien ze, maar ze komen niet spelen en zijn druk met hun treintje. Ze zwemmen in een formatie. Bestemming Flores is nu haalbaar. Flores is het eerste eiland van de Azoren. Flores is blijkbaar het allermooiste eiland maar ons probleem daar is de ankerplaats die bekend staat als een onrustige plaats. We horen later dat het een goede beslissing is geweest want collega-zeilers melden 35 knopen wind in de baai, met behoorlijk wat swell.

 

Ik blijf mijn koers houden richting Faial waar een jachthaven ons wacht. De Azoren bestaan uit een groep van 9 eilanden. Faial en Terceira zijn economisch gezien de belangrijkste eilandenen en het dichtst bevolkt.

Rond 08.30 komt de wind en wekunnen zeilen, Karen zit met koptelefoon en IPod te luisteren naar muziek. Een moment van muziek tussen twee werelddelen in.

Het wordt een prachtige zeildag, 10 knoop en halve wind, de Queen B wil nu vooruit omdat er weinig zeegang is. Het hekwater begint weer te mompelen, murmelen en laat stroomkringen los. Aan boord gaat alles zijn gang, ontbijt, afwassen, lezen, koken, uitkijk houden, uurtje slapen. Rond 2300 schieten we onder 100 mijl te gaan (Togo) door. Het lijkt nu heel dichtbij maar het blijft toch nog180 kilometer. Karen wordt ongedurig en enthousiast, ik temper de vreugde nog omdat we er nog niet zijn. Het wordt een rustige zeilnacht, de Queen B blijft tussen de 4 en 4,5 knoop voortgang maken

 

Lokale omstandigheden bepalen de sfeer

frustratie uit vroeger tijden
frustratie uit vroeger tijden

 

Maandag, 2 juni 2014.

 

37˚ 36’9 N 33˚ 34,3 W – 37 55’9 N 32 15’6 W

 

Het is heiig, vochtige lucht om en in het schip. De banken in de kuip en de kussens zijn nat van de luchtvochtigheid. We hebben 241 mijl te gaan en de langzame voortgang van gisteren was niet echt gepland. Hierbij komt het dilemma van de brandstof, we hebben nog steeds niet genoeg brandstof om op motor aan te komen en we weten niet wat ons te wachten staat. Ik stop de motor om half één en probeer te zeilen, brandstof besparen.

 

De vaart van 2 knoop wordt niet eens als slecht ervaren. Snelheid is relatief en tijd ook. Het is nu hopen op betere wind maar deze komt vandaag niet. Het wordt een drijfpartij en investeer een 5 uur motortijd met de hoop, uit deze windstilte te komen.

We krijgen wat gezelschap van de dolfijnen. Er zijn hier twee soorten te onderscheiden. De grote en de kleintjes. De kleinere zijn veel speelser en actiever, de grotere zijn trager en spelen niet. Arrogantie?

 

Het wordt geen leuke dag en ben de hele middag bezig met zeilen wisselen en het roer zelf in de hand te houden om elke zucht wind om te zetten in energie. Rond 1700 uur heb ik eindelijk een beetje wind en zeilen we met 1,8 tot 2 knoop richting Azoren. Ik ga een uurtje slapen maar bij het wakker worden reken ik uit dat we met dit tempo nog 150 uur moeten zeilen om op de bestemming te komen. Mijn humeur wordt minder maar neem me voor om het niet te laten blijken. Dit hoort ook bij het zeilen, dit hoort ook bij reizen, de omstandigheden accepteren die er in de wereld als verschillen zijn. De hitte, benauwdheid, stormen, windstiltes, regen, enzovoort. Het zijn de lokale omstandigheden die de sfeer bepalen van je avonturen.

 

Deze dag maken we 66 mijl, met 6,5 uur motoren. Nog 175 mijl te gaan. Er staat een 1xx voor!

De zucht der zuchten

 

Zondag, 1 juni 2014.

 

37˚ 13’2 N 35˚ 37’5 W - 37˚ 36’9 N 33˚ 34’3 W

 

Met een 4 knoop snelheid op de klok ben ik tevreden in de vroege ochtend. Schip op koers, en voel me goed met het wachtsysteem. Ik ben niet moe en voel me zelfs goed ondanks dat ik weinig slaap. Ik pieker veel over thuis en over gebeurtenissen in het verleden. Het verleden met de vele bekenden waar ik tegenwoordig niet veel contact meer mee heb. China heeft veel veranderd en zeker op sociaal en zakelijk gebied. Ik neem me voor om de leuke en fijne mensen weer snel te ontmoeten.

 

De bewolking neemt toe de zee is vlak met een 6-8 knoop wind, de zon begroet ons met een oranje roze gloed, het wordt een mooie zomerse dag. Met een 309 mijl te gaan, reken ik uit dat we op het eind van de dag tegen een 1xx aan kunnen kijken.

En dan is de wind weg. Geen vaart en we dobberen. Niet op gerekend en we liggen te wachten in de kuip. Ineens horen we een heel diepe zucht achter ons en we springen allebei op want dit is onmiskenbaar een walvis. Een heel groot zwart lichaam komt boven water en zucht de zucht der zuchten. De rug van de vinvis is glimmend zwart. De Vinvis duikt onder en zwemt bijna onder de boot door en komt aan de andere kant van het schip weer boven water. Wij staan helemaal perplex en zijn onder de indruk van de macht en pracht van zo een groot beest. Ik ben een beetje gereserveerder in mijn enthousiasme dan Karen omdat bij mij de verhalen van aanvaringen met walvissen naar boven komen, en dat de walvis de romp wel eens aan kan zien als een lief maatje. De schade zou behoorlijk zijn. De Queen B blijkt niet aantrekkelijk genoeg te zijn en mag van Vinnie zijn weg vervolgen. De Vinvis kijkt even naar ons, zucht en duikt de diepte in. De sonargeluiden heb ik niet gehoord maar dat zal wel aan mijn gehoor liggen.

 

Wij staren de gladde vlek in zee na, de borrels en bellen achtergelaten door de vinvis lossen op en we zijn hem of haar uit zicht. Een belevenis rijker drinken we een kop koffie in de kuip. Ik erger me nog steeds aan de vele objecten die in zee liggen en die door ons soort, de mens, zijn gedumpt. Nu treffen we een visboei, een voetbal, plastic zakken, flessen en touw. Wat ligt er veel touw of lijnen in zee.

 

De snelheid is eruit en moet de motor starten om uit de windstilte te komen. Ik had me uit de windstiltes gerekend omdat we boven de 37ste breedtegraad bevinden. De motor ronkt met 2100 toeren, een vogel volgt ons schroefwater dat helemaal lichtgevend is door het lichtende zee effect. Mijlen maken, weg uit die vervelende stilte gebieden, mijlen wil ik maken, aankomen.

Kromme barometernaald

hogedrukpan Azoren
hogedrukpan Azoren

 

Zaterdag, 31 mei 2014.

 

36˚ 41’0 N 37˚ 58’3 W – 37˚ 13’2 N 35˚ 37’5 W

 

De barometer loopt echt op. De klok meet 1038 millibar en doet ons de wenkbrauwen fronsen. Welke conclusie kunnen we hieruit trekken. Karen vaart een vuurrode ochtend zon tegemoet. De zon steekt stiekem zijn kopje over de rand van de aarde en laat zich graag bewonderen. De wolken zijn weg, maar er zijn windveren in de hogere luchtlaag. Het is vreemd dat de wind afneemt. We zeilen met een 12-14 knoop de dag in. De Oceaan wordt vlakker, het blauw keert terug de snelheid neemt nu af van 6 knoop naar een magere 4.

 

Het wordt huiselijk in de kuip. Karen staat meestal rond halfnegen op en zorgt voor koffie en het bakken van brood. We hebben on-afgebakken broodjes die we in het langs doorsnijden en deze afbakken in de hapjes pan. Dit gaat veel beter dan in de oven waarbij de generator nodig is.

Het afbakken kan ook in de grote pan op het gas maar die slaat zwart uit, zowel aan de binnenkant als aan de buitenzijde.

.

We scoren een dagtotaal van 150 mijl en prijzen ons helemaal gelukkig omdat het allemaal nu zo snel lijkt te gaan. Ik maak me op voor nog eens een hoog dagtotaal zodat ik weer aan het rekenen ga, wanneer ik het eerste glas bubbeltjeswijn mag drinken ofwel de ankerborrel.

Kleine zorg is dat de wind geleidelijk afneemt, de golven vlakken af, de fok wordt helemaal uitgerold tot Genua. De wolken lossen op en er blijven enkele windveren in de hogere luchtlaag hangen. De windveren lijken me een goed teken zodat ik geniet van de vaart van de 4,5 knoop, richting doel.

 

Mijn baard is grijs, de grijze stoppels veranderen mijn uitstraling die ik had zonder baard. Ik voel me een waarlijke pluizenbol en ga omstandig met mes en scheerschuim in de kuip aan de gang om het nesthaar van mijn wangen af te schrapen. Het voelt heerlijk en ben gelukkig op de vrije grote oceaan als de wind langs mijn kale gezicht wrijft. Ik maak een rondje over het dek en zie dat de lijn die in de trommel van de kotterfok moet zitten en nu  naast de trommel op het dek ligt. Het is een nastuip van de vervanging stagdraden van twee jaar geleden. De heren deskundigen vonden het toen verstandiger en eenvoudiger om de mast van het schip te halen, de controle van stagen en andere controles op de mast op de wal te doen. De naweeën blijven me achtervolgen, ook dit is er één van.

Karen heeft haar dag niet vandaag en voelt haar gewrichten en voelt zich niet lekker. Ik voel me prima en geniet van de tocht.

 

De barometer blijft verder oplopen en tikt nu 1040 Mb aan. De wijzer knalt vandaag of morgen de klok uit en weet er eigenlijk geen raad mee, hoe ik dit moet interpreteren. Natuurlijk zitten we in het Hoge Drukgebied maar waar loopt deze naar toe en wat zal de wind zijn voor de komende dagen. Ik neem me nu echt voor om die windcursus te gaan halen. De wind neemt nu af, het watervlak is glad, de vaart is 2,6 knoop, ik maak me nog geen zorgen en zeker niet als tijdens mijn wacht de wind iets toeneemt van 5 knoop naar 7 knoop.

Niemand luistert uit.

Plastic op een bult
Plastic op een bult

 

Vrijdag, 30 mei 2014.

 

35˚ 52’5 N 40˚ 53’8 W – 36˚ 41’0 N 37˚  58’3 W

 

Op weg naar de wondere wereld van de Azoren of zijn het de A-Sores. De Queen B galoppeert over de oceaan. Ze ligt op één oor en het water spat over het dek. De zeilen staan strak en zet er de kotterfok bij zodat we een mooie 7 knoop varen met uitschieters naar 8. Dit is mooi, dit is oceaan zeilen.

De wind blijft doorstaan met een dikke 6 en uitschieters naar 7 Bft. In een windvlaag giert ze soms uit haar spoor, de windvaan vangt het koers-uitstapje klapwiekend op. De rode windvanger van de Hydrovane zorgt voor koersherstel door het roertje onder aan de windvaan. Vandaar dat ik schrijf klapwieken of wuivende windvaan. Het is de wind zelf die met de windvaan de koerscorrectie inzet.

Er jaagt af en toe een vlaag met koud zeewater over de rand van het schip en de vlaag met water spat uiteen in de kuip. De stuurstand en ook de windvaan blijven lang nat, de windvaan krijgt zelfs zoutvlekken in het canvas.

 

Ik zie weer van alles voorbij drijven en deinen, in zee, een witte stootwil met veel algen op het plastic en massa's plastic flessen.

Opeens waarschuwt de AIS voor een schip in de buurt. Recht voor ons komt een Rode Tanker voorbij met de naam Cape Barton. Het gaat allemaal vanzelf en hebben ruimte genoeg. Ik probeer ze op te roepen maar krijg gen reactie, ook niet als ik de handheld marifoon gebruik blijft het stil. Vreemd allemaal.

De avond wordt opgevrolijkt met een lichtende zee in het zog. We hebben een hoog dagtotaal van 150 mijl. Dat schiet op.

 

Alweer mijn spullen weg.

Beet, en nu?
Beet, en nu?

 

Donderdag, 29 mei 2014.

 

35˚ 12’7 N 43˚ 29’6 W – 35˚ 52’5 N 40˚ 53’8 W

 

Midden in de nacht bepaal ik het etmaal-totaal van de vorige dag en kom op 79 mijl. Dat is weinig. Ik moet het nemen zoals het is maar ben niet gerust of we wel op tijd zullen komen op de Azoren. In de loop van de nacht neemt de wind iets toe en ik zeil weer met 4,6 knoop. Rond 05.00 loopt het schip eindelijk een 6 knoop en wordt het voor de moraal wat vriendelijker. De windsnelheid loopt op naar een 20 knoop en kunnen we gemakkelijk een leuke vaart maken. De zee bouwt langzaam op en hebben al snel heel wat witte schuimkopjes om ons heen. De dolfijnen spelen met de golven en met ons. Het water is donker door de bewolking. Het blauw van de oceaan heeft zich verstopt.

 

Om 08.00 moet ik echt reven en zet een rif in het grootzeil en pas de Genua aan. We lopen nu 7 knoop en .......meer. De Queen B gaat nu pruttelen en gorgelen, het geluid achter de zwemtrap, en weet dat het goed is voor het schip. Aan boord wordt het nu minder comfortabel, veroorzaakt door de verschillende schuivers.

Rond 16.00 zitten we samen in de kuip en ik speel een beetje met de vislijn. Ik voel veranderingen in weerstand van de lijn en zeg tegen Karen dat ik denk beet te hebben. Gelukkig heb ik de lijn los in de hand en ben overtuigd dat de plastic spoel, die achter de V-hoek van de bimini ligt, veilig ligt.

Dan ineens een klap, de spoel wordt rondgezwierd en slaat tegen mijn vingers aan, de spoel slaat door de V-hoek en wikkelt zich in een razend tempo op de achterkikker af. Dan een flinke snok en nogmaals een klap en mijn spoel met lijn, haak en vis zijn verdwenen. Wij zitten beduusd in de kuip en zijn versteld over het geweld en de krachten, dat een vis geeft. Nu de vraag, wat voor een vis is dit geweest?

 

We komen langzaam bij van de schrik en houden ons nu maar weer bezig met de zeilkwallen, dolfijnen en het schuim van de zee, veel schuim van de zee met een spat regen op zijn tijd. Het wordt een wolkenloze nacht en de sterren hebben vrij spel om zich aan ons te laten zien. We krijgen er een af en toe lichtende zee erbij. De Queen b vaart met 22-24 knoop wind, Bft 6, de nacht in. We klokken een dag met 133 mijl. Dat is niet slecht.

Walvis naast het schip.

het komt zoals het komt, het gaat zoals het gaat
het komt zoals het komt, het gaat zoals het gaat

 

Woensdag, 28 mei 2014.

 

34˚ 51’4 N 45˚ 02’6 W – 35˚ 12’67 N 43˚ 29,6 W

 

Om 01.00 in de nacht schuiven we door de 45ste breedtegraad en moeten we op de klok weer een uur erbij draaien. Vreemd fenomeen, maar is het resultaat van de vorderingen. De wind is afgenomen en het schip kraakt lui, met een 2,9 mijl op de GPS. De naald van de barometer vliegt omhoog en geeft 1030 millibar aan. Het zal nog wel hoger worden als we de Azoren bereiken. De stuurautomaat neemt het nu over van de windvaan. Het rode wiebelende gevaarte krijgt niet genoeg wind om te flapstaarten en hierdoor het roertje aan te sturen om op koers te blijven.

 

De nacht is pikkedonker en er komt mist opzetten. Een heiige, wollige deken met vochtige lucht sluit zich om ons heen en maakt alles in de kuip en aan boord vochtig, zelfs nat. De wc-deur klemt en we schuiven een kussen onder de deur zodat we  de deur niet uit zijn hengsels te trekken bij het openen.

 

Opeens is er Swell uit het niets en uit een totaal andere richting, dan het beetje wind. De mast zwaait op de golven van de  swell, de zeilen weten er geen raad mee. Karen wordt er stapelgek van tijdens haar wacht en weet niet goed, wat te doen. Ze corrigeert de automaat, neemt stuurwiel over, gijpt, gijpt terug en wordt moedeloos, de giek slaat van stuurboord naar bakboord, met een snok breekt de lijn van de bulletalie. Ze maakt een nieuwe knoop en zet de bulletalie nu goed vast.

 

De richting van de wind is niet meer te bepalen en we liggen stil. Karen komt bij me klagen mar als ik haar geruststel en zeg dat ze er niets aan kan doen en het moet nemen zoals het is, wordt ze rustiger. Het komt zoals het komt en het gaat zoals het gaat.

Ze begrijpt nu waarom ik zeg: Vaak is geen wind erger dan iets teveel wind. Ze gaat in de kuip zitten en laat het windvaantje zijn rondjes draaien in het topje van de mast. Ik slaap gewoon verder.

 

In de ochtend is er net genoeg wind om de Queen B op koers te houden. Ik schrijf in het logboek: Deprimerend, accepteren, gelatenheid, C’ est la Vie. Wel leuk is dat we verschillende keren de dolfijnen op bezoek krijgen. Wat zitten er toch een uitslovers bij. Eén dolfijn springt telkens uit het water en laat zich als een bommetje terug in de golven vallen. Het geeft de dag kleur.

 

De vraag is nog een keer, hoeveel diesel hebben we over? Ik draai de standpijp uit de tank en steek het houten stokje erin. We meten 23 cm diesel en dat moet nog een 150-160 liter zijn. Dat valt weer niet tegen en bereken dat 2100 toeren draaien maar 3 liter gebruik is. We besluiten om gewoon door te dobberen en te wachten op wind.

We blijven in de loop van de dag en avond een kleine 3 knoop varen. De avond brengt ons waaier vanl sterren. Lichte bewolking en een achterlijke wind van 8 knoop. Karen komt oog in oog te staan met een walvis naast het schip. Na een knipoog en een diepe zucht duikt ze onder en Karen ziet haar niet meer terug.

Water in de kuip

 

Dinsdag,27 mei 2014.

 

34˚ 09’7 N 47˚ 23’3 W – 34˚ 51’4 N 45˚ 02’6 W

 

Het is een frisse nacht en moet me warm kleden. De wind zorgt ervoor dat de Queen B een echt transportmiddel wordt en treinen de nacht door. De bewolking bouwt zich nu op en we gaan een sombere ochtend tegemoet. In het water kom ik een drijflichaam tegen van een markeringsboei. De stok is van de boei en de gele drijver wiegt op de deining. Je stelt weer vraagtekens, hoe wat en waar?

 

De boei schuift ons voorbij en zal de oceaan nog wel even blijven markeren met zijn opvallende kleur en geschommel.

De zee bouwt op en er komen golven van 2 tot 3 meter naar ons toe. Opeens slaat de kuipblank vol met het schuimende water en is alles weer nat. De uien die in het netje aan de bimini hangen zijn verdronken in het zeewater, de tas met reddingsmiddelen laat ook zien dat deze getroffen is want daar blijft meer dan 10 minuten het water uitlopen. Gelukkig had ik vannacht de kuip opgeruimd zodat de schade beperkt blijft.

 

Om 10.00 uur komt er een front op ons af en de wind neemt verder toe. We reven het grootzeil en ik draai de Genua in. De wind giert door de mast en de regen komt nu met bakken uit de lucht. Ik heb een behoorlijk nat pak tijdens de zeilhandelingen en ga het zeilpak maar eens boven water halen. Het is lang geleden en haal uit de zak van de zeilbroek, de vlag van Barbados. Het geeft me een glimlach vol van herinneringen. Het blijft meer dan een uur hevig regenen. Ik ga de kajuit in en trek het natte pak uit en wacht binnen de bui af. Wij houden de hele reis continue bewaking en lopen wacht vanuit de kuip. Nu ik binnen zit, moet ik buiten vanaf de kajuittrap af controleren. Vannacht hebben we een schip over bakboordzijde gehad en met het aanroepen, via de marifoon geen antwoord gekregen. Ik begin me nu echt zorgen te maken over mijn Marifoon en AIS. In Horta maar eens goed controleren. 

Veel wind, geen wind, weinig wind, ineens wind

 

Maandag, 26 mei 2014.

 

33˚ 26’5 N 49˚ 57’9 W – 34˚ 09’7 N 47˚ 23’3 W

 

We hebben een record aantal mijlen in een etmaal. 156 Mijl is een mooie afstand en de wind is nog niet op. Het blijft lekker doorwaaien en we stellen ons in op hobbelen, op die zo mooie blauwe zee. Het wit omlijst de golven en de witte wolken met een streep blauw er doorheen maakt het een mooi gezicht. De wind staat nu door met een dikke 7 en hebben de Genua en Grootzeil flink gereefd. De zee komt zonder enige gene af en toe eens kijken in de kuip. Een grote golf springt pardoes in de kuip en maakt alles en ons behoorlijk koud en nat. De watertemperatuur is aanmerkelijk lager en dat merk ik onder andere met de koelkast. Het anderhalf uur generator draaien voor de koelkast maakt de koelkast tot vriezer en de vriezer is hartje Siberië in wintertijd.

 

In de middag krijgen we bezoek van een dolfijn die heel lui en bedaard ons bestudeerd met één oog, naast het schip. Het lijkt me een oud exemplaar want er wordt niet gebuiteld, gespeeld of lol gemaakt. Skippy Senior kijkt ons aan en schudt meewarig zijn hoofd en gaat maar eens ergens anders kijken. Wij hebben er een leuke afleiding mee. Op het dek ligt een vliegende vis en deze heeft het er slechter vanaf gebracht. Hij is wel aan boord gesprongen maar heeft de instructie man over boord niet helemaal begrepen en is in de bakkende zon blijven liggen. Ik gooi later de geperkamenteerde Brado van boord. Jammer zo een mooi beest, einde vliegbrevet.

 

Rond half één bereiken we het punt van nog 1000 mijl Togo. Natuurlijk is het nog ver maar toch voelt het: vanaf nu gaan we aftellen. De vaart die we er in hebben geeft goede moed want het ziet er naar uit dat we een dik gemiddelde gaan draaien.

Bij het avondeten in de kuip pakken de donkere wolken zich samen, om ons heen en hebben nog even de hoop dat de donkerte, het gitzwarte langs zal gaan. Maar rond 20.00 uur krijgen we de soep over ons. Het is donker en het begint flink te regenen. De wind valt weg en komt ineens vanuit een andere hoek. We gijpen en kunnen gelukkig koers houden. Het wordt een heel geklooi met de zeilen. Wel wind, geen wind, hoop op wind, geen wind, ineens wind en ineens weer weg. Ik kijk het tot 21.30 aan en laat het gehannes aan Karen over.

 

Om 23.00 uur als ik uit bed kom zie ik dat ze de 12 ton onder controle heeft maar we lopen niet snel. Koers richting Azoren met een Snelheid over de grond van 1,2 knoop. Dat gaat lang duren voor we op Horta een glaasje wijn kunnen drinken.

Als ik net in de kuip geïnstalleerd ben komt er ineens wind. Wind uit dezelfde hoek als vandaag en ook dezelfde kracht. Ik reef de Genua en laat het grootzeil staan zoals het nu is. We lopen met 7 knopen de volgende dag in.

Tijd is van slag.

allemaal op een andere tijd
allemaal op een andere tijd

 

Zondag, 25 mei 2014.

 

32˚ 28,6 N 52˚ 29,3 W – 33˚ 26’5 N 49˚ 57’9 W

 

Karen had al in het logboek de opmerking geplaatst dat we een misrekening van tijd hebben. De 1 uur achteruit had 1 uur vooruit moeten zijn, zodat we nu een afwijking van 2 uur aan boord hebben. Het verklaart natuurlijk de vroege zonsondergang maar ook de vroege zonopkomst. Met behulp van de Ipad, UTC en opnieuw logisch denken in combinatie met de waarnemingen draaien we de horloges twee uur vooruit. We zullen ons weer moeten aanpassen aan een nieuw ritme.

 

Karen heeft een zeilschip aan de horizon ontdekt. Dat betekent dat we het schip inhalen en is het eerste teken van menselijk wezen sinds 6 dagen. We varen geweldig, een 6,5 knoop met een rif in het grootzeil. Precies op koers en we zijn over de helft van de tocht. We hebben nu meer dan 1200 mijl gevaren en mogen er nog eens 1200. Het aftellen is nu begonnen. In de loop van de middag zie ik het schip koers veranderen en ze lopen stuurboord voor ons weg. Wij gaan door met onze koers. Dit soort zaken zet je altijd aan het denken. Hebben zij weerinformatie gehad die wij niet ontvangen hebben? Ik vertrouw maar gewoon op de Queen B en haar bemanning.

 

Een stevig wind vandaag, 6 Bft. Grootzeil gereefd en de Genua zo groot mogelijk loopt het schip continue over de 7 knoop met een uitschieter naar de 8. Dit is mijlen maken alleen een beetje vervelend dat het minder comfortabel is aan boord omdat de zee zich begint op te bouwen. Grote golven komen schuin van achter naar ons toe met witte kammen water die nog eens van de golf afrollen. Het is een mooi gezicht en de stemming aan boord is meteen anders. We zijn weer aan het positief rekenen, we plannen ons met het uur eerder op de Azoren. Op de zee zien we steeds meer van die gekke zeilende visjes, Portugese Oorlogsschepen. In de verte zien we steeds meer wolken opbouwen. Het wordt in de vroege avond flink dreigend maar ook deze bui loopt braaf achter ons door en hebben er weinig last van. De Queen B dendert de nacht in.

Vergaan van de Cheeki Rafiki

Het zwaard is weg, daarna gekenterd?
Het zwaard is weg, daarna gekenterd?

 

Zaterdag, 24 mei 2014

 

31˚ 33,1 N 54˚ 20,5 W - 32˚ 28,6 N 52˚ 29,3 W

 

Op de kaartentafel breng ik ‘s-nachts precies om 00.00 uur, mijn positie in en bepaal de gevaren afstand. Gisteren 88 mijl. Ik ben er blij mee. Iets meer dan 3 mijl gemiddeld en vonden het een redelijke zeildag. Buiten is het donker en de wind valt weer weg. In de Cariben neemt de wind in de avond en nacht toe maar hier is de regel dat de wind in de nacht afneemt, of komt dat toevallig zo uit?

 

Op de Navtex verschijnt een bericht of men alert wil zijn op een schip dat water maakt. Het schip is op weg naar de Azoren. Het blijkt later de Cheeki Rafiki te zijn en is verzeild geraakt in een storm met meer dan 50 knopen wind. De tegenstellingen zijn wel erg groot. Zij veel te veel wind en wij geen wind. De 4 opvarenden zijn niet terug gevonden en het reddingsvlot bleek nog vast te zitten op het wrak. De impact van het bericht op de Navtex wordt pas thuis beleefd en heb de gegevens opgezocht op het internet. Kan alleen nog maar de familie condoleren met het verlies en het maakt mij bewuster van de altijd aanwezige gevaren van de zee

 

Tijdens de wacht van Karen (alweer) komt de wind terug en begint wat steviger door te komen. We lopen een 4 knoop in een vochtige klamme nacht. Het houtwerk is nat alsof het geregend heeft. De 4 knoop voortgang worden er regelmatig een 5 knoop zodat de stemming uitstekend is. We bestuderen de kaart nog een keer en besluiten de koers rechtstreeks op Faial, Azoren te leggen en niet te hoog aan de wind te gaan, omdat het een omweg wordt van nog eens 350 mijl. In de hoop dat we het geluk hebben om niet zo vast te komen in een windstilte zoals de vorige dagen.

In de avond neemt de wind toe en lopen we een dikke 6 knoop wind. We zeilen als vanouds. Azoren, we komen eraan!

Om 2300 uur besluit ik een rif in het grootzeil te trekken want er staat nu een 16 knoop wind, plus de voortgang. Er moet nu een 6 Bft waaien.

De zon stort zich in het water.

De  tentakels geven flinke brandende striemen.
De tentakels geven flinke brandende striemen.

 

Vrijdag, 23 mei 2014.

 

30˚ 34,9 N 55˚ 37,4 W - 31˚ 33,1 N 54˚ 20,5 W

 

Een Portugees oorlogsschip lijkt een kwal, maar eigenlijk is het een verzameling verschillende poliepen die ieder hun eigen functie hebben en samen dit dier vormen. Het ‘zeil’ op de rug (bij gebrek aan een betere term) wordt ook echt als zeil gebruikt: het kan zich vullen met lucht, waardoor het Portugees oorlogsschip aan de oppervlakte komt en zich door de wind laat verplaatsen. Het Portugees oorlogsschip heeft giftige tentakels die wel vijftig meter lang kunnen worden. Doorgaans is het niet direct dodelijk (wel zéér pijnlijk) om door dit dier gestraald te worden, maar het gif kan een shock veroorzaken en dat kun je niet gebruiken als je aan het zwemmen bent. Ook raken zwemmers soms verstrikt in de tentakels, waardoor ze verdrinken! En hij ziet er zo lief uit! Solozeilend op zee.

 

De maan staat haarscherp aan de nachtelijke hemel, als een sikkel, laatste kwartier aan een diep donker oneindig helal met duizenden sterren. De zee is spiegelglad en het licht van de sterren worden weerkaatst in het water. De maan laat een lichtspoor op het oppervlak achter. De Queen B vaart in een wereld met duizenden lampjes. De ultieme LED wereld waar we in zitten?

De wind is heel langzaam naar het Zuid-Oosten gekropen en kunnen de koers naar het Waypoint 2 zeilen. Tergend traag kruipt de Queen B zich naar de uitgestrekte doelen toe. Het is nog 388 mijl naar WP2 en dan nog een 800 mijl naar de Azoren. Ik reken met deze snelheden en kom tot de conclusie dat we er meer dan een maand over gaan doen en dat we de gemaakte afspraken in Nederland niet kunnen halen en niet eens kunnen afzeggen.

Mijn humeur gaat op en neer met de voortgang. Als we even 5 knoop varen dan ik ben ik een stuk positiever over de aankomst. De slakkengang maakt me zorgelijk.

 

Rond 4 uur en wederom tijdens de wacht van Karen komt er wat wind. De wind komt schuin van achter het zeil in en duwt ons de goede richting op. Het logboek vermeld 7 knopen wind maar we lopen 2,2 knoop en dat is al heel wat meer dan de vorige uren. Karen gijpt zonder me te waarschuwen en voert de manoeuvre prima uit. Ze begint zich meer met het zeil te bemoeien.

Ik ben er vroeg uit want kan slecht slapen. Om 05.30 merk ik dat het schip niet lekker op het water licht. Ik kom buiten en zie meteen dat ik terug moet gijpen en dat de wind aan het toenemen is. Na de zeilmanoeuvre lopen we snel 4,5 knoop. Ik lach weer en reken uit wanneer we nu aankomen. De zee omlijst de wind met krullende kopjes om tot een samenspel te komen van wind, water en lucht. De Queen B begint te dartelen en wij rekenen ons rijk. Zijn we uit de windstilte?

 

We komen hier veel zwerfvuil tegen. Plastic flessen, stukken meertrossen, emmerdeksels drijven voorbij. Ik word me steeds meer bewust wat voor impact het heeft op langere termijn als we als mens met deze niet afbreekbare stoffen zo slordig omgaan.

 

De zonsondergang gaat veel te snel. De lucht is zonder wolken zodat er een koperen zonnebal in zee stort, zonder dat de stralen van de zon door het water en de wolken een sfeer verlichting kunnen geven. We zeilen kalm de nacht in en de wind valt langzaam maar zeker weer weg. We zeilen weer 1 knoop per uur maar de wind houdt het schip wel op koers zodat we van het ergerlijke ronddraaien en zelf overnemen van het roer af zijn. We blijven op koers.

Voorbij drijvende zeemijn?

Zeemijn?
Zeemijn?

 

Donderdag, 22 mei 2014.

 

30˚ 08’87 N 56˚ 13’4 W – 30˚ 34,9 N 55˚ 37,4 W

 

Wat zijn de sterren mooi. Prachtig heldere nacht maar ik kan er niet van genieten. De windkracht zit tussen de 1 en 2 Bft en de weinige tocht is pal tegen. Ik probeer te laveren maar word aan allebei de kanten gestraft. Zowel bakboord als stuurboord geven een koersfout van 120˚ naar het doel. Je kunt beter de zeilen strijken dan proberen te zeilen. Uiteindelijk laat ik het schip maar over aan de elementen. Om drie uur ga ik naar bed en draait Karen de wacht. Als ik wakker wordt zie ik dat Karen de Queen B onder controle heeft met een vaart van 1,5 knoop en maar 40 graden van de koerslijn af. Dat is beter.

 

Als ik mijn hoofd op het dek laat zien schrikt de wind zodanig dat deze spontaan wegvalt en zijn we overgeleverd aan de zuchten van een slapende Neptunus.

We zijn benieuwd hoeveel diesel we nog over hebben. De dieselmeter is kapot zodat we aan de hand van gegist bestek in het logboek het verbruik bepalen. Ik reken 5 liter per uur voor de motor en 1 liter per uur voor de generator. Met het varen op de motor hebben we over het algemeen maar 2100 toeren gedraaid in plaats van de 2900 die ik gewoonlijk draai. Ik schroef de aanvoer diesel van de motor los en steek er een peilstok in. We meten de voorraad in cm en ik bepaal de hoogte van de tank. Een volle tank is 320 liter en met de berekening hebben we 130 liter gebruikt en is er nog 190 liter over. Dat valt me reuze mee. Ik schroef de tank dicht en ben weer wat geruster maar het blijft een druppel op een gloeiende plaat want we moeten nog 1400 mijl naar het einddoel en we hebben voor 190 mijl aan diesel. We zullen spaarzaam moeten blijven. De wind valt nog verder weg en gebruik maar meteen een uur motor om te ontluchten, stroom voor de generator accu te draaien en wat voortgang te maken. Om half tien staat er weer een kleine 5 knoop en is reden om te zeilen.

 

Opeens springt Karen op van de kuipbank en spot twee grote dolfijnen. Ik denk dat het walvissen zijn maar volgens Karen hebben die geen rugvin zoals de dolfijn. Ik zie ze majestueus onder en boven komen, lief naast elkaar op weg naar de Cariben. We kijken en zoeken nog lang over het watervlak maar zien geen dolfijn meer. We vallen teug in de kalmte van het zeilen. De snelheden zijn er om te onthouden. Normaal gesproken zeil ik niet meer onder de twee knoop maar ben nu al blij als we sneller lopen dan 1 knoop want vaak blijft het bij een armzalige 0,8 knoop. De windmeter geeft een 3,5 of soms wel 4,4 knoop aan. Verplicht zeilen omdat je geen motor kunt gebruiken is voor mij een nieuwe dimensie want ik had altijd wel gedacht dat er iets wind staat op een oceaan. De verhalen van mensen die zelfmoord plegen bij langdurige windstiltes komen aan me voorbij. Niet dat ik de behoefte heb maar ik kan het zomaar voorstellen. We starten de motor en varen de nieuw gevonden voorraad diesel maar op want in het water kun je de haren kammen.

 

We komen een zeer vreemd projectiel tegen. Het lijkt wel een zeemijn. Een zwarte bol met een handvat erop dat ik zo tot schakelaar weet te vertalen. Is het een verloren, eenzaam drijvende zeemijn die nog niet door de EOD (Explosieven Opruiming Dienst) is geborgen? Met veel vraagtekens en veronderstellingen die ook weer worden verworpen in het hoofd blijft het voor mij een raadsel. Je zult er maar tegen aanvaren.

Op het wateroppervlak komen steeds meer van die zeilende “plastic bootjes” voorbij. Ik zal het moeten opzoeken maar wordt steeds overtuigder dat het een soort kwal is. Rond 1600 uur komt er eindelijk wat wind en zet de motor uit. We zeilen met 2 knoop de avond in. Ons etmaal totaal komt op 41 mijl inclusief 25 mijl motoren. Dit is absoluut in mijn zeilers-leven het dieptepunt zeilen.

 

Dartelen voor even.

gennaker van een concurrerend schip
gennaker van een concurrerend schip

 

Woensdag, 21 mei 2014

 

29˚ 19’4 N 57˚ 46’5 W - 30˚ 08’87 N 56˚ 13’4 W

 

Een nacht met weinig wind. Ik erger me groen en geel, in de nacht, aan het gedobber van de Queen B. De epoxy-dame kan er niets aan doen en we voelen ons geheel opgesloten in het weerssysteem. 4,5 Knoop wind is niet veel om 12 ton te laten huppelen.

 

In de ochtend komen er een paar golfjes en komt de wind uit een andere richting met 3 knoop. We hebben nu achterlijke wind en vinden het een goed moment om de Gennaker uit de zak te halen en op te zetten. Het zeil komt met een droge klap uit de rijgzak (Kapotje). Honderd vierkante meter, geel, groen met de ster van Island Packett in het midden loopt de Queen B toch maar 3 knoop. Het valt me zwaar tegen, maar het is een mooi gezicht

.

De wind draait van Zuid-Oost naar Zuid-West en ik moet nu de Gennaker inhalen om verder te zeilen met de standaard zeiltjes. We blijven lekker lopen en zijn eindelijk omgeven met heerlijke witte schuimkopjes die de naald van de snelheidsmeter regelmatig tegen de 6 aan weet te brengen. Dit is opschieten en je ziet onze gezichten opklaren en voelen ons een stuk beter nu we naar het doel dartelen in de prachtige wereld.

In de avond valt de wind weg en drijven en dobberen als vanouds.

De wind laat ons in de steek

 

Dinsdag, 20 mei 2014.

 

28˚ 36’3 N 58˚ 47,6 W - 29˚19’4 N 57˚ 46,5

 

We moeten nog 590 mijl naar het tweede waypoint en sla voor de zekerheid, de Cruisealmanak nog maar eens open. Ik ben gerust dat ik de aanwijzingen goed heb opgevolgd maar maak me zorgen over het tekort aan wind. Zitten we toch te oostelijk en hierdoor in de windstiltes? Het boek verklaart anders en wij gaan door met onze tactiek, doorvaren met een koers van 45˚.

 

Rond 4 uur is het licht en Karen ziet in haar wacht een nieuwe dag geboren worden, zoals zij vermeldt in het logboek: "de zee is oneindig, prominent leeg en geen enkel leven, af en toe een vogel komt nieuwsgierig kijken".

De albatrossen, geweldige zweefkunstenaars, komen in het zog van de Queen B kijken. Ze landen achter de boot en steken de kop onder water om te zien of er iets te eten valt. Kieskeurig zijn ze wel want brood staat niet op het menu, maar wel een rode peper die ik overboord gooi. De peper gaat in één keer naar binnen. Ik ben benieuwd? De vogel schudt met zijn kop en vliegt zoals gewoonlijk gewoon weer op.

 

De wind valt weer helemaal weg en kijken tegen een lege vlakke zee aan Het is bewolkt en we zullen vandaag de zon niet zien. Karen zet de koers uit, tekent de kaart in, de afwas en is uitkijk. Het geeft mij allemaal een helpende hand en ik hoef niets meer te doen dan wat wazig voor me uit kijken, lezen en een beetje dutten. Tekort aan slapen compenseren. Ik merk dat ik te weinig slaap en kan moeilijk in slaap komen, zeker niet als je klaar wakker blijft als je het hoofd op de kussens legt.

 

Rond 10.00 komt er wind en zeilen met een gestaag windje die de snelheidsmeter af en toe een 5 knoop aantikt. Dat is lekker en met de wind en de voortgang stijgt ons welzijn, meteen rekenen we uit wanneer we er kunnen zijn.

Het is al fris op deze breedtegraad maar ik lees op de Navtex (weerschrijver), dat er een koudefront over ons heentrekt, het zal de reden zij van de kou en de andere sfeer die we ervaren op het water en de lucht.

In de avond komen we terecht in een front met dikke zwarte wolken waar forse buien uit vallen. Het weerlicht springt over van wolk tot wolk zodat het voor de aardse mens een mooi schouwspel als ze het daarboven ruzie hebben. Wodan en Freya hebben weer eens heibel in de tent. Wodan werpt zijn toorn met lichtflitsen en Freya stuurt hem de zwartste wolken toe. Het zal wel weer goed komen tussen die twee zodat wij weer kunnen zeilen in mooi weer.

 

De Friezen en Saksen in Nederland aanbaden meerdere goden. Hun belangrijkste god heette Wodan. Hij was de god van de oorlog. Maar Wodan had het erg druk. Want hij was niet alleen god van de oorlog maar ook de god van de zomer, god van de winter en de korengod.

 

Wodan reed door de lucht op zijn achtbenig paard Sleipnir. Twee raven (Hugin en Munin ‘Geheugen’ en ‘Gedachte’) en twee wolven begeleidden hem op zijn tochten. Zij bespioneerden alle mensen, zelfs hun gedachten waren niet veilig, en vertelden Wodan alles. Zo kon Wodan tijdens zijn tochten de criminele mensen straffen en beschermde hij de goede mensen. Ook bracht hij de dappere dode soldaten naar het Walhalla.

De belangrijkste godin was Freyja. Zij was de godin van de zonneschijn en de vruchtbaarheid. Zij reed rond in een wagen die getrokken werd door katten. Zij was getrouwd met Wodan.

 

 

De Queen B laat zich moeilijk manoeuvreren in de spaarzame wind met zeilen die staan te overleggen aan welke kant ze willen gaan staan. Ik heb geen druk op het roer en de Queen B doet waar ze zin in heeft.

Lekwater!

Voedsel voor heel veel groot leven
Voedsel voor heel veel groot leven

 

Maandag, 19 mei 2014

 

27˚ 22’2 N 60˚ 03’8 W - 28˚ 36’3 N 58˚ 47’6 W

 

We passeren een veelvoud van de 15 graden meridiaan, met andere woorden, onze horloges moeten een uur terug voor de plaatselijke tijd. De zon verschijnt vandaag wel erg vroeg. Rond drie uur in de ochtend komt er een helder vlammend rood aan de horizon, als aankondiging van de Koning der planeten, de Zon.

Het wordt motoren vandaag want er is geen spat wind, de zee is vlak en steeds blauwer. Als je het water inkijkt dan maakt de zon een trechter van licht in het azuur en ik zie er van alles in ronddrijven. Ik neem aan dat het de zogenaamde plankton is.

 

Na het ontbijt zitten we te lezen in de kuip en ik hoor de bilgepomp aanslaan. Karen vraagt wat het is en ik verklaar dat het restwater is van de bilge en dat het door het slingeren tegen de schakelaar de pomp even aanslaat en dat het dan wel gedaan is. Een kwartier later slaat de pomp weer aan en ik frons nu ook mijn wenkbrauwen. Ik laat het nog even zitten en ga door met mijn boek over de Boerenoorlog. Tien minuten slaat de pomp aan en nu ben ik wel alert. Ik ga kijken en zie in de bilgeruimte behoorlijk wat water staan. Ik trek wat omliggende luiken open en daar is het droog. Met het droogpompen van de bilgeruimte zie ik steeds meer water komen zodat ik nu op zoek moet gaan naar het lek. Ik proef het water en het is zout, betekent dat het van buiten moet komen. Bij het openmaken van de motorruimte zie ik dat de motorruimte blank staat en dat er een slangklem van de oliekoeler is gebroken. Het water loopt tussen slang en tule door, de motorruimte in en vervolgens de bilgeruimte.

 

De motor zet ik uit,  nu het zeil op en laat hem maar gaan. Ik ga opzoek naar een grote slangklem en kan deze natuurlijk niet vinden. Dan vind ik opeens een klem van een luchtslang die erg groot is maar door deze flink dicht te draaien zal het wel lukken. Ik zet de luchtslangklem op de slang en start de motor. Die zit weer dicht en kan beginnen met het lozen van de motorruimte. Met een koffiekopje, 50 liter water eruit lepelen, op je knieën, tussen de motor en het schot door, valt niet mee. Trots dat het weer opgelost is, met de opluchting, dat het vrij onschuldig is. Water in je schip en dat midden op de oceaan.

Het wordt verder een rustige motordag en de wind laat zich bijna niet zien. Om kwart voor elf in de avond gaat de kar uit omdat er 7 knopen wind staat en kunnen nu net zeilen. We zien twee vrachtschepen aan ons voorbij gaan.

Italianen zijn de weg kwijt.

plasticvervuiling op zee, en de vraatzucht van de albatros
plasticvervuiling op zee, en de vraatzucht van de albatros

 

Zondag, 18 mei 2014.

 

26˚ 19’1 N 61˚ 26’2 W - 27˚ 22’2 N 60˚ 03’8 W

 

Het motoren wordt eentonig en het geeft me zorgen voor het verdere verloop van de tocht. We moeten 1800 mijl en er zal een moment komen dat we de windstilte moeten accepteren want brandstof heb ik niet genoeg. Ik probeer het positief te zien en neem me voor om door te gaan met de kar. Als de wind komt dan zeil ik met het minste zuchtje wind.

 

Ik probeer mijn vislijn maar weer eens want er is nu geen vogel te zien. Op het moment dat mijn aasvisje het water raakt zijn er vier vogels rond het schip en vislijn. Nu zou je toch aannemen dat er communicatie moet zijn onder de heren. Ik haal mijn lijntje maar weer naar binnen en zoek de paravaan op om het aasvisje diepte te geven achter het schip. De witte paravaan is zeer interessant voor de vogels want nu duiken ze continue naar de witte buik van het plankje. Het vissen is minder leuk met de krijsende vogels achter het schip.

 

De dag krijgt een routine en ik kan mijn draai uitstekend vinden. Ik slaap niet veel maar heb er waarschijnlijk geen behoefte aan. Ik lees mijn boeken, De Boerenoorlog en een historisch boek van de Keizerin van China. Interessant om te lezen is dat de Italianen in hun arrogantie van hen meerdere gevoel ten opzichte van de Chinezen, rond 1900 beweerden dat zij het kompas uitgevonden hebben. Ene Flavio Goyiaz heeft er een standbeeld aan over gehouden maar later blijkt zelfs dat Flavio helemaal niet bestaan heeft. Ik snap nu wel waarom die Italianen de weg kwijt zijn want dit is wel heel vreemd.

 

De windstilte is totaal, bewolkt, een zwerm terroriserende vogels om ons heen met een honger naar plastic en kunstoog. Wij varen richting Noord de avond in. De zonsondergang is wonderschoon. De helrode kleuren met paars en de schapenwolkjes die alle kleuren krijgen met het zachtjes in zee sissende zon maakt ons beiden stil en kijken de ogen uit. We merken dat we op het Noordelijk halfrond zijn. Dit soort zonsondergangen zie je in het Caribische gebied niet. De motor doet het werk en ik probeer soms te zeilen. Veel haalt het niet uit. De zorgen over brandstof worden groter.

Blauwe oceaan.

Albatros aan de haak.
Albatros aan de haak.

 

Zaterdag, 17 mei 2014

 

24˚ 42’1 N 61˚ 49’9 W - 26˚ 19’1 N 61˚ 26’2 W

 

In de nacht schuift een vrachtschip voorbij. Het toplicht met stoomlicht geeft aan dat de koers van het schip geen probleem zal geven. Ik geef hem dan maar ook alle ruimte.

 

De Navtex geeft voor Bermuda twee soorten weerbericht. Eén voor de kustwateren en een uitgebreid weerbericht in kwadranten voor de oceaan. Er is behoorlijk kermis om ons heen. In het Oosten trekt een stormfront van Florida naar Cuba en ten Noorden van ons zit windkracht negen dat gelukkig naar het Noorden trekt. De fronten beloven voor ons een behoorlijke swell maar wij blijven gelukkig uit de stormen. Consequentie is wel dat we in een langzaam bewegend hogedruk gebied zitten met weinig wind. Ze beloven ons 5 tot 10 knopen maar we hebben geen wind. Ik moet de motor starten in de hoop uit het midden van het hoge druk gebied te komen. In de afgelopen dagen hebben we een koersafwijking opgelopen van 60 mijl van ons koerslijn en probeer deze nu te compenseren door de motor bij te houden.

 

Karen is dol op rauwe tonijn en maant me tot vissen. Ik neem mijn kunstinktvisje en ga aan de slag. Vervelend is dat de vogels veel belangstelling hebben voor mijn aas en proberen mijn aasvisje te volgen. Wij roepen een paar keer en proberen met een kussen wat gooi bewegingen te maken maar dit geeft geen enkele indruk. De vogels spelen met mijn blauwe veertjes en glazen oog aan een lijntje. En dan ineens beet! Geen vis maar een vogel. De domme vogel heeft een aanval gedaan op het aas en zich vastgehaakt aan de angel. Ik trek de vogel naar binnen en weet eigenlijk niet goed wat te doen. Als ik de angel met geweld uit de bek trek dan overleeft de “domme gans” het avontuur ook niet. Ik besluit de haak los te knippen van de lijn en laat de vogel los met een haak in de bek. Ik heb me eens laten vertellen dat een haak na twee a drie dagen, door zweren en roesten uit de bek valt zodat ik erop vertrouw dat dit nu ook gebeurd.

 

Ik gooi het aas weer in het water voor de beloofde Tonijn of liever Bonito en verdorie de drie andere vogels springen als een bezetene achter het aasvisje aan. Hieruit blijkt dat communicatie tussen vogels gebrekkig is en dat ze elkaar niet waarschuwen voor gevaar. Ik haal de lijn maar naar binnen want zit er niet op te wachten om nog een vogel binnen te trekken.

Het wordt nu afgewisselen tussen motoren en zeilen. Telkens als de wind een beetje toeneemt, stop ik de motor om op zeil door te gaan, in de hoop dat ik de windstiltes voorbij ben. Het blijkt valse hoop want de windstiltes worden allengs erger.

 

We lezen wat, koken en besteden tijd aan elkaar. De zee wordt een spiegel met een diep blauwe kleur. We varen in het Azuur of in het Huiskes “blauw”. Blauw is voor mij de kleur van het bedrijf en heeft een helderblauwe kleur voor het logo maar ook voor het bedrijfsmaterieel. Deze blauwe kleur tref ik hier aan als de zee. De blauwe Oceaan doet zijn naam eer aan.

Natte deken

De streepjes ziiten er niet tussen.
De streepjes ziiten er niet tussen.

 

Vrijdag, 16 mei 2014.

 

22˚ 58’13 N 61˚ 46’3 W - 24˚ 42’1 N 61˚ 49’9 W

 

Een droge knal en Karen die me roept, dat er iets mis is. Ik spring uit mijn bed en zie vanuit de kuip naar een klapperend grootzeil. Nu is de lijn losgeschoten van de halshoek. Met veel vraagtekens in het hoofd draai ik het grootzeil in de mast en trek mijn life-line en reddingsvest aan om de stand van zaken op te maken. De knoop van de halshoek is gebroken. Was het toeval dat ik het artikel in de telegraaf moest lezen of bestaat toeval niet?

Het probleem is dat de lijn van de halshoek die door de giek loopt in de buis is geschoten. Ik fixeer met een lijn de wagen op de giek en trek een nieuwe lijn via de vast gemaakte wagen, van het zeil naar de mast. Op de mast gebruik ik de lier om de lijn van het grootzeil naar de wagen te trekken en strak te zetten. We zeilen weer.

 

Op een 5 mijl afstand haalt de zeilboot ons in die we gisteren in de verte hebben gezien. Ik roep via de marifoon het jacht op maar krijg geen antwoord. Wij vervolgen onze weg richting Noord. De hele operatie heeft een uur in beslag genomen en ga naar bed want het is mijn wacht niet. Karen nestelt zich onder een deken en houdt de wereld om zich heen scherp in het oog.

 

We houden de koers niet en moeten het met richting Bermuda doen. Als de wind zo door blijft staan moeten we een paar slagen maken maar rekenen erop dat het wel goed komt, de wind zal nog wel veranderen.

De afwijkende koers betekent behoorlijk snelheidsverlies gemeten in rechte lijn naar het fictieve puntje op de kaart. Eerst naar dit punt dan een beetje Noord Oost en vervolgens recht op de Azoren is het plan om zo de stroom en de wind mee te hebben. Het eerste stuk staat de wind voor ons niet mee en is het steeds op kop of scherp aan de wind.

Na het ontbijt bouwt de zee zich op en er komen golven uit het niets. De wind wakkert aan en geeft een warrig golvenpatroon. Het water spoelt weer behoorlijk over het dek maar een paar uur later is de zee braaf en de wind neemt af tot een 10 knoop. Mooi zacht windje, niet veel vaart omdat we door de deining geremd worden.

 

De avond opent zich met sterren. Duizenden sterren komen te voorschijn achter de avondwolken. Er is een bui over ons heen gekomen en heeft het dek ontzilt. Als het hier regent dan regent het. De sterren geven met de frisheid van de net gevallen bui een wonderlijk gezicht. Het valt ons op dat de Caribische benauwdheid weg is en dat het in de kuip een ander soort lucht is. Het is aangenamer en koeler. De wind geeft een ander soort gevoel over de huid, in plaats van de natte deken die op Sint Maarten over ons velletje streek.

Wachtsysteem, 3 uur op, 3 uur af.

de echte splits
de echte splits

 

Donderdag, 15 mei 2014.

 

21˚ 07’4 N 61˚ 52’72 W - 22˚ 58’13 N 61˚ 46’3 W

 

De wind komt tegen te staan en moet van de koerslijn af. In plaats van de geplande 20 graden lopen we nu pal noord(0 graden). De golven staan nog steeds door en de zee is warrig. Lange deining met tegengestelde golven. Het wordt niet comfortabel aan boord en het is moeilijk bewegen. De wind is wel iets afgenomen. Karen heeft wacht gedraaid zodat ik kans krijg twee maal 3 uur,te slapen.

 

Om 5 uur is het mijn wacht en start de generator om koeling voor de vriezer te draaien. Ik constateer al snel dat er lucht in het systeem zit en duik weer eens met schroevendraaiers in de kuipkist om de leidingen los te maken en te ontluchten. Na een half uur sleutelen, draait de koelcompressor, zijn koude in de vriezer.

 

We zien aan de horizon een klein wit zeiltje. Een man roept via de marifoon op en ik antwoord. De verbinding is slecht en moet de communicatie afbreken. We zien eerst het zeiltje dichterbij komen maar later verdwijnt het zeil.

Ik neem de digitale telegraaf en lees een stukje in de vaarkrant over spitsen van de nieuwe soorten lijnen. Er staat geschreven dat een knoop 50% van de breeksterkte van de lijn kost. en bij een splits is die 10%. Ik denk aan de verschillende knopen die ik op mijn zeilvoering heb gemaakt. Dat is eigenlijk al dertig jaar goed gegaan en heb nooit een breuk op een knoop gehad. Ik lees het en vergeet het maar neem me voor om voortaan gewoon een echte goede splits te leggen.

 

De wind draait langzaam, voor ons een ongunstigere koers en wijken nu 40 graden van de koerslijn af. Ik vaar gewoon zo scherp mogelijk aan de wind en neem de afwijking voor lief. Ik had niet verwacht dat de wind zolang Noordoost zou blijven.

 

In de avond schuift er een vrachtschip aan ons voorbij. Om 20.00 gaat het wachtsysteem weer in en lopen wachten van 3 uur. Wij voelen ons het best in het schema 20 -23 uur Karen, 23 – 02 uur ik, 02 -05 Karen, 05 - 08 voor mij. In de ochtend draai ik stroom en maak het ontbijt als er mogelijkheid toe is.

 

Voordat ik naar bed ga om 20.00 controleer ik de lijnen en zet deze nog even door op de lier zodat alles goed strak staat. Het valt me op dat ik elke avond altijd nog een slagje bij kan zetten. Ben ik sterker geworden of hebben de lijnen rek?

Afwassen met zeewater

 

Woensdag, 14 mei 2014.

 

19˚ 05’73 N 62˚ 36’35 W - 21˚ 07’4 N 61˚ 52’72 W

 

Ik houd wacht in de kuip, het is benauwd warm. De wolken schuiven meer en meer voor de sterren en de maan, zodat het van een heldere hemel een donkere wordt. Opvallend is dat het licht begint te worden, rond 5 uur in de ochtend.

We zeilen lekker door met een 4-5 Bft maar scherp aan de wind zodat we veel water over het dek krijgen. De bilgepomp slaat geregeld aan en dat is niet goed. Ik denk dat er water via de ankerlier komt en de Hoiteboom. De Hoiteboom is een giek voor de kotterfok en die is door het dek gestoken. In het verleden had ik daar al last van maar heb het nooit als echt storend ervaren dat er water binnenkomt via deze boom. Nu de bakken water echt als bakken water over het dek komen is het nu wel een probleem. De pomp verwerkt het allemaal goed maar je wordt steeds met een piepje van de pomp geconfronteerd.

 

Overdag is het heel mooi zonnig weer en Karen knapt voorzichtig op. Ik maak een salade en doe de afwas in de teil in de kuip met zeewater om drinkwater te besparen. Ik voel me ingeslingerd en helemaal in mijn element.

Vertrokken.

Anguila als laatste eiland van de Cariben.
Anguila als laatste eiland van de Cariben.

 

Dinsdag, 13 mei 2014.

 

Sint Maarten – 19˚ 05’73 N 62˚ 36’35 W

 

Vertrekkerkoorts, we willen weg en gaan weg. De wind staat lekker door en dat belooft een mooi begin. Eerst de rubberboot uit het water en opvouwen. Alles heeft in de loop der jaren een aparte plaats gekregen zodat het rubber eerst in de bakskist gaat en daarboven op leg ik de motor. Daarna de rest van de spullen en ruim de kuip op van de spullen die er niet thuis horen.

 

Ik span een extra lijntje om de groente en fruit op hoogte te brengen en een lijntje dat het allemaal niet te hard gaat zwaaien. Karen vaart op naar het anker en ik haal de ketting binnen. Het anker heeft muurvast gezeten zodat het niet meevalt om het anker uit te breken. Verlost van het contact met de grond draait de Queen B met een schone bast richting oceaan. Ik zet het zeil en kom er achter dat het log niet werkt. Onze Roge’ is duidelijk van het grove werk geweest want hij heeft de paddelwieltjes niet goed schoongemaakt de beide snelheidmeters geven een trotse 0 aan. Dat is vervelend maar we kunnen zonder, omdat GPS de snelheid aangeeft.

 

We moeten kruisend langs het eiland en een tweetal rotsen. We verliezen drie uur door het kruisen, om vrij te komen. Ineens knalt de schoot los van de Genua en het valt het niet mee om deze opnieuw vast te zetten. Bij ingerolde Genua is de halshoek veel te hoog en bij uitgerolde toestand met de 15 knopen wind die we hebben slaat de halshoek als een bezetene om zich heen. Door de Genua licht bak te trekken weet ik de schoot vast te maken aan de andere schoot. Geen mooie oplossing maar een oplossing zodat we weer door kunnen varen richting het puntje van Anguilla. We verlaten nu definitief de Cariben.

 

Het loopt allemaal prima, Karen wordt erg rustig, de zee is knobbelig maar we kunnen mooi de koers aanhouden naar het fictieve punt wat ik in de kaart heb gezet, een 300 mijl naast Bermuda. Het is scherp aan de wind.

De avond valt met veel rood aan de westkant en in het oosten komt heel snel een volle maan op. Dit is een bijzonder tafereel om te zien en vraag me af hoe dat dit kan, hoe kan de maan aangelicht worden door de zon als de maan pal tegenover de zonsondergang opkomt.

 

Een zwart dreigend regenfront komt onze richting op maar we hebben geluk dat deze net achter ons wegloopt. De gordijnen en sluiers regen zien we vallen uit de wolken. In de kuip mijmer ik over de afgelopen dagen als er een grote vis dwars onder de boot doorzwemt. Ik kan alleen de typische staart van de vis zien en herken hem als een Goudmakreel, zeker weten doe ik het niet.

De vliegende vissen laten zich zien en naast ons vaart een Franse Catamaran die we aan de wind goed kunnen bijhouden. De Fransman doet nog een oproep maar we krijgen geen contact. We zeilen de nacht in met een klein lampje hoog in de mast naast ons.

 

81 mijl richting Bermuda.

 

Vitamine Zee

Duiker in de regen.
Duiker in de regen.

 

Maandag, 12 mei 2014.

 

Sint Maarten.

 

Bij het ontbijt overleggen we hoe de dag eruit zal zien. Onderwaterschip schoon borstelen met snorkel, bootje binnen halen, de spullen zeevast zetten en in de loop van de middag vertrekken. Het wegvaren geeft me behoorlijk spanning maar probeer het niet te laten merken bij Karen. Voor wat betreft het weer heb ik me goed voorbereid maar realiseer me wel dat de voorspellingen maar voor 1 week zijn. De drie weken na de eerste week is een sprong in het diepe. Storm of windstilte? De reis is 2100 mijl in één rechte lijn maar we ontkomen er niet aan om een omweg te maken. De Cruising Guide is hier duidelijk in dat we eerst Noord moeten varen en pas voorbij Bermuda licht naar rechts en dan bij wind rechtstreeks op de Azoren.

 

Karen springt te water en komt al snel tot ontdekking dat het geen doen is om het schip onderwater met snorkel af te boenen. Ik ga onderwater en poets ook, maar zie dat het ondoenbaar is zonder duiker, of het schip  met kraan uit het water te takelen. Ik klim aan boord om eerst maar een rondje te bellen. Het kaartje van de duiker van 4 weken geleden ligt op me te wachten onder het scherm van de computer. Ik bel en Roge’ neemt op. Hij herkent me nog van het laatste gesprek en zegt ons toe om vanmiddag om 3 uur te komen. Dat is een geruststelling zodat we nu tijd hebben om een laatste weerbericht op te halen en vitamine C.

 

In het blad Motorboot staat dat Vitamine C het middel is om zeeziekte tegen te gaan. In de Apotheek raken we leuk in gesprek met een vrouwelijk Nederlandse Apotheker. Ze is zeer geinteresserd in de verhalen van het bootleven maar geeft ook aan dat het helemaal niets voor haar is. Haar vriend ziet het wel zitten zodat ze geïnteresseerd is hoe Karen het beleeft. En daar hebben wij nu Vitamine C (Zee) voor nodig. Karen wordt zeeziek maar ze vindt het waard om ziek te zijn voor hetgeen wat je ervoor terug krijgt. Ik sluit het gesprek want er staan 4 mensen beleefd in een rij te wachten. Mevrouw de Apotheker is zo ingeburgerd dat ze tijd geneoeg heeft met ons en de rij gewoon langer laat worden.

 

Op het terras drinken we een koffie maar worden overvallen door hevige regen zodat we uiteindelijk de lunch gebruiken onder het afdak van de bar. Om 14 uur als het een beetje droog blijkt lopen we naar de dinghy en sta verstel van het water wat er in zo een korte tijd is gevallen. Gelukkig heb ik nog een kopje in de boot om het water weg te hozen. Aan boord kleden we ons om en wachten op Roge’ . Het begint weer te regen en we lachen een beetje om het feit dat het voor Roge’ veel te hard regent om te duiken. Rond 10 voor drie is Roge’ stipt bij ons en met zijn ontwapenende gulle lach snapt hij de opmerking niet dat we hem niet verwacht hadden vanwege de regen. Ik ben altijd op tijd zegt hij.

 

Roge’maakt een duik en komt boven en constateert dat het er inderdaad flink aangegroeid is. Roge’ wijt de exorbitante aangroei aan het in het water gooien van etensresten van de restaurants in de lagoon. Het zoete water van de bergen, het stilstaande zoute water en de temperatuern maken het een kweekvijver van jewelste zodat er geen anti fouling tegen opgewassen is als je ook nog eens een maand stil ligt met je schip. Roge’schraapt en schuurt een uur onderwater en bovenwater regent het met bakken. Hij merkt er niets van maar wij staan versteld van de moesson.

 

Een uur later komt de Roge’ als een terrorist boven water. Hij zet zijn bril af, zijn neopreenmuts en is kapot van vermoeidheid. Hij zegt nogmaals, dat hadden jullie met een snorkel nooit voor elkaar gekregen. Ik reken Roge’ af en we besluiten morgenochtend pas te vertrekken. Ik kook een Curry kip voor twee dagen en we blijven heerlijk in de kuip onder de bimini naar de regen kijken. Het blijft maar regenen we voelen ons net Ot en Sien in de regenton.

Onrust

Met deze aangroei, zal je schip niet snel gaan!
Met deze aangroei, zal je schip niet snel gaan!

 

Zondag, 11 mei 2014.

 

Simpson Bay Sint Maarten.

 

We zijn onrustig en willen eruit, we willen weg. Met de rubber varen we naar het brugkantoor en moeten een gepeperde rekening betalen vanwege een maand verblijf in de baai. Het bruggeld is gekoppeld aan lengte van de Queen B en de duur, tja die brug gaat stroever open als we langer blijven liggen zullen we maar denken. De Customs vraagt of we prijs stellen op een stempel zodat je hier kan kiezen voor stempel ja of nee. We kiezen maar zonder stempel want het reisdocument staat al vol.

 

Terug aan boord neem ik een borstel om de aangroei van de zijkant af te halen. Ik schrik want het is niet zomaar aangroei, maar grote dikke trossen zachte vegetatie met schelpen komen van de anti fouling af. Ik kan er niet goed bij zodat het een vervelende klus wordt. Karen houdt het rubberbootje dicht tegen het schip met twee lijnen en ik probeer met de borstel kracht te zetten om de aangroei te lijf te gaan. Het water is niet erg fris in de Lagoon zodat we de poetsbeurt buiten op zee voor anker willen afmaken.

 

Om drie uur gooien we los en varen naar de benzine station van de IGY Marina. De deur staat open en loop naar binnen waar de man zegt dat hij gesloten is. Toch wil hij ons helpen om een uitzondering te maken. We tanken 53 liter diesel en nemen een extra Jerrycan mee. Nu zijn we vol met diesel en water en bijna klaar voor de grote oversteek.

 

Ik moet een halfuur wachten voor de brug en varen met een ander schip naar buiten. Buiten de Simpson Bay en na de brug gaan we anker op om buiten te wachten op vertrek. In de avond gaan we van boord om een laatste hapje buiten de deur te doen en varen in het donker terug en gaan na de koffie in de kuip naar bed.

Bootschappen

Wij hebben het fruit en groenten buiten hangen
Wij hebben het fruit en groenten buiten hangen

 

 

 

Zaterdag, 10 mei 2014.

 

Sint Maarten.

 

Vroeg in de kuip met een dikke Jet Lag. Uit het schip van de overbuurman komt een jonge kerel met een zaklamp en gaat op weg naar waar? Later hoor ik dat het de jonge schipper is die het Nederlandse schip Nunki meehelpt overvaren naar de Azoren. Ik kijk hem na en verwerk mijn jetlag verder. Bij het licht worden om 6 uur begin ik maar de Bimini op te bouwen en rommel wat aan het dek. Voorzichtig stap ik over het dek om Karen niet wakker te maken. Om 7 uur haal ik brood bij de Chinees en maak de spullen voor het ontbijt klaar. Het is regenachtig zodat het benauwd is aan boord.

 

Rond negen uur maak ik een praatje met Christ en later met de schipper Karel. Appie komt aangeslenterd en heet ons van harte welkom. Ik vraag Appie waar ik het beste boodschappen kan halen en hij adviseert ons een supermarkt dichtbij Franse grens (Saint Martin) Christ hoort dit en wil ook graag boodschappen halen en biedt ons de auto aan om mee te gaan voor een gezamenlijk bezoek aan de supermarkt. Christ is erg precies en nauwkeurig zodat het een en ander nogal wat tijd in beslag neemt. Eerst boodschappenlijstje kwijt, later credit card autorisatie opgesteld omdat hij wil betalen met de credit card van de schipper. Een bijzonder aardige vent en zeer behulpzaam. Wij doen onze ronde en schrikken van de hoeveelheid spullen die je mee moet nemen voor een maand onderweg zijn. De boodschappenjongen van de winkel brengt ons met de victualiën aan boord.

 

We zijn druk met inpakken, zeevast zetten en indelen. Buiten zorg ik voor het dek zoals het zetten van de kotterfok. Een nieuwe Uv-bescherming erop maakt de kotterfok als nieuw. Ik loop naar Appie voor de rekening waar hij heel schappelijk mee is. Spreek hem af om of volgend jaar of het jaar daarop terug te komen. Vreemd, dat je dit afspreekt terwijl je niet eens weet of je wel in de buurt komt. Het geeft aan dat je tevreden bent over je verblijf in de haven. Appie is morgen niet op de haven zodat ik afspreek om de sleutels van het water en de kabel van de elektra door het raam binnen laat vallen. Wederzijds vertrouwen zullen we maar zeggen.

 

Ik blaas het rubbertje op en we varen naar het terras voor een internet connectie waar het weerbericht mee opgehaald kan worden. Ik gebruik hiervoor twee sites: www.gribus.com en www.passageweather.com Het ziet er redelijk uit hoewel ik in het noorden in het weekend een stevig front zie ontwikkelen. Moet ik maar eens goed in de gaten houden. We eten in de avond aan boord onze geliefde Artisjokken met rauwe tonijn. De artisjokken in de snelkookpan met wat bouillon en laurier, 10 minuten onder hoge druk houden en dan heb je een heerlijke zachte groente. Vreemd dat er van die scherpe puntjes op het eind van de bladeren zitten.

Storm of windstiltes

spiegelglad, staat dat ons te wachten?
spiegelglad, staat dat ons te wachten?

 

Vrijdag, 9 mei 2014.

 

Amsterdam – Sint Maarten.

 

Het voelt als thuis komen hier op Sint Maarten. De mensen staan lachend in de rij en de taxi’s voeren de toeristen in een continue stroom van auto’s af. Wij krijgen een bus van een taxi die onze koffer in de achterbak kwakt en wij moeten de chauffeur uitleggen hoe te rijden naar de Lagoon Marina. Bij het uitstappen vraagt hij met een lachend gezicht veel te veel voor de rit. Ik betaal en heb weer spijt dat ik niet van te voren onderhandeld heb over de prijs. Wij zijn er weer en vinden de boot in dezelfde staat zoals we haar verlaten hebben. Er lijkt niets gebeurd in de tussentijd. De tijd heeft even stil gestaan terwijl er voor ons heel wat afgespeeld heeft.

 

Vanochtend hebben we Dirk opgehaald die ons naar Amsterdam heeft gereden. Een hand en zwaai scheiden ons voor weer een lange periode. Voor ons spannend want de moeilijkste trip staat voor de boeg. Krijgen we storm of hebben we langdurige windstiltes het zal de uitdaging worden voor de komende periode.

 

Meteen bij aankomst loop ik naar de zeilmaker die de zeilen klaar heeft liggen en het ziet er prima uit. Vakmanschap kost geld zodat ik wel even schrik van de rekening. Met koffer en zeilen komen we aan boord en gooien het luik open. Ik ruik een kazige geur die me aan wat rottends doet denken. Door de luiken te openen verdrijf ik met de wind de geurtjes. Later blijkt een tweetal achtergebleven eieren de oorzaak. Duizenden kleine vliegjes om de eieren, die de geur proberen op te eten.

We gaan een lunch eten in de bar en gaan daarna een uurtje naar bed. Het uurtje slapen loopt uit de hand want we blijven de middag, de avond en de nacht aan één stuk door slapen. Zwaar programma gehad?

Veranderen

Donderdag, 17 april 2014.

 

Sint Maarten – Amsterdam.

 

Een afscheidslunch in de bar bij de brug op het terras met Patrick en Patricia. Wij gaan terug naar Nederland voor werk. China staat op het programma voor het 10-jarig bestaan, het zal druk worden voor me. Gepland is dat we terug komen 9 mei en van Sint Maarten uit richting Azoren varen. P&P van de Rih Malti maken plannen om een trip British Virgin eilanden te maken maar dat hun afscheid zijn voor de Carieb want de reis gaat dan naar de Azoren en vervolgens richting Schotland door het Caledonian Kanaal naar België terug. Wij weten het nog niet, we voelen er steeds meer voor om van de Azoren naar de Canarische eilanden terug te varen om van hieruit te werken maar ook een prima opstap om nogmaals Suriname aan te doen.

 

Met een dikke kus en lange zwaai zeggen we elkaar vaarwel en wij gaan naar het vliegveld om daar in te checken en de procedures van het boarden te ondergaan om terug te vliegen.

 

Vanochtend vroeg op gestaan om alles verder op te ruimen en de bimini eraf te halen om naar de zeilmaker te brengen. Alles doorspoelen, dek wassen, afsluiten. Ik loop nog even bij Appie binnen om te zeggen dat we weg zijn en geef hem mijn telefoonnummer voor het geval dat. Een afsluiting van een heel mooie periode met prachtige eilanden en verschillende sferen. Het lijkt alsof we maanden weg zijn geweest. We voelen ons meer en meer gewoon in het circus van de lange afstandzeilers en genieten van alle verhalen, de mooie mensen om ons heen, de eilanders met hun levensstijl. Het zal ons zeker veranderen.

De heilige Sint Maarten
De heilige Sint Maarten

 

Woensdag 16 april 2014.

 

Lagoon Marina.

 

Ik merk dat ik steeds luier wordt en dat de temperaturen me na een langere periode lomer maken. We slapen lang uit en gaan vroeg naar bed. Zo ook deze ochtend ben ik veel te laat uit mijn bed. In de kuip haal ik de krant binnen op mijn computer en we ontbijten. Tegenover ons komt een Island Packett 370 binnen varen. De boot voert een Australische vlag en we komen aan de praat. Terrence heeft de boot erg bewust gekocht en is vol lof over het IP (Island Packett concept). We praten gezellig en kom veel te weten over de man. Hij blijkt ongeneeslijk ziek te zijn maar wil niet bij de pakken neer gaan zitten en ziet dit als zijn laatste reis. Hij schaft alles nieuw aan want je kunt er maar even plezier van hebben en dan loop je niet het risico dat de reparatie van al die spullen fout loopt. Zo heeft hij alle apparatuur verschroot aan boord en er nieuw voor in de plaats gekocht.

 

Peter, een Engelsman heeft hij via Internet opgepikt als crew en zal met hem meevaren naar Australië. Peter is vier dagen geleden opgestapt maar ik merk nu al enige irritatie over Peter. Peter is nogal betweterig en doet voor dat het enige wat goed werkt van hem komt. Ik leg Terrence mijn oplossing Bulletalie uit en Peter zegt meteen dat het niet werkt omdat de lijn door kan knikken. Ik leg uit dat het me ongeveer 20.000 mijl goed gegaan is maar hij schudt van, Nee. Zo komen er nog een paar opmerkingen van Peter voorbij waar Terrence en ik het helemaal niet mee eens zijn. Ik maak een opmerking waar ik een beetje spijt van heb, "Terrence dat ga jij niet uithouden met Peter tot aan Australië". (Bertus beter je mond houden, dat moeten ze zelf uitzoeken.)

 

We lopen naar de bar en eten er de lunch. In de middag beginnen we aan het vertrekklaar maken van de boot. Ik ruim het dek op en Karen het schip, binnen.

’s-Avonds haal ik wat kip om te braden en komen Patricia tegen die ons uitnodigt voor een borrel bij de bar. Patrick staat uitgebreid te praten met een Nederlands stel (Bob en Anne) die al 12 jaar hier in deze contreien verkeren. 6 Maanden per jaar naar Trinidad en de andere helft van het jaar op Sint Maarten. Zij werkt 6 maanden bij Budget Marine en hij is druk met het onderhoud en bijhouden van hun boot, op anker in de Lagoon. Hij is niet helemaal mijn type en kan moeilijk omgaan met het sarcasme wat hij tentoon spreidt.

 

Patrick en Patricia spreken we morgen af voor de lunch als afscheid. Wij gaan terug naar Nederland met het vliegtuig en zij maken nog een uitstapje naar de British Virgin Island waar we elkaar hopelijk op de Azoren weer tegen kunnen komen.

Sint Maarten is leuk.

Winkeltjes genoeg in Phillipsburg
Winkeltjes genoeg in Phillipsburg

 

Dinsdag 15 april 2014.

 

Sint Maarten.

 

Met een busje rijden we naar Philipsburg om door het dorp te dwalen. Van juwelierswinkel naar elektronicashop. De verkopers zijn vooral de Pakistanen en Indiërs. Erg vriendelijk maar rasverkopers, ik weet ze al snel aan te duiden dat ik een kijker, ben en geen koper. Ze vinden het best en nemen de tijd zelfs om uit te leggen en halen de voorwerpen af en toe uit de vitrine om het aan die nieuwsgierige, niet koper, te laten zien. Ik complimenteer een eigenaar met zijn mooie winkel en collectie en ik merk dat hij duidelijk in zijn nopjes is met het compliment.

Aan het strand kleden we ons om voor wat verkoeling in het zilte nat en zien de Amerikaanse toeristen naar hun luxe witte drijvende kasteel vertrekken.

 

Dat Nederland zo verschillend kan zijn want er is een Caribisch Nederland. Saba, St Eustatius en Bonaire zijn deelgemeentes van Nederland. De eilanden Curaçao en het eilandgebied Sint Maarten zijn elk een nieuw land binnen het Koninkrijk der Nederlanden geworden (een status die vergelijkbaar is met de status aparte van Aruba). De tegenstellingen op de eilanden zijn groot maar de tegenstelling met ons Nederland is wellicht nog groter. Op Sint Maarten wordt Engels gesproken en met Amerikaanse dollars betaald. De mensen zijn over het algemeen gekleurd en ook hier zijn de Chinezen duidelijk aanwezig.

 

De sfeer is Caribisch, gericht op het toerisme. We zien de verschillende verbrandde witte lijven in het water gaan, er wordt een ijsje gegeten en druk geflaneerd op de kade. Het geeft een apart gevoel maar we voelen ons wel de toeristen tussen de toeristen.

 

Na het zwemmen, pikken we een busje op en laten ons terugbrengen naar het kruispunt dicht bij de Marina. We halen nog snel wat boodschappen voor het avondeten en wandelen naar de boot terug. Wat een heerlijk eiland, wat een geweldige relaxte sfeer! Sint Maarten is leuk.

Met mijn hoofd achter de generator.

de Karaoke bar
de Karaoke bar

 

Maandag, 14 april 2014.

 

De nacht is warm en telkens rond drie uur valt er een stortbui. De handelingen zijn meestal na een binnesmondse vloek de luiken sluiten om de eventuele schade van de regen, aan het houtwerk, te beperken. Binnen de kortste keren liggen we drijfnat op bed van de benauwdheid aan boord en gaan weer mompelendede de luiken openen, om een vleug wind over het bed te krijgen zodat de natte dromende lijven, een verkoeling krijgen. Ik geef me over en probeer me niet meer te storen aan die warmte, gewoon negeren en net zoals alle inlanders accepteren dat het warm is.

 

We zijn volop aan het poetswerk en zien de Queen B en wij, trotser worden. De haven loopt leeg door vertrekkers maar er komt een nieuwe lichting van bezoekers binnen. Het is een leuk levendig gegeven van vertrekkers en aankomers zodat we genoeg te zien hebben. Een Canadees schip met echtpaar en twee kleine kinderen varen de box in met vreemde manoeuvre. Op het schip worden twee talen door elkaar gebruikt. Man en vrouw spreken Frans en tegen de kinderen wordt Engels gesproken.  Een schip met Noren komt tegenover ons liggen en beginnen van alles op de kade te gooien. Zeilzakken, twee dinghy’s en vier jonge mannen staan op ieders eigen wijze orders uit te delen en te accepteren. Het is een harmonieuze vriendschappelijke eenheid.

 

Eén van de mannen gaat om elf uur de mast in en aan de gewone manier van klimmen en het vertrouwen in zijn lijnen, zie ik dat hij het gewoon is. Een man van de bergen die kan overnachten op de breedte van een zaling? Om vijf uur in de middag is hij uit de mast. 6 Uur bivakkeren met een fles water en af en toe een bevel naar beneden voor een nieuwe rol beschermingsband of tape doet de rust aan dek verstoren. Ik besluit de masten-man te vragen voor onze job boven, in plaats van Smokey die nog steeds geen kennis heeft gemaakt. Smokey is te druk met zijn ……?

 

Vanochtend hebben we de onderdelen gehaald van de generator en deze onderdelen meteen gemonteerd in het monster. Met mijn hoofd en schouders in de kuipkist, mezelf vasthoudend aan mijn navel om niet door te glijden in de bak, monteer ik de nieuwe impellor en monteer het geheel af met heel kleine springrevetjes en vleugelmoertjes die nu eens niet aan mijn lompe vingers ontsnappen. Het is een vermoeiende klus en kom druipend van het zweet boven het luik. Nu de nieuwe riem op de moter en de verse olie in het blok. Proefdraaien en de geluidkast om de motor plaatsen. Tiptop in orde en ook deze klus als voorbereiding op de grote trip terug.

 

Ik neem de poetslap en wrijf de kuip met was in. Op de steiger is het levendig en kijk mijn ogen uit. 's-Avond varen we met het rubberbootje naar de jachthaven IGY en halen de bemanning van de Rih Malti op om samen een hapje te eten bij de brug. Op de terugweg vallen we in een Karaoke show waar we een biertje blijven drinken en genieten van de zangkunsten en antikunsten van de diverse zangers. Wij hebben een erg leuke avond en lopen terug naar de dinghy waar we verdwijnen in het donker tussen de geankerde schepen in.

Toplicht of Koplicht.

Wat zijn wij mooi, he
Wat zijn wij mooi, he

 

Zondag, 13 april 2014.

 

Lagoon Marina.

 

Ik begin de dag als baaldag. Ik weet niet waarom en neem me voor, vandaag niet veel te doen. Met boek in de hand, koffie onder bereik hoor ik mijn dekmaat rommelen in de kajuit. Ik kan het niet laten en begin toch maar aan de opbouw te poetsen, maar veel fut zit er niet in. Tegen de middag nemen we de dinghy en halen een koffie op het terras bij de brug. Ik begin langzaam weer de oude te worden.

 

Na de boterham varen we onder de brug door, de Baai in. Hier is het water helder in tegenstelling tot de Lagoon. We zien een stuk verlaten strand en varen erop af. Ik stap uit de boot en merk dat er veel stenen liggen en stukken rots tussen het spierwitte zand. Het zwemmen valt niet mee omdat er rotsen zijn met begroeiing en ben bang om met mijn voeten op de scherpe schelpen of zee-egels te gaan staan. Ik begrijp nu, waarom dit stuk strand zo leeg is. De echte slimme mensen liggen in zwemgarderobe , aan een spierwit strand met een zacht glooiende kust waar gemakkelijk en veilig gezwommen kan worden.

 

Na het zonnebad en een tweede keer afkoelen gaan we nat in het rubberbootje en pruttelen terug naar de Lagoon. Op het moment van het binnen varen van de Lagoon gaat de brug open. Voor ons?

Even goed kijken en zien twee megajachten, die staan te popelen om eruit te varen en je kunt merken aan het gebruik van de boegschroeven dat ze het niet eens zijn wie het eerste mag. Wij worden alle kanten opgestuurd door het boegwater van de kopschroeven en het hekwater.

 

Gelukkig houden we het droog en  roep naar de twee grote boten terwijl ik mijn dinghy zit: Wat hebben wij een bekijks hé!

De twee jachten varen ons voorbij, slaan geen acht op ons en varen naar eindeloze oceaan en wij naar de veiligheid van de Queen B. Terug bij de boot neemt Karen mijn hoofd onder handen en knipt mijn gekoesterde grijs gekweekte krullen af. Van ragebol tot braverik, moet ik de rest van de zondag doorbrengen.

 

In de avond lopen we naar een restaurant en komen plots de bemanning van de Rih Malti tegen. Verrassend, ik had ze pas maandag verwacht maar het weerzien is leuk. Na de prima gebakken Mahi Mahi, lopen we naar een strandtent waar a "look a like". Mick Jagger optreedt. We dansen samen op enkele oude kaskrakers en zien verschillende mensen heerlijk Rock and Rollen. We varen in het donker terug naar de boot. Een LED-lampje op mijn hoofd als koplicht, of als toplicht?

Happy Hour voor de muggen

Smokey, één van hen?
Smokey, één van hen?

 

Zaterdag, 12 april 2014.

 

Lagoon Marina.

 

Om half tien stap ik in de auto om de wagen terug te brengen naar het inleverpunt, Karen komt met de dinghy aanvaren en brengt me weer terug naar de boot. We hebben een poets-repareer-dagje ingelast. Ik houd me zoveel mogelijk weg uit de boot want alle kasten worden uitgeladen en opnieuw gesorteerd, gepoetst, weggegooid, nagevraagd, opgestapeld, verplaatst en weer terug in de lades gebracht, Het houtwerk krijgt een lik olie zodat het een nieuw schip van binnen is.

 

Ik loop naar Appie om een aansluiting stroom en elektra te krijgen. Ik wil iemand voor in de mast hebben en hij adviseert me Smokey. De bijnaam is dat hij wat meer “Wiet” rookt dan de anderen maar moet een slimme vent zijn. Appie zal Smokey naar me toe sturen. Met de sleutel voor het water kunnen we de watertank weer eens vullen maar haal er voor de zekerheid nog een rest ketelsteen uit de tank. Tank is klaar voor vertrek.

 

Buiten poets ik de opbouw en ga wat boodschappen halen met de dinghy bij Budget Marine. De twee dingen die ik wil hebben zijn niet meer voorradig zodat ik naar Island World vaar en de Windindicator en een doorzichtige slang voor de LED-lampjes weet te kopen. Een Canadees staat hijgend in mijn nek als ik een boek open sla. Hij kijkt met me mee en geeft ongevraagd commentaar. Ik houd hier niet zo van, want de gesprekken gaan toch niet verder dan de vraag waar je vandaan komt en hoe je hier gekomen bent. Oh, je komt uit Holland? Wij hebben in Canada heel veel Hollanders, bijna allemaal in de jaren 50 gekomen. Ik veronderstel dat het de agrarische Nederlanders waren maar mijn Canadees prees de Nederlanders uit de jaren 50 vanwege hun handelsmentaliteit. Ik probeer zo snel mogelijk weg te lopen maar mijn Canadese volger ruikt een slachtoffer voor meer contact. Ik moet nu wat lomper zijn en kap het contact nu echt af. Ik zeg dat ik het druk heb en dat ik hem later wel zal zien om wat langer te praten.

 

Terug aan boord valt het niet mee om de LED-lampjes in de buis te rijgen. Ik stort me nu op een onderhoudsbeurt van de generator. Met het hoofd in de kuipkist en achter de generator kruipen om daar de impellor uit het pomphuisje te trekken. Ik haal de snaar van de poelie af. Deze snaar heeft het prima gehouden maar is nu helemaal op, het heeft de beschadigingen van de losgelopen inbusboutjes nog in het riempje zitten. Dit is alweer 4 maanden geleden dat we op de oceaan zaten van Mindelo naar Suriname. De olie tap ik af van de motor en kan de klus pas afmaken als ik de onderdelen maandag in de winkel kan ophalen.

 

We lopen voor een glas wijn naar de bar en worden daar weggelaagd door de muggen die hun Happy Hour verwisselen met het onze. Met de restanten van onze drankjes lopen we terug naar de boot en koken daar muggenvrij. Ook de Airco draait zonder haperingen. Waarom werkt de airco zo slecht in Nederland en waarom werkt hij hier wel? Karen oppert misschien het fase verschil van 50 en 60 Hz. Dit moet ik eens nakijken maar we hebben nu een heerlijk koel schip en slapen eindelijk eens onder de dekens.

Kijken, Voelen en Pleite! KVP'ers.

Mamma Mia
Mamma Mia

 

Vrijdag, 11 april 2014.

 

Sint Maarten

 

Een auto heb je voor enkele dagen maar we hebben het wel gezien op het eiland. Toch stappen we met goede moed en een tas vol met badspullen, in het rode monster. We rijden nu het eiland met de klok mee maar we proberen de dingen niet nog een keer te zien. En dat valt niet mee. De vliegtuigen zijn weer leuk, Maho Beach is fraai te zien, de Casino’s in Maho zijn een ohh waard en rijden dwars door het golfterrein richting Noord naar Marigot. In Marigot stoppen we omdat er een markt is maar dat blijkt tegen te vallen. Er zijn alleen maar zeer "kostbare" toeristenspullen te koop zoals kraaltjes, spiegeltjes, haaientandjes, shawls, petjes, originele veertjes, inlandse goedkope schelpjes en nog wat spulletjes waar je niet goed van wordt. Ik moet de verkopers diverse keren bedanken voor al het moois wat getoond wordt en ze begrijpen niet, waarom ik niets koop. Verwende Hollanders! KVP, kijken, voelen en pleiten.

 

We rijden naar Grande Case en zien een prachtig wit strand, afgeschermd door huizen en hotels. We hebben de auto geparkeerd en zijn door een huizenblok geslopen om aan de kust te komen. Het is hier totaal door huizen en stenen afgeschermd. We vinden het maar niets en rijden door naar Anse de Peres en eten daar de lunch. Na het eten een heerlijk uitgebreide duik en genieten van de rust op dit strand. Karen ziet een Mevrouw met snorkel uit het water strompelen en helpt haar de hoge kant van de stroomrafeling op het strand. Ik vind het stoer van haar met haar leeftijd om te snorkelen en te genieten van de relatieve gewichtloosheid in het water.

 

We rijden naar het noorden, en komen bij een prachtige baai tussen twee bergruggen in, ook hier totaal vercommersialiseerd en rijden nu terug naar huis. We ontwijken de afslag Oriental Beach en komen door het binnenland op de aansluiting van de weg Philipsburg en Maho. Al snel zijn we op de goede weg en gaan een borrel drinken bij het terras bij de brug.

 

Het is er druk en het gehalte Amerika groot zodat we onze ogen uitkijken naar de verschillende kledingstijlen tussen de Europeanen en de States. De brug gaat open voor een 80 voet Catamaran met een voor mijn gevoel 40 meter hoge mast. De mensen op het terras zijn allemaal even stil en geven meteen commentaar in hun gesprek. over het schip. ,

Aan boord is het snel luiken dichtmaken en de open gaten afschermen met gaas, de muggen hebben het hier voor het zeggen

Naakt tegen elkaar. Oriental beleving.

 

Donderdag, 10 april 2014.

 

Sint Maarten

 

Ferrari rood is onze nieuwe huurauto. Het is de enige overeenkomst tussen een Ferrari en onze Mazda. De acceleratie is wat minder en de “look” is wat minder hot, maar we komen er overal mee. Ik rijd met de auto eerst naar de haven en Karen vaart  met de dinghy naar de boot. Aan boord pakken we de zwemspullen in en met de plattegrond van het eiland gaan we op stap.

Bij vertrek lopen we langs de Amerikanen en deze blijken helemaal geen weet van een uitnodiging te hebben. Echt vreemd want mijn uitnodiging was zeer duidelijk, en ik verdenk hem van een seniorenkwaal. Ik zeg hem dat het allemaal niets uit maakt en dat we de volgende keer een echte borrel drinken. Hij vindt het geweldig maar realiseert zich ook dat de kans datwe elkaar zien wel heel klein is. Wij gaan Noord-Oost en zij gaan Zuid-west richting Grenada om uit de stormzone te komen.

 

Kriskras rijden we door het Nederlandse gedeelte en genieten van de prachtige vergezichten over de lagune, met de honderden jachten op anker. De zon met de witte stranden en het blauwe water, maken het een echt Caribisch beeld terwijl we realiseren dat Sint Maarten een “American Way of Life” toont.

De bezoekjes aan de verschillende eilanden in de afgelopen periode is het beeld van de omgeving een beetje voorspelbaar geworden en rijden we met wat andere beleving rond. Saint Martin, de Franse kant is duidelijker armer dan de Nederlandse zijde, we zien meer oude arme huisjes en de verwaarloosde tuinen met werkplaatsen die eigenlijk meer een troepie troep zijn.

 

Oriental Beach wordt aangeprijsd als een groot en populair strand, waar wel of geen badkleding, geen bezwaar is. We komen er langs en gaan eens kijken. We schrikken van het massale karakter, de disco tenten, de agressief verkopende hamburgertenten, de stoelen die stijf tegen elkaar staan en dat voor $ 20 voor 2 stoelen en parasol aan het strand, wel vier rijen ingevette en ingesmeerde dikke mensen voor je.

We eten een prima lunch, maar door de toeslagen en de Tax uiteindelijk duur en maken een klein wandelingetje enhebben het snel gezien.

Dit is ons te veel van het goede en stappen snel in onze “ferrari” om de rest van het eiland te verkennen.

 

Grande Case is aardig, de hoofdstad Marigot is afgestemd op de rijke toeristen: winkeltjes toeristenzooi en schitterende juwelierszaken.

We rijden maar door en komen bij Anse de Peres. Dit is anders, een prachtig wit strand met een relaxte sfeer. De mensen blijven op afstand en zijn zichzelf, wij gaan lekker zwemmen en genieten van het schone warme water.

 

 

Ik val onder een tropische boom even in slaap en ben weer fris voor de nieuwe etappe. Nog even kijken naar de vliegtuigen bj Maho Beach. Met donderend geweld landen de machines en stijgen ze weer op. Wij rijden naar huis waar we van een borrel genieten in de bar van de jachthaven.

Een heel koninkrijk voor een vrouw en drank.

 

Woensdag, 09 april 2014.

 

De verdeling van Sint Maarten tussen de Fransen en de Nederlanders kwam tot stand door een voettocht rond het eiland, het was te warm om voor Sint Maarten te vechten. De oplossing tussen de commandanten van de beide schepen was om een snelwandelaar langs de kust te laten lopen om zo een oorlog te vermijden en tot een oplossing te komen in het conflict.  De Nederlander vertrok naar het zuiden en de Fransman naar het noorden voor een voettocht langs de kust. Tussen het vertrekpunt en het ontmoetingspunt aan de westkant van het eiland werd de grenslijn getrokken tussen de Nederlandse republiek en Frankrijk. Er doen speculaties de ronde die de ongelijke verdeling moeten verklaren. Zo zou de Fransman vals gespeeld hebben door niet altijd langs de kust gelopen te hebben maar door het binnenland gestoken te zijn en zo gaat er ook het verhaal dat de Nederlander aan een vrouw was blijven plakken en dronken werd, in plaats van door te lopen. Je kunt die Fransen niet vertrouwen en die Nederlanders zijn  echte charmeurs.

 

Het is een verhaal om bij te glimlachen en het is op Sint Maarten een glimlach waard want het gaat goed met de tegenstellingen hier. De Fransen, de Nederlanders, de Carriben en de toeristen uit alle streken van de wereld komen hier om te werken en vakantie te vieren. Het bevalt ons uitstekend en raken steeds meer thuis in de omgeving van de haven.

 

Vandaag leggen we ons speciaal toe op de schoonmaak en het poetsen van het RVS en we zien het schip zich hertstellen van de vele mijlen die het achter de rug heeft. We hebben de Amerikanen uitgenodigd zodat ik erop uitgestuurd wordt om boodschappen te doen. Ik start de motor van de dinghy en ga met het alternatieve vervoer boodschappen halen. In de haven van IGY bespreek meteen ook maar een auto voor morgen. Bij terugkomst maan ik Karen tot stoppen van de kuiswerkzaamheden en kook ik op tijd om de gasten te ontvangen. Jammer dat we de gasten niet zien opdagen zodat we teleurgesteld de lichten uitdoen om half tien. No Show up, geeft veel vragen. Hebben wij het verkeerd begrepen? 

Nieuwe Wc-bril

Geen last van radar,Ais,Marfonn, zonnepanelen en windgenerator op het achterschip
Geen last van radar,Ais,Marfonn, zonnepanelen en windgenerator op het achterschip

 

Dinsdag, 08 april 2014.

 

Het blijkt een populaire Marina te zijn, de kleine rubbertjes vliegen hier aan je voorbij en ondanks de borden van “No Wake”(geen deining) deint het hier behoorlijk, door de voorbij razende stukjes canvas met een veel te grote motor erop. Ik houd mijn rubber angstvallig langs het schip zodat de motor geen contact krijgt met de betonnen steiger. Karen weet een nieuwe slaapkamer en badkamer te toveren door teakolie, poetsmiddelen en een hoge mate van proper-jetje-vitamientjes.

 

Ik maak me weer eens druk op het hete dek. De zon brandt maar ik raak eraan gewend. Het schip tegenover ons is een oude Island Packett 42 waar een prachtige RVS-brug op is gebouwd door de werkplaats van de haven. Op deze stellage, waar radar, antennes, zonnepanelen op geplaatst zijn, moet ook nog een windmolen geplaatst worden. Ik bied aan om even te helpen en binnen de kortste keren sta ik op het achterschip van de Island Packett om de windmolen in een buis te laten glijden. Veilig denken en veilig werken is ver weg en je doet het zo maar in een onbedacht moment. De molen staat er gelukkig snel op en raak aan de praat met Leonardo en Annet. Amerikaanse mensen uit de buurt van New York die hier al jaren rondreizen. Ze hebben het schip gekocht van de kinderen van een overleden tandarts en het was zwaar verwaarloosd. Ondanks dat de aanschafprijs niet hoog was hebben ze veel investeringen moeten doen omdat alles één voor één stuk is gegaan. Gelukkig blijven ze trotse IP’ers en spreken vol lof over de zeileigenschappen van het schip.

 

Ik poets met roestoplossende middelen en een tandenborstel voor de onmogelijke gaatjes, schroefjes en laswerk. Het gaat er heerlijk van blinken en ben er trots op maar merk wel dat het een karwei van meerdere dagen wordt. In de middag haal ik de boodschappen met de dinghy en we eten een simpele boterham met een salade aan boord.

Vanmiddag hebben we een verkenningsrondje door de straat gemaakt en ontdekken er een winkel met elektronica maar ook met waterfilters. We kopen er voor weinig geld een drinkwaterfilter. In de Budget Marine koop is een nieuwe wc-bril en een paar koppelingen. Om BTW-vrij te kopen is er hier een mogelijkheid om aan te geven dat je een schip bent in Transit. De bootpapieren tonen dat het een buitenlands schip is en de inklaringsdocumenten geven het recht op Taxfree. Het is mooi meegenomen en de dure Budget prijzen, zijn ineens iets vriendelijker.

 

Door de montage van de wc-bril wordt de toiletruimte extra opgefleurd en denk in een nieuw schip te zijn beland. De Chinees met zijn supermarkt aan de overkant van de weg, begint me te kennen en maakt een praatje als ik brood ga halen.  De was wordt gedaan door de Wasserette op de haven.  Het duurt nog even voordat we van Sint Maarten vertrekken naar de Azoren en zijn we volop in de voorbereiding. Karen met haar ervaring van de achterop komende golven, poetst niet alleen, maar zet de spullen ook nog eens zeevast en in de antischuif stand.

Geluk! In plaats van $ 25000 boete maar $ 5000

Lagoon Marina
Lagoon Marina

 

Maandag, 07 april 2014

 

We varen met de rubberboot naar Appie. Appie blijkt de Nederlandse eigenaar te zijn van een jachthaven in de baai en hebben het adres van Patrick gekregen als goed alternatief om de boot voor langere tijd achter te laten. Appie weet op een ontwapenende manier de boel te regelen en geeft veel mogelijkheden en het is er betaalbaar. We besluiten meteen om van jachthaven te wisselen zodat we naar IGY-haven gaan om daar te betalen en het schip naar een tijdelijk plaats bij Lagoon Marina aan te leggen. We gaan met de rubberboot naar de douane om aan te geven dat we niet 7 april vertrekken maar pas 12 mai.

 

De douane mevrouw roept “Yes,yes yes, goede beslissing om hier te blijven”. We hoeven geen aktie te ondernemen gezien het papierwerk. Beter zeker weten en voor niets hier zijn, dan de trammelant van de douane en immigratie van de vorige eilanden. We lezen hier in de krant een griezelverhaal van een zeiler die US$ 5000 moet betalen omdat hij zich niet op tijd had gemeld. Het was bij de dame op Antigua waar we ruzie kregen met de dame van de douane. Dat hebben we er achteraf gezien, misschien goed vanaf gebracht. Het commentaar van de douane van Antigua op het geheel was dat de man nog geluk had want ze hadden wettelijk US$ 25000 kunnen eisen. Het is maar wat je geluk noemt.

 

We halen een internet signaal op bij het terras en eten de lunch. We raken al een beetje thuis en voelen ons hier al thuis. In de middag varen we terug naar de Queen B waar ik een begin maak aan het poetsen van het RVS op het dek. Karen begint de binnenkant te poetsen. De warmte zorgt er al snel voor dat ik door en door nat van het zweet ben en drink grote hoeveelheden water om de waterafgifte op de huid bij te houden. Het RVS blinkt er wel van. Het spatwater van de Oceaan met het opdrogen in weer en wind heeft een roestlaag op het 316 achtergelaten. Dat zeewater is zwaar spul en zorgt ervoor dat alles oxideert. De poetslap zorgt voor nieuwe glans.

Busje komt zo

Oordoppen zijn hier niet overbodig bij het zwemmen
Oordoppen zijn hier niet overbodig bij het zwemmen

 

Zondag, 06 april 2014.

 

Sint Maarten

 

Ik steek mijn hand omhoog en een klein busje stopt vlak naast ons en kunnen instappen. Dit is het ideale lokale vervoer. In de bus zitten verschillende zeilers naast de lokale bevolking. Er is geen bushalte en een schreeuw naar de chauffeur doet het busje stoppen en je rekent twee dollar af. Wij nemen de bus naar Maho vlak bij de start- en landingsbaan van de luchthaven. Ik wil Karen graag laten zien dat de vliegtuigen heel laag over de zee komen aanvliegen en met een donderend geraas net over het hek heen weten te springen om vervolgens te landen. Je hoort de moeite van de vliegtuigen met het op tijd remmen.

Bij de opstijgprocedure, taxiet een Luchtschip naar het hek, om even rust te nemen voordat hij zijn motoren laat brullen, verschillende mensen klemmen zich aan het gaas vast om de luchtstroom van de motoren te trotseren. Verscheidene badgasten worden verrast en in zee geblazen. Het vliegtuig gooit zijn remmen los en maakt snelheid om op te stijgen. Vlak voor de bergen draait het vliegtuig naar rechts om van de landverhoging vrij te blijven. Alles gaat met een donderend lawaai en trillingen van geluid en hitte in de lucht. Het is en blijft een fascinerend gezicht.

 

Na de luchtshow lopen we door Maho en bezoeken er het Casino. Een zaal vol met mensen met een aantal lotto formulieren voor de neus. De Juffrouw draait met een molentje de balletjes rond en roept de nummers af. Op een groot televisiescherm komen de nummers nog eens in zicht zodat je zowel lotto kan spelen evenals een spelletje spelen met de eenarmige bandiet. Het begint op werken te lijken. Op de tafel met Black Jack zie ik een jonge gast iets verdienen en hij gaat meteen met de winst naar de receptie om zich uit te laten betalen. De man van de tafel vindt dit duidelijk niet leuk en laat dat aan de medespelers van de tafel merken. De jonge gast heeft weer een dag extra vakantiegeld en dat is aan zijn gezicht te zien. Wij gaan naar buiten en houden weer een busje aan om naar de hoofdstad Phillipsburg van Sint Maarten te gaan. Het is er druk want er liggen twee Cruiseschepen voor de wal en dan is er handel. Het is een leuke toeristenplaats en er is genoeg te zien. We lopen er wat rond en koop er een hoed tegen de zon.

 

In de avond gaan we met het busje “komt zo” terug naar de haven waar we in de avond samen met Patrick in de kuip een kleinigheidje eten.

 

Probleem is geen probleem

Match racing in de baai
Match racing in de baai

 

Zaterdag, 05 april 2014.

 

Sint Maarten.

 

Het is gezellig bij de inklaring van Sint Maarten. Diverse jachtschippers staan de formulieren in te vullen en de dame van de douane staat met een Caribische lach de formaliteiten af te handelen. De afhandeling van de douane kost niets, maar of we even naar het andere loket willen lopen om de kosten van de brug te betalen. Het openen van de typisch Hollandse hefbrug in het subtropische klimaat kost ineens US$ 21,00, havenkosten US$ 20,00 zodat we met gemengde gevoelens buiten komen. De mensen zijn erg aardig zodat na een seconde, de schouders opgetrokken worden en gaan maar een borrel halen. Een “Presidente” biertje kost € 1,00 omdat het happy hour is. Dat maakt een heleboel goed en kwestie van veel bier drinken om het dure havengeld te compenseren, of maak ik een denkfout?  Karen vind van niet en geniet van de manier van leven in Sint Maarten.

 

Terug aan boord demonteer ik de koelwaterpomp en haal de impellor eruit. Deze is echt  versleten en er zitten nog maar 2 vleugels op de as in plaats van de acht. Ik heb geluk dat de twee vleugels genoeg water hebben geleverd zodat de motor niet warm is gelopen.  In de verte zien we een Budget Marine en we willen toch de omgeving verkennen zodat we langs de weg lopen van de ene kuil met water naar de andere.

Budget Marine is een watersportwinkel met een uitgebreid assortiment en het is er duur en dat  in tegenstelling tot het woord Budget. We staan bij de boeken en lopen Patrick van de Rih Malti tegen het lijf. Patricia is naar huis wegens trieste familieomstandigheden. Patrick vertelt honderduit en maken een afspraak om vanavond een borrel te drinken. We winkelen verder en kan er de origenele rubberen Yanmar impellor kopen zodat het allemaal geen probleem is. Bij de kassa biedt Patrick ons aan om met zijn dinghy ons terug naar de boot te brengen. Aan boord monteer ik meteen de impellor en start de motor, dat scheelt een hoop geluid en er spuit weer genoeg koelwater uit de uitlaat. Een probleem opgelost voordat het een probleem is.

 

In de avond haalt Patrick ons op, om een hapje te eten op het terras  naast de brug. Een prima maaltijd en een nog lekkerder koud biertje in de warmte hier.

 

Sint Maarten.

Simpsonbay
Simpsonbay

 

Vrijdag, 04 april 2014.

 

St Barth – Sint Maarten.

 

Ik vaar de brug door, langs het terras waar ik twee jaar geleden was met de Kikvorschen. Het is een bijzonder moment, want je zegt jaren geleden wel dat je naar hier komt varen maar het is vaak grootspraak. Wij zijn er, ik zwaai naar de mesnen die op het dokterras bier zitten te drinken en zwaaien terug. Ik vaar de lagune binnen en kies voor de jachthaven aan de rechtse kant. Een paar dagen geleden ben ik door een misstap half te water gevallen en is mijn telefoon nat geworden. Het afspoelen met zoetwater en het drogen in de zon heeft geen baat gehad en ben nu zonder geheugen van de SMS-dienst. Hugo had me een aanbeveling gedaan maar kan er niet meer op terug vallen zodat we de IGY haven binnen varen waar we door de bootboy gastvrij opgevangen worden.

 

Vanochtend, bij vertrek, regent het en de buien worden almaar heviger. Ik raak door en door nat maar probeer gewoon door te zeilen. Het eerste plan om naar Anguila te varen laten we vallen omdat Sint Maarten echt in de weg ligt en dat we graag een plaats willen reserveren voor de terugreis naar Nederland. Dan gaan we morgen wel naar Anguila. Het dek is zoutvrij door de verschillende stortregens en komen in de baai voor de brug. Na een oproep naar de brug blijkt dat de volgende opening is om 1700 uur en dat we moeten wachten. We lezen wat en ruimen diverse keren de losliggende onderdelen op voor de regenbuien die maar blijven komen. We zijn op onze eindbestemming en Anguila zal het enige eiland zijn wat we nog zullen bezoeken maar in de loop van de dag besluiten we dit pas te gaan doen na 10 mei. Nu eerst een ligplaats, immigratie en douane. We lopen een verkennend rondje door de straat en maken ons plan voor morgen.

Baracuda met beschadigde onderlip

schildpad in de haven
schildpad in de haven

 

Donderdag, 03 april 2014

 

Sint Barth.

 

We blijven nog een dag en plannen een bezoekje aan de stad. De ochtend is om lekker in de kuip te ontbijten, boek lezen en de generator zijn stroom laten leveren zodat de koeling weer een dagje er tegen kan. Rond elf uur varen we met de dinghy naar de stad en lopen langs de juweliers en ik verveel Karen met “Leche vitrines” van de verschillende horloges. Bij een bank pin ik wat geld en lopen naar een havenrestaurant waar we de Belgen ontmoeten met de twee kinderen. De twee kleintjes (5 en 7 jaar) babbelen honderduit en zijn getuige van een schildpad die het groen van de lijnen aan het afknabbelen is. Het is bijzonder want er staan al snel een tiental mensen te fotograferen en ohhs en ahhs te roepen. Na de lunch halen we de boodschappen bij de supermarkt en varen met vol rubbertje(dinghy) terug naar de boot.

 

Karen wil graag gaan snorkelen zodat we spullen pakken en met de dinghy naar twee rotsen varen waar ik als eerste in het water plons. Ik trek naast de dinghy de zwemflippers aan en steek mijn hoofd met snorkel onderwater. Ik sta oog in oog met een Baracuda. Gisteren bij het binnenvaren heb ik een Baracuda aan de lijn gehad en los moeten knippen, omdat de Baracuda in de Cariben niet te eten is. Ze zijn giftig door een soort koraal waar ze tussen jagen en de vis eten die hier tussen woont. Op minder dan 5 meter ligt de Baracuda naar me te loeren en ik weet eigenlijk niet of het een gevaarlijke situatie is. Misschien denkt hij wel aan zijn broer met missende onderlip en wil hij wraak. Ik hoor Karen het water in plonzen naast me ik waarschuw haar voor de gevaarlijke vis. Ik zeg haar dat ik ervoor kies om eruit te gaan en dat ik het niet vertrouw. We flipperen ons aan boord en kijken elkaar aan op een manier “Wat moeten we hier nu mee?”. Even later kijk ik met bril onderwater en is de predator weg.

 

We vertrouwen het water niet meer en gaan met de rubberboot naar de andere kant van de baai waar we heerlijk snorkelen en veilig. Om 1700 uur zijn we terug en krijgen als toegift een schildpad die naar boven komt en zijn nieuwsgierige kop boven water steekt. Een beetje verveeld door de saaiheid boven water duikt hij al snel weer onderwater, ons achterlatend in enthousiasme en te laat voor fotos.

We koken aan boord en haal de motor van de dinghy om morgen op tijd te kunnen vertrekken. Op het moment dat we naar bed gaan begint het hevig te regenen zodat de luiken toe moeten en de temperatuur aan boord naar het benauwdheidniveau rood stijgt. Het wordt een nacht boven op de dekens, prooi voor de enthousiast stekende muggen die je niet kunt zien. 

Zeerover in een chique plaats

En zo nog veel meer in de haven van St Barth
En zo nog veel meer in de haven van St Barth

 

 

Eustatius – St Barth

 

Woensdag, 02 april 2014.

 

Saba staat op de verlanglijst maar ook hier is geen haven en de windrichting voorspelt geen rustige nacht aan een boeitje voor de berg. Daarbij komt dat met de windrichting richting Sint Maarten of St Barth zeilen een kruiskoers gaat worden. Ik besluit om Saba over te slaan en richting St Bart te varen. Het wordt een prachtige zeiltocht, een knik in de schoot, windkracht 3-4 en we lopen samen met een Moody 38 gelijk op naar de nieuwe bestemming.

 

Vannacht heeft de mast zijn best gedaan met het kletteren van zijn kabels door de deining. Het schip rolde als een dronken vent in de nacht en moest me regelmatig in bed vasthouden om er niet uit te rollen. De boei was veilig zodat er daar geen zorgen over waren. Ik ben blij dat we los zijn en gewoon kunnen zeilen.

 

St Barth is mondain, grote luxe jachten liggen er voor de haveningang en de jachten die er dik voor willen betalen liggen er binnen. De stad is vol met juweliers en luxe kledingzaken. Hier moet je gezien worden en wij lopen er rond met Croxen(plastic schoentjes) en korte broek die door de verschillende reparaties en het onderdeks klimmen in de verschillende kuipkisten behoorlijk is getekend met vlekken, vegen, en gewoon vuil. Ik schrik van mezelf bij de spiegeling in een winkelruit, mijn krullen staan rechtovereind en zie eruit als een zeerover in deze chique plaats.

 

We lopen tussen de galerieën, juweliers, Franse restaurants, de luxe zeiljachten en de extravagante motorjachten. Het geeft een aparte sfeer en voel me er wel thuis. Het prijspeil van de supermarkt cafés en restaurants is wel even slikken.

In de avond varen we terug met de rubberboot en besluiten toch uit eten te gaan en dineren bij een onverwacht mooi restaurant, een heerlijke maaltijd. De prijs, heel snel noemen, je kaartje neerleggen en wegwezen. Toch hebben we een fijne avond gehad met de Queen B aan een boeitje tussen honderden bootjes. De ankerlichtjes die met de deining van de zee meezwaaien geven een bijzonder gezicht in de kuip.

Opgepakt door de Marechaussee.

Pukkel in de zee. St Eustatius.
Pukkel in de zee. St Eustatius.

 

Dinsdag, 1 april 2014.

 

St Kitts – St Eustatius.

 

De havenmeester van Zanten houdt van Cricket en heeft het steeds over de goede prestatie van Nederland. Ik begrijp er niets van want in mijn optiek breekt Nederland helemaal geen potten met Cricket. Ik probeer het gesprek naar het vertrouwde voetbal te brengen als de man zegt dat Nederland goed is in Cricket. Oké, dan maar goed in Cricket en de rekening valt me reusachtig mee. Twee dagen in een jachthaven liggen voor € 12,00 is niet duur. Later blijkt dat Nederland als verrassing Engeland heeft verslagen.

 

We varen weg en ondanks dat we twee dagen hier geweest zijn staan bijna alle havenmensen ons uit te zwaaien. Een laatste schreeuw ten afscheid komt van Brayson en we varen groetend door. Op zee gaan de zeilen weer in de mast en leg het schip met halve wind op koers naar St Eustatius. Nooit verwacht dat ik als jong broekie in de klas en de rijtjes met ABC en SSS eilanden op moest noemen dat ik nog eens hier terecht zou komen. St Eustatius wordt veelal Statia genoemd. Laatst hoorde ik vertellen dat de heilige Eustatius zijn heiligheid was kwijt geraakt omdat hij niet aantoonbaar mensen heeft genezen. In de katholieke kerk is Eustatius zijn Sint verloren zodat nu het eiland Eustatius heet. Ik moet het rijtje op school weer aanpassen het worden nu de ABC en de SES eilanden.

 

Eustatius, is een gemeente van Nederland en heeft US-dollars als betaalmiddel. Het eiland bestaat eigenlijk uit één vulkaan en is maar 20 km2. Een haven is er voor de olie-industrie, Shell heeft er een overslag station. We maken aan een boei vast en we liggen behoorlijk te slingeren op de deining van de oceaan. Dat wordt geen rustig nachtje. Na de lunch haal ik de buitenboordmotor uit de kast en we varen naar de wal. Op de kade kom ik erachter dat ik geen portemonnee bij me heb en dat ik terug moet. Onderweg begeeft de buitenboordmotor het en moet ik op en neer roeien. Dat valt niet mee in een subtropische omgeving zodat ik met een verhitte natte kop en een humeur van nul terug ben bij Karen die me allerlei adviezen geeft. Ik reageer niet en haal de kap van de motor en krijg de pal van de keerkoppeling in de goede stand en kan weer starten.

 

We lopen naar de parkbeheerder en kunnen niet betalen omdat we geen US-dollars bij ons hebben. Dan later betalen en lopen naar de stad. Het hele eiland heeft maar 3000 inwoners zodat stad iets teveel van het goede is. We worden aangehouden door de Marechaussee en de man vraagt of wij hem gebeld hebben voor een inklaring? Nee, dat hebben we niet maar wij weten niet eens dat we moeten inklaren. De Almanak zegt dat er geen douane is en vrij van inklaren. Dit blijkt onjuist en moeten nu terug naar de haven, de marechaussee laat ons instappen en we hebben een gezellig gesprek.

 

In een oude zeecontainer worden de papieren ingevuld en we krijgen de stempels. Wel nog even het parkgeld betalen en melden bij het havenkantoor. Tja, dat is vervelend want het havenkantoor is gesloten en moet het morgen doen. Bij een bar wissel ik tegen een zeer ongunstige wisselkoers mijn euro’s voor dollars en kan zo het park betalen.

 

De stad ligt boven op een berg, het haventerrein is een zoom laag land onder aan die berg. We lopen de steile berg op en zien een lief dorp als hoofdstad van het eiland. Er is een belangrijke Joodse gemeenschap geweest die veel geld heeft verdiend met handel tussen de eilanden en met slavenhandel. Eustatius werd zo rijk dat het de gouden berg genoemd werd. De Engelse kapitein of piraat Rodney voert een verrassingsaanval uit op het eiland en beroofd 250 Joden van 5000 Pound. Ze nemen ook nog eens 10 mannen mee als gijzelaars en varen weer terug naar hun baai op St Lucia. De Joodse gemeenschap weet zich te herstellen van deze klap maar een orkaan vernielt een paar jaar later de synagoge en vanaf dat moment loopt het eiland leeg en ook de rijkdom.

 

Wij drinken er op de berg een biertje bij een bar waar veel eilanders bij elkaar komen na het werk. Er is bijna niemand zonder werk want er wordt me verteld dat de werkloosheid onder de 4 % is. Bij het vallen van de avond varen we terug naar de hevig slingerende Queen B. De bureaucratische handelingen van hier zijn erger dan op de andere eilanden, Teveel instanties aflopen, dubbele formulieren en uitschrijven van een formulier dat toch nooit meer gebruikt wordt. Stempelen en je moet dan nog vragen voor een kopie. De kosten van $ 10 Parkfee, $ 15,00 havengeld maken het slingeren aan een mager boeitje op een vrije open plek tot een vreemd en duur welkom, van de wel aardige mensen. 

Rasta's repareren beter.

lobsterleed
lobsterleed

 

Maandag, 31 maart 2014.

 

St Kitts.

 

Een enorm Cruise schip ligt aan de steiger en het hele dorp is in rep en roer. Ineens zijn alle luiken van de winkels omhoog en staan de Hamburgerzaken hun broodjes en worsten te verkopen.

Een nog grotere levensbehoefte blijken de juwelierszaken te zijn want deze zijn er hier meer dan restaurants. De duurste merken staan uitgestald en de handel wordt veelal door Pakistanen of Indiase verkopers gedaan. Blijkbaar is de verminderde BTW een goede reden om je liefhebbende vrouw een armband van 20.000 $ te geven. Je kan dan zo heerlijk snoeven thuis dat je de armband voor 4000 $ goedkoper hebt dan thuis. Het is dan liefde met korting. Ik zorg ervoor dat ik mijn schatje niet met korting neem.

 

Braison zwiert zijn benen over de rand van de preekstoel en komt aan boord om te zien hoe de kabel te repareren is. Vanochtend kreeg ik de gashandel niet van de motorstand af vanwege 15 jaar corrosie, de oplossing is een poelitrekker zodat er niets stuk geslagen of getrokken wordt. Op zoek naar een monteur met poelitrekker zodat de handel zonder schade van de as af kan.

Ik moet nogal lang wachten op ene Brayson en met de hulp van WD-40 krijg ik de handel toch los. Nu is Brayson niet meer nodig maar hij is besteld.

 

Ik moet zeggen Brayson is met zijn rastahaar, rugzak en diep donkere kleur, een virtuoos om de boel uit elkaar te halen, maar ook in elkaar te zetten. Hij weet de gashendel te fixeren met een waterklem en zet de boel vaster dan het ooit heeft gezeten. Binnen een halfuur had hij de boel klaar en ik ben opgelucht dat het geen onderdeel betreft dat besteld moet worden. We vragen aan Brayson waar die lobsters vandaan komen, die in de verzamelnetten zitten langs de steigers,  hij verteld dat de twee boten die vanochtend vertrokken zijn, de lobstervissers zijn van het eiland. Kijk maar wanneer ze binnen zijn en gewoon vragen, ze verkopen ze graag.

 

Een paar uur later loopt de boot binnen en brengen een grote hoeveelheid prachtige diverse vissen mee maar ook honderden lobsters. We kopen er twee middelgrote maar zijn eigenlijk te groot voor mijn grootste pan. Ik zal wel zien. Twee grote lobsters voor € 15,00 is niet verkeerd.

 

De stad wordt nog eens verkend en we halen er een paar boodschappen en gaan een biertje drinken bij één van de tenten die open is vanwege het Cruiseschip.

 

Tegen de avond lopen we terug en ga me eens bemoeien met het lobster leed. Ik maak een grote pan bouillon en breng deze goed op smaak, dan de fervent spartelende kwieke lobster in de pan die met een laatste zwemslag bijna al mijn bouillon door de keuken heen flippert. Deksel erop en 10 minuten rustig laten garen. We eten heerlijk en kluiven alle onderdelen van het smakelijke beest af. Heerlijke witte wijn maakt het tot een waar feest.

Bommetje

 

Zondag, 30 maart 2014.

 

Nevis – St Kits (Cristophe)

 

Iedere twee uur sta ik even op om te controleren of we goed liggen achter het kleine boeitje. Het geeft geen probleem en blijven mooi op onze positie hangen. We zien bij het licht worden dat op een mijl afstand, een twaalftal zeilschepen aan diverse boeitjes liggen. Al snel komen er twee schepen naar ons toe om bij ons te ankeren want we liggen ideaal om de “Clearance Customs” te kunnen doen. Ik haal de motor uit de kuipkist en plaats deze op de bijboot en ga met papieren naar de wal. Een oude man wacht ons op en verwelkomt ons op Nevis en of we hulp nodig hebben bij het vinden van de douane. Een beetje allergisch voor al het schooiwerk zeggen we de man dat we er wel komen.

 

Uiteindelijk is de douane het gebouw naast het terras waar de zogenaamde behulpzame oude man ons verwelkomde. De douane zit naast de immigratie en daarnaast is het havenkantoor. Eerst naar Immigratie waar de man zijn introductiecursus computer aan het afmaken is met als voorbeeld onze documenten zodat het een hele tijd duurt voor hij het allemaal ingeklopt heeft. Ondertussen zit hij ook iets buiten in de gaten te houden zodat zijn ogen niet altijd op het scherm gericht zijn. We blijven braaf gelaten, achter het bureau zitten en wachten af. Met enige trots rolt hij het document uit de printer en kunnen we naar de Douane. Een vlotte snelle vent die al snel een paar stempels in ons paspoort zet en een vette stempel op het formulier van zijn concurrent de immigratie. Nu terug naar de immigratie die er nu na de stempel van de douane er weer een ander stempel op drukt. Deze stempel met getoond worden aan de douane zodat we naar het havenkantoor kunnen gaan om de Havenkosten te betalen. We krijgen een betaalbon mee en gaan naar de douane voor het bewijs dat alles voor elkaar is. Al met al een procedure van een uur terwijl we maar een paar uur op het eiland blijven.

 

We lopen het gezellige plaatsje door en hebben het al snel gezien. Op het terras van de veerboot drinken we een kop koffie en kijken naar de tender die van het cruise schip op en neer gaat. Belangrijke rubberbootkapiteins die de toeristen met spookachtige witte huid naar de wal brengen. Ze varen af en aan en zorgen ervoor dat de ontdekkingsreizigers van de 21ste eeuw na twee uur Nevis gezien hebben en terug aan boord zijn zodat de lunch geserveerd kan worden en het schip naar een nieuw haven kan varen waar een nieuwe juwelier of taxfree drankzaak ontdekt kan worden, in de Caribische prachtige wereld.

 

We kijken het hoofd schuddend aan en trekken ons los van de boei om het zeil te hijsen. Volgende bestemming is het 8 mijl verderop liggende St Christophe. Bij het wegvaren zie ik in het ankergebied een Hollandse Island Packett liggen en maak een ommetje om de “Puff” uit Rotterdam goedendag te zeggen. Een stel op leeftijd, die in het Caribische rondzwalken. We zeilen heel kalm en tijd genoeg hebbend erg ontspannen naar het volgende eiland. Cristophe Columbus heeft dit eiland naar zichzelf genoemd, mag ook wel want hij had al zoveel eilanden ontdekt en alle heiligen vernoemd dat hij nu toch wel eens zelf aan de beurt was. Ik weet niet hoe de naam St Kitts, de vervanger is geworden van St Cristophe. Het is een prachtig eiland maar Columbus heeft niet kunnen voorzien dat juist dit eiland de uitvalsbasis is geweest van aanvallen van de Engelsen en de Fransen op de naburige eilanden.

 

We varen naar de hoofdstad Zanten waar een kleine jachthaven is. We halen het zeil omlaag en varen naar de steiger, dichtbij het havenkantoor. We kunnen blijven liggen maar ik zie een veel betere plaats aan de overkant zodat we meteen willen verhuizen. Ik start de motor en kan de keerkoppeling in zijn vooruit of achteruit zetten maar geen gas geven. Kabel gebroken? Met een beetje kunst en vliegwerk draai ik de nieuwe box in en haal mijn gereedschap uit de kast. Ik zie een losse kabel maar er is geen breuk en denk dat de kabel over een pal is geschoten. Dat wordt werk voor morgen want we blijven een dag over.

De stad is uitgestorven door de zondagsrust en het dorp op de terminal voor Cruiseschepen zijn alle winkels gesloten omdat er geen schip ligt. In de stad zijn alle restaurants gesloten alleen een Chinese supermarkt houdt de deur open. We lopen langs de vrieskast en zien bij de verschillende verpakkingen opnieuw aangevroren vocht zitten zodat de betrouwbaarheid van de versheid in de diepvries weg is. We kopen er niets en gaan aan boord maar eens kijken wat er uit onze onbetrouwbare diepvries te halen valt.

 

De Pelikanen vallen als bommetjes naast ons in het water en slikken de gevangen vis in, na het water uit de bek te filteren. De kop van de Pelikaan gaat omhoog en de vis glijdt zo het lijf van de vogel in. Even schudden met zijn veren, waarschijnlijk een diepe boer en de vogel vliegt weer weg, ons achterlatend met spatwater op de kleren.

Met revolver de Douane binnen.

Op de achtergrond St Kitts
Op de achtergrond St Kitts


Zaterdag, 29 maart 2014.


Jolly harbour, Antigua – Nevis

 

De oversteek naar Nevis is 44 mijl en de geplande vertrektijd is voor mij aan de late kant, er moet namelijk ook nog uitgeklaard worden. Ik ben zoals gewoonlijk bij vertrek, nogal ongerdurig en begin van alles en nog wat op te ruimen. De navigatie ondersteuning gaat aan, zodat de AIS al een tijdje staat te gillen van de schepen die in de buurt liggen. Ik druk ze weg maar er komen telkens nieuwe meldingen binnen. Ik zeg de buurman goedenochtend en er komt zowaar een mager knikje en hij begint te vertellen.

Karen spreekt de buurvrouw en die vertelt dat hij solo van Nieuwpoort naar Martinique is gezeild en dat het erg zwaar is geweest. De familie, zij is met vliegtuig naar Martinique gekomen met de twee kinderen, viert vakantie in het Caraibische gebied en vinden het er geweldig alleen weten ze nog niet hoe terug te gaan want hij heeft er schrik voor gekregen. De buurman helpt ons de lijnen van de palen af te halen zodat we vrij baan hebben om het schip naar achter te trekken en de buren een goede reis te wensen. De kinderen staan uitbundig te zwaaien en is een aandoenlijk gezicht.


We varen naar de douane waar een centrale amtenaar van de immigratie ons telkens naar een ander loket stuurt. We komen drie keer terug bij de stempelaar en hij geeft ons vrij baan. Als we willen vertrekken komt de buurman met de twee kinderen op het douanedok en maak een allerlaatste praatje, Karen loopt naar de boot om de twee een waterpistool te geven. Met revolver op zak gaan de kids het douanekantoor binnen.


Buiten de haven trek ik het zeil op en de wind met 24 knoop (Bft 6) waait ons richting nieuwe bestemming Nevis. De Genua staat bol en de Queen B begint door de achterlijke wind behoorlijk te slingeren. Karen gaat plat en ik houd de boel vanuit de kuip in de gaten. Na een paar uur wordt de wind minder en is de voortgang ook afgenomen zodat ik weet dat we in het donker bij het eiland zullen uitkomen. Op de kaart lijkt het niet zo moeilijk.


Met een ruime bocht draai ik de Queen B om de stenen bij de ingang en vaar naar de kustlijn. We zien een boei liggen naast een vissersboot en pikken deze op. Deze boei blijkt bij de vissersboot te horen zodat we al snel verstrikt liggen in de verbindingslijn van schip en ankerboei. De lijn schiet onder de Queen B door en nestelt zich heerlijk achter de windvaan zodat de visboot met zijn kop op onze achterkant aan het beuken is. Met een pikhaak en wat vreemde capriolen van Karen op de zwemtrap om de lijn een laatste zet te geven komen we los. Dat viel niet mee. Iets verder op vinden we een nieuwe boei en liggen al snel veilig vast.

Vreemd is wel dat er geen enkel ander jacht bij ons ligt, of zijn die witte lampjes daar in de verte van jachten? Karen zegt van nee, ik denk dat we een heel eind van de anderen af liggen in het verkeerde ankergebied. We drinken een borrel in de kuip en eten het restant van de pasta met vis van gisteren. Schommelend en deinend gaan we naar bed.

 

Opgerolde Duitser of Belg?

Duivelsbrug
Duivelsbrug


Vrijdag, 28 maart 2014.


Antigua

 

Gisteren hebben we een auto gereserveerd voor vandaag en worden door de zwarte man met een missende voortand ontvangen. Breeduit lachend geeft hij ons een formulier voor de gegevens en roept naar buiten en zegt tegen de jongen die de auto’s verzorgd: Geef aan deze sympathieke mensen de beste auto mee. De jongen trekt zijn schouders op en heeft deze opmerking waarschijnlijk vaker gehoord. Hij laat me kiezen uit twee exact dezelfde grijze auto’s. Ik neem de linkse, geen raad wetende met de situatie. Wow, je hebt de beste gekozen man, Ik glimlach hem toe en weet dat ik belazerd word. Met voortand of zonder, hij blijft aardig.


We rijden eerst naar de hoofdstad Sint John waar het opvalt dat de stad chaotisch is met veel armoede. Er lopen veel mensen op straat, tussen de auto’s door, ze moeten wel want de boeren of kleine handelaren hebben fruitstalletjes op het trottoir staan. We rijden kris kras door de stad en zien dat het weinig interessant is en volgen de Fortroad richting Noordkust, waar de Duivelsbrug is. Er is geen bewegwijzering zodat we met het kleine summiere kaartje die we toevallig van de haven hebben meegenomen en met een hand vol logische conclusies, zorgen ervoor om uiteindelijk de weg te vinden. We vinden de Duivels Brug. Het is een natuurlijke brug tussen wat stenen waar de zee onder deint en even later tegen de rotsen kapot beukt. Het geeft een dreun en een dof geluid van een opgesloten golf die onder de rotsen kapot slaat. W krijgen en flinke bui over ons heen en bij de parkeerplaats staan twee dames met toeristenrommel. We willen er in principe wat kopen maar het blijkt zo een hoge toeristenwaarde te hebben dat we er maar van afzien. Geen tegeltje aan de muur van de Duivelsbrug in verschillende leuke kleurtjes met de tekst “Happy Day”.


We rijden door het land en langs de kust maar staan versteld van de armoede op dit eiland en er is eigenlijk niets meer heel van de bewoning. We ervaren het als een derde wereld land en zijn al snel uitgekeken. Als we het eiland bijna rondgereden hebben komen we uit bij English Harbour waar we eergisteren gelegen hebben. Het eiland heeft duidelijk een rijke toeristen industrie in twee havens waar de plaatselijke bevolking niet veel wijzer van wordt. De verschillen tussen arm en rijk zijn enorm.

In een bar met uitzicht over de haven eten we een uitstekende lunch. Onder het eten zijn we het snel eens over wat we gezien hebben en wat we nog kunnen verwachten zodat we kiezen om terug te rijden naar Jolly Harbour. Opmerkelijk is nog wel te vermelden dat Nelson trouwt met een vrouw van Antigua zodat ik kan concluderen dat de dames iets bijzonders moeten hebben als ook Napoleon met zijn Josefientje de Beauharnais, van Martinique, die het tot keizerin heeft weten te brengen.

 

In Jolly Harbour leveren we de auto in, halen de boodschappen en gaan een borrel drinken in de havenclub. Er is een drumsteelband die de boel opluistert zodat we een erg Caribisch-decor krijgen tussen de rijke toeristen. Het eiland is straatarm en erg in verval, de wegen zijn slecht, er is geen wegbewijzering en de mensen lopen er haveloos en verwaarloosd bij. De huizen zijn krotten. De verwachtingen waren te hoog gespannen bij dit eiland, we kiezen ervoor om morgen weg te varen en als opmerking: Gezien! 


Bij het terugkomen zie ik dat we nieuwe buren hebben en omdat de vlag opgerold is denk ik dat het een Duitser is. Ik zeg hem goedendag maar de man kijkt me straal voorbij en negeert mijn welkomstgroet. Ik word gepast boos en zeg tegen Karen dat de man geen taal of teken geeft en dat ik van dit soort gedrag onbehoorlijk vindt. Blijkt dat de opgerolde vlag een Belg is, en heeft me goed verstaan. Hij knikt heel langzaam een voorzichtig goedenavond. Zijn vrouw komt even later aan boord gestapt en horen haar duidelijk Frans spreken, maar is van een ander slag. Ze zwaait ons toe en de kinderen zeggen in het beste Nederlands “Hallo”.

Wij eten ons diner in de kuip en zien de buren alles onderdeks doen. Het is verbazend dat je met zo een klein bootje en vier mensen de oceaan bedwingt, het blijkt morgen ietwat genuanceerder te liggen.

Duurzaam schip


Donderdag, 27 maart 2014.

 

Nelson Dockyard – Jolly Bay Antigua.

 

Ik laat Karen alle systemen opstarten zoals boordcomputer, Gps, navigatieprogramma, Marifoon, en het windsysteem. Ik loop op het dek en haal alle losse dingen van het dak en breng de motor van de dinghy naar binnen. Ik hijs het zeil en haal het anker omhoog we zeilen meteen weg en zie de kust langzaam aan me voorbij glijden. De ingang van English Harbour gaat aan ons voorbij de kust wordt en blijft groen. Ik houd het navigatieprogramma erbij om de diepte te blijven controleren want deze kustwateren zijn behoorlijk ondiep. We passeren twee riffen waar een aantal bootjes omheen liggen met duikers. Na het rif zeilen we nog maar 0,5 knoop zodat we proberen aan de zwemtrap vast te houden en met de snorkel te zien wat er onder ons is. Het is fascinerend, de wereld met waaiend koraal, zwaaiende visjes, voorbijschietende vissen maar ook het zeegras dat ons onder water goedendag zwaait, is indrukwekend. Ik geniet van de wereld rond me, ik geniet van de lucht, de zee, de zon, het water wat over mijn lijf spoelt, de stille wereld onder me en dat midden op de oceaan.


Rond elf uur hebben we het gezien en varen de haven van Jolly Bay in. Om twaalf uur zie ik nog net de pompbediende van de diesel vertrekken en wij hebben even de tijd om onze lunch te eten. Ik roep de havenmeester aan en deze geeft ons een ligplaats maar is pas om half twee terug. Allemaal prima, wij eten een heerlijke lunch en kijken rond in de haven. De pompbediende is er eerder dan één uur en de havenmeester is er eerder dan half twee. De havenmeester begeleidt de Queen B naar de box en legt de lijnen over de palen. Ik schakel de stroom in en vul de watertank. Met deze tussenstop zijn weer klaar voor een langere periode zonder stroom en water. Verrassend is dat ik niet meer dan 100 liter diesel laadt en dat betekent dat we vanaf Suriname maar heel weinig brandstof gebruikt hebben. De Queen B wordt nog eens een duurzaam schip.


In de middag lopen we naar de verschillende winkeltjes op het haventerrein, we reserveren een auto waar ik eerst nog even een Antiguaans rijbewijs moet gaan halen voor 20 $ US. Ik krijg een groen kaartje met stempel en een nummer maar niemand die vraagt aan mij of ik kan rijden.

In de tagrijn Boat.us kopen we wat visgerei en kijken er rond als zeilers die toch niets willen kopen. Na de “Leche vitrines” gaan we naar de bar aan de haven waar we eën internet op kunnen vangen en genieten van alle dikke en zware dames en heren aan het zwembad. Wat zijn wij toch mager als de spiegel uit de buurt is.

Aan boord koken we en genieten van een verkiezingstrijd in de verte. Een politieke dame roept iedereen tot strijd nu, de kans is nu, opbouwen moeten we nu, alles moeten ineens nu. Ik vraag me af wat ze afgelopen tien jaar heeft gedaan?

We laten de verkiezingsredevoeringen aan ons voorbij gaan, boeiend is het niet voor ons en gaan naar bed.

Douanerel

onderin op het strand gebarbecued
onderin op het strand gebarbecued


Woesdag, 26 maart 2014


Nelson Dockyard


Romantiek met een heerlijke barbecue op het strand, waar niemand om ons heen is. Tussen de verschillende gerechten in, springen we in het water en schuiven dicht tegen elkaar bij het vuur, om de fles wijn leeg te krijgen. Het donkere van de avond, het zachte water van de Baai, de sterrenhemel boven ons en de donkerte van het bos op het spierwitte strand maken ons week en zwijmelen de nacht in. Een dag voor het geheugen.

 

Vanochtend anker op, om een boei te nemen maar deze blijken veelal gereserveerd te zijn, en die vrij zijn kosten 25,00 US$ per nacht. Ik vind dat veel te veel en vaar de haven in, om te tanken. Het nodigt allemaal niet uit en zie dat de faciliteiten gericht zijn op service voor de Megajachten.

We varen naar de noordkant van de baai en komen in English Harbour. Hier is plaats genoeg maar het trekt niet omdat de haven verlaten ligt aan een weg, de dieselpomp is een tank op de wal. Daar wil ik niet tanken, vanwege de warmte en hierdoor de mogelijkheid van de ontluikende bacteriën in de biodiesel. We varen de English Harbour uit en motoren naar Nelson Dockyard.


Dat moet voor Nelson echt locatie spotten zijn geweest, door de Engelse Marine, want het is een prachtige baai met veel bescherming voor de schepen die binnen liggen. Je kunt van zee af niet zien dat de schepen verscholen liggen. Op de kop van de haven hebben ze een veiligheid gebouwd met een fort, om die verrekte lastige Hollanders en Fransen weg te houden.

Ik vaar met trots mijn Nederlandse vlag binnen, in Nelson Dockyard, maar zal er waarschijnlijk geen vermelding voor krijgen in de geschiedenisboekjes.


Het is er druk en besluit om voorin de haven te ankeren. Het anker graaft zich in het witte zand op 5 meter diepte, waar je gemakkelijk de ankerketting kan volgen in het kristalheldere water.

Ik plaats de motor op het rubber en pruttelen met de scheepspapieren naar de wal om in te klaren. De tas waar ik normaal mijn papieren in heb, vond ik wat groot, zodat ik de scheepspapieren in een plasticzak overlaad en in de rugzak meeneem. Op de wal is een rij laagbouw waar een drietal kantoren zijn. Bij het eerste kantoor zit een zeer vriendelijke dame die ons zelfs wil helpen bij het invullen van de formulieren op de computer, maar op het moment dat ze om de paspoorten vraagt weet ik dat ze nog in het voorvak zitten van de tas aan boord. Ik vaar met de dinghy terug en bij terugkomst is het kantoor half gesloten. Het slot hangt op de deur maar is niet vastgeklikt. Karen loopt naar het tweede kantoor en daar krijgt ze te horen dat we gewoon binnen kunnen gaan, om op de computer de papieren in te vullen. Beetje vreemd vinden we het wel maar als het hier gebruik is, dan waarom ook niet. Ik haal het slot los en maak de deur open en gebruiken de computer om de benodigde gegevens in te brengen. Opeens staat de dame van het kantoor totaal verbouwereerd naast ons waarom wij naar binnen zijn gegaan terwijl zij weg was, We vertellen dat we nagevraagd hebben en dat de eerste dame van kantoor 2 ons de aanwijzing heeft gegeven om vast naar binnen te gaan. Het wordt een vervelende rel en de dame van kantoor 2 ontkent het gesprek en zegt dat we leugenaars zijn. We zijn bij de douane en wil toch graag mijn papieren ingevuld hebben en maken daardoor niet te veel tamtam. De vriendelijke dame van het eerste kantoor vindt het een vervelende situatie en weet niet meer wie ze moet geloven. Wij krijgen onze stempels en stappen het nieuwe land Antigua, officieel binnen met of zonder rel.


We lopen wat rond op het terrein en gaan terug naar de boot om te zwemmen en te snorkelen. Onder water stuitten we op een scheepswrak en het doet me triest en sinister aan. De vissen hebben er geen moeite mee en zwemmen in om de boot heen. De kleine vissen zwemmen de brandstoftank in en uit. Na het zwemmen maak ik alles gereed voor de Barbecue.

Met lege handen, vissen.

Nu hoef ik niet te sjouwen.
Nu hoef ik niet te sjouwen.


Dinsdag, 25 maart 2014.

 

Guadaloupe – Antigua, English Bay

 

De wind laat ons verschillende malen in de steek zodat ik druk ben, met wel zeilen en niet zeilen. Als de snelheid onder de 1,5 mijl komt dan start ik de motor. De windvaan vind het allemaal maar niks en heeft ons al in de steek gelaten zodat ik de automatische piloot er maar bij houdt. Op driekwart van het traject zeilen we echt en stomen door om voor het donker op Antigua aan te kunnen komen.


Ik heb de hengel met een kopie inktvisje uitgegooid in de hoop nu eindelijk eens een Bonito of Tonijn te kunnen verschalken. Ineens loopt de hengel met ratelend geluid af en ik maak een verkeerde manoeuvre met het slot van de molen. De vis krijgt kan nog meer snelheid te maken en op het einde van dei lijn staat de top ineens wel strak maar "Meneer de Tonijn" schudt nog eens en breekt de lijn. Dat was een Grote! Teleurgesteld ruim ik mijn hengel op en kan aan Karen niet laten zien dat ik een echte jager ben. De Tonijn lacht in zijn vuistje maar wel met een honderd meter lijn uit zijn bek. Kom daar maar eens mee op een feestje….


Op de kaart staat dat er een paar rotsen onder water liggen en dat je aan de vaarroute moet houden die voor je uitgestippeld is. We varen braaf om de markeringspunten en varen naar de ingang die door kleine groen en rode tonnetjes is betond. Het ligt hier vol met schepen en we blijven tussen de ankeraars omdat het geld scheelt en we zijn toch moe. We varen niet naar binnen maar droppen het anker naast een Amerikaans schip. Een korte knik van goedenavond en we gaan aan de slag met de kookpotten.


Een rustige motor en zeildag, een nieuw eiland als bestemming, langzaan opvarend naar onze eindbestemming Sint Maarten. 

Ererondje

verlaten schip in de baai
verlaten schip in de baai


Maandag, 24 maart 2014.

 

Portsmouth, Dominica - Anse Barque, Guadaloupe.

 

We liggen met de Queen B voor drie kleine baaien aan de kust van Guadaloupe en moeten er één kiezen om te ankeren voor de nacht. De eerste baai ziet er goed uit maar gaan toch eens zien naar de Anse de Tortue. De naam belooft heel wat zo’n schildpaddenbaai maar we liggen er op de wind, zodat we terugvaren naar de eerste baai en er een ankerplekje tussen de verschillende schepen weten te vinden. Het anker houdt nu goed en ik begin een beetje verwaand te worden omdat het ankeren de laatste tijd zo goed gaat. Waarschijnlijk hebben alle goede adviezen van mijn lezers toch effect. De schepen in de baai zijn verlaten zodat het er erg rustig is. We zwemmen in het zachte zilte water tussen de hoge bergen en de stil wiegende schepen.

 

Vanochtend zijn we om 07.00 vertrokken en de bemanning van de Rih Malti staat al in de kuip om ons goedendag te zwaaien en natuurlijk varen we een ererondje naar hen, om ze te bedanken voor de gezelligheid van de afgelopen dagen.


Ik houd de motor bij het zeil en als we voorbij de Noordkaap van Dominica komen kan de wind vrij inkomen en blaast het schip met gezwinde spoed vooruit. Ik zet de motor uit en koppel de windvaan aan en laat het schip lekker zijn ding doen. Karen blijft kwiek op en neer springen en voelt zich steeds beter.

We zien Guadaloupe al snel opdagen en vlak bij het eiland valt de wind weg en moeten we de motor starten. We zien op het land nauwelijks verkeer en het lijkt er erg rustig, gezapigheid overvalt me en de rotskust met het groen maakt iets in me los, dat het een eiland is zoals zo velen, en weet meteen dat ik er niets mee heb. Waarschijnlijk helemaal onterecht maar wat doe je eraan met een eigenwijze vent zoals ik ben.

 

We liggen voor anker in de baai, eten ons eigen diner en zien de mensen terugkomen van hun werk en bemannen de schepen die naast ons liggen en wij weten dat we morgen meteen door zullen varen naar Antigua. 

Geen opleiding voor de dokoppasser

De weed geur kwam tussen de tenen van de hut uit.
De weed geur kwam tussen de tenen van de hut uit.


Zondag, 23 maart 2014.

 

Portsmouth,

 

Met een hoekduik zwem ik naar een grote plant en zie er honderden vissen tussen het groen verschuild zitten. Ik beweeg mijn hand en een zwerm paniekerige vissen schieten weg uit het beschermende lover. De plant waait mee met de stroom en ben getuige van de pracht van de onderwaterwereld op een rif.

Vanochtend ben ik opgehaald door een zestal snorkelaars en de bootboy, die ons naar de paradijselijke onderwaterwereld brengt. Karen blijft aan boord, om over een pijnlijke schouder te wrijven en om op haar manier tot rust te komen.

Ik kom terug met mooie verhalen maar moet bekennen dat de duik in Souffriere op St Lucia net zo mooi was. Deze duik was naast de boot en het was niet nodig om er een halfuur naar toe te varen.


In de middag gaan we aan wal om een internetverbinding te halen en drinken er een borrel onder een boomwoning. Deze boomwoning is geweldig om te zien want het is van oud hout en stutpalen opgebouwd maar je kunt heel goed zien dat de woning echt bewoond is. Zo vanuit je boom de zee overzien lijkt me een geweldige ervaring. Jammer dat het in dit geval uit armoede is geboren, je hebt immers maaréén vierkante meter grond nodig om te wonen. De verwende hotelgasten hebben er veel geld voor over, om één nacht in de boom te zijn.


De plaatselijke vereniging van bootboys en de watersportvereniging organiseren elke zondagavond een barbecue voor de schepen die voor anker liggen in de baai. Kosten € 12,50 per persoon inclusief rumpunch. Van de winst worden de Boatboys opgeleid: Hoe met buitenlanders om te gaan, wat voor een service kun je ze bieden, rondleidingen offreren en je zeker niet opdringen. Dit blijkt een goede zaak en respecteer het initiatief en begrijp nu veel beter waarom deze Boatboys veel gemakkelijker en sympathieker zijn dan op St Vincent, en dat ze hier veel meer verdienen dan elders.


Rond 22.00 uur lopen we naar het dinghy-dok waar ons rubberbootje ligt. Een donkere rasta man staat ineens naast ons en zegt: Weet U dat dit mijn dok is en dat er mensen zijn die mij er wel eens wat geld voor geven als je dinghy, hier parkeert. Ik schiet in mijn lach en maak mijn portemonnee leeg met het kleingeld voor de zogenaamde dokoppasser. Een witte gulle lach flitst op in het donker en wij varen weg in de nacht tussen de verschillende onverlichte schepen voor anker.

Fransen en Engelsen in de kookpot.

indian river
indian river


Zaterdag, 22 maart 2014


Dominica, Portsmouth.

 

De almanak is lovend over het eiland Dominica of Dominique. Het heeft zijn naam gekregen van Columbus die het op een zondag heeft ontdekt maar het niet waard heeft gevonden, of niet gedurfd, om op het eiland te stappen. De cartografen hebben het eiland in beeld gebracht en de lokale Carriben-Noir bleven over het eiland heersen. Het waren geen gemakkelijke lui deze Carriben-Noir, en heersten over het eiland tot ver in de achttiende eeuw. De Engelsen en de Fransen waren met elkaar in oorlog maar traden eensgezind op om de Carriben-Noir te bestrijden. Er zijn verschillende Europeanen in een kookpot verdwenen omdat deze eiland indianen, het kannibalisme niet schuwden. Ach, een delicate gastronomische Fransman in de kasserol is natuurlijk niet te versmaden.


De Fransen en de Engelsen hebben veel strijd gehad om de eilanden en voor de Engelsen was het van groot strategisch belang om Dominica te veroveren, om zo een controle te hebben tussen Martinique en Guadaloupe. De Fransen konden wel eens te machtig worden hier. Uiteindelijk kopen de Engelsen het van de Fransen in 1805 en houden het als Engels gebied in beheer.


Zoals eerder geschreven is Dominica prachtig. Het is het best bewaarde eiland van de hele Cariben met 365 rivieren die zacht stromend met imposant begroeide oevers in zee uitkomen. De Indian River is een beschermde rivier en een echte bezienswaardigheid.


Deze ochtend trekken we het anker op om bij de vele andere schepen te gaan liggen. We pikken er een boei op en zien de Rih Malti voor ons liggen. We spreken samen af om in te klaren bij de douane en Albert brengt ons. Het papierwerk gaat gemoedelijk en kunnen er meteen weer uitklaren, zodat we maandag niet terug hoeven te gaan. Dat is pas service! Albert brengt ons naar de kade van Portsmouth waar een groentemarkt is. Vervelend, dat ik geen geld heb en naarstig op zoek moet naar een geldmachine. De bank is op weg naar de douane en op een tweehonderd meter afstand van de douane vind ik de geldautomaat. Portsmouth is kleurrijk met kleine huisjes. Sommige zelfs een twijfelaar breed en de ramen staan open of zijn zodanig verwaarloosd dat ze niet meer te sluiten zijn. De mensen zijn rustig en open, er wordt veel gelachen en we voelen ons gemakkelijk. Op de markt kopen we wat fruit en groenten en gaan bij een klein lokaal restaurant een lunch met rijst en kip halen. Smaakt prima.

Albert brengt ons terug en vraagt of we mee gaan naar de Indian River. Dat lijkt een goed plan en beloofd ons om halfvier van de boot op te halen.

 

Exact om halfvier is Albert met een Frans echtpaar in de boot bij ons en gaat met zijn ontdekkingsreizigers, met een noodgang naar de ingang van de rivier. Op de rivier moet hij roeien om de stilte te bewaren, de vogels niet te verstoren in het eeuwige gepik met hun snavels in het water, de vissen niet te verschrikken. We zien de vele verschillende vogels zoals de grijze Heron(reigertje), kolibrie, witte reigers. Jammer dat alle namen van de vogels in het Frans gegeven worden zodat ik er niet alles van begrijp. Genieten van de natuur en zijn pracht doe ik wel. De film Cariben Piarates blijken hier ook een filmset te hebben gehad. Op het eind van de rivier is er natuurlijk een rumbar. Een café in de rimboe, ik neem een biertje en Karen neemt een Rum-mango. De rum knalt eruit en ik kan het horen met het terugvaren. Karen praat lekker tegen iedereen terwijl elkeen wil genieten van de speciale rust die het woud oproept. Bij de laatste brug mag Albert de motor weer aan en het monster in hem slaat toe. Vol gas brengt hij ons terug naar de boot.


Een geweldige ervaring rijker eten wij in de kuip met ondergaande zon, het fort op de berg als decor, de zon snel zakkend in zee.

Zwaaiende surfplanken naar ons?

Niet iedereen komt heel aan.
Niet iedereen komt heel aan.


Vrijdag, 21 maart 2014.


St Pierre Martinique – Portsmouth Dominica

 

Vergeten te schrijven, is het minnespel dat we gisteren onderweg troffen tussen twee grote walvissen. We zagen ze van ver al ademen door de uitstoot van wolken met waterdamp uit de zwarte lijven die net boven het water uitstaken. Ik wijk wat uit, omdat ze op de koerslijn liggen en niet graag een vrijage met één van hen wil hebben.

Het is overigens overbodig want ze zijn al snel aan onze stuurboordzijde waar we ze kunnen volgen. Opeens steekt één van de walvissen zijn vin naar boven, zo groot als een surfplank en zwaait de witte vin ons goedendag, of is het naar het wijfje dat nu ook met haar vin gaat zwaaien? Zwaaien ze naar elkaar of zijn ze blij dat we weggaan? Uiteindelijk houden we het erop, dat we getuige zijn van het minnespel van de twee walvissen. Ik heb er geen behoefte aan om met het schip ertussen te laveren, wij houden onze koers naar Case Pilot.


Gisteravond is het snel laat geworden met Patricia en Patrick en hebben wel wat hapjes op maar zijn vergeten normaal te eten. We hebben er na de borrel niet zo'n behoefte aan. Deze ochtend, zijn we vroeg op om te vertrekken naar Dominica. Patrick is met zijn bijboot naar de bakker geweest en geeft ons een heerlijk vers stokbrood. Mijn eerste plan is om de eerste beste haven van Dominica aan te leggen om wat meer van het eiland te zien. Er is geen jachthaven zodat we het anker moeten gebruiken.

Patricia en Patrick zullen doorvaren naar de laatste baai omdat daar vrienden op hen wachten. We zwaaien ze goedendag en halen het anker wat later op dan zij. De wind wordt door de berg afgeschermd zodat ik de motor met zeil houdt en hiermee P en P weer snel inhaal. Patrick kan het niet houden of hebben en start ook de motor. We maken over en weer foto’s van elkaars schepen. In de straat tussen de eilanden valt de wind weer in het zeil en de Rih Malti is er ineens vandoor. Daar is voor onze Queen B geen houden aan. Toch lopen we niet slecht en tikken regelmatig de 7 knopen aan.


Heerlijk varen en bestudeer de cruising-guide. Het blijkt dat we zonder toestemming de onderste baai niet in mogen vanwege een beschermd natuurgebied. Ik kijk naar  de volgende haven, Souffriere. Dit nodigt niet uit om langs de lange zanderige kust te liggen volledig open op zee, en besluit dan toch maar door te varen naar de laatste baai, Portsmouth.


Ver voor de entree komt er een boot van het Welkomstcommitee naar ons en denk dat het feest van gezeur weer gaat beginnen. In tegenstelling tot de boatboys van St Vincent is Albert een bijzonder aardige vent en wenst ons een goede vaart naar Portsmouth. Als je hem nodig hebt gewoon via marifoon oproepen. We varen door en gaan voor een hotel in aanbouw voor anker liggen. Het zwemmen naast de boot, na een lange dag is heerlijk verfrissend en genieten van het warme zeewater.


Albert komt even langs met zijn boot en laat ons overal vrij in wat we wel of niet willen. Zo hoort het en ik beloof Albert nog een keer, als we iemand nodig hebben, dat hij onze man is. Met een gulle lach vaart hij hard weg. Even later zien we hem stoppen om een Barracuda binnen te halen van zijn hengel. Hij combineert hier wel heel veel met elkaar.


We eten in de kuip met ondergaande zon en horen nog een oproep van de Rih Malti. Ik beantwoord de oproep maar hoor niets terug. Ik laat het maar zo en sluit de apparatuur af en gaan slapen.

Franse slag.

ankeren vroeger in de baai van St Pierre
ankeren vroeger in de baai van St Pierre


Donderdag, 20 maart 2014.

 

Le Marin – St Pierre

 

Marco is zelfs tien minuten eerder aanwezig dan afgesproken. Dit is geen Franse slag. Ook Marco zucht als hij het kleine gat ziet waar hij zijn schakelkast moet aansluiten. Marco heeft de schakeling snel door en met enkele metingen en tests komen we snel achter de goede aansluiting van de kabels maar constateren ook dat de zekeringschakelaar kapot is. Hij schakelt wel maar de zekering is kapot. Marco kan het pas de volgende week repareren en daar heb ik geen tijd voor, zodat ik het zo laat om later een nieuwe zekeringschakelaar te bestellen.


De ankerlier werkt weer, het ophalen van het anker zal  een stuk gemakkelijker gaan.

Na de installatie loop ik naar Marcel om af te rekenen. De rekening van de montage valt me geweldig mee maar de douanekosten, daar schrik ik wel van. Meer dan € 200 om een pakketje op Martinique te laten komen. Ik betaal hem en we lopen terug naar de boot om zo snel mogelijk te vertrekken. Karen gaat bij de havenmeester uitklaren van de douane en betaalt het gebruik van drinkwater.


De Queen B is vertrokken en op weg naar Case Pilot. We hebben op de kaart gekeken om een tussenstop te maken in Case Pilot, een prima opstap voor de oversteek naar Dominica. Met een heerlijke achterlijke wind varen we langs het eiland, maar in Case Pilot zien we weinig mogelijkheden om te ankeren, zodat we doorvaren naar St Pierre.


St Pierre is de plaats die in 1902 geheel is verwoest door een uitbarsting van de vulkaan en hierbij zijn 38000 mensen het slachtoffer geworden. Als we de baai invaren, lijkt de vulkaan zich rustige te houden en ankeren tussen de andere schepen in.

En dan zien we twee mensen hevig zwaaiend in een rubberbootje naar ons komen. Het blijken Patricia en Patrick te zijn, die we in Suriname ontmoet hebben. Met het weerzien en de borrel wordt het een leuk weerzien en is het al snel laat.

Nieuwe Ankerliermotor


Woensdag; 19 maart 2014

 

Martinique.


Karen verzamelt de vuile was en gaat met mand op stap naar een wasmachine. Ik vang Marcel op, die natuurlijk een uurtje te laat is. Marcel heeft me niet geloofd dat de flens echt vast zit en dat er weinig ruimte is om erbij te komen. Bij het open van het luik waar je in moet kruipen hoor ik hem zeggen ai,ai,ai. Hij slaat met een hamer een paar keer tegen de flens en concludeert dat het niet gaat. Hij gaat een slijptol halen.


Tja, dat had ik gisteren al gezegd en vind het vreemd dat hij de slijptol niet bij zich heeft. Hij springt in de rubberboot en knalt door de haven alsof er een noodgeval is gebeurd. Hij is snel terug en slijpt in de benauwde ruimte de flens door. De flens komt kokend heet van de buis. Nu de motor erop schuiven wat natuurlijk niet meevalt om deze boven je hoofd te houden als je zelf met de rug op de ankerketting in een klein hol ligt. Met behulp van een lange lat die ik onder de motor schuif hoeft Marcel niet te tillen, alleen te sturen, schuiven we de motor over de buis. Met het aandraaien van de drie boutje aan de zijkant zit de boel weer stevig vast. De plus- en de minkabel aan de motor, en nu de schakelkast. Marcel blijkt er geen verstand van te hebben en ik weet niet meer hoe het precies zat. We vinden het wijs dat er een elektricien bij komt zodat we geen risico lopen van kortsluiting. Jammer is dat Marco morgen pas kan komen.


In de middag maken we een wandeling door het dorp en bezoeken de begraafplaats. De begraafplaats heeft allerlei tombes met witte tegeltjes, de verschillende kerkvaders liggen bij de ingang van de poort zodat zij de zieltjes kunnen controleren die de openstaande deur willen gebruiken. De kerk wordt gerenoveerd met een project dat 6 maanden zal gaan duren. Jammer dat het project begonnen is in 2011 en nu nog geen eind heeft. De deur blijft tijdens de verbouwing op slot.

Ronkend geluid

Straat tussen St Lucia en Martinique
Straat tussen St Lucia en Martinique


Dinsdag, 18 maart 2014

 

Martinique

 

Middernacht vaar ik dwars van St Lucia. Ik zie de lichtjes op de berg branden en kan aan het lint van de lampen zien hoe het stratenpatroon loopt. Ik heb geluk met de wind want die is eerst scherp aan de wind geweest maar door de valwinden van de bergen heb ik hem later als achterlijke wind. Toch moet ik de motor starten omdat ik nu geheel in de luwte komt. Bij Rodney Bay gaat het weer waaien en stuif scherp aan de wind met een dikke 6 knoop de zeestraat in tussen St Lucia en

Martinique.


Het wordt een prachtige tocht die net niet bezeild is, voor de haven van Le Marin, zodat ik in de ochtend om 07.00 uur de motor start om het laatste stukje tegen de wind in, te varen op motor. Vervelend is dat een zwaar ronkend geluid uit de demper komt, wat aangeeft dat er te weinig koelwater is. Een nieuwe reparatie? Er is wel wat koelwater zodat ik het toerental wat verminder en probeer op deze manier zonder warm te lopen binnen te varen. Karen komt me helpen bij de tocht langs de verschillende tonnen die de ondieptes aangeven.


Tijdens het marifooncontact met de haven blijkt dat we pas om 10.00 uur kunnen bellen voor een plaats. We pikken een boeitje op en kan na het ontbijt een dutje doen. Ik heb de hele nacht niet geslapen door de verschillende zeilwisselingen en de passerende schepen.

Om 1100 uur kunnen we naar de ligplaats.

De stroomkabel voor de koelkast in het schakelpaneel en je voelt je weer thuis.


Marcel, is de vervanger voor Gino en we maken de afspraak dat hij morgen rond 1100 uur er is. We lopen naar de nieuwe supermarkt en kiezen ter plekke het menu. De maaltijd in de kuip met glaasje wijn houden we de activiteiten in de gaten van de oude man in het wit.

Er staat wat water onder de motor en bij een tweede keer starten geeft de uitlaat weer een normaal geluid. Het water baart me wel zorgen en maak de boel schoon en zie een slang lekken die op de oliekoeler vast zit. Dit blijkt bij de reparatie vorig jaar op Gomera niet helemaal goed gegaan.

Meneer "No Problem"

bootboys op St Vincent
bootboys op St Vincent


Maandag, 17 maart 2014

 

Wallilabou – richting Martinique

 

De douane is er om 1700 uur en ik zorg om de eerste te zijn om uit te klaren. De man is vriendelijk en eindigt elke zin met “No Problem”. Een taxichauffeur doet moeilijk dat we naar de immigratie moeten gaan, dat zijn natuurlijk inkomsten voor hem, maar na het aan meneer “No Problem” nog eens te vragen vinden wij het niet nodig om de taxichauffeur te spekken en de bureaucraten aan overwerk te helpen. We gaan zonder stempel in het paspoort de haven uit.


Vanochtend gesnorkeld aan de zijkant van de baai maar er was troebel water zodat we daar zonder veel tijd te besteden, terug zwemmen. We lopen wat over het terrein en vinden er nog een rovershol waar een pop met de kleren van Johnnie Depp in staat. We laden de kranten en maken de boel klaar voor vertrek.


Buiten de haven staat de wind lekker mee en rol het hele zeil uit. De avond valt snel met een prachtige snelle zonsondergang. Het wordt een 70 mijl naar Martinique, we hebben vanochtend dat de motor van de ankerlier, eindelijk binnen is.

Dit was St Vincent, voor mij sterk bepaald, door de agressieve manier van de bootboys die zich opdringerig aanbieden, om een lijntje aan te nemen en vervolgens meer te vragen als het liggeld. Het weggeven van een voorlijn en de achterlijn kost je snel € 10,00. Veel collega-schippers gaan op deze manier voor de bijl en als je zegt dat het wel erg veel is, dan heb je een hoop gezeur.


Jammer, want St Vincent is mooi, prachtige baaien, groene heuvels en op zich aardige mensen. De eerste indruk blijft je achtervolgen.

Ik zeil in de nacht en moet steeds erscherp aan de wind varen. Rond 20.00 uur draai ik er een stevig rif in en maak de oversteek tussen St Vincent en St Lucia. Schuimkoppen breken op de zijkant van het schip en al snel varen we met een nat dek en een natte kuip door de nacht.

Bloeddoorlopen ogen en weed


Zondag 16 maart 2014.

 

Wallilabou

 

Goedemorgen, ik schrik want kijk in de bloeddoorlopen ogen van een “member van het ontvangstcomité”. De man zit met een korte broek op een oude surfplank en heeft zijn bezittingen in een plasticzak op de plank. Hij staat nu op zijn plank en kijkt ongegeneerd in de kuip en begint zijn waren aan te bieden. Ik ben niet geïnteresseerd maar toen de man zei dat ik hem beloofd had vandaag wat fruit te kopen ga ik overstag en vraag hem wat hij te bieden heeft. Hij laadt de plastic zak leeg in het gangboord meteen walm van Weed, komt me tegemoet. Fruit: mango’s, papaja’s, soort passievrucht, kokosnoot en een fles rum. Ik koop wat fruit en hij lacht van oor tot oor. De fles rum blijkt hij gekregen te hebben van Steward maar is meteen een onderdeel van zijn winkel geworden. We moeten er later om lachen, volgens Steward is de rum niet te drinken maar is goed voor de handel.

 

Vannacht zijn we een stuk naar de palen opgeschoven en verdenk mijn boeitje ervan dat deze krabt. Dit soort veranderingen van plaats, helpt me niet mijn zelfvertrouwen in het ankeren en een boeitje oppikken. Later blijkt dat de achterlijn zich steeds verder laat zakken aan de paal en het schip naar de palen trekt.

Ik vaar met de dinghy naar de paal en trek de lijn een stuk omhoog. De buurman Steward springt in het water met duikbril en maakt een hoekduik om de lijn over een andere lijn heen te halen. Een voorganger heeft hetzelfde probleem gehad maar is zijn lijn verspeeld. Ik draai de lijn opnieuw om de paal maar nu zodanig dat deze niet meer kan zakken. Ik neem de lijn van Steward en maak deze op dezelfde manier vast zodat ook hij niet hetzelfde probleem krijgt.


Karen en Steward zijn een Engels stel dat met een klein schip, Palmaro of Down, de Transatlantic varen.

Om 10 uur roeien we naar de wal waar de taxichauffeur ons opwacht voor een toer over het eiland. Hij vraagt ons wat we willen zien maar dat is moeilijk als je niet weet wat je kunt zien. We laten het aan hem over en hij rijdt ons naar Barrouallie, Layou Bay naar Kingstown en parkeert de auto op het Charlotte fort. Het is een mooi groen eiland met simpele wegen. St Vincent heeft net geen 100.000 inwoners zodat alles zeer kleinschalig is. Er lopen prachtig geklede mensen op straat om de zondagsmis bij te wonen. De dames met trouwjurken aan en een Bijbel in de hand. De hoogteverschillen geven mooie vergezichten en soms kijken we van een bergtop debaai in.


Fort Charlotte is een Engels fort waar ook een vrouwengevangenis is geweest. Het stelt allemaal niet zoveel en zijn snel uitgekeken. Boven op het vestingwerk staat een kantoortje met een man die over zee uitkijkt. Ik maak een praatje met hem, hij blijkt de havenoperator cq kustwacht te zijn. Hij is erg verguld als ik hem zijn verantwoordelijkheden onderstreep en spreken af dat ik hem morgen zal oproepen via de marifoon.


We stappen weer in de auto en rijden door de wijken rond Kingstown naar een prachtige vallei. De Mesopotamia Vallei, een prachtig tuinbouw gebied met overal op de hellingen groene akkers. De taxichauffeur noemt het de Foodbag of St Vincent. Op de terugreis eten we een verse kokosnoot. Deze heeft geen harde houten schil met kokosvlees, maar zit vol met vloeistof. De man slaat met een soort klewang de top van de noot en steekt er een rietje in. Het is een flinke slok en smaakt vrij neutraal. De lokalen, drinken de noot wel met hetzelfde gat maar direct uit de noot. Ik probeer het ook maar dat gaat niet meevallen, ik steek snel het rietje terug en probeer een nette schone jongen te blijven.


Hij rijdt ons terug via de watervallen die erg weinig voorstellen en komen terug op de haven waar de taxirit ineens twee keer zo duur is als afgesproken. Je kunt je druk maken maar ik houd me in, het is uiteindelijk goedkoop en we hebben een aardig verhaal van de chauffeur achter de rug.

In de middag eten we een lunch in het rovershol en hebben via de telefoon contact met thuis. Beetje zwemmen om het schip en kijken naar alle schepen die binnen komen waar het “Welkomstcommitee” erg druk mee is.

Confrontatie met Piraten

op de Johnny Depp filmset
op de Johnny Depp filmset


Zaterdag, 15 maart 2014.

 

Souffriere – Walilabou St Vincent.

 

Een bootje met man aan boord komt ons tegemoet gevaren. Daar hebben we weer een ontvangstcomité! Ik ben Alex, roept hij. Ik roep terug: Ik ben Bertus. Hij vraagt ons met hem mee te varen naar de haven, waar hij wel een boei voor ons heeft. Ik bedank hem hartelijk en zeg hem dat ik het zelf wel zal vinden. Alex wordt boos en vraagt aan mij waarom ik zo boos doe. Tja, ik ben misschien wel niet de allervriendelijkste maar nu draait hij echt de boel om. Ik wimpel hem af maar hij blijft naast ons varen. Hij vraagt nogmaals waarom ik zo boos ben want hij is een vriend!

Ik antwoord hem: Alleen voor het geld, altijd geld en je bent niet de enige! Hij vaart bozig achter ons aan en wij pikken een boei bij het restaurant op. Tijdens het vastmaken komen er meteen verschillende mensen in krakkemikkige boten en surfplanken naar je toe of je vis wil kopen, groenten en of ze het huisvuil mee kunnen nemen als service. Ik heb nog nooit zoveel vrienden gehad. Ook hier is de regel, als je niets wil dan varen je vrienden, zo van je weg.


We zijn op de filmlocatie van de Pirates of the Carribean. Jack Sparrow heeft hier zijn roversnest gehad en dat is allemaal nog te zien. De filmset met de gevel van het gebouw en de doodskisten voor de deur geven een macaber beeld maar het is erg leuk om het te herkennen. De watermolen, de lampen waar hij de ruimte mee door zwiert, de galg en nog veel meer attributen zijn hier bewaard gebleven. We vallen met de neus in de boter voor wat betreft de rariteiten en de lokale taxichauffeur is er erg trots op.


De taxi brengt ons naar een bank zodat ik weer eens kan betalen en rijd terug nar de haven om bij de douane in te klaren. Voor de immigratie moet je weer terug naar het dorp maar we besluiten de stempel van de immigratie niet te halen omdat de anderen het ook niet doen. We vertrekken maandag toch weer.


In het café van Johnnie Depp drinken we een wit wijntje en roeien terug naar de boot. We zien nog net dat Alex een slachtoffer heeft weten te maken. Een Amerikaans schip komt niet van hem af want Alex denkt dat hij te weinig betaalt heeft gekregen voor zijn diensten als “vriend”. De Amerikanen gaan de discussie aan en zijn erg geïrriteerd door het gedrag van onze vriend.

Na een dagje zeilen en een 5 tal motoruren zitten wij heerlijk te genieten van alle drukte om ons heen. Ik voel me als een piraat achter een ankerboei.

van Gansewinkeltjes


Vrijdag, 14 maart 2014.

 

Rodney Bay – Souffriere

 

Betalen bij de havenmeester en het uitklaren bij de douane. Het is een onderdeel van de dagelijkse routine geworden. Met een stempel op zak van de douane kunnen we verder. We maken een tussenstop in Souffriere om de oversteek naar Sante Vincent te bekorten. Het is ook een onderdeel van rondkijken. Het is een ontspannen zeildagje waar de motor een aantal keren bijgezet moet worden, omdat we zeilen in de luwte van de kust met zijn bergen. We varen een smalle baai binnen waar we de grote 4-master weer zien die net zijn passagiers aan het laden is. Even later komt er een groot Zwart Cruise schip, de Noordam, binnen gevaren van de Holland Amerika Lijn. Het geeft een geweldig gezicht zeker nadat de Seacloud met zijn 4 masten, de zeilen uitrolt en vertrekt. Jong en oud in de Cruise-wereld wordt afgewisseld. Een paar uur later vertrekt ook de Noordam en hebben we de baai met een aantal andere zeilschepen voor ons alleen.


We nemen de snorkelspullen en kijken de ogen uit onder water, want er is koraal. Grote plakken met koraal staan in de stroming te wuiven waar verschillende vissen die langszwemmen. Ik ben erg onder de indruk en zo dichtbij allemaal.

We eten in de kuip en de havenmeester komt de penningen ophalen van het gebruik van de boei. Hij vraagt 15 Euro en ik zeg hem dat ik zoveel geld niet eens bij me heb. Hij antwoord: Kijk maar wat je wel hebt. Ik haal mijn laatste 10 US dollar uit mijn zak en geef hem die. Hij is akkoord en ik voel me toch genept.


Souffriere staat bekend om zijn zwavelbronnen en de Diamant tuinen, de prachtige omgeving van de bergen met palmen. De kustlijn is er prachtig met zijn grotten en begroeiing langs de steile wanden van de bergen die in de zee staan. Wel wordt er gewaarschuwd voor diefstal en voor mensen die allerlei diensten aan bieden zoals het vuil ophalen. Deze kleine van “Gansenwinkeltjes’ nemen het geld aan en gooien het vuil gewoon op het strand of in de bossen. 

Taxi-chauffeurs blijven vervelende mensen


Donderdag, 13 maart 2014.


Rodney Bay

 

Om de buurt verder te verkennen gaan we rechts. We volgen de weg en komen in een toeristisch centrum met veel restaurantjes en barretjes aan de waterkant. Op een Resort lopen we naar binnen, maar moeten, na bijna verdwaald te zijn, tussen de appartementen en de gesloten poorten en deuren terug door de ingang, naar buiten. We wandelen door het dorp en net er buiten, vinden we een Homemade (in Sante Lucia) Italian Icebar, een heerlijke frisse ijsco. De uitgezochte smaken bevallen ons en gaan wat verder op, een kop koffie drinken. We lopen terug en halen bij de supermarkt een lunch die we aan boord opeten.


Na het eten gaan we naar het parkeerterrein waar ik om een taxi vraag. Er komt een man op ons af en die begint meteen een taxichauffeur te bellen. Op hetzelfde moment zie ik een blauwe taxi het terrein op rijden en zeg hem dat ik een andere taxi neem. Hij begint druk te gebaren dat de taximan nu zo hier is maar ik zie weinig beweging. Ga maar vast zitten in de taxi zegt de man. Daar heb ik een kleine jeugdtrauma aan over omdat mijn ouders ook altijd tegen ons zegden dat we maar vast in de auto konden gaan zitten en dat nog heel lang duurde voordat ik mijn ouders zag komen om te vertrekken.

Met veel agressief gepraat neemt hij ons mee naar het strand en rekent 5 EC$ teveel. Ik trek mijn schouders op en we gaan heerlijk zwemmen.


St Lucia, is een eiland samen met St Vincent heel lang zelfstandig is kunnen blijven van de Europianen. De eilanden zijn door Columbus ontdekt in 1502 maar pas door de engelse veroverd op de Cariben in 1639. Na de overwinning op de Cariben zijn er verschillende oorlogen gevoerd tussen de Fransen en Engelsen, 14 keer gewisseld van nationaliteit. Na 1814 is het definitief Engels geworden en de zelfstandigheid van Sante Lucia is in 1979 uitgeroepen. Door de periode van de slavernij zijn er veel Afrikanen op het eiland zodat het overwegend een zwarte bevolking heeft. De belangrijkste producten van eiland zijn: cacao, kokosnoten groenten en toerisme.


Wij zitten in het centrum van toerisme in de grote jachthaven met appartementen en winkels. Net buiten het toerisme gebied is het er erg arm en lopen er veel mensen op straat, werkloosheid is meer dan 40 % van de bevolking.

Boatboy imponeert vriendin.

strandleven
strandleven


Sante Lucia.

 

Woensdag, 12 maart 2014

 

We lopen zwoegend de berg op waar een Engels Fort zonodig nog wat historische waarde heeft achter gelaten. Aan de bovenkant van de trap kom ik hijgend de beschermende muren binnen en zie een blonde vrouw op een Engelse kaart lezen. Ik bedoel hier helemaal niets mee, met dat blond, maar het was wel Saskia die met zonnebril op de kaart leest en over de oceaan kijkt. Hé Saskia, wat doe jij hier? Uit blijdschap van de onverwachte ontmoeting kussen we elkaar goedendag en kijken elkaar verrast aan. Dit is wel heel toevallig. Karen komt erbij en Reinhard zit in een hoek van de fortificatie de boel aan te zien. Er zijn genoeg verhalen te vertellen.


Vanochtend is in de kuip alles nat geregend en hebben vannacht de luiken een paar keer geopend en gesloten. Als het regent probeer je de regen tegen te houden en als het niet regent probeer je de warmte eruit te laten door de ramen open te doen. Door deze buien hebben we een onrustige nacht en bij het ontbijt zijn we niet helemaal fit. We lopen naar de autoverhuur maar hier blijken alle auto’s verhuurt te zijn. We lopen maar aan om toch  wat van het eiland te zien en kiezen links de poort uit. Bij een andere autoverhuur vragen we naar een auto, die is beschikbaar maar voor 4 keer de prijs van een huurbak van de haven. Dit doen we niet, maar moeten nu wel verder met de benenwagen.


Ik zeg  na de bebouwing dat het nu wel ophoudt maar we zien wat verderop een auto een pad inslaan en dit zou de weg kunnen zijn naar het fort. Wat blijkt: het is de weg naar een groot resort en een prachtig strand en het fort. De entree voor de tuin met fort en strand kost 4 Euro de man. Even later lopen we op de verschillende paden van de voormalige kazerne van de Engelsen. Er wordt druk gerestaureerd zodat er veel bouwmaterialen her en der verspreid liggen. De bouwvakkers zijn waarschijnlijk in een lange pauze want ze zijn druk met de discussies, hoe ze het aan gaan pakken. Wij genieten van de verschillende mooie uitzichten. Boven zie we Saskia over de oceaan turen.

 

Na de babbel met Saskia gaan we naar het strand waar een strandbar is en ontmoeten daar natuurlijk Saskia en Reinhard weer. Ik heb een wat uitgebreiderere babbel met Reinhard. Saskia gaat morgen naar een ander schip en Reinhard zal wel zien of hij gezelschap vindt. Het gaat hier allemaal zo gemakkelijk met de vrijheid blijheid dat ik er verwonderd bij kijk.


Buiten het park nemen we een taxi en rijden terug naar de haven. In de haven drinken we een borrel en pikken een signaal internet op waarna we aan boord gaan. De gasfles wordt ons per golfkar terugbezorgd en zien ineens Saskia aan boord die nog wat uitgeleende boeken(geleend in Mindelo) terug komt brengen. Zij vertelt ons dat er nog een grote Mallt aan de andere kant van de haven is. We slaan de uitnodiging van meevaren af en gaan terug naar het Waterfront van de haven, om samen Japanse Sashimi van tonijn en zalm te eten. Tevreden met de verschillende smaken en de verscheidene verhalen van vandaag, vallen we in bed waar we de “boatboy” van het schip naast ons mooi weer zien maken en houden bij een dame die nog nooit aan boord was maar zeer onder de indruk van de boatboy. We horen haar vragen: “is this your boat?” We horen hem wat mompelen maar even later horen we de kirrende geluiden dat ze zich wel erg snel scheeps voelt.

Zeil Cruiseschip met 4 masten

Kokosnoten zijn duur
Kokosnoten zijn duur


Dinsdag, 11 maart 2014

 

Le Marin – Saint Lucia.

 

Het heeft vannacht hard geregend maar in de ochtend is de hemel weer stralend blauw. We staan bijtijds op en bereiden het vertrek voor naar het volgende eiland in de Caribische wereld. Het plan is eerst naar het zuiden te varen om later de steven te wenden naar het Noorden. Einddoel van de eilandenreeks wordt Sint Maarten.


Alles aan boord zeevast maken, roer van de windvaan monteren en geven de vrieskast een extra koudegolf. Op het terras checken we de onveranderde status van de ankerlier motor en betalen de jachthaven. De douane formaliteiten moeten we zelf uitvoeren op de computer van de haven.


Het is stralend weer en de wind is bijna weg zodat het een erg ontspannen zeiltochtje beloofd te worden. Het schip legt zich op één oor en Karen wordt er slaperig van zodat ook zij op één oor komt te liggen. Ik lees wat en geniet van de wondere wereld om me heen. Varen tussen twee grote eilanden geeft je het gevoel dat je op het IJsselmeer aan het varen bent, maar we zijn toch echt op de Oceaan.

Vlak bij Saint Lucia valt de wind weg en varen op de motor de baai binnen waar verschillende grote jachten voor anker liggen. Eén Zeil-Cruiseschip met 4 masten ligt er midden in de vaargeul en de gasten worden met kleine tenders naar de bezienswaardigheden getransporteerd. De zeilen worden automatisch met lieren in en uit gerold.

 

De haven van Rodney Bay is groot en ik waan me in Florida. De opzet van de steigers met een “Waterfront” met verschillende restaurantjes en winkels. In de haven varen bonte bootjes als winkeltjes op het water, veel fruit, vis en diensten aanbieden zoals ‘Polishing your boat’. In de Marina gaan we  snel inklaren om voor 1600 uur binnen te zijn, de zogenaamde ambtenaren tijd. Het is hier efficiënt georganiseerd, de eerste tafel krijg je een formulier dat je zelf moet invullen en de gegevens worden gecontroleerd met een vinkje opdat ze correct zijn, de tweede tafel controleert je paspoort en krijg je een stempel in je document, aan de derde tafel moet je betalen en krijg je een stempel op een formulier. Je bent binnen op Saint Lucia.


In het havenkantoor geven we bij de receptie op, dat we 3 dagen blijven. Afrekenen hoeft niet dat kan over drie dagen. Het eerste biertje na al de bureaucratie en de tropische omgeving smaakt best. Morgen op ontdekking in het nu al zo andere eiland dan Martinique.

Je ne sais pas

op en neer geflipperd en met niets uit de strijd.
op en neer geflipperd en met niets uit de strijd.


Maandag, 10 maart 2013


Le Marin

 

Karen gaat douchen en probeert contact te maken met het thuisfront. Ik spring in de kuipkist om de stuurautomaat terug in te bouwen. Met het proefdraaien in de box tussen de lijnen, lijkt het allemaal goed te werken zodat ik tevreden op zoek ga naar Karen.

 

De auto is gehuurd tot vanavond zodat we vervoer hebben om twee dingen kunnen regelen. Het gas en de motor van de lier.

Bij het internet punt van het ontbijtcafé stuur ik een email naar Flora van Lighthouse in de USA. Zij slaapt nog, maar reken uit dat het service center van UPS in Miami wel open is. We bellen naar het opgegeven nummer en worden geconfronteerd met een menu dat onontwarbaar is. Als buitenlander wordt naar je ZIP-code gevraagd. Hebben we niet en je komt niet voorbij de pagina en we hebben niet voor niets een trackingcode met een internationaal karakter. We zoeken de ZIP-code van Miami op en voeren dat maar in. Dan kom je in een menu met spraakherkenning en al bij de woorden Good Morning wordt er gemeld dat de spraakherkenning onze stem niet herkend. Je kunt weer beginnen bij het begin.

Eindelijk hebben we de laatste stap bereikt en dan blijkt dat we op de site komen waar we telefoons kunnen kopen. Dit is een ramp en ben zo boos dat ik het klachtenformulier van UPS open om een klacht te schrijven. Ook dit lukt niet omdat je moet kiezen tussen een viertal keuzes die aangegeven staan. Als je er maar één probeert dan zegt de computer met je trackingnummer dat de klacht niet overeen komt met de aangegeven klacht. UPS is ondoordringbaar en ik weet zeker dat ze nooit een klacht hebben. Ik weet wel dat wij zonder motor zitten.

 

Later op de dag spreek ik Flora en deze belt naar haar UPS-contact en vertelt ons dat het pakket op Martinique is en dat we het pakket bij een UPS punt kunnen ophalen. UPS op het vliegveld heeft niets ontvangen en we worden doorgestuurd naar het postkantoor in Fort de France.

Karen krijgt er bijna slaande ruzie want de man weet niets beter te antwoorden dat hij het niet weet. Meneer “je ne sais pas” draait zich tijdens het gesprek om en gaat andere klanten helpen. Karen wordt nog kwader en veroorzaakt een hele wachtzaal met zuchtende wachtende mensen die het boze gesprek afwachten, iedereen weet dat het tot niets zal leiden. Het is niet alleen UPS maar ook het postkantoor met deze manier van werken. Waar is de tijd gebleven dat je postpakketje met aandacht zelfs via trekschuit tot aan huis bezorgd werd. Uiteindelijk is de conclusie dat het pakket bij de douane ligt en we moeten gewoon blijven wachten. Dag 11 van wachten, dag 11 is gekkenwerk.

 

De gasfles is een hele toer en we hebben verschillende gasvul-stations op het eiland bezocht, maar niemand mag onze gasflessen vullen vanwege de verzekering. We rijden met de gasfles naar het vliegveld waar we op het vliegveld de auto inleveren. De taxichauffeur praat gezellig honderduit en bij het afrekenen krijgen wij meteen een korting omdat we zo gezellig met hem gepraat hebben, hij was toch echt de enige die aan het woord was. Met een glimlach en verschillende wetenswaardigheden van het eiland rijker lopen we naar de haven waar we besluiten om morgen te vertrekken naar het volgende eiland.

Het koken doen we nog maar weer eens op het éénpittertje.

Gesloten.

Gauguin op Martinique
Gauguin op Martinique


Zondag, 9 maart 2014.

 

Le marin

 

De schilderijen van de mooie Indiaanse meisjes en het donkere groen van Gauguin, blijken van dit eiland te zijn. Altijd gedacht dat het van de Fiji was. Gauguin is 7 maanden op het eiland geweest en heeft hier een bijzondere stijl ontwikkeld. Er blijken nog een tiental schilderijen van hem in een speciaal voor hem opgedragen museum te zijn. We zoeken op het internet het adres en de openingstijden, maar bij aankomst blijkt dat het museum een nieuw gebouw krijgt. Niemand die het in zijn hoofd haalt om op het internet aan te kondigen dat het tijdelijk gesloten is, zelfs bij de entree van het complex heb je het idee dat je meneer Gauguin te zien krijgt totdat één of andere verstofte conservator je aankijkt, en zegt: U ziet toch dat we niet open zijn, wij verwachten volgende maand weer te openen. Graag tot dan. We kijken elkaar aan en gaan maar van het terrein af zonder de cultuurinjectie.

 

Saint Pierre is de stad die tijdens de vulkaan uitbarsting is weg gevaagd en zien de restanten van verbrande ruines. Het geeft een sinister gezicht en het wordt nog vreemder omdat de nieuwe bebouwing die ook al 80 jaar oud is, verwaarloosd is en slooprijp is. De ramp wordt op deze manier opgelost door de verwaarlozing van de nieuwbouw. Op het strand met het zwarte zand eten we de lunch en nemen een heerlijke duik in het schone zeewater.

We hebben de snorkels bij ons en zien geel gestreepte en lichtgevende blauwe vissen tussen de stenen.

 

Op de terugrit maken we nog een ommetje zodat we het idee krijgen dat we Martinique nu wel kennen. Aan boord ga ik aan de slag om te koken en constateer dat de gasfles leeg is. Deze fles heeft gelekt want hij is wel erg snel leeg. Het runder ribstuk moet ik nu stoven op een elektrisch plaatje. De snelkookpan brengt er snelheid in en gaan morgen maar eens op zoek naar gas.

Koffers terecht.

Zo ging het vroeger.
Zo ging het vroeger.


Le Marin Martinique, 08-03-2014

 

Tijdens het tandenpoetsen gaat de telefoon en negeer de oproep. Ik heb een hekel gekregen aan het dringende karakter van een oproep zodat ik denk: Die bel ik zo meteen wel. Het tandenpoetsen wordt gevolgd door ontbijt en koffie. Ik neem de telefoon en zie dat er een nummer ons gebeld heeft van Martinique. Karen met haar tweetaligheid belt naar het nummer maar er wordt niet opgenomen.

De koffers zouden er rond 11.00 uur afgegeven worden zodat we rond 10 uur naar de havenmeester lopen om te melden dat er koffers aan kunnen komen. De koffers zijn al naar de havenmeester gebracht maar omdat de telefoon niet opgenomen werd, zijn ze weer terug naar het vliegveld. We bellen naar de service desk van Cariben Air. Deze zeggen dat ze bij de havenmeester geen Queen B kennen en daarom hebben ze de koffers terug genomen. Om een oplossing te brengen in deze flipperkast gaan we ze zelf ophalen. Met de auto naar het vliegveld en de twee koffers staan braaf op Karen te wachten die ze uit de terminal rolt om veilig in de auto te laden. Opgelost met de nodige ergernis.


Onderweg halen we uitgebreid boodschappen voor de komende dagen bij een gigantisch U-Hyper. Er is alles maar schrik een beetje van de prijzen want het is er duur. De mensen moeten hier wel veel verdienen om de dagelijkse kost te kunnen betalen. We rijden zo snel mogelijk naar de boot om de diepvries spullen koud te houden. We zijn klaar voor vertrek.

In het internetcafé controleren we de voortgang van het afleveren van de ankerliermotor. Op 3 maart hebben we al een melding gekregen dat ze in proces is in het distributiecentrum van Miami, maar zien geen voortgang in het geheel. We kunnen op zaterdag niets anders doen dan wachten en gaan voor een snorkelduik in het heerlijke heldere water van de zee. Palmen, witte stranden, prachtige kleuren onderwater met de nog mooiere vissen geven ons echt het gevoel van het “zijn” op de Cariben

 

Op het strand is een visser met harpoen, de vissen met een handschoen, aan het schoonmaken. Er blijken beduchte stekels aan de visjes te zitten. Wij vissen een stuk kip uit de koelkast voor het avondeten. De kip gaat zonder handschoen in de pot en zitten lekker na te keuvelen buiten in de kuip totdat we door een echte malse bui naar bed worden gestuurd.

Alles uitladen.

koffers op een hoop.
koffers op een hoop.

 

 

Lamentin, Martinique 07-03-2014

 

We staan aan de bagageband en zien alle tassen en koffers van onze medepassagiers voorbij komen. De band wordt leger en leger maar onze koffers zijn er niet bij. Het is moeilijk je beste humeur te bewaren na zulk een lange dag.

Vanochtend bijna te laat op het vliegveld vanwege een file met stilstaand verkeer op de Périferique in Parijs. Gisteren zijn we met de auto naar Orly gereden om niet verrast te worden in het verkeer maar dit blijkt op deze manier niet helemaal te werken.


Uiteindelijk krap op tijd in het vliegtuig. Een hoop gebonk in het laadruim verraadt extra aktiviteit. Ik zeg als grap tegen Karen dat ze nu alles weer uit het vliegtuig laden. Wat blijkt, het is waar, alle koffers gaan uit het ruim, om de 4 koffers eruit te halen van de mensen die zich niet hebben gemeld bij het instappen van het vliegtuig. We zitten een uur te zuchten voordat we kunnen opstijgen. Ik troost me met de gedachte dat het vliegtuig nu wel wat sneller is want het scheelt 4 keer het gewicht van een persoon en de bagage, toch komen we een uur te laat aan op Point a Pitre op Antigua. Direct uit het vliegtuig worden we dringend door een begeleider opgepikt en naar de gate gebracht voor het vertrek naar Martinique. Achteraf blijken we tijd genoeg te hebben en moeten nu zonder het gemak van even door de winkeltjes te lopen, op een houten stoeltje zitten wachten op het propellorvliegtuig. Deze reis gaat prima maar de koffers zijn niet met dit vliegtuig mee.

 

Karen regelt een bewijs van vermissing en organiseert dat de koffers in de haven afgeleverd worden. We lopen naar buiten en worden geconfronteerd met een taxiprijs van € 80,00. Dat gaan we niet doen en huren een auto om ons zelf naar de boot te brengen. De huur van een auto is goedkoper dan een taxirit. Moe, zonder koffers, komen we aan boord, waar alles er prima bij ligt. De volgende etappe is begonnen.

Kalashnikov op mijn schouder


Maandag, 10 februari 2014.

 

Martinique – Nederland.

 

Trots geeft Jacques mijn stuurautomaat terug. Het is net een Kalashnikov zegt hij, en inderdaad de contour van de automaat is van een wapen. Hij werkt maar ik weet niet of het de werkelijke oorzaak is van het niet functioneren. Hij was goed ontlucht maar heb geen kapotte keringen gezien. De nieuwe pakkingen zitten erin en ik hoor het wel als hij niet goed functioneert. Ik loop uit de winkel en leg de Kalashnikov op mijn schouder. Ik zie inderdaad een jongen van ongeveer 20 jaar even schrikken als ik om het hoekje van het gebouw kom.

 

Karen zit uitgebreid in een koffiebar met het thuisfront te Viber(en) en zal blij zijn als ze naar huis kan om dingen te regelen. We drinken een kop koffie en gaan naar de boot om de verdere voorbereidingen af te ronden. Gisteravond heb ik het dek schoon gemaakt en de overbodige spullen van dek gehaald en binnen gelegd, nu ruimen we de kajuit op. De koelkast ontdooien en schoonmaken. We hebben gelukkig maar een heel klein zakje met bevroren groenten over en moeten deze helaas dumpen in de groenbak.


We vragen de Franse buurman of hij een oogje in het zeil wil houden en deze vraagt aan zijn vrouw of dat het goed is, dat hij dat doet. Ik durf niet eens te knipperen met mijn ogen maar vraag later wel aan Karen of dat normaal is in Frankrijk, om daarvoor toestemming aan je vrouw te vragen. Karen kan daar wel inkomen als je de verantwoordelijkheid voor zulk een vraag serieus neemt. Daar zit ook wel wat in. We hebben de koffers op de steiger staan en willen net vertrekken als onze Franse oppasser roept dat er nog een raampje openstaat. Het werkt wel, ik loop terug en sluit het luik. Met de nodige excuses en bedankjes zwaaien we de buren goedendag.

 

We hebben ons voorgenomen om naar het strand te gaan voor een laatste duik in de baai. We parkeren de auto en lopen naar het strand. Ik kleed me uit en het begint ineens hard te gieten. Ik leg de kleren onder de beschutting van een boom en spring in het heerlijk warme water. Gelukkig is de regen snel voorbij en komt de zon weer door. We blijven extra lang in het water omdat het in zee iets koeler is dan erbuiten en je transpireert niet. Na het verfrissende bad lopen we naar een strandtent voor een kop koffie en hebben voor ons een familie zitten, die het eten met het kind aan het delen zijn. Ze waarschuwen ons voor de slechte bediening want ze hebben twee uur zitten wachten op de maaltijd. De vrouw is behoorlijk kwaad. Dat is pas goede reclame en Karen gaat koffie halen en is snel terug met twee bakkies. Inderdaad zien we niemand de tafels afruimen of om bestellingen op te nemen. Het is alsof er een bom gevallen is, op verschillende tafels, maar het zal er wel bij horen, welkom in de Cariben.

 

We rijden met wat omwegen naar het vliegveld waar we veel te vroeg zijn maar ons programma is voorbij. We checken in, nemen een gemakkelijke stoel en wachten gelaten de procedures voor het vliegen af. Het is een erg goedkope vlucht met een nadeel, we komen aan op Orly en dat is ten zuiden van Parijs. Dirk heeft zich geofferd om ons morgen op te halen.

 

Nelson gefopt.

Slavenmonument
Slavenmonument


Zondag, 9 februari 2014.

 

Martinique

 

Een massief fort controleert de baai en de stad Fort de France. Het is een wat grauwe stad en het doet allemaal erg Frans aan. De kerk zit vol met gelovigen en we krijgen niet de tijd om het gebouw goed te bekijken. We lopen nog wat rond en zien bij de steiger dat een Vader, haar dochtertje aanmoedigt om boven water te blijven. Het meisje is in paniek en ze kan met uiterste inspanning aan de kant komen. Ik sta klaar om in het water te springen want kan het maar moeilijk aanzien. Wat een rare vaders tegenwoordig, gelukkig loopt het goed af. Het meisje staat half kokhalzend op de kade en staat na te trillen, van het voor haar, warme gevaarlijke water.

Na Fort de France rijden we naar de geboorteplaats van Josephine. Het is een mondaine plaats waar we een lunch eten verstoord door een malse regenbui. We eten dan ook onder het dak van het restaurant zonder muren.

 

Napoleon kon het maar slecht hebben dat Martinique door de Engelse bezet werd. Martinique was de geboorteplaats van Josephientje, zijn zelf gekroonde keizerinneke. Napoleon ergerde zich aan het gedrag van zijn admiraal de Villeneuve dat hij de strijd met de Engelsen op zee niet aan wilde en vond de Villeneuve maar een slappeling. De Villeneuve moest het opnemen tegen Nelson die een veel grotere vloot had. De Villeneuve besloot tot een list en maakte algemeen bekend dat hij naar Tobago zou zeilen, echter hij sloeg ergens ineens rechtsaf en voer naar Martinique. Nelson zette de achtervolging in maar vond de Villeneuve niet op Tobago. Martinique werd in alle rust bevrijd van de Engelsen. Bij terugkomst was Napoleon wel blij, dat het geboorteland van Josephine, weer Frans was maar was ontstemd dat de Villeneuve de strijd met Nelson ontliep. De arme admiraal werd gesommeerd naar Brest te varen maar daar had hij geen zin in en zette koers naar Cadiz. Vanuit het Spaanse gebied wierp de Villeneuve zich in een soort zelfmoord actie tegen Nelson. De Villeneuve overleefde de slag en Nelson vond de dood. De Villeneuve verloor later de slag bij Trafalgar met immense verliezen. Het verhaal hierboven is iets te gewild geschreven maar in grote lijnen klopt het. Het is in werkelijkheid veel spannender en is na te lezen op internet.

 

We treffen in een vissershaventje een jachtje dat onder water ligt. De mast steekt recht uit het water en het vormt een sinister beeld. Karen vraagt aan een visser wat er gebeurd is, en verteld dat het jachtje met veel wind heeft geprobeerd deze baai binnen te varen maar op de ondiepte is gevaren. De boot is lek geslagen maar omdat de eigenaar overstuur is en het schip meteen heeft verlaten is het gezonken. Dit was achteraf niet nodig geweest omdat het lek niet zo groot was. Alle zeilen zijn van de mast gestript en de zee heeft vrijspel over het dek.

 

Bij de baai van Marin komen we een monument tegen van grote witte geketende poppen. Het blijkt dat ook de Fransen een schip met slaven hebben dat gestrand is en dat veel slachtoffers heeft opgeëist. Het schip is twee jaar onderweg geweest en er zijn vele ziektes uitgebroken bij scheepsvolk zodat het schip onbestuurbaar raakte tijdens een storm en hier op de kust kapot is geslagen. Meer dan 200 slaven vinden de dood en er zijn maar enkele overlevenden. Het verdronken scheepsvolk wordt begraven op het kerkhof, de slaven krijgen een graf op het strand.

 

We nemen een duik in het water en spoelen alle geschiedenissen, met het zout van de zee, van het lijf.

Ter dood veroordeelde, als enige overleefd.

Vergelijkbaar met Pompeji
Vergelijkbaar met Pompeji


Zaterdag, 8 februari 2014.


Martinique

 

We maken de laatste formulieren in orde bij de havenmeester. Vooruit betalen en weten nu dat alles akkoord is. Vervolgens naar het autoverhuurbedrijf. We krijgen een Kia die aan alle kanten beschadigd is en krijg de zenuwen van de man omdat hij wel erg zuinig is met aantekeningen van de schade, op het formulier. Bij het ondertekenen druk ik er duidelijk nog een aantal punten her en der bij. Karen fotografeert de botswagen zodat we bewijsmateriaal hebben, bij discussies later.

De auto is technisch in orde en we rijden met het pittige bakkie, richting zuiden van het eiland.


Wat een mooi groen begroeid landschap met prachtige witte stranden. De kokospalmen tot aan de vloedlijn van de oceaan. We zien veel strandgasten die zich in het heerlijke warme water proberen te verkoelen van de drukkende warmte. De laatste dagen valt er onverwacht veel regen en we horen de lokalen klagen dat het weer niet zo is als de voorgaande jaren.


Toen Columbus in 1502 op dit eiland aan land ging, dat werd bevolkt door Matinini of Madnina indianen, noemde Columbus het Martinique. Het eiland werd door Frankrijk in 1635 bezet en officieel geannexeerd door de koning van Frankrijk in 1674. Frankrijk en Groot Brittannië vochten op en om het eiland tot 1815. Een belangrijke datum in de geschiedenis van Martinique is 22 mei 1848, toen de slavernij werd afgeschaft. In 1946 werd Martinique een departement van Frankrijk en in 1974 een regio van Frankrijk.

Historische plekken op het eiland zijn La Pagerie, waar keizerin Josephine de Beauharnais werd geboren in 1763. De Diamant, een 180 meter hoge berg als een pukkel in zee dat bezet werd door de Britten in 1804 en voor 18 maanden door hen werd vastgehouden. St Pierre op 8 mei 1902 door de uitbarsting van de vulkaan Pelee werd verzwolgen. Deze uitbarsting roeide in enkele minuten de 30.000 bewoners uit. Met maar één overlevende, een ter dood veroordeelde gevangene die beschermd werd door de stevige kerkers van de gevangenis. Het moet niet veel gekker worden in de wereld. Na de vernietiging van St Pierre werd Fort de France de hoofdstad.


Martinique ligt voor de Zuid-Amerikaanse kust en hoort bij de bovenwindse eilanden.

Dicht bij het eiland Martinique heb je de eilanden Guadeloupe(Frans), en St Lucia(Engels).

 

We nemen de route tegen de klok in en komen eerst bij Sainte Anne. Hier zijn kilometers lange prachtige witte stranden met bomen tot aan de vloedlijn. De weg ernaar toe is vreselijk en ik moet al mijn aandacht houden om niet van de ene kuil in de andere te rijden. Uiteindelijk loopt de weg dood en moeten we terug langs alle kuilen. Een zucht van verlichting als je het harde bereikt en de weg kan vervolgen.

Cap Ferré,Le Vauchin, Le Francois en La Trinité. Prachtige uitzichten over de oceaan met een rif onderbroken. Ik vraag me met enige zorg af hoe al die zeilboten veilig aangekomen zijn zonder een rif te raken. De vissersdorpen met verkoop van vis aan zee. Er staan borden dat importvis hier niet verkocht mag worden. Handelsbelemmeringen door de Fransen?


In Saint Marie eten we een lunch in een restaurant met uitzicht op zee, echter het plastic dat de wind tegen moet houden, maakt het uitzicht wel erg troebel. Ik eet er zeeslak in plakken gesneden. Het huis van de slak is dan ook een zeeschelp zo groot als een meloen.

We rijden door bossen en langs de hoogste berg van Martinique langs Fort de France richting haven. Op een mooi strand nemen we een duik en blijven even. Bij een supermarkt de dagelijkse boodschappen is het de kunst om zo weinig mogelijk te kopen omdat de koelkast en de vriezer leeg gegeten moet worden. Dat is een aanslag op je koop en eet discipline.

Oceanograaf in de mast

Gestrand op de steiger
Gestrand op de steiger


Vrijdag, 7 februari 2014.

 

Pierre is de jonge vent die bij Jacques werkt en is afgestudeerd Oceanograaf. Hij is met een klein zeilbootje zijn studiemateriaal over gevaren en hier op Martinique terecht gekomen. Om aan de kost te komen is hij een aantal maanden bij Jacques gaan werken en zit nu bij ons in de mast om de windvaan te controleren. Er blijkt een zwak punt bij de windmeter van Raymarine te zijn en dat is het kabeltje met twee stekkertjes in de arm van de windmolen. We zien hem van onder op zijn gemak daar boven klungelen en neemt er de tijd voor en weet de boel aan de praat te krijgen. Eenmaal beneden drinken we koffie en hij doet zijn verhaal, Pierre weet gelukkig goed raad met de koekjes en is een gezellige prater.

 

Vanochtend in de winkel bleek de stuurautomaat niet klaar te zijn omdat de bankschroef afgebroken is. Jacques laat het ons zien, dat het geen smoes is en we zien ook de automaat in dertig stukken uiteen liggen. Ik griezel een beetje bij de wanorde maar moet me overgeven aan de Franse slag. Wel stuurt hij Pierre meteen naar ons om de windvaan te repareren.


We lopen bij het autoverhuurbedrijf binnen voor een auto, maar is pas vanavond beschikbaar. We maken een afspraak voor morgen en betalen vooruit, het is hier wel een stuk duurder dan in Suriname en Rishjie was een stuk vriendelijker. We lopen naar het strand en bezoeken de lokale supermarkt. De dame achter de kassa herkent ons al en geeft ons een gulle lach. Wij komen voor haar heerlijke niet te dure Bordeaux waar nog maar één fles in het vak staat. De supermarkt heeft niet zoveel spullen zodat de waren die ze heeft, zeer breed uitgestald staan. Een fles Bordeaux, een Camenbert en een worstje meenemen, laat een geplunderde winkel achter.

 

Karen loopt naar de havenmeester en komt terug met goed bericht. We hebben plaats voor de komende weken en Guy zal vanaf 1200 uur “apres midi” bij ons komen om een plek te wijzen. Nu heb ik als Hollander een beetje moeite met Namiddag. Voor mij is dat op het einde van de middag voor de Belgen en de Fransen is dat net na de middag. Hoe dan ook de praktijk is dat de apres midi ook een uitlopend begrip is want het wordt al snel de Hollandse namiddag en nog is er niemand geweest. Ik ga eens verhaal halen en het blijkt dat ze ons vergeten zijn. Guy komt zo. Ik loop terug en wacht, maar kan me niet meer inhouden om 1730. De juffrouw van de balie ziet me, schrikt en doet een oproep naar Guy dat hij ons vergeten is. Guy antwoordt dat hij ons  niet vergeten is maar even wacht op de bui die nu aan het overtrekken is. Ik loop terug naar de boot tussen de druppels door en Karen die het gesprek met marifoon gehoord heeft kan het niet laten om te grijnzen. Tien minuten later komt een bootje met een donkere man met rieten puntmuts aanvaren die ons begeleidt naar de nieuwe ligplaats. Guy staat op de steiger om het lijntje aan te nemen, met een allervriendelijkste glimlach Wij zijn gezekerd van een ligplaats, totdat een paar uur later een man op de steiger staat die ons zegt dat de ligplaats door ons per vandaag verlaten had moeten zijn. Karen begint de discussie dat we zojuist zijn aangekomen, de man gelooft er niets van en doet een oproep naar de Marina. Het is allemaal niet duidelijk maar hij sloft wel de steiger af zonder ons definitief weg te sturen. Dit is een echt Frans gekkenhuis.


In de avond zien we uit een totaal vervallen houten schip, beschermd met veel plastic en dekzeil, een magere, dunne, oude man kruipen. Hij heeft een witte broek, een wit hemd, witte haren en een witte snor. Ik hoor hem later zeer geaffecteerd Frans spreken, een heer!  Gestrand op de steiger, gestrand op zijn jaren, ik moet er meer van weten.

 

roze poetsvrouw


Donderdag 6 februari 2014.

 

Marin


Gino, de elektricien komt met zijn rubberboot aanvaren en laat hem het probleem van de vaste ankermotor zien. Hij demonteert de ankermotor en haalt deze in stukken van de as. De motor blijkt Total loss te zijn. Er is weer zeewater ingekomen en dat heeft de motor tijdens het draaien verbrand. We spreken af dat ik in Amerika een nieuwe bestel.


Karen gaat nog eens naar het havenkantoor en krijgt nog nul op request, wij gaan naar de dealer voor de stuurautomaat en hij blijkt deze nog niet klaar te hebben. De klokken zijn wel klaar en krijgen die mee. Ik heb het idee dat de reparatielijst alleen maar groter is geworden. De klok blijkt het aan boord weer te doen zodat het probleem niet in de klok zit maar in de wind indicator(het molentje bovenop de mast). We drinken koffie bij een koffietent met internet, Karen doet de was en ik bel een stevige ronde naar het thuisfront.


Het komen en gaan van de catamarans, de vreemde bootjesmensen, de dagjesmensen die voor één dag een gevoel hebben de oceaan bezeild te hebben, lopen over de steigers naast ons. De poetsvrouw in de roze broek met roze hemd en roze hoofddoek draagt roze wc-papier aan boord van een huurbak. Ik kan me inwendig moeilijk heel houden. Een foto waard.

 

Zuchtende Jacques

martinique met zijn stranden
martinique met zijn stranden


Woensdag, 5 februari 2014.


Marin. Martinique

 

Een heerlijk gebruik is vers brood, bij het ontbijt. We zijn niet voor niets in Frankrijk zodat ik een baguette koop bij de bakker in de straat van de jachthaven. We hebben een regeldag omdat we van hieruit tussentijds naar huis willen. Ik moet naar China en heb een paar zakelijke dingen af te werken. Rond negen uur staat de man van de elektra voor het schip en ik laat hem de schakeling van het anker zien. Hij constateert weinig startspanning aan de kabels bij de schakelkast en genoeg startspanning bij de huisbank batterijen. Met een snelstart accu constateert hij ook dat de motor van de ankerlier een flink probleem heeft. Hij heeft er vandaag niet alle tijd voor maar komt morgen terug.


Wij brengen de klokken van de windmeter en snelheidsmeter naar de Raymarine service en reparatie dealer. Een jonge vent staat ons te woord en belooft ons dat de klokken vanmiddag om 1700 klaar zijn. Ik leg hem het probleem driver van de stuurautomaat voor en hij zegt dat het voor hen geen probleem is om de pakkingen te vervangen met de reservepakkingset die wij hebben. Dat is mooi, maar we moeten hem wel snel leveren om de driver morgenvroeg klaar te hebben. Wat een service lijkt dit, we lopen terug naar de boot waar ik meteen de bakskist uitlaat en de driver demonteer van zijn steunen en het roer.


We komen terug bij de winkel en nu zit Jacques achter het bureau. Ik zie hem kijken en langzaam zuchten. Hij heeft dit een keer eerder aan de hand gehad en toen was zijn hele werkplaats veranderd in een oliebad. De één dag geverfde muur was onder een uitstoot olie komen te zitten. Hij kan er niet meer omheen omdat we ook het reservesetje weten aan te leveren voor de revisie. Hij zegt normaal de smoes te gebruiken dat hij niet aan de reserveonderdelen kan komen maar nu wij de onderdelen aanleveren kan hij niet anders dan aan de slag te gaan. Wij lopen de winkel uit en gaan een borrel drinken bij New Mango. Karen gaat nog even terug naar de winkel om te informeren of er ergens anders nog een mogelijkheid is om de boot achter te laten voor een paar weken. Ze komt terug met een Belg die hier al dertig jaar in het Caribische gebied rondzwerft. Hij oppert om naar St Lucia te gaan want daar is ruimte genoeg in de haven. Een vliegtuig naar Europa moet je nemen vanaf Martinique, volgens de Belg met wollen petje.


We eten een lunch en gaan nog eens bij de havenmeester informeren voor een zekere ligplaats. Het is er allemaal erg druk en moeilijk. We moeten morgen terugkomen en wachten op het antwoord van de email. We maken een verkenningsrondje door het dorp en over het haventerrein. Het is een grote zeilhaven zoals ik al eerder heb gezien in verschillende Franse jachthavens. 80%, Van de vlaggen wapperen Frans. Karen en ik beginnen alvast aan het demonteren van de ankermotor. Deze zit muurvast en haal allerlei capriolen uit om hem los te maken. Het zoute water heeft weer eens zijn best gedaan en de metalen als het waren tegen elkaar gesmeed. We halen de ankerlier los en probeer met een lat en een keg de motor los te maken van zijn as. Het lukt niet zodat ik de WD40 als geheim wapen inzet om een nacht te laten rusten

Gebroken vinger.

laatste blik op Barbados
laatste blik op Barbados


Maandag,dinsdag 3/4 februari 2014.

 

Barbados - Martinique

 

 

De overtocht naar Martinique is 105 mijl. Het is verstandig om later in de middag te vertrekken om de volgende dag met licht aan te komen. Ik heb een probleem met wachten, de beste tijd om te vertrekken is 1600 uur maar ik heb mijn lijntjes om half drie al los en vaar aan. Ik reken uit dat als de gemiddelde snelheid ongeveer 5 mijl is, dat ik rond half twaalf op Martinique ben.


Vanochtend melden we ons met de papieren bij de immigratie en douane om uit te klaren. De mooie donkere vriendelijke dame zit als een koningin achter haar bureau. Met een gulle lach ontvangt ze ons om de papieren in orde te maken. Er staat een klein meisje achter haar stoel en vraag of het haar dochter is. Nu kan ik helemaal niet meer kapot bij haar want er komt een brede lach van oor tot oor en ze zegt: Het is mijn kleindochter. Om de paspoorten afgestempeld te krijgen moeten we naar de havenmeester om daar uitgeklaard te zijn met de rekening.


De blanke directeur zit recht gefixeerd naar zijn scherm te kijken en reageert op niets. De donkere bootsman vult een papier in en maakte een rekening waar geen touw aan vast te knopen is. Hij ziet aan de reactie van Karen dat hij verkeerd gaat met zijn calculator, Hij vraagt of stroom en water gebruikt hebben en ik antwoord ontkennend. Hij zegt ineens dan betaal alleen de havenbelasting maar. Ik betaal hem met mijn laatste Barbados dollars en loop fluitend naar buiten. Dat was een niet te duur nachtje, Bij de douane zit een man met grijze snor en stempelt een formulier voor vertrek en we kunnen gaan. Erg soepel allemaal en dat in tegenstelling tot de Cruising Almanac. De wachttijd tot het vertrek vullen we op met een duik in het zwembad en drinken een kop koffie in de club. Einde bezoek Barbados, we hebben er veel te weinig van gezien.


Op zee staat er een flink windje en moet meerzeil minderen dan ik in eerste instantie verwachtte. Ik draai er een extra rif in en de Queen B blijft een constante 6,5 tot 7 knopen varen. Het vaart uitstekend en voel me helemaal thuis op de oceaan. De koers is dwars op de wind en de golven. Soms spat er een golf uit elkaar en springt in de kuip die me tot twee keer helemaal nat weet te maken. Karen wordt van al dat geschommel en gegooi behoorlijk suf en gaat een paar uur naar bed. Ik blijf in de kuip de wacht houden en houd de windvaan in de gaten om voor de windschiftingen te corrigeren. Wat een uitvinding is die windvaan, hij zwaait je dag en nacht vriendelijk goedendag en onder al dat zwaaien weet hij je ook nog te sturen. Hoe harder het waait hoe meer plezier het rode monster heeft.


Het gaat allemaal veel te snel en ik ben bang dat ik bij het donker bij de aanloop van de Cul Sac de Marin aankom. Ik kan niets anders doen dan om het schip lekker door te laten lopen en kom bij de dageraad bij de aanloopton uit, Karen komt boven water en helpt me om de boeien te herkennen en binnen te varen. Het is een gigantische jachthaven met nog meer schoen voor anker dan in de haven. Bij het oproepen van de havenmeester hoor ik de paniek en de overspannenheid in zijn stem en het doet me denken aan de reacties van de havenmeester van Las Palmas. We mogen om 10 uur naar binnen. Het is nu 8 uur zodat we een ankerplek zoeken en gooi mijn anker niet te ver van de ingang van de jachthaven uit. Het anker krabt door het zand en moet opnieuw ankeren en merk nu dat mijn ankerlier niet werkt.

Ik trek de ketting met de hand op en breng met vereende kracht het anker over de boegrol. We ankeren opnieuw en denken vast te liggen.


We ontbijten en genieten na, van de mooie overtocht.

Het anker krabt weer en zet Karen achter het roer en ik haal het anker weer met spierkracht omhoog. Mijn neusgaten raken opgerekt van al trekken aan de ketting en anker op een andere plek. Nu ligt de Queen B vast als een huis. Een haf uur later roept de havenmeester ons op dat we naar binnen kunnen. Ik mag weer aan de ketting sjorren. Karen vaart langzaam op en ik trek de ketting op het dek. Laat over het anker heen varen om het uit te breken en trek de 25 kilo anker met ketting op. In de haven worden we opgevangen door de havenmeester die ons naar de plek wijst. Ik vaar achteruit de box in en ben bezig met het vastknopen van de lijnen als er een Dufour dwars op ons afkomt en de schipper, juist de verkeerde beslissingen neemt door de motor tegengesteld te gebruiken.


De man op het voordek staat zich duidelijk te ergeren maar kan niet anders dan met mij de schade te beperken door het schip af te houden. Met veel moeite en hulp van het havenpersoneel komt de Dufour op zijn plaats en ligt vast. Ik sta op het voordek om te zien of er nog hulp nodig is, als de voordekker ineens een schreeuw van pijn laat horen. Zijn vinger zit geknakt in het voorluik, ik verdenk de onhandige schipper ervan dat hij het luik dicht gooide. De man vergaat van de pijn en ik zie dikke druppels bloed tussen zijn vingers sijpelen. Ik sprint naar de verbanddoos en loop naar hem toe om te helpen. De kapitein en vriend van het slachtoffer, zie ik schaapachtig in de kuip staan. Ik probeer te helpen maar de man durft zijn vinger niet los te maken. Ik geef hem het verband aan wikkelt snel het verband om de vinger en hij wordt niet goed van de pijn. Hij gaat plat op de steiger liggen. Karen geeft hem een fles water om een beetje bij te komen. Ik bied hem aan om hem naar de dokter te brengen maar dat doet hij liever zelf. De nagel is compleet losgescheurd en over de vinger geklapt, later zal blijken dat de vinger ook gebroken is.

Nadat de voordekker weg is kan ik de Queen B vastleggen, sommige dingen gaan voor.


Bij de havenmeester melden we ons en moeten achter de computer inklaren. De stempel onder het formulier kost ons 5 Euro. We zijn ingeklaard in Frankrijk, de gastenvlaggen zijn Frans. We zijn hier in subtropisch Frankrijk.

In een bar eten we een veel te dure lunch en maken wat afspraken voor reparaties voor het schip. Het gaat allemaal heel snel, morgenochtend zal er iemand zijn voor de ankerlier en bij een ander bedrijf kunnen we morgen de windmeter brengen voor reparatie op dezelfde dag.

We koken het avondeten en gaan vroeg naar bed omdat het een lange nacht en dag was.

Ingezakte pudding


Zondag, 2 februari 2014.

 

Port St Charles.

 

Meteen na het wakker worden in zee springen, verfrissend na de benauwde nacht. Het is in de boot erg warm zodat je meer op de dekens ligt dan er onder en dan nog transpireer je. Tijdens het zwemmen, wrijf ik me schoon met het zilte nat en kom verfrist in de kuip. Karen volgt me en blijft nog even in zitten met een badlaken.

Tijdens het ontbijt merk ik nu heel duidelijk dat het anker krabt. We drijven langzaam naar de catamaran die achter ons ligt en vraag me af hoe een ander altijd goed vast ligt en wij niet. Ik heb zelfs een nieuw anker gekocht, op Gran Canaria, om van het probleem af te zijn en nu drijf ik weer los op de oceaan. We halen anker op en varen naar de haven voor een gezekerde plaats aan de kade.


Op de kade trek ik de dinghy uit het water, ook dit is een ergernis. De dinghy verliest lucht zodat er een ingezakte pudding als tender achter de trotse Queen B ligt. Met water en zeep spons ik de naden en het canvas af en ontdek een scheurtje in het grijze canvas vlakbij een naad. Ik plak er een stikker over en wacht of het probleem opgelost is. Deze middag blijven we aan boord waar ik de belevenissen vastleg voor het weblog. In de Jachtclub willen we een borrel halen maar krijgen er maar één omdat de zaak sluit. Wij blijven met een pilsje nog lang hangen want de club wordt weliswaar door het personeel verlaten maar er gaat hier niets op slot.

Aan boord koken we onze maaltijd en lezen een boek, het lijkt erop dat de lucht in de dinghy blijft hangen. Verschillende malse buien dwingen ons naar binnen.

Gevlucht.


Zaterdag, 1 februari 2014.

 

Bridgetown – St Charles

 

Een vroege duik in het water en een controle voor het rubberbootje dat weer zijn lucht kwijt raakt. Ik pomp met de handpomp wat lucht in de bandjes en we gaan op tijd naar de stad om te verkennen. We leggen het bootje weer voorbij de brug in de jachthaven van de stad en lopen langs de verschillende marktkramen en door het centrum. Bridgetown heeft een duidelijke regiofunctie maar dient ook als toeristencentrum. Veel echte “Zeelieden”afkomstig van de Cruiseschepen patrouilleren door de stad. Blanke, verbrande benen, grijs, fototoestel op de te dikke buiken lopen over de trottoirs. Ik heb de neiging deze mensen te moeten passeren omdat ik het tempo van slenteren niet kan bijbenen. Ik trek Karen naar rechts om te passeren maar het is net of de voorganger dan ook ineens naar rechts toe moet. Dan maar naar links, de voorganger draait ineens bewonderend naar links en steekt over. Ik struikel bijna over mijn eigen voeten en ga maar op straat lopen waar het misschien veel gevaarlijker is.


We brengen een bezoek aan het House of Parliament. Het is een typisch Engelse architectuur. Gedrongen torens met klok en kleine bogen in witte kalksteen. Het blijkt het derde oudste Parlement van de Gemenebest te zijn. De voorgangers zijn het Britse Parlement en de Bermuda. De geschiedenis is even anders voorgesteld dan wat ik in het boek gelezen heb. De Engelsen hebben het eiland ontdekt en hebben er een stabiele regering weten te plaatsen. De slavernij is een belangrijke periode geweest in de geschiedenis van Barbados. Geen land zonder een opsomming van helden en daarom zijn er een tiental nationale helden benoemd. De tentoonstelling gaat vanzelf van de Engelse periode naar de 10 helden die ervoor gezorgd hebben dat Barbados is zoals het nu is. Bussa, een slavenopstandeling en vermoord, Sarah Ann Gill en Samuel Prescod luiden de vrijheid van slavernij in. Barbados lijkt een stabiele democratische regering te hebben die zich zelfbewust in de regio opstelt.


We lopen door de stad en doen een paar boodschappen en drinken een pint in een verhoogde bar met uitzicht op ons rubberbootje. De lunch die geserveerd wordt, is niet lekker en gaan daarom maar snel weer terug naar de boot. Op de boot worden we door de Jetski’s geklierd, die rondjes om de Queen B draaien. Karen stelt voor om terug te varen naar St Charles en ik ben blij met het voorstel. Een kwartier later heb ik het anker aan boord en zeilen we met halve wind noord. Karen houdt het roer en oefent zich in het koers houden. Ik zit heerlijk te genieten van het uitzicht op de stranden.


Vlakbij de haven ankeren we voor de stenen dam tussen twee schepen in. We denken goed vast te liggen en koken de maaltijd en drinken een glas wijn welke veel te zwaar valt. Vroeg naar bed en ik hoor soms de ankerketting over een steen schuiven. In de nacht controleer ik enkele keren de positie.

Horzels op het water.

cruiseterminal Bridgetown
cruiseterminal Bridgetown


Vrijdag, 31 januari 2014.

 

Bridgetown.

 

Met het rubberbootje maken we een verkenningsrondje door de baai. Eerst langs het strand en worden regelmatig geconfronteerd met Jetski’s die met bulderend geraas langs ons varen. De waterkoeling van de uitlaat is zodanig geconstrueerd dat deze drie meter omhoog spuit, het geluid van de motor is overheersend. Ik beschouw het als horzels op het water. We draaien na de pier van een strandtent met veel parasols weg en varen de stad in. In de stad vinden we voorbij een brug een mogelijkheid om het bootje neer te leggen en een wandeling te maken. Een drukke stad met veel mensen op straat. Overal zijn groentewinkels met weinig variatie van fruit.

 

Vanochtend in Port St Charles het havengeld afgerekend en zeilden met een bakstag windje naar de hoofdstad Bridgetown. Heerlijk weer en de hebben de kans om het land vanaf het water te bekijken. De prachtige witte stranden zijn langs het hele eiland te vinden. De toeristen, zonaanbidders maken gebruik van de parasols, ligbedden of gewoon een handdoek op het strand. Op zee wordt door verschillende boten gevist door de lokale vissers. De toeristen komen met de huurschepen voor het vissen op Big Fish. Amerikaanse motorjachten met stoelen op het achterdek waarmee je flink schrap kan zetten om die grote Tonijn, Marlin, Barracuda of Haai uit het water te takelen. Het zeilen naar de stad wordt een ontspannen tochtje met alleen het grootzeil op. In de baai van Bridgetown komen we de Duitsers weer tegen met hun bootje voor anker. We gaan maar een einde van hen af liggen en ankeren tussen de andere schepen.

 

Na het bezoek van de stad koken we aan boord en drinken een glaasje gekoelde witte wijn. Een heerlijk duik in het zachte schone zeewater met de maan die als een helder lachebekje boven ons naar de sterrenhemel klimt.

Medische controle

Speightstown
Speightstown


Donderdag, 30 januari 2014.

 

Post St Charles, Speightstown

 

In tegenstelling tot alle verhalen over de douane zijn de heren en dames met de indrukwekkende kakikleurige uniformen juist bijzonder gastvrij en behulpzaam. We staan om 0900 aan de balie maar de ambtenaren zijn er niet allemaal en of we over een uur terug kunnen komen. Tijd genoeg voor stempels en documenten zo te zien, een andere beleving als zo snel mogelijk, zoals geschreven in de almanak. We lopen naar de “Dockmaster” of het mogelijk is om een nachtje te blijven. Het overnachten in deze haven is geen probleem maar de prijs die genoemd wordt is behoorlijk slikken. Het is een dure nacht geweest en heb meer begrip voor onze Duitsers gekregen, van gisteravond. We slikken de bittere pil en blijven nog een nachtje om het stadje te verkennen.


De donkere mevrouw van de douane zit uitbundig lachend achter haar bureau en heeft plezier in haar werk. Het is een beetje warm in haar kantoor en ze opent, tussen het invullen van de verschillende documenten, de ramen. De wind neemt een spurt in de kamer en veel officiële documenten met de mooiste stempels dwarrelen door het vertrek. Mevrouw lacht en legt de papieren met verschillende attributen als press papier vast. Wat een tegenstelling met de informatie in de almanak, wat een vriendelijkheid van deze mensen. Ik voel me er al meteen thuis. We krijgen een formulier mee en moeten over een uur terug komen voor de immigratie en medische controle.


De medische controle is een man met een witte jas die alleen een paar vragen heeft over de herkomst van de maaltijden en fronst zijn wenkbrauwen als hij hoort dat het uit Suriname komt. Of fronst hij de wenkbrauwen dat hij graag eens mee wil eten van de overheerlijke kousenband of onze Mahi Mahi? Met de stempels in het paspoort, de medische verklaring wordt een informatiepakket van het eiland overhandigd als welkom. Wij zijn officieel toegelaten op Barbados.

In de middag lopen we door het appartementencomplex St Charles en wandelen naar Speightstown langs de prachtige witte stranden. De zeedruiven groeien tot aan de vloedlijn, kokosnoten op het strand, de zee valt zacht en warm over je voeten als je langs de waterkant naar de stad loopt. Speightstown is een drukke stad waar veel mannen op straat hangen in samenscholingen. Samen onder een boom bier drinken of kaart spelen of gewoon op straat, met elkaar druk gesticulerend, staan te praten. Ik voel me  niet bedreigd maar het is wel wennen. Het Engels is correct maar met zeer vreemd uitgesproken woorden zodat het improviseren is, wat de mensen tegen je zeggen.


Bij een terras met zeezicht eten we wat warms als lunch. Het leven is zo slecht nog niet.

In een “Hardware Store” koop ik een setje inbussleutels en Locktite om het probleem met de generator definitief op te lossen. Bij terugkomst drinken we in de lounge van de Yachtclub een borrel om aan boord te koken en een rustige avond aan boord te hebben.

Verstoring huwelijkse plichten

Woensdag, 29 januari 2014.

 

12˚04,06 N 058˚ 50,2 W – Barbados.

 

In de Almanak lees ik dat Columbus, Barbados rakelings is voorbij gevaren, en het heeft zelfs 40 jaar geduurd voordat het door anderen op de kaart werd gezet.  Barbados is niet ontstaan uit een eruptie van een vulkaan, maar is ontstaan door aardverschuivingen. Het eiland is niet hoog zodat het lang duurt voordat je het land kunt zien. Er gaat een verhaal dat de Portugezen het eerst op het eiland zijn geweest. De Portugese navigator had een probleem met zijn positie en heeft een varken overboord gezet. Het varken probeert te overleven, het een veel betere reuk als de mens, en zwemt naar de richting van het land. De Portugezen hebben het varken in de gaten gehouden, opgepikt en de koers van het schip naar de neus van het varken laten hangen om de weg te vervolgen. Zo is Barbados ontdekt. En omdat de plaatselijke bevolking baarden(Barbos) hadden werd het eiland Barbados genoemd.


Na een rustige nacht, waar de wind steeds wat minder wordt, rol ik de zeilen verder uit om snelheid te houden. Het duurt lang voordat we land zien. We zien een kleine verhoging aan de horizon ingepakt door een wolkendek zodat je het eiland moet zoeken waar het ligt. Natuurlijk bij het naderen komen de contouren steeds beter naar voor en kunnen we de witte huizen en gebouwen herkennen.


In de almanak staat dat de douane op Barbados vervelende mensen zijn en dat er forse boetes uitgedeeld worden als je niet meteen aanmeld bij aankomst. Aangeraden wordt om je niet te melden in Bridgetown. Ook de zeekaart waarschuwt hier voor. Het alternatief is 10 mijl doorzeilen van Bridgetown naar St Charles waar de douane een stuk vriendelijker zou zijn. We varen na al deze waarschuwing door en ik weet dat het donker zal zijn voordat we Port St Charles binnenvaren.

Vlak bij de haven zijn er een paar onverlichte tonnen met een smalle geul om binnen te komen. We varen in een kom met een paar betonnen steigers en zie twee jachten langs een betonnen kade liggen.


Karen hangt de willen aan bakboordzijde en ik maak de lijnen klaar. We varen naar het laatste schip aan de kade en leggen bij hen aan. Karen stapt aan boord en ik stap bij het schip in de kuip, om de achterlijn vast te maken. Een Duitser met een vreemd accent komt verward naar me toe en weet eigenlijk niet of hij kwaad moet worden of dat hij netjes moet blijven. Ik doe net of ik niets merk en verontschuldig me voor de verstoring van waarschijnlijk zijn huwelijkse plichten. Mevrouw kan moeilijker haar ongenoegen inhouden en loopt op de rand van exploderen of beheerst blijven. Karen stelt hen op het gemak en de gemoederen worden bedaard. Het blijkt later dat dit een dure haven is en dat ook zij voor een beetje rust, de havenkosten op de koop toe nemen.


We zien het echtpaar binnensmonds mopperend terug in de kajuit gaan om af te maken waar ze aan begonnen zijn en wij zijn blij dat we veilig en wel de reis volbracht hebben. We koken de maaltijd, drinken een borrel en gaan trots naar bed.

Boegrol

sesamstraat
sesamstraat


Dinsdag 28 januari 2014.

 

009˚18,445 N 057˚10,3 W - 12˚04,06 N 058˚ 50,2 W

 

De snelheid over de grond (SOG) is 8,3. Het gaat allemaal erg voorspoedig, het schip blijft heerlijk op één oor liggen. Het is aan boord een stuk comfortabeler dan de reis van de Kaapverdië naar Suriname. Nu kraakt het minder, de mast klappert minder, de bewegingen zijn voorspelbaar. Het is veiliger aan boord ondanks dat het schip in een continue hellingshoek ligt van 15˚.


Karen knapt op en heeft zowaar een frisse kleur op het gezicht maar kan nog niet alles eten. Ze houdt het bij afgemeten drinken van water. In de ochtend rol ik de fok verder uit om weer wat meer vaart te krijgen want de wind van de afgelopen nacht is gelukkig afgenomen naar een mooie 5 Bft. Bij een dekcontrole zie ik dat het anker uit de beugel is geschoten en dat deze aan het borglijntje vast zit. Ik kruip naar voor en krijg een paar frisse douches over me heen. De oceaan lacht me uit, ik kruip naar voor en trek het anker in de beugel en zet de ketting vast met de ankerlier. Het borgtouwtje knoop ik wat strakker.


Nog 100 mijl, het lijkt zo dicht bij. Dolfijnen komen in de avond naast ons zwemmen, helaas kunnen we ze slecht zien en horen de beesten met ons mee zwemmen. Moeten zij geen Sesamstraat gaan kijken, is het geen bedtijd voor onze Flippers? Ik slaap deze avond een dikke drie uur vast en voel me herboren. Het avondeten wordt Paté, toast en een zure bom.

 

Brekende golven op het voordek.


Maandag, 27 januari 2014.

 

007˚41,9 N 056˚06,87 W - 009˚18,445 N 057˚10,3 W

 

Een dikke golf spoelt in de kuip. Ik buk en voel dat het water over me heen slaat, maar ik breng het er, ondanks het bukken, niet droog vanaf. Met deze temperaturen is het geen probleem,  de wind met de zon zorgen ervoor dat mijn kleding snel droogt.

Vannacht heeft het schip een grote afstand afgelegd en meten een record van 161 mijl als dagtotaal, dat zijn  opschieters. In de ochtend moet ik de stuurautomaat corrigeren om op de koerslijn te blijven. De wind komst nu gunstiger in. In de verte zie ik drie schepen voorbij schuiven. Eén van de schepen wordt de bestemming gegeven: Paramaribo.


De windmeter gaat kuren vertonen en valt uit en krijg hem niet gerepareerd. De waterleiding van de tank naar de pomp is weer verstopt en maak deze vrij van ketelsteen, de generator controleer ik preventief. Nu komen er regelmatig malse regenbuien over ons heen. Het maakt het leven aan boord benauwd.

In de avond komen er twee gezellige Squalls over de Queen B. Een stortregen met forse wind, dreigende zwarte wolken, de zee die afgevlakt wordt door de regen. We raken er aan gewend en weten nu tijdig de zeilen in te draaien om de Squall over ons heen te laten razen.


In de avond neemt Karen het wachtlopen weer op en kan ik een paar uur slapen. In de avond neemt de wind toe en moet met een tweede rif in het grootzeil, een heel kleine lapje fok, de nacht in. De wind waait de golftoppen van de golven af. Ik denk dat we een dikke 7 hebben, een koers 60 graden aan de wind. Verschillende golven breken hun lading op het voordek, wat een flinke dreun geeft. De Queen B schudt een keer en dendert de nacht door.

Schril krijsen in het Regenwoud.

Suriname, tot ziens
Suriname, tot ziens


Zondag, 26 januari 2014.

 

Suriname, Waterland - 007˚41,9N 056˚06,87 W

 

Om 6 uur gaat de wekker. Het vertrek is gepland rond half zeven bij het krieken van de dag. De zon komt op en het is net licht. De ideale tijd voor vertrek is wel voorbij maar in het donker varen geeft op deze rivier geen zekerheid. Noël staat op de steiger ons een laatste goedendag te zwaaien en hij maakt nog snel een paar foto’s van ons, om deze op Facebook Marina Waterland Suriname te zetten. We zwaaien elkaar nog lang na, maar de Queen B wordt gegrepen door de laatste stroom mee en maken snel, een vaart over de grond van 8 mijl.


Het groene regenwoud schuift vlug aan ons voorbij. De schrille krijsen van de verschillende beesten in het bos, roepen ons na, ze nodigen ons voor nog een keer uit. Karen maakt een boterham, een grote kan koffie en geniet van de afvaart van de Surinamerivier. Bij het wrak van de Goslar draaien we stuurboord uit en zien Paramaribo met zijn witte houten gebouwen. De vlag van Suriname hangt al in de tuin van de Gouverneurswoning te wapperen.


Het gaat snel en varen met de stroom mee tot het kruispunt van de Commewijne- en Surinamerivier. Nu het steven richten op Noord en hijsen het zeil. Het is  behoorlijk scherp varen om in de tonnenlijn te blijven maar weet dat de koers, die uiteindelijk gevaren kan worden, een koers wordt met een knik in de schoot. Bij de laatste ton varen we een Nederlandse 42 voet Dufour tegemoet die de overtocht in 10 dagen heeft gemaakt van de Kaap Verden. Na marifooncontact adviseer ik ze natuurlijk het Resort van Noel. Wij wensen ze behouden aankomst en draaien nu het steven in een rechte lijn naar Barbados. Om 1300 uur zijn we de tonnen lijn uit en zijn vrij van de ondieptes.


Het waait stevig en maken flinke snelheid. De Queen B heeft de stroom mee en de wind vult de zeilen op een voor haar gunstige manier. Regelmatig lopen we 8 en 9 mijl over de grond gemeten. Karen gaat op tijd naar bed en installeer me in de kuip. Het is een warme benauwde avond met honderdduizend sterren.


Ik ben weer weg, ik ben weer vrij, we zijn weer op weg. Weer of geen weer, het is altijd maar weer.

Witte Porno

houten Paulus Kathedraal
houten Paulus Kathedraal


Zaterdag, 25 januari 2014.


Paramaribo.


De douanier: Weet u wat ik van Nederland verkeerd vindt? Het schoolsysteem! Op school worden de kinderen niet meer geslagen en dat is fout. Bij mij thuis ben ik de baas en als mijn kinderen niet doen wat ik zeg dan geef ik ze gewoon een pak slaag. Ik reageer niet, zo lang ik mijn stempel niet in het paspoort is gestempeld. Ik prevaleer een stempel in mijn paspoort boven het zielenheil van zijn kinderen, bedenk ik me.

De douanier weet alles over voetbal en prijst vooral Seedorf de hemel in, die heeft niet alleen een glanzende carrière maar heeft ook nog veel voor het Surinaamse voetbal gedaan. Kluivert en Gullit worden weggeschoven, ze doen niets voor Suriname, ze denken alleen maar aan zichzelf. Tja, dat is een een manier van benadering. De assistent douanier zit heimelijk witte porno te kijken en kijkt ons telkens lachend aan als er een opmerking is geplaatst. We krijgen een nieuw uitreis document in onze paspoorten. We mogen Suriname weer uit.


Na de stempels door naar Paramaribo voor een bezoek aan het Fort Zeelandia. Het blijkt gesloten want het is vandaag zaterdag. Dit in tegenstelling tot alle dagen 1400 uur. Jammer! De kathedraal is wel open en we bewonderen een eenvoudig interieur en alles van hout. Het plafond heeft waterschade en toch straalt het zijn meesterwerk uit.

Een groet aan Maria en lopen naar de markt. Hier zijn we ook te laat omdat de markt eens in de vier weken helemaal schoon gemaakt wordt, zijn de marktkramen uitgeladen en worden de onverkoopbare spullen op de grond gegooid. We vragen een paar keer naar de bossen met kruiden maar krijgen te horen dat deze niet zijn om te koken maar om te baden. De Surinamers baden wat af want de tafels liggen torenhoog met deze kruiden. Na de markt steken we de weg over en lopen kriskras door de straat, winkel in en winkel uit. Vlak bij de auto vinden we een Roti restaurant en eten een onvervalste Roti met de handen.


We zeggen Paramaribo goedendag en rijden terug naar de Queen B, met een kan diesel en een bos krabben. Terug in het Resort blijkt een Nederlands schip aangekomen. Martin en Suzanne met de Saluti. De Saluti is van de Kaap Verden naar Brazilië gevaren en vervolgens naar hier. Vervelend voor hen dat ze overvallen zijn in een Braziliaanse stad en hebben hun rugzak moeten afgeven onder bedreiging van een klewang of bosmes. Paspoorten en scheepspapieren gingen met de tas mee en hebben daarna allerlei instanties moeten aflopen om vervangende papieren te krijgen zoals een Laisser Faire Paspoort om het in Suriname bij de Nederlandse ambassade een defintief aan te vragen. We drinken een borrel en we nodigen allen uit voor een afscheidsborrel in de bar.

Rieke, Noël, Winston en de bemanning van de Saluti drinken een afscheidborrel op ons en een aankomstborrel voor hen met kroketten en frikandellen uit de kookpot van Noël. We sluiten het geweldige bezoek aan Suriname en het Resort Waterland met zijn jachthaven met heel warme gevoelens af.

Verstikkend warm aan boord

oud en modern, de indianen blijven wel bij elkaar
oud en modern, de indianen blijven wel bij elkaar


Vrijdag, 24 januari 2014.


Waterland.

 

Een rustige dag om bij te komen. Een beetje hangen aan boord en gebruiken het internet van de Marina. Het is aan boord verstikkend warm en gaan in de bar zitten om wat koelte te krijgen. Het herinnert me aan een verhaal dat iemand de koelkast openzette om koelte te krijgen in zijn schip. Dat werkt hier niet maar wel de ruimte zonder muren waar de wind en de muggen vrijspel hebben. De muggen zijn minder aangenaam, de wind door de ruimte wel. Het is rustig in het Resort en je merkt aan alles dat de boel nog “under constructing” is. De tuinlieden leggen de tuin aan en de stratenmakers zijn nu bezig aan een pad aan een één of andere vijver. Noël is niet bang met zijn project en ben er van overtuigd dat het een voorbeeld gaat worden in de regio.


In de middag nemen we de auto en maken een ritje door de buurt. Een indianendorp op het einde van de weg en iets verderop ligt een groot zwembad. Een grote zwemvijver met een zwembad, hutten met hangmatten, kinderspeelplek, en voor de ouderen barbecuemogelijkheden. Wel alles zelf meenemen, maar de mogelijkheden zijn er. De weg er naar toe is humpy bumpy maar we zijn al wat gewend. Op de terugweg rijden we langs de supermarkt en halen het één en ander voor het avondeten.

Dwarse winkelwagen.

google eens op Leusden+scheepsramp.
google eens op Leusden+scheepsramp.


Donderdag, 23 januari 2014.


Paramaribo.


Dagje Paramaribo, wat rondstruinen door de stad. Ik ga voor de bezichtiging van de houten kathedraal. Op weg naar de stad nemen we de tijd om alle vreemde dingen eens goed te bekijken en te fotograferen. Naast een huis dat extra beveiligd is, compleet met wachttoren en prikkeldraad, staat een generator naast een schip dat langzaam in het veld, aan het sterven is. Beetje vreemde plek voor een generator naast een beveiligd huis. Je kunt er gemakkelijk bij om de stroom af te sluiten en dan de boel goed op zijn kop te zetten. Wij doen het niet maar ik maak er wel foto’s van.

De Baileybrug op de kiek, er liggen er hier verschillende met planken in het verlengde voor de auto te begeleiden naar het midden, en rijden vervolgens de stad in.


We kennen de structuur inmiddels een beetje en weten de auto gemakkelijk te parkeren bij de Gouverneurs woning. De Kathedraal is dicht en lopen naar stad langs de waterkant waar Karen, de bloemenwinkels wil zien. In Suriname hebben ze de mooiste bloemen van de wereld, toch moeten ze de bloemen verfraaien met paarse, rode verf en nog erger glitter spikkeltjes. Ik vind het er niet uitzien, ze zeggen er nog bij dat de bloemen echt zijn.

In een bar aan de waterkant drinken we een Cola en gaan naar Fort Zeelandia. Ook gesloten en zien dat we niet alleen het bezoek aan het fort missen maar ook de tentoonstelling over de slavernij en de expositie van de ramp van het schip De Leusden.


Het blijkt de grootste scheepsramp uit de Nederlandse geschiedenis te zijn maar in Nederland weten we daar weinig van. Meer dan 663 mensen laten het leven. De bemanning van het schip inclusief kapitein brengen zich in veiligheid ,maar laten de 664 slaven verdrinken, in de afgesloten ruimtes terwijl het schip water maakte. We vragen naar de openingstijden en krijgen als antwoord: altijd van 0900 tot 1400 uur open. Het is 14.30 zodat we ons volgende bezoek voor zaterdag plannen.

In een hotel met 4+ sterren informeer ik voor de prijzen en hebben op deze manier een mooie mogelijkheid om door de tuinen en lobby van het hotel te lopen. Het is duur en de kwaliteit laat te wensen over.


Aan de overzijde van de straat van het hotel is de uitgaanswijk. Twee grote Casino’s, bar, dancings, en enkele restaurants. De warmte lokt ons terug naar de auto waar we naar Choi’s rijden voor wat boodschappen en bevoorrading voor de tocht die we voor zondag hebben gepland. Het zal Barbados worden. Choi’s heeft alles voor de Nederlanders die hier zijn. Drop, hagelslag, Goudse kaas, en de boterhamartikellen zoals bij ons in een supermarkt gepresenteerd. De afwikkeling van de kassa is typisch Amerikaans. De Caissière (altijd een Chinese) schuift de spullen door naar een lokale jongen die de boel inpakt, in de kar plaatst en de kar met slecht scharnierende wieltjes naar de auto brengt om over te laden in de auto. De jongen brengt de kar dwars terug met in de hand een aantal munten voor de hulp. Bij het benzinestation in Domburg vul ik de Jerrycan met diesel om deze zo dadelijk in het schip te laden. Diesel is niet goedkoop  en begrijp dat het de brandstofkosten zijn die het er om doen, niet de lonen.


Tegen de avond komt Noël lang, hoe onze dag is geweest en heeft verschillende weetjes en tips. Hij stelt voor om eens naar Nickerie te rijden. De rijstvelden en het typische polderlandschap zijn er om zeker eens gezien te hebben. De Surinaamse rijst was eens één van de beste van de wereld. We houden het in gedachten, voor een volgende keer, we krijgen het niet meer, in ons schema.

Ook Winston komt even langs voor een drankje en op deze manier houd je het gezellig druk en leuk om ieder zijn verhaal te horen.

Nederlandse Guantanamo

Nederlands verleden.
Nederlands verleden.


Woensdag, 22 januari 2014.


Rondrit

 

Frank Kroon was bouwer van vogelkooitjes en heeft zelfs een paar kooien voor Bouterse gemaakt. Frank komt al 20 jaar in Suriname en de laatste 5 jaar heeft hij zich hier gevestigd. Zingende vogeltjes zijn erg populair in Suriname en Frank dacht, dat het voor hem erg gemakkelijk zou zijn, aan de kost te komen met het maken van vogelkooien. Erg vervelend was dat hij een allergie voor houtstof opliep en moest stoppen met zijn kooien en is gaan taxi rijden.


Hij snort en pikt gasten op van de KLM toestellen, die op Zanderij landen. Thuis, is hij een klein weekend Resort aan het bouwen en hij probeert gasten, rondritten in Suriname aan te bieden. Frank had ons deze afgelopen zondagavond al voorgesteld om dit bij hem te doen en noemde nogal wat bestemmingen op die hij aan ons wilde laten zien. Gisteravond belde ik hem op of hij tijd had. Ik kom morgen en dan zullen we wel zien waar ik naar toe rijd.

 

Precies om 08.00 uur staat Frank op het terrein ons op te wachten en we rijden richting Zuid. Frank vertelt vol trots honderduit over zijn Suriname. Suriname met zijn mogelijkheden, Suriname met zijn hebbelijkheden, bureaucratie maar ook de pracht van het land en de smeltkroes van Indianen, Creolen, Hindoestanen, Europeanen, Javanen en Chinezen. Allen in goede harmonie en respect samenlevend.


We bezoeken een Cola-meertje waar je kunt zwemmen en recreëren. Het water is roestbruin door alle planten en wortels die het water de kleur heeft gegeven van de roemruchte Cola. We gaan verder op weg en de weg houdt op bij een pont die gerepareerd moet worden. De pontbaas leunt over het hekje van zijn pont en twee mannen staan of zitten in het water om de hekdrive te repareren. We worden gevraagd 10 minuten te wachten. De pontbaas is een goedlachse Creoolse man die voor iedereen een goed woord heeft en openlijk zijn charmes staat te verkopen aan een erg mooie dame die gecharmeerd is, van zijn praatjes.

 

Na de pont rijden we over een verharde zandweg en komen aan bij de Jodensavanne. Bij de ingang is er een bron waar ook de Cola uit de grond sijpelt. Het bruine water heeft de smaak van thee. Aan dit water worden nogal wat heilzame eigenschappen gekoppeld en ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Eén verzamelbak van extracten, maar er kunnen ook de verkeerde extracten inzitten.


De Portugese Joden hebben zich hier in 1654 gevestigd. Aan het einde van de zeventiende eeuw telde de gemeenschap meer dan 600 leden. Ze bezaten 40 plantages waar 9000 slaven werkten. Ze werden daar erg rijk en dat is nog te zien aan de begraafplaats. De grafplaten zijn van marmer geïmporteerd uit Italië en de synagoge is gebouwd van IJsselsteentjes die als ballast meegebracht zijn, uit Nederland. Een beetje vreemd is dat juist op deze plek 146 Indische NSB’ers, 4 jaar gevangen gezeten hebben tijdens de oorlog. Alleen de achternaam die verkeerd klonk ,was voldoende om opgesloten te worden. Nederland als voorloper op Guantanamo Bay.


De ruïne van de Synagoge met het plein voor het gebouw, op een hoge terp aan de Suriname rivier geeft iets magisch en het geeft mij een gevoel dat ik dit onderwerp eens beter moet uitzoeken.

Vanuit de Jodensavanne rijden we naar een indianendorp waar we een rondje rijden. De huizen hebben geen zijmuren maar alleen een dak waar de hangmatten onder hangen. De daken zijn van een bladerbedekking en de moderne of goedkopere hebben een ijzeren golfplaten dak. Het ziet er allemaal ontspannen uit. Na deze rit door het dorp rijden we naar de pontbaas terug die weer 10 minuten tijd vraagt om even naar huis te lopen. Suriname heeft tijd genoeg zodat we braaf wachten. De charme van de man neemt elke kleine ergernis weg. Op de weg naar Brownsberg eten we bij een Indiaanse supermarkt een broodje met wat kaas en knakworst.

 

Brownsberg is bijzonder een jungleparadijs. Frank rijdt als een volleerd rijder omhoog door de rode modder, de berg op. De jungle probeert het van de mens te winnen en op veel plaatsen scharen de lianen en de planten over het dak van de auto. De spiegels krijgen klappen van takken. Je hebt hier een prachtig uitzicht over het meer. Het meer is een stuwmeer voor de elektriciteitswinning van Alcoa en nu voor Paramaribo. De bomen die bij het vollopen van het dal onderwater zijn gekomen, staan nu als naalden uit het meer. Een Chinese firma zaagt de bomen nu onderwater af en verkoopt dit als 60 jaar lang geloogd hout. Als de beste soorten hout ter wereld. Op de berg kun je er een hutje huren met hangmat voor 50 SRD. (ongeveer € 12,50).


Na de berg rijden we naar een Marron dorp. De Marrons zijn de mensen die in de slaventijd zijn gevlucht en zich in de bossen gevestigd hebben. Het zijn trotse mensen die nog steeds als nazaten van deze vluchtelingen bij elkaar wonen. De Marrons zijn nieuwe huizen beloofd op het moment dat het water hen verdreef uit de bedding van het stuwmeer. De beloftes zijn nog steeds niet ingelost en nu wonen ze in kleine armoedige huizen. Onvoorstelbaar zijn de sympathieke mensen die je graag en met brede lach te woord staan. We vragen een Marron naar de Schoolboot. Dit is een grote kano met buitenboordmotor die de kinderen naar de verschillende scholen brengt.

Als laatste klapstuk heeft Frank een bezoek van een plantage bij het vliegveld Zanderij op het programma staan.


We hebben een geweldige dag gehad, veel gezien en het hoofd zit vol met indrukken. Een tour met Frank is dan ook zeer aan te raden. Bij terugkomst drinken we een glaasje bier aan boord en later in de avond komt Winston vragen naar onze belevenissen.

Zonder remmen van de brug af.

Ze zijn me voor geweest!
Ze zijn me voor geweest!


Dinsdag, 21 januari 2014.


Nieuw Amsterdam en Suikerplantage.

 

We nemen de huurauto en rijden richting de stad om de omgeving van de andere kant van de rivier, tegenover Paramaribo, te verkennen. Ik rijd met de auto naar de brug en zie een stijl gevaarte opdoemen, met vrachtwagens die dikke pluimen rook uit de knalpot persen. Ik voel me onveilig achter deze vooroorlogse vrachtwagens omdat Winston ons vertelde dat de meeste veiligheidskeuringen uitgereikt zijn achter het bureau. Hij bedoelt hiermee dat de wagens niet zijn gekeurd.


De laatste twee dagen zijn er twee vrachtwagens door de remmen geschoten en hebben één keer 5 auto’s geramd en de laatste keer drie wagens. Ik wil hier nier niet bij zijn zodat ik extra gas geef om de brullende vrachtwagens te passeren. Karen zit met een verschrikt gezicht en ver openstaande ogen te kijken naar de stijging en de diepe daling van de prachtige brug. Na de brug rijden we door het typische savannen landschap met de bebouwing van rijk en arm door elkaar.


Bij Fort Nieuw Amsterdam stoppen we voor een wandeling over de stelling en een bezoek aan het openluchtmuseum. Een Fort met een rijke historie, als stelling maar ook de gevangenis. De cellen liggen onder afschot en waren bestemd voor 9 tot 12 personen. We bezoeken het kruithuis met tentoonstelling over slavernij. Terecht een aanklacht voor het Nederlandse verleden maar een beetje aangezet over de huidige vormen van slavernij. Nederland blijft hier de kwade genius in het geheel.


We lopen het terrein af en gaan op zoek naar de suikerplantage. We rijden verkeerd en geven eigenlijk het bezoek aan de plantage op. We eten bij de chinees en Nasi met kip. Dit is voor mij een openbaring, de kip is gelakt zoals een eend en erg lekker. Je krijgt voor 10 Srd (€ 2,30) een maaltijd die je met 2 man niet verwerkt krijgt. Wij brengen het restant van het bakje met de rijst terug naar het buffet. De Chinezen hebben hier wel erg bijzondere bescherming van hun toog. Ze staan veilig achter een net van gekleurd betonstaal. Het eten wordt door een luikje geschoven en wij kunnen kiezen tussen het opeten in de tafelvoetbalruimte of in de warme auto. We kiezen voor de plastic stoelen naast het Tafelvoetbal.


Op weg naar huis besluiten we toch naar de plantage Marienburg te rijden en komen uiteindelijk na wat informeren langs de weg, op het terrein aan. Een oude man, Meneer Soekardi, staat ons op te wachten en stelt zich voor als gids. Hij is één van de voormalige werkers op de plantage. Er is hard gewerkt zowel in de slaventijd als in de periode dat de mensen er vrij mochten werken. In 1880 werd de plantage verkocht aan Nederlandsche Handel Maatschappij die in een suiker- en alcohol fabriek investeerde. Twee prachtige directeurswoningen onderstreepten het koloniale karakter. De installaties zijn gesloopt en in de schrootbak verdwenen. De zware tandwielen zijn beroofd van de bronzen lagers maar ze waren te zwaar om mee te nemen. Het was een mooie fabriek en is verkocht voor één Surinaamse gulden aan de overheid in 1974 maar sinds het weggaan van de Nederlandse leiding, is het er erg snel bergafwaarts gegaan. In 2000 is de fabriek niet meer opgestart en is het voor niets geschonken aan de steeds sneller oprukkende ongeorganiseerde natuur. Alles is overwoekerd met planten en bomen. De lianen en struiken steken door de ingeslagen ramen, de tandwielen moeten vechten tussen de takken van bomen die een weg zoeken. Het sterke ijzer gaat het hier niet winnen. De oude man met de kromme benen en het enthousiasme, ondersteunt door een schriftje met wat verbleekte en vergeelde foto’s, maken het geheel tot een indrukwekkende rondleiding.


We rijden naar huis met een hoofd vol vragen, een hoofd vol indrukken. Wat een land en wat een historie, wat een onbegrip tussen de cultureel verschillende mensen.

Thuis in Waterland

aan boord
aan boord

 

Maandag 20 januari 2014.

 

Waterland.

 

Deze ochtend steken we ons hoofd pas laat boven het luik. Sompig, benauwd weer met een prachtige rivier als uitzicht. We zijn helemaal terug, de oksels zijn weer klam, de dikke druppels staan op het voorhoofd en dat allemaal niet van het werken. Noël komt langs voor een welkom en drinken een kop koffie. Hij nodigt ons uit om boodschappen te halen maar vertellen hem dat we de auto in de vroege avond verwachten. Een kop koffie en een goedendag aan Winston geeft ons het gevoel dat we hier thuis zijn. We gebruiken de dag om wat te internetten, telefonisch zaken te regelen, en de week te plannen.


Ik stel voor om er naar toe te werken dat we aanstaande zondag vertrekken en dat we de mogelijkheid hebben tussen Tobago, Trinidad en Barbados. Vanwege een krappe agenda kiezen we uiteindelijk voor Barbados. De auto laat lang op zich wachten en we koken maar een crisis maaltijd uit de voorraad. Ritchie brengt de auto om half acht en is zeer schappelijk met de huur. Hij verrekent al het betaalde met de kamende huur zodat we voor het gebruik van de auto deze week maar € 16,00 hoeven te betalen. De ontspannen vriendschappelijke manier van de mensen is hartverwarmend.

Voordringen


Zondag, 19 januari 2014.


Vlijmen - Paramaribo

 

Een weekje terug naar huis geeft een beleving van drie weken. Vooraf denk je: ik heb tijd genoeg, maar tijdens de week besef je dat je allemaal niet haalt. Achteraf is het te snel gegaan. Koen haalt ons op voor de eerste etappe naar Amsterdam. We vliegen van Amsterdam naar Curaçao. Van Curaçao naar Paramaribo. Jullie begrijpen dat het een lange dag is geworden. Om half twaalf landen we precies op tijd op het vliegveld Zanderij.


In de rij voor de paspoorten controle is het eindeloos wachten en verliezen we een drie kwartier, morrend en gezamenlijk mopperend met de collega-wachtenden over de bureaucratie. We schuiven aan en betrap mezelf erop dat ik kampioen verkeerde rij aanschuiven ben, veel gezichten die achter me stonden staan ineens wel voor het loket.


De koffers staan naast de band en halen deze uit de hoop. Frank de taxichauffeur staat ons al enthousiast en met een brede glimlach op te wachten. In de vroege ochtend rijden we het Resort binnen en kunnen snel naar bed. De Queen B ligt er keurig bij, alleen wel de enige in de haven.

de Flierefluiter van Desi Bouterse.

er gaat veel geld in om.
er gaat veel geld in om.


Zaterdag 11 januari 2014.

 

Naar Huis.

 

Frank brengt ons naar het vliegveld Zanderij. Frank is een gewezen Rotterdammer en 20 jaar geleden hier verzeild geraakt. Hij heeft zich gespecialiseerd in het maken van vogelkooitjes en maakte zelfs enkele kooien voor de president Desi Bouterse.


Desi, blijkt zoals zoveel Surinamers, een voorliefde te hebben voor vogeltjes die het mooist kunnen zingen. Het is de nationale volkssport van Suriname en elke stoere bink, getatoeëerd of niet, loopt op zondagochtend, trots met zijn vogeltje en kooitje door het dorp. De wedstrijden fluiten van de vogels die hun stembanden tot uiterste moeten bewegen in deze tropische warmte, brengen hun baasjes na het zingen naar de kroeg, waar flink opgeschept wordt over de prestaties van hun sijsje. Frank heeft er een florerende handel mee opgebouwd maar is later door een houtallergie gestopt. Na deze handel in kooitjes is hij een taxibedrijf begonnen en daarna heeft hij zich gespecialiseerd in rondleidingen door Suriname. Tijdens de reis naar het vliegveld blijft hij allerlei wetenswaardigheden opsommen als een echte gids, trots over zijn Suriname.

 

Vanochtend hebben we afscheid genomen van Johan die solo naar Trinidad gaat. We zullen hem waarschijnlijk niet meer zien. Patricia en Patrick gaan later in de week weg en ook hen zullen we waarschijnlijk niet meer treffen. Jammer want het was een gezellige week zo samen. Johan, telefonerend vanuit de hangmat, blijft ons bij als echt Surinaams beeld.

De diepvries wordt leeg geladen en kan in de diepvries van Winston opgeslagen worden. We worden met een zeer voorkomende manier in alles geholpen en kunnen de Queen B met een gerust hart achterlaten in het regenwoud van Suriname.

 

 

Barbecue

de Goslar midden in de rivier.
de Goslar midden in de rivier.


Vrijdag, 10 jauari 2014.


Waterland.

 

Bij het opvaren van de Suriname rivier moesten we scherp stuurboord uit, om een scheepswrak midden in de stroom te vermijden. Het wrak ligt er al lang want het is roestig, gebroken en er groeien planten op. Het doet je wat, als een schip op deze manier verlaten en onttakeld ligt. Ik vroeg me toen al af wat het verhaal zou zijn. Wat blijkt het is de Goslar, een Duits vrachtschip in 1940 tot zinken gebracht door de eigen bemanning. Na de bekendmaking dat Nederland aangevallen was door de Duitsers, werden alle Duitse schepen in de Nederlandse kolonies in beslag genomen.


In Paramaribo liet de Duitse kapitein zijn schip zinken om te voorkomen dat de Nederlanders het zouden gebruiken in de oorlog. In een artikel lees ik dat de kapitein de lading met kolen naar één kant heeft gebracht en vervolgens een luik heeft laten opentrekken zodat het schip snel slagzij maakte en al gauw op zijn kant midden in de rivier belandde. De Duitse regering weigert het schip te bergen omdat het geen oorlogsschip is en verwijst naar de rechtsopvolger van de reder die in zijn antwoord in 2008 naar de Duitse regering verwijst. De Goslar zal er nog wel even blijven liggen. In de oorlog zijn er twee ontsnappingen geweest van de bemanning uit het interneringskamp. Leuk te lezen op: members.home.nl/sandervk/suriname-nav/goslar.htm

 

We hebben besloten om terug naar Nederland te gaan voor een week. Morgen is het vertrek en ga als voorbereiding weer eens voortvarend te werk, Het roer van de stuurautomaat haal ik er af want ben verschillende malen gewaarschuwd voor afdrijvende boomstammen. Het roer is geheel begroeid met wier en één of andere modderige dikke pap. Op de steiger schrob ik de boel schoon en plaats hem goed vast onder de beugel van het reddingsvlot. Het dek spoel ik ruim af met rivier water en zie het zout van alle onderdelen afknisperen. Vooral de schoten van de Genua nemen veel zout op en voelen na de spoelbeurt zelfs zacht aan. De schoten hebben wel het UV-filter doek van de kotter fok kapot geschuurd, tijdens de overtocht.


Noël komt ons uitnodigen voor de barbecue en we vallen in een erg gezellig gezelschap. De kok heeft alles voorbereid e geroosterd en we kunnen tijdens de borrel ons bordje halen met gegrilde garnalen, zalm, saté, geroosterd vlees en verschillende salades. Prima verzorgd en we kletsen bij met de collega schippers maar vooral met de lokale mensen die allemaal hun verhaal hebben. Tijdens het houtvuur worden er verschillende verhalen verteld en de nodige typische heren humor. De dames kunnen het uitstekend met elkaar vinden.

Na het dessert loopt iedereen naar de boot en de lokalen vinden hun weg in het oerwoud van Suriname. 

Tijgerjurk redt ons.

keus genoeg, CHOI'S
keus genoeg, CHOI'S


Donderdag, 9 januari 2014.


Paramaribo

 

Met slimmigheden kom je door de wereld behalve hier in Suriname. We staan weer voor de dame in bloemetjesjurk van de douane en bieden vol trots ons paspoort aan met bemanningslijst. Ze gaat er mee naar achter en komt terug en zegt: Er staat geen stempel op. Ik antwoord: Daar heeft u het gisteren niet over gehad, we hadden alleen een bemanningslijst nodig. Ja, maar toen had ik geen bemanningslijst en daardoor kon ik ook niet zien dat er geen stempel op stond. Tegen deze logica kunnen wij niet op en worden teruggestuurd naar het einde van de stad om bij de immigratiedienst een stempel te gaan halen. Na een uur zijn we terug en ik blijf in de auto wachten want het zal wel zo gepiept zijn. Karen stapt naar binnen en biedt de bemanningslijst met verse stempel aan. Mevrouw in Bloemetjesjurk zegt ijskoud: Er is geen kopie paspoort bijgevoegd. Karen ontploft inwendig en slaat haar ogen ten einde raad en wil net de zaal verlaten als de mevrouw met tijgerjurk haar terugroept en snel het paspoort onder de kopieermachine legt en een stempel plaatst in het paspoort. Ze vond het toch een beetje genant worden, Karen lacht haar toe maar in de auto wordt de bloemetjesjurk veroordeelt. Nu terug naar de immigratiedienst. De ambtenaar is erg vriendelijk maar het gaat allemaal traag. Hij slaat zijn stempels en dan vraag ik hem wat ik moet doen als we zaterdag het land uitgaan met het vliegtuig. Hij fronst zijn wenkbrauwen en vraagt nu om twee bemanningslijsten naast de drie bemanningslijsten die hij al heeft. Een geluk is dat we vanochtend op het Resort, 7 lijsten hebben laten printen. Hij stempelt en we zijn nu vrij om te blijven maar ook te vertrekken. Ik zie allemaal gaten in de procedures maar houdt wijselijk mijn mond want ik vind het wel goed zo.


Vrij als Surinaamse vogels maken we een rit door de stad en lopen door de prachtige straten met de houten huizen. Bij Choi's Supermarkt, niet te verwarren met Choice, treffen we keus genoeg in een geweldige supermarkt. We kunnen daar maatjes haring, hagelslag, drop en nog veel meer Nederlandse producten kopen.


Op weg naar huis rijden we langs Domburg en zien weinig beweging en verandering bij de geankerde schepen op de rivier. Het houten dorp is schilderachtig met simpele winkeltjes en natuurlijk een Chinese supermarkt. Er zijn hier meer Chinese supermarkten in het land dan huizen. De Chinezen hebben een strategische branche in het land totaal overgenomen. Dit gaat in de toekomst problemen geven.

Vermijdt uniformen.

hier zit muziek in.
hier zit muziek in.


Woensdag, 8 januari 2014.

 

Parimaribo.

 

We staan in een wachtkamer, vol mensen die op hun visa wachten of de aanvraag papieren mogen inleveren. We volgen enkele tips op van collega-zeilers door niet aan te sluiten in de rij, maar meteen de gang links inslaan en de ambtenaar daar aanspreken. Een tegenvaller is dat de ambtenaar er niet is, als wij er zijn. De poetsvrouw zit op het bureau en heeft een poetslapje in de hand dat al in geen jaren is schoon gespoeld. Ze zegt dat de ambtenaar er niet is en dat we in de wachtzaal op onze beurt moeten wachten. Karen is al sterk “verhollandst” en springt een deur binnen en vraagt aan een man met indrukwekkend uniform wat ze moet doen om in te klaren. Bent U met een boot? vraagt hij. Ja, wij zijn met de boot en met dat antwoord krijgen we een speciale behandeling.

We hebben gepaste kleding aan, op advies van collega-zeiler die hiervoor is terug gestuurd, want korte broek en hemd met extra korte mouwen is niet toegestaan en je wordt naar de boot gestuurd naar je garderobe. Wij zijn gepast gekleed bevonden, alleen jammer dat ik de bemanningslijst ben vergeten. De ambtenaar doet niet moeilijk en stuurt ons naar de douane in de stad om alvast een stempel in paspoort te halen. Lijkt aardig maar……


We komen in de stad en we vragen naar een stempel in het paspoort. De mevrouw in de bloemetjesjurk vraagt naar bemanningslijst. Hebben we niet maar de ambtenaar van de immigratiedienst heeft gezegd dat…….. Zonder bemanningslijst kan ik niets, antwoord ze bits. Als jullie een bemanningslijst hebben, kan ik jullie een stempel in het paspoort geven. Tja, dan maar morgen terug. Er is blijkbaar geen haast bij de inklaringsprocedure zodat we ons vrij voelen om te gaan passagieren in de stad.


Paramaribo heeft veel koloniale houten huizen en je waant je er in een rijke Hollandse periode. Jammer dat het onderhoud te wensen over laat. Het verfwerk is meer dan achterstallig en als je dicht bij de wanden komt is er rottend hout. Er moet niet te lang wachten worden, anders is alles volledig vervallen. Unesco die de houten stad op de werelderfgoed lijst heeft gezet dreigt ze er af te halen omdat er teveel oud hout gesloopt wordt en lelijke betonnen huizen met golfplaten daken, voor terug geplaatst worden.

In een bar bestel ik een biertje en er wordt me gevraagd of ik een kleine of grote pils wil. Ik vraag natuurlijk om een grote maar zie tot mijn schrik dat ik een liter fles bier krijg. Een liter “Parbo” bier. Parbo smaakt prima zodat we de fles met zijn tweeën soldaat maken. Een oudere man komt naar ons toe en begint een leuk verhaal over Nederland en de Nederlanders versus Surinamers. Bijzonder vriendelijk en nog leuker is dat de man in Rosmalen heeft gewoond. Hij heeft gewerkt bij het asielzoekerscentrum in Nuland. We maken een ronde over de markt, in de hallen, en  slenteren door de stad. We voelen ons op ons gemak.

We rijden op tijd terug naar huis wat niet meevalt omdat er geen enkele wegbewijzering is. We rijden niet teveel om, maar zien telkens een ander landschap en verwonderen ons over de manier hoe ze hier wonen en hoe ze tegen het leven aan kijken. Ik krijg er een hoop begrip voor.

 

In de bar van de Waterkant vertellen we ons verhaal en het blijkt dat de collega schippers de gang naar de douane ook in twee dagen hebben moeten doen zodat we er samen om moeten lachen

Van gat in de weg tot hoge drempel.

Resort Waterland Suriname
Resort Waterland Suriname


Dinsdag 7 januari 2014.

 

Waterland

 

De vermoeidheid van de afgelopen weken en de borrel van gisteravond zorgen ervoor dat we heerlijk kunnen uitslapen. Het ontbijt in de kuip is apart want we zitten in een bijzondere wereld. De groene oevers van de Suriname rivier, de geluiden van de vogels, vlinders die voorbij fladderen. We gaan de kant op en lopen door het Resort. Noël is één van de eigenaren die ons rondleidt door de tuinen en langs de typisch vormgegeven huizen voor langdurig verhuur en een paar kleinere huisjes voor de korte verhuur. De bar als centrale ruimte. De gastvrijheid van Noël gaat ver want hij neemt ons niet alleen mee in zijn Resort maar ook geeft hij ons een eerste rondleiding buiten het Resort. De weg naar de supermarkt en een enthousiaste rondleiding in de winkel. Hij leent ons geld om boodschappen te doen zodat we geen Euro’s hoeven te gebruiken. Noël brengt ons naar Domburg waar de jachten aan de boeien liggen. In Domburg kan ik mijn eerste Surinaamse Dollars pinnen, en betaal Noël het voorschot terug. Noël vertelt ons veel weetjes van de omgeving en hoe je met de mensen om kunt gaan. Opvallend zijn de allemaal erg vriendelijke en aardige mensen om ons heen.


Een beetje onder de indruk van de omgeving maar vooral de gastvrijheid van Noël en zijn Resort organiseren we deze dag een auto om morgen bij de douane in te klaren. Ritchie neemt me mee voor een auto. Ritchie repareert auto’s en verhuurt deze. Onze huurauto ziet er geweldig uit maar blijkt later een “Sikkensrevisie” te hebben genoten. Het rijdt, rammelt, en ligt laag op de grond zodat elke kuil een aparte dimensie van beleving wordt. Ik voel me af en toe van kuil tot drempel gesmeten. De huurprijs van € 11,00 per dag maakt alles goed.


We drinken een glaasje bier in de bar waar de bemanning van de twee andere boten ook naar toe komen. We leren elkaar steeds beter kennen. De drankjes neem je uit de koelkast, je schrijft alles zelf op een lijstje en de televisie met een Belgische zender houdt de sfeer erin.

We voelen ons zeer welkom en erg op ons gemak. Aanrader voor alle Suriname zeilers om zeker het Waterland Resort aan te doen.

Frikandellen in Suriname

De Eendracht.
De Eendracht.


Maandag, 6 januari 2014.


          - Waterland (Suriname)

 

Het schip loopt hard en maak me druk dat we wel eens veel te vroeg bij het aanlooppunt kunnen zijn. Toch laat ik de boot doortreinen op de harde wind. Rond twee uur deze ochtend maak ik Karen wakker en geef de wacht over. Ik lig lekker op bed maar na een half uur, komt Karen dat er nog eens zulke wolken zoals een paar uur geleden op jacht zijn naar de Queen B. Ik loop naar buiten en nu zijn de wolken nog indrukwekkender en begin meteen te reven, tot een dubbel rif. Net nadat ik de borghandel dichtzet en klaar ben met de zeilvoering komt de wind snoeihard in, de Queen B loopt ineens over de 8 knoop. Opmerkelijk is dat het schip zo goed in balans is, je hoeft het roer maar nauwelijks te bewegen of het schip volgt de koersverandering. De windvaan heeft er een makkie aan, indrukwekkend is het geweld dat op je afkomt.


De regen komt met bakken uit de hemel, de regen opgejaagd door de wind slaat bijna horizontaal door de kuip, ik trek me terug naar de kajuit waar ik zelfs de luiken sluit en de hoosbui veilig en droog binnen afwacht. Rond 4 uur gaat Karen naar de kooi en ik krijg er als toetje nog een extra squall overheen of is het een uitloper van de vorige? De wind giert door de stagen, de regen spoelt het zout van het dek, ondanks alle elementen die zich buiten afspelen is het binnen in het schip heerlijk rustig. Ik heb de tijd om de kaarten te bestuderen en zie dat de nog te varen afstand al is afgenomen tot minder dan 12 mijl. Ik realiseer me dat het voor het eerst is dat ik vaar met een volledig afgesloten schip. De windvaan stuurt het schip de nacht in en de schipper zit lekker binnen.


Rond 06.00 uur vlakt de wind af en zie dat er twee schepen aan stuurboord onze richting opkomen. Ze blijven aan stuurboord zijde waar één van de schepen rondjes gaat varen, het andere schip houdt zijn koers welke vlak voor ons langs ligt. Ik maak Karen wakker en genieten van de ochtend. Ondanks dat we op ons aanlooppunt liggen, zien we geen land. We ruiken het land maar zien er niets van. De diepgang is teruggelopen tot een 6 meter.


Ik roep de schepen op kanaal 16 en vraag wat de koers van de schepen zal zijn. Eén schip houdt me in de gaten zodat ik mijn voorliggende koers aan kan houden. Bij het aanlooppunt draai ik het schip richting aanloop tonnen en moet zelfs scherp aan de wind varen om de eerste ton te halen. Later draait de wind en gaat het met een knik in de schoot de tonnen lijn in. Ik meld me bij de Kustwacht en deze geeft ons toestemming om de weg te vervolgen maar waarschuwt me voor “De Eendracht”. De Eendracht is een Nederlands charterschip voor groepen. In de winter varen ze in het Caribische en in de zomer meestal in de buurt van Noorwegen. We zwaaien ze goede dag bij het passeren en zeilen lekker door met snelheden van 6-7 knoop. Ik heb niet verwacht dat het aanloopkanaal zo lang is. Karen staat achter het roer en heeft er veel plezier om het schip aan de wind op koers te houden. We zien veel vissersschepen om ons heen, lange smalle grote kano’s met buitenboordmotor varen ze af en aan.


Bij het Fort zijn we uitgezeild en moeten we de Suriname rivier op. Deze rivier is ook al veel groter dan verwacht. En brede ondiepe rivier die goed betond is. We starten voor het eerst sinds 16 dagen de motor en draaien het zeil binnen. We moeten 8 uur motoren om uiteindelijk in de haven te komen. We staan versteld van het tropische groen om ons heen. Wat een mooi land, wat een goede keus om Suriname te kiezen als bestemming.

 

We hebben pech dat we stroom tegen hebben en moeten tegen een 2-3 mijl stroom tegen doen. We voelen ons echt in Zuid Amerika, Paramaribo is rommelig met een scheepswrak midden in het vaarwater. Het blijkt later de Goslar te zijn waar ik meer over zal vertellen. We varen rond de Goslar en sturen richting brug. Een grote brug met een doorvaarthoogte van 58 meter. Na Paramaribo zien we op de oevers, de regenwouden. We varen naar Domburg waar een 10 tal Nederlandse schepen op aan een boei liggen. Een Island Packett met Amerikaanse vlag zwaait ons van harte goeden dag en ik zwaai terug. Het is voor deze Packeteer niet genoeg, zodat de eigenaar, blijkt een Nederlander, in zijn bootje springt om een praatje te maken en om ons om te praten bij hen te gaan liggen, in plaats van Waterland. “Man daar is niets te beleven, je moet het zelf weten want ik zie jullie van zelf wel terug. Het is hier te beleven, hier is het gezellig” Wij vervolgen onze weg en gaan gewoon naar het geplande Waterland.


We zien de zon in het water zakken en ik twijfel of we het nog wel zullen halen voor donker, totdat de steigertjes van het Resort Waterland opdagen.

Er wordt gezwaaid vanaf de steiger en we varen naar de steiger waar we in een box geholpen worden. Meteen uitgenodigd voor een verjaardagsfeest waar we eigenlijk niet zoveel zin in hebben omdat we even op ons zelf willen komen na de tocht van 1950 mijl. Het glaasje Champagne smaakt uitstekend maar Winston komt de steiger opgelopen om ons nog eens uit te nodigen in de bar. Patricia, een Belgische, verjaart vandaag en om er een echt feestje van te maken is meer publiek gewenst. We zitten uiteindelijk met 7 mensen aan de bitterballen en frikandellen die Noël voor ons bakt en braait.

Rond 23.00 vallen we moe en ietwat teveel gedronken op bed. Het glaasje champagne en het wijntje slaat goed aan na alle vermoeienissen.

Maar Wij zijn in Suriname!

 

 

Venijn zit in de staart

indrukwekkende wolken
indrukwekkende wolken


Zondag, 5 januari 2014.

 

Vannacht met een lekker constante wind gezeild, niet teveel golven, niet teveel wind. De wind draait, zodat ik twijfel om alle zeilen bij te zetten, we gaan niet meer plat voor het laken. In de ochtend is het zover en zet mijn grootzeil en de Genua. Queen B loopt een prima 4 tot 5 knopen en het schip is in balans en in rust. Het gekraak is een stuk minder. Na het ontbijt maakt Karen het dek schoon met de waterslang die op het dek ligt en beginnen we de voorbereidingen van de aanloop naar Suriname te maken. De geplande aankomst is morgenochtend 11 uur bij het aanlooppunt.


In veel almanakken staat een aanlooppunt als waypoint vermeld zodat je uit alle richtingen veilig kunt aanlopen. Van dat punt is er een route om de haven aan te lopen. Ik plaats de waypoints in de GPS.

Wij zitten ontspannen onze dag af en worden verrast door een tiental dolfijnen die met ons komen spelen.


Ze springen uit het water en laten zien dat ze ook ondersteboven kunnen zwemmen. De grote zwarte ogen kijken ons nieuwsgierig aan. Ik maak nog snel even gebruik om in de middag een dutje te doen. Dit is eindelijk het verwachte ontspannen overzeilen, jammer dat het het pas de laatste dag komt. Karen is helemaal in de goede mood en maakt al een heleboel plannen voor morgen. Ik waarschuw dat het venijn in de staart kan zitten. We zijn er nog niet.


De koelkast heeft  extra aandacht nodig en laat de generator meer uren maken om deze goed door te laten vriezen. Ik kook het eten en bereiden ons al helemaal voor op een goede aankomst, in het zicht van het vaste land. Ik ruik de aardse grond en ruik bos.

 

Karen neemt de eerste wacht en na een uurtje maakt ze me wakker dat er een dikke zwarte wolkenpartij op ons afkomt. Ik sprint uit bed voor een eerste check en zie de zwarte laaghangende wolken die links achter het schip hangen. Ik denk eerst dat ze wel voorbij zullen drijven maar na een kwartier besluit ik me toch maar aan te gaan kleden. Eenmaal buiten draai ik de Genua weg en draai een rif in het grootzeil. Binnen 10 minuten komt de wind keihard van achter in en loopt de Queen B al snel een 7 knopen. De stuurautomaat kan hem niet meer houden zodat ik me vertrouw op de windvaan. De windvaan speelt met de wind en houdt het schip prima op de windhoek. Jammer dat de wind wat draait zodat ik de windvaan moet aanpassen om de goede koerslijn aan te houden. De dieptemeter zien we al snel van 100 meter naar 20 meter teruglopen en we moet nog zeker 40 mijl.


De windstoten en de gitzwarte wolken houden het na een anderhalf uur voor gezien zodat ik tegen Karen zeg dat we gewoon het ritme van het wachtlopen kunnen opnemen en dat zij naar bed kan gaan. Ik zeil met een wisselende wind en een snelheid van 7 en 8 knoop door een donkere nacht. Het schip ligt wel rustig op één oor omdat de wind ruim van achter komt.

Prachtig zeilweer

zeilen in het ruime sop
zeilen in het ruime sop


Zaterdag, 4 januari 2014.

 

07˚51,0 N 051˚09,1 W - 07˚15,1 N 52˚35,9 W

 

De stroom is gelukkig wat minder en de wind komt wat terug. Me maken een voortgang van 3,5 knoop. Dat is al heel wat meer dan de regelmatige 1,9 knoop die uren lang op de meter heeft gestaan. Je gaat twijfelen aan jezelf, je twijfelt aan de accuraatheid van de apparatuur en je weet ook dat je het moet accepteren, doorgaan met die banaan. Een dagtotaal van 81 mijl.


De wind neemt af en draait de goede richting op om weer alle zeilen bij te kunnen zetten. Het schip ligt heerlijk murmelend op één oor. De snelheidsmeter geeft 4,5 knoop aan en in de loop van de dag gaat de snelheid van de Gps dezelfde waarde geven. We zijn eruit! We zijn uit de stroom en varen met normale snelheden.


Het weer is vandaag erg mooi en kunnen lekker in de kuip een boek lezen. De windmeter geeft geen data meer door zodat ik weer eens in de gereedschapskist duik om te zien of ik het kan repareren. Telkens bij het uitmonteren en inmonteren werkt de meter weer voor een halfuur. Na dat halfuur valt de meter uit. Vervelend maar ik weet dat het euvel nu in de meter of aan de meter zit.

De middag is heerlijk om met zeewater ons te douchen. De temperatuur van het water is 26 graden en geeft een eerste koud signaal waarna het heerlijk wordt om met water te spelen. Je haren wassen met zout water en op laten drogen geeft je haar een extra watergolf effect, mijn krullen komen volledig tot hun recht. Karen wil ook krullen maar helaas dit kunstje lukt haar niet. De afwas doen we uit de plastic wasmand die in de kuip staat. Al het gebruik van bestek, borden en pannen van de dag verdwijnen hierin om in één keer afgewassen te worden met het heldere zeewater. Er is genoeg van dat spul zodat we met afwassen niet op een druppel hoeven om te kijken.


Ik bestudeer de aankomst van Suriname. Breng de waypoints in het kleine GPS maar deze blijkt toch niet bruikbaar te zijn. Karen ziet in haar wacht weer een schip maar nu aan stuurboord. We zijn al twee weken onderweg, op de paar schepen na, hebben we geen teken van menselijk leven gezien. Geen portemonnee gebruik, geen boodschappen doen, aangewezen zijn op jezelf. De eindeloze voorbereidingen betalen zich terug, relatief geen mankementen en de spullen die stuk gaan, zijn ter plekke te repareren.

De wind blijft gewoon uit de hoek staan van de afgelopen twee weken, de stroom is weg en ik begin weer te rekenen dat het maandag ochtend wordt, dat we aankomen in Paramaribo.

 

Zondag halen we niet meer.

de stromingen op de oceaan.
de stromingen op de oceaan.


Donderdag, 2 januari 2014


08˚50’5 N 048˚36’3 W- 08˚16,7 N 050˚04,8 W


De wind neemt af, de golven blijven doorlopen maar hiervan is de scherpte wat minder. Er valt wat regen en moet de kussens uit de kuip halen om alles niet nog vochtiger te maken dan dat ze al zijn.

Het zout krijgt vat op ons, het doorzichtige plastic van de Sprayhood wordt vuil van het zout, we wassen onszelf met zoutwater en daardoor zijn we zout, de handdoeken zijn zout, de matten in de kuip zijn zout, alles is zout. We krijgen rode bultjes op de huid van het zout. Het zitten wordt wat pijnlijker want je zit de hele dag. Mijn achterste is beurs van het zout en het zitten ondanks van het de hele dg op en neer sprinten naar de kajuit en de kuip. De trap staat er niet meer(figuurlijk), die is er gewoon, ik merk de trap niet meer met het in en uitlopen van de kajuit.

 

Opmerkelijk is dat we stroom tegen krijgen. 1 Mijl stroom tegen waar je niet op gerekend hebt. Ik zeg tegen Karen: Alles wat je nu tegen hebt heb je zo meteen weer mee. Mijn Noordzee logica blijkt hier niet te kloppen want de stroom wordt niet minder maar meer. In de avond hebben we 2 mijl stroom tegen. Na het bestuderen van de kaart staan er twee stroomgebieden getekend en dat zijn de Guyana Current en de Equatorial Current. Als we deze zouden hebben dan zijn deze dwars en niet recht op kop. Ik besluit gewoon koers aan te houden en doorgaan met zeilen hoewel het pijn doet om maar een voortgang te hebben van 1,7 knoop per uur. En als je de wind nodig hebt dan is deze er niet. Door de spaarzame wind wisselen we regelmatig van de zeil. Ik laat de verwachting van aankomst zondag al los, we gaan dat niet meer halen.

Nieuwjaar

da Vinci's inspiratie?
da Vinci's inspiratie?


Woensdag 1 januari 2014.

 

09˚330’8 N 046˚38’3 W - 08˚50’5 N 048˚36’3 W

 

Nieuwjaar.

 

We varen in de nacht met een loshangende Genua, wetende dat er overal in de wereld gefeest wordt. Afschieten van vuurwerk, goede wensen, familiefeesten maar ook op stap gaan met de eerste vechtpartijen van het jaar. De feestvreugde wordt voor velen al snel ontluisterd door de feiten van alle dag. Het Nieuwjaar is dan al snel gewoon 2014. Ook voor ons, de golven blijven komen, mijlen maken, afmaken waar je aan begonnen bent, je kunt niet meer terug.


Veel metaforen die ook van toepassing zijn in het leven met de vuurpijlen en de rotjes. Het waait hard, het is weer eens een dikke 6 uit NNo nog 551 mijl te gaan.

Ik heb de ochtend wacht en zie de zon weer eens opkomen op een andere tijd, Het licht is er al om 6 uur terwijl dat gisteren om 7 uur was, alles is verklaarbaar maar het voelt wel anders. Ik start voor het eerst de hoofdmotor om de accu’s te laden van de generator. De motor laat ik 1100 toeren draaien en zie snel een laadstroom van 13,5 volt. De motor geeft geen bijdrage aan de snelheid die de fok levert. We hebben nog geen enkel moment de motor voor de voortbeweging nodig gehad.

We schrijven het hoogste dagtotaal van de reis 142 mijl, het geeft aan hoe hard het allemaal waait om bijna een gemiddelde van 6 te varen met maar een lapje zeil voor op de mast.


In de loop van de dag neemt de wind af en gelukkig de golven ook. Achterlijke wind lijkt een gemakkelijke koers maar het geslinger, de herrie van schuivende dingen aan boord, het altijd maar weer instoppen met doeken van de spullen. Het maakt je geïrriteerd als je weer eens een schuiver maakt waar je zelf moet redden van een vette schuiver door de kajuit en waar het geluid van de mast en spullen hemeltergend is. Doorgaan en niet zeuren.


Karen gaat het dek op en sprokkelt een zak vol met vliegende vissen, die in de kuip uitgestort wordt om vast te leggen op de gevoelige plaat. De vliegende vissen als een soort vlooien op het water, het lijkt me geen leuk bestaan om de hele dag opgejaagd te worden door de grote vissen of dolfijnen met maar één uitweg, en dat is het water uit. Een vliegactie die te vergelijken is met de eerste vlucht van de gebroeders Wright. Als de vliegende vis het gevaar getrotseerd heeft, ligt het pardoes op een dek van het schip. De zon maakt het af zodat we gedroogde gemummificeerde visjes hebben die de vleugeltjes nog uit hebben staan.

In de avond heeft de wind er weer plezier in want er zijn uitschieters naar 27 knopen.